Bij vraag over volmacht, moet je ook algemene vereisten voor een rechtshandeling uit titel 2 boek 3
noemen.
1. Is er sprake van een volmacht ex. Artikel 3:60 lid 1 BW?
Er kan sprake zijn van een uitdrukkelijke of stilzwijgende volmacht ex. 3:61 BW.
- Expliciet: zie artikel 3:33 en 3:35
- Impliciet: bij een stilzwijgende (impliciete) volmacht moet je kijken naar de
verkeersopvattingen: blijkt uit het sluiten van een onderhavige overeenkomst uit de functie
van de (pseudo)gemachtigde? (Bijvoorbeeld: bedrijfsleider)
Is er wel sprake van een volmacht: achterman gebonden ex. Artikel 3:66 lid 1 BW
(bevoegdheid moet wel binnen de grenzen van de bevoegdheid vallen om in naam van
volmachtgever rechtshandelingen te verrichten)
Is er geen sprake van een (toereikende) volmacht: achterman is in beginsel niet gebonden ex.
Art. 3:66 lid 1 BW, maar:
2. Is de achterman alsnog gebonden aan de overeenkomst?
- Artikel 3:61 lid 2: vertrouwensbescherming. Hiervoor is nodig dat:
o De wederpartij heeft gerechtvaardigd vertrouwd dat er sprake was van een
toereikende volmacht (ex art. 3:35 jo. 3:11 BW)
o Er was sprake van toedoen van ‘de ander’, oftewel de achterman. Dit toedoen kan
blijken uit verklaringen of gedragingen van de achterman, maar op op grond van
feiten en omstandigheden die voor risico van de achterman komen (ING/Bera).
Het toedoen kan overigens onder bepaalde omstandigheden ook bestaan uit niets
doen (dus wanneer je geen reactie krijgt, mag je er vanuit gaan dat er een volmacht
is)
Uit een handeling of gedraging van de volmachtgever moet blijken dat de
wederpartij mocht vertrouwen op een toereikende volmacht van de gevolmachtigde.
De volmachtgever heeft dus zelf ook een aandeel in de ontoereikende volmacht. Dit
kan zich uiten in een positieve verklaring of gedraging, maar ook in een niet-doen van
de volmachtgever.
- Bekrachtiging: 3:69 BW. Hiervoor moet een wil zijn en die moet zich door een verklaring
hebben geopenbaard (3:33 e.v. BW). De bekrachtiging kan ook impliciet zijn.
Indien er geen wil is tot bekrachtiging ex. 3:33 BW, kan er gerechtvaardigd vertrouwen zijn
van de wederpartij op grond van 3:35 BW.
o Niet gebonden wanneer er sprake is van 3:69 lid 3 à bekrachtiging geen gevolg meer
heeft wanneer de wederpartij al te kennen heeft gegeven dat zij de overeenkomst
wegens het ontbreken van een (toereikende) volmacht als ongeldig beschouwt.
TENZIJ: de wederpartij op het tijdstip dat zij handelde heeft begrepen of onder de
gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat geen
toereikende volmacht was verleend. (als deze uitzondering aan orde is, is er dus WEL
geldige overeenkomst)
Bescherming na einde volmacht (art. 3:76 BW).
Als je in naam van iemand tekent, dan ben je tussenpersoon. Je sluit geen overeenkomst met
tussenpersoon, maar met volmachtgever.
Stel dat de achterman niet aangesproken kan worden in bovenstaand schema, kan de derde dan
alsnog de pseudogemachtigde aanspreken? Ja, zie artikel 3:70 BW. De pseudogevolmachtigde staat
in voor het bestaan en de omvang van de volmacht, tenzij de wederpartij weet of behoort te