Economie van de
Managementwetenschappen
2020
Voor Politi cologie en Bestuurskunde
Opdracht 1
1. Een van de meest beroemde uitspraken in de Economie is:“There is no such thing as a
free lunch”. Leg uit wat wordt bedoeld met deze uitspraak.
Lunch is nooit gratis omdat je alsnog andere opofferingskosten hebt. Ergens heen gaan om
te lunchen kost tijd, en dit zijn je opofferingskosten. (je geeft de waarde van het alternatief
op)
2. Stel dat je naar de sportschool wilt. Dit kost je €8, - voor een uur. Je bent bereid om
maximaal € 15, - per uur te betalen. Door ervoor te kiezen om naar de sportschool te gaan,
werk je een uur minder als huiswerkbegeleider. Je verdient €8,- per uur als
huiswerkbegeleider.
a) Wat zijn de opofferingskosten van beide keuzes?
Opofferingskosten sportschool: 8-0 = 8 euro
Opofferingskosten huiswerkbegeleiding: Je mist een uur sportschool, met een waarde van 15
euro. Hiervoor zou je 8 euro expliciete kosten maken. 15-8= 7 euro
b) Wat zijn de “economic costs” van beide keuzes?
EC = expliciete kosten + impliciete kosten (opofferingskosten)
Sportschool: 8+8 = 16 euro
Huiswerk: 0 + 7 = 7 euro
c) Welke keuze zou je moeten maken en wat zijn je “economic rents” in dat geval?
Sportschool: 15 euro (waarde) – 16 euro (economic costs) = -1 euro
Huiswerkbegeleiding: 8 euro (waarde) – 7 euro (economic costs) = 1 euro
1