Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Capita Selecta in Clinical Psychology (2nd edition) (9781839615399) - Klinische Psychologie (PSBA2-22)

Beoordeling
4.3
(3)
Verkocht
27
Pagina's
40
Geüpload op
02-01-2021
Geschreven in
2020/2021

Samenvatting voor het vak 'Klinische psychologie' aan de Rijksuniversiteit Groningen (PSBA2-22). Uitgebreide (Nederlandse) samenvatting van het boek "Capita Selecta in Clincal Psychology (2nd edition)", uitgavejaar 2020. ISBN: 5399. Completed by M. aan het Rot & M.J.J. Lommen . University of Groningen. Het gehele boek is samengevat.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Klinische psychologie – Capita Selecta in Clinical
Psychology (2nd edition)
Hoofdstuk 1 – Symptoomperceptie, interpretatie en reactie
Hoe worden we ons bewust van de sensaties van ziekte?
Ziekte veroorzaakt veranderingen in lichamelijke gewaarwordingen en functies die een persoon zelf
of iemand anders kan waarnemen. Het individu zelf merkt waarschijnlijk veranderingen op in
lichaamsfuncties (bijv. vaker plassen), emissies (zoals bloed in de urine), sensaties (bijv.
gevoelloosheid of verlies van gezichtsvermogen) en onaangename gewaarwordingen (bijv. koorts of
pijn). Andere mensen zullen het misschien merken door veranderingen in het uiterlijk of functies.

Radley maakt onderscheid tussen ‘lichamelijke tekenen’ en ‘symptomen van ziekte’.
 Lichamelijke tekenen  kunnen objectief worden opgemerkt.
 Symptomen van ziekte  vereist een interpretatie (bijv. beslissen of een verhoogde
temperatuur symptomatisch is voor ziekte of gewoon een teken van lichamelijke
inspanning).

Er is een enorme variatie tussen individuen als het gaat om het behandelen of melden van
symptomen  slechts een derde roept medische hulp in.

De mening van mensen over gezondheid wordt gevormd door hun eerdere ervaring met ziekte en
hun begrip van medische kennis.  Mensen leren over gezondheid door ervaring (van zichzelf of
anderen)

Cassell
 Illness = wat de patiënt voelt wanneer hij naar de dokter gaat.
o Wat de patiënt zelf ervaart.
o Iemand kan zich ziek voelen zonder een ziekte te hebben  illness zonder disease.
 Disease = wat de patiënt heeft als hij van de dokter weer naar huis gaat.
o Iets van het orgaan, de cel of het weefsel dat een lichamelijke aandoening of
onderliggende pathologie suggereert  objectiveerbare pathologische afwijking.
o Iemand kan een ziekte hebben, maar zich niet ziek voelen  disease zonder illness.

Hoe weet iemand of hij ziek wordt?  drie fasen van respons:
1. Symptomen waarnemen
2. Symptomen interpreteren als ziekte
3. Plannen en actie ondernemen

Symptoomperceptie
Er zijn verschillende modellen van symptoomperceptie:
 Het aandachtsmodel van Pennebaker  beschrijft hoe competitie om aandacht tussen
meerdere interne of externe signalen/stimuli ertoe leidt dat hetzelfde fysieke symptomen of
dezelfde fysiologische verandering in sommige contexten onopgemerkt blijft, maar in andere
niet.
 Het cognitief-perceptuele model van Cioffi  richt zich meer op de processen van
interpretatie van fysieke symptomen en invloeden op hun attributie als symptomen, terwijl
ook de rol van selectieve aandacht wordt erkend.
 Meestal worden een reeks biologische, psychologische en contextuele invloeden
aangewezen.

,Lichamelijke symptomen zijn lichamelijke
gewaarwordingen die al dan niet
symptomen van ziekte kunnen zijn.
Tekenen kunnen gedetecteerd en
geïdentificeerd worden (zoals bloeddruk),
maar symptomen zijn meer subjectief (=
is over het algemeen gerelateerd aan
interne interpretaties van gebeurtenissen
in plaats van waarneembare kenmerken).
Iets wat objectief is is echt, zichtbaar of
systematisch meetbaar (bijv.
adrenalineniveaus) en kan worden gezien
of opgenomen door anderen.

Kenmerken van lichamelijke symptomen die de kans op symptoomperceptie vergroten (die aandacht
en interpretatie krijgen als een symptoom) zijn:
 Pijnlijk of storend: als een lichamelijk teken gevolgen heeft voor de persoon dan zullen ze dit
eerder als een symptoom ervaren, bijv. ze kunnen niet comfortabel zitten.
 Nieuw: het ervaren van een ‘nieuw’ symptoom wordt beschouwd als een indicatie van iets
zeldzaams en ernstig, terwijl een veel voorkomend symptoom leidt tot aannames van lagere
ernst.  Vermoeidheid bij studenten wordt bijvoorbeeld genormaliseerd en geïnterpreteerd
als teken van late nachten studeren of feesten.
 Aanhoudende: een lichamelijk teken wordt eerder als een symptoom gezien als het langer
aanhoudt dan normaal wordt geacht, of als het aanhoudt ondanks medicatie.
 Reeds bestaande chronische ziekte: eerdere of huidige ziekte-ervaring heeft een sterke
invloed op somatisering (d.w.z. aandacht voor lichamelijke toestanden) en verhoogt het
aantal waargenomen en gerapporteerde andere symptomen.

Er bestaan individuele verschillen in de hoeveelheid aandacht (= de selectie van sommige stimuli
boven andere voor interne verwerking) die mensen besteden aan hun interne en externe staat. 
Pennebaker ontdekte dat somatische gewaarwordingen minder snel worden opgemerkt wanneer de
aandacht van een persoon extern gericht is dan wanneer ze niet anderszins worden afgeleid.

Competitie van cues theorie  Individuen zijn beperkt in hun aandachtscapaciteit, dus interne en
externe prikkels moeten strijden om aandacht. Daarom merken sommige mensen symptomen
eerder op, en sommige mensen merken helemaal geen symptomen. Een hoge mate van aandacht
vergroot iemands gevoeligheid voor nieuwe of andere lichamelijke symptomen.

‘Ziekte van medische studenten’  de toegenomen kennis over ziektespecifieke symptomen die
tijdens medische lezingen werd verkregen zorgde voor een toename van zelfgerapporteerde ervaring
van precies deze symptomen bij medische studenten.

Er zijn twee aandachtssystemen die invloed hebben op hoe symptoominformatie wordt verwerkt:
1. Primair aandachtssysteem (PAS): voorgesteld om te werken onder het niveau van
bewustzijn en handelt op opgeslagen representaties, zoals een ziekteschema die automatisch
selecteert wanneer een persoon om welke reden dan ook te veel aandacht schenkt aan
somatische (lichamelijke) ervaringen.  Dit kan er toe leiden dat een symptoom verkeerd
wordt afgestemd op een reeds bestaand schema, zoals bij de ‘medische studentziekte’.
2. Secundair aandachtssysteem (SAS): wordt meer vatbaar geacht voor uitvoerende controle;
aandacht kan hier worden gemanipuleerd door bewuste gedachten en cognitieve processen,
zoals een rationele afweging van de waarschijnlijkheid  Dit wordt belemmerd als de PAS al

, heeft gedicteerd waar de aandacht van de persoon op gericht is en als er al een ‘label’ aan de
symptomen is toegewezen.

Eerdere ervaring met een ziekte kan iemands aandachtsbias verhogen.

Sociale invloeden op symptoomperceptie:
 Onze motivatie om aandacht te besteden aan tekenen of symptomen van ziekte en deze op
te sporen, hangt af van de context op het moment dat het symptoom zich aandient. 
Mensen merken meestal geen interne sensaties op als hun omgeving opwinden of
opnemend is, maar bij een gebrek aan afleiding kan de perceptie van symptomen vergroten.
 Bij kinderen en adolescenten zijn er aanwijzingen dat aanwezigheid van leeftijdgenoten
invloed heeft op de bereidheid om symptomen te uiten, ook wel ‘regels voor sociale
weergave’ genoemd.

Individuele verschillen die symptoomperceptie beïnvloeden:
 Gender  Vaak wordt gesteld dat gendersocialisatie vrouwen een grotere bereidheid geeft
om aandacht te besteden aan lichamelijke tekenen en symptomen en deze waar te nemen.
Maar in een studie onder mannen met prostaatproblemen is ontdekt dat mannen de
symptomen uit noodzaak leren te negeren om gezien te worden als sterk en mannelijk. Dit
wijst op een gebrek aan begrip over prostaatproblemen als symptomen van ziekte in
tegenstelling tot een deel van veroudering, en benadrukken onwil of angst om ‘gênante’
symptomen naar een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te brengen.
Het kan ook zijn dat fysiologische verschillen als gevolg van puberteit en menstruatie invloed
hebben op pijngrenzen (= de minimale hoeveelheid pijnintensiteit die nodig is voordat deze
wordt gedetecteerd) in de eerste plaats, of misschien het bewijs dat vrouwen meer over
symptomen praten en meer naar gezondheidszorg gaan, weerspiegelt niet zozeer een
geslachtsverschil in symptoomperceptie als één in het melden van gedrag.
o Socialisatie = het proces waardoor een persoon (van familie, leraren,
leeftijdsgenoten) de regels, normen en morele gedragscodes leert die van hen
worden verwacht.
 Levensfase  Met de leeftijd komt ervaring en typisch een toenemend bewustzijn van
iemands innerlijke organen, hun functies en sensaties. Toenemende leeftijd wordt vaak
geassocieerd met toegenomen symptoom zelfrapportage. De eigen symptoomperceptie van
het kind wordt beïnvloed door vergelijkbare aandachts-, contextuele, individuele en
emotionele invloeden zoals gezien bij volwassenen.
 Emotionele toestand  Mensen die in een positieve stemming zijn hebben de neiging
zichzelf als gezonder te beoordelen en geven minder symptomen aan, terwijl mensen met
een negatieve stemming meer symptomen melden, pessimistischer zijn over hun vermogen
om te handelen om hun symptomen te verlichten en zichzelf geloven vatbaarder te zijn voor
ziekte. Negatieve emotionele toestanden, met name angst of depressie, kunnen de
symptoomperceptie versterken door het effect op de aandacht, evenals door het herhalen
en herinneren van eerdere negatieve gezondheidsgebeurtenissen, waardoor de kans groter
wordt dat nieuwe lichamelijke symptomen worden gezien als symptomen van verdere ziekte.
 Persoonlijkheidskenmerken  Neuroticisme (N) wordt beschreven als een eigenschap-
achtige neiging om negatieve emotionele toestanden te ervaren en is gerelateerd aan het
bredere concept 'negatief affectiviteit' (NA). NA kan zich manifesteren als een toestand
(situatie-specifiek) of als een eigenschap (gegeneraliseerd). Toestand NA kan een scala aan
emoties bevatten, waaronder woede, verdriet en angst. Eigenschap NA, zoals neuroticisme,
blijkt de perceptie, interpretatie en rapportage van symptomen te beïnvloeden. In termen
van perceptuele stijl zijn neurotici en mensen met een hoge NA-eigenschap meer
introspectief en negeren somatische informatie en nemen, waardoor ze vaker symptomen
waarnemen en deze eerder verkeerd toeschrijven aan de onderliggende ziekte

, o Neuroticisme = een persoonlijkheidskenmerk dat tot uiting komt in de neiging om
angstig te zijn, zich schuldig te voelen en over het algemeen negatieve denkpatronen
te ervaren.
o Negatieve affectiviteit = een dispositionele neiging om aanhoudende en
doordringende negatieve of neerslachtige stemming en zelfbeeld te ervaren
(gerelateerd aan neuroticisme).
 Cognities en copingstijl  hoe mensen denken en reageren op externe of interne
gebeurtenissen kan ook de symptoomperceptie beïnvloeden.
o Er is bewijs dat individuen die worden gekenmerkt door urgentie, ongeduld,
vijandigheid en concurrentiedrift (type A-gedrag (TAB)), minder snel symptomen
waarnemen, omdat ze zeer taakgericht zijn of omdat ze aandacht schenken aan
tekenen van zelfzwakte. Hun verlangen naar controle leidt tot snel zoekgedrag naar
de gezondheidszorg bij ernstige bedreiging voor de gezondheid.
 Type A-gedrag (TAB) = een constellatie van kenmerken, maniertjes en
gedrag, waaronder concurrentievermogen, urgentie, ongeduld, gemakkelijk
opgewekte vijandigheid, snelle en krachtige spraakpatronen en expressief
gedrag.  Uitgebreid bestudeerd in relatie tot de etiologie van coronaire
hartziekten, waarbij vijandigheid centraal lijkt te staan.
o Er zijn ook aanwijzingen dat mensen die omgaan met aversieve gebeurtenissen door
gebruik te maken van het cognitieve verdedigingsmechanisme van repressie, minder
snel symptomen zullen ervaren dan niet-repressoren, waarbij repressie wordt
geassocieerd met een hoger niveau van vergelijkend optimisme over controleerbare
gezondheid.
 Zowel repressieve coping als vergelijkend optimisme werden eerder in
verband gebracht met een slechte lichamelijke gezondheid.
 Onderdrukking (repressie) = een defensieve copingstijl die dient om de
persoon te beschermen tegen negatieve herinneringen of angstwekkende
gedachten door te voorkomen dat hij toegang krijgt tot bewustzijn.
 Vergelijkend optimisme = deze term beschrijft de inschatting van een
individu van zijn risico op het ervaren van een negatieve gebeurtenis in
vergelijking met soortgelijke andere gebeurtenissen.
o Onderscheid tussen monitors en blunters  Monitors (toezichthoudende copingstijl)
pakken dreiging aan door hun situatie te monitoren op dreigingsrelevante
informatie. Blunters (afstompende copingstijl) negeren of minimaliseren externe en
interne stimuli. Waar men staat binnen deze dimensie bepaalt de
symptoomperceptie en hoe snel iemand gezondheidsdiensten gebruikt.
 Monitoren = deze algemene coping-stijl houdt in dat je aandacht besteedt
aan de bron van stress of bedreiging en er direct mee probeert om te gaan
 bijv. door informatie te verzamelen/aandacht te besteden aan
dreigingsrelevante informatie.
 Blunders = deze algemene coping-stijl houdt in dat de bron van dreiging of
stress wordt geminimaliseerd of vermeden, d.w.z. het vermijden van
dreigingsrelevante informatie.

Symptoominterpretatie
Zodra een symptoom is waargenomen, beschouwen mensen het over het algemeen niet op zichzelf,
maar relateren ze het aan andere aspecten van hun ervaring en aan hun bredere opvattingen over
ziekte. Symptomen zijn meer dan alleen labels voor de verschillende veranderingen die in het
lichaam plaatsvinden; ze zijn niet alleen afgeleid van medische classificaties van ziekten, maar
kunnen ook van invloed zijn op hoe we denken, voelen en ons gedragen. Factoren die van invloed
zijn op de betekenissen en labels die individuen aan symptomen toekennen zijn onder andere:

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 januari 2021
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.19
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 27 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

5 jaar geleden

Erg uitgebreide samenvatting en goed leesbaar!

5 jaar geleden

4.3

3 beoordelingen

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
JannieBrouwer Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
220
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
177
Documenten
30
Laatst verkocht
2 maanden geleden
Psychologie samenvattingen

Hallo allemaal, ik ben Jannie en ik studeer Psychologie aan de Rijksunniversiteit Groningen. Voor alle vakken maak ik overzichtelijke samenvattingen die ik hier beschikbaar stel voor iedereen. Mocht je een samenvatting gekocht hebben, dan zou ik het leuk vinden als je een recensie achterlaat. Succes met studeren!

3.8

24 beoordelingen

5
3
4
15
3
5
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen