Arresten
Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio
Het bestreden tariefgoedkeuringsbesluiten zijn geen besluiten in de zin
van art. 1:3 lid 1 Awb. Schiphol is geen bestuursorgaan.
Mestbassin Mechelen (belanghebbende: persoonlijk belang)
In dit arrest stond de vraag centraal of bewoners die op een afstand van
meer dan 250 meter van een mestbassin wonen, als belanghebbenden
kunnen worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat dit wel mogelijk is,
mits er sprake is van gevolgen van enige betekenis voor hun woon- of
leefsituatie. Bij de beoordeling spelen verschillende factoren een rol, zoals
afstand, zicht op het object, planologische uitstraling, milieugevolgen, en
de aard, intensiteit en frequentie van de hinder. Het arrest maakt duidelijk
dat het afstandscriterium niet absoluut is: ook bij grotere afstanden
kunnen burgers belanghebbende zijn, mits de feitelijke gevolgen voor hen
voldoende zwaarwegend zijn.
Het beginsel is dat wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een
activiteit waarvan een besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is.
Maar: als die gevolgen “van enige betekenis” ontbreken, ontbreekt ook
een persoonlijk belang
Minicamping De Heksenketel (belanghebbende: concurrentie)
In dit arrest oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de exploitant
van minicamping De Heksenketel geen belanghebbende was bij het
verzoek om handhaving tegen andere nabijgelegen minicampings. Hoewel
sprake was van concurrentie, stelde de Afdeling dat concurrentie op
zichzelf niet voldoende is voor belanghebbendheid. Er moeten ook
concrete, feitelijke en rechtstreeks merkbare gevolgen zijn voor degene
die het verzoek indient. In dit geval waren de nadelige gevolgen voor De
Heksenketel te speculatief. Het arrest bevestigt dat alleen een
aantoonbaar, persoonlijk en objectief belang leidt tot belanghebbendheid
in handhavingszaken tussen concurrenten.
Horecabedrijf Den Haag (belanghebbende)
Een horecabedrijf in Den Haag wordt alleen als belanghebbende
aangemerkt bij een besluit als het rechtstreeks, concreet en zelfstandig in
zijn belangen wordt geraakt. Een contractuele relatie met een
vergunninghouder of louter concurrentie is daarvoor niet genoeg. Wel kan
het horecabedrijf belanghebbende zijn als het feitelijke gevolgen van enige
betekenis ondervindt, zoals verminderde bereikbaarheid door
evenementen of directe hinder. Het belang moet dus zelfstandig en
voldoende concreet zijn.
, Dwangsom afmeren Amsterdam (mandaat/delegatie)
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bevoegdheid om een
last onder dwangsom op te leggen door het college van B&W kan worden
gedelegeerd of gemandateerd aan bijvoorbeeld een stadsdeelbestuur.
Volgens de Afdeling verzet de aard van deze handhavingsbevoegdheid
zich daar niet tegen, en ook de wet sluit dat niet uit. Bovendien bevestigde
de Afdeling dat een bevoegdheidsgebrek (bijvoorbeeld bij onjuiste
mandatering) nog in de bezwaarprocedure kan worden hersteld. Het arrest
onderstreept dat bestuursorganen binnen een gemeente bevoegdheden
onder voorwaarden kunnen verdelen, zolang de wet of aard van de
bevoegdheid dat niet verbiedt.
Long Lin-arrest (weigering territoriale wateren toch besluit)
In casus stond de weigering van de Staat der Nederlander om een
gehavend schop toegang te verschaffen tot de territoriale wateren ter
discussie. Deze weigering, die primair steunde om het eigendomsrecht
van de Staat, werd aangemerkt als een beschikking in het kader van het
beheer van het openbare vaarwater. Hiermee wordt bedoeld dat er sprake
is van een overheidsbevoegdheid die in beginsel wordt ontleend aan het
privaatrecht. Door de publiekrechtelijke context waarin de bevoegdheden
wordt toegepast vindt vervolgens een publiekrechtelijke inkleuring of
omvorming plaats. Hierdoor wordt de bevoegdheidsuitoefening toch
aangemerkt als besluit.
Van Vlodrop BV (sprake van besluit)
In haar verzoek om vergoeding van schade van 29 september 1995 heeft
Van Vlodrop B.V. primair gesteld dat het appellant niet vrijstond
bovengenoemde 'beleidswijziging' door te voeren. Daarnaast heeft Van
Vlodrop B.V. - voor zover appellant van mening zou zijn dat de plotselinge
'beleidsommezwaai' wel gerechtvaardigd was - verzocht om
schadeloosstelling op grond van artikel 3:4 van de Awb.
De schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om
vergoeding van schade, die veroorzaakt zou zijn binnen het kader van de
uitoefening van een aan publiekrecht ontleende bevoegdheid, is een
publiekrechtelijke rechtshandeling en dus een besluit als bedoeld in art.
1:3 Awb.
Inzet videoteam Rotterdam (geen rechtsgevolg, geen besluit)
In dit arrest oordeelde de Afdeling dat de aankondiging van de
burgemeester om bij een demonstratie een videoteam in te zetten géén
besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb. De mededeling had namelijk geen
rechtsgevolg en was puur feitelijk van aard. Hierdoor stond daartegen
Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio
Het bestreden tariefgoedkeuringsbesluiten zijn geen besluiten in de zin
van art. 1:3 lid 1 Awb. Schiphol is geen bestuursorgaan.
Mestbassin Mechelen (belanghebbende: persoonlijk belang)
In dit arrest stond de vraag centraal of bewoners die op een afstand van
meer dan 250 meter van een mestbassin wonen, als belanghebbenden
kunnen worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat dit wel mogelijk is,
mits er sprake is van gevolgen van enige betekenis voor hun woon- of
leefsituatie. Bij de beoordeling spelen verschillende factoren een rol, zoals
afstand, zicht op het object, planologische uitstraling, milieugevolgen, en
de aard, intensiteit en frequentie van de hinder. Het arrest maakt duidelijk
dat het afstandscriterium niet absoluut is: ook bij grotere afstanden
kunnen burgers belanghebbende zijn, mits de feitelijke gevolgen voor hen
voldoende zwaarwegend zijn.
Het beginsel is dat wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een
activiteit waarvan een besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is.
Maar: als die gevolgen “van enige betekenis” ontbreken, ontbreekt ook
een persoonlijk belang
Minicamping De Heksenketel (belanghebbende: concurrentie)
In dit arrest oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de exploitant
van minicamping De Heksenketel geen belanghebbende was bij het
verzoek om handhaving tegen andere nabijgelegen minicampings. Hoewel
sprake was van concurrentie, stelde de Afdeling dat concurrentie op
zichzelf niet voldoende is voor belanghebbendheid. Er moeten ook
concrete, feitelijke en rechtstreeks merkbare gevolgen zijn voor degene
die het verzoek indient. In dit geval waren de nadelige gevolgen voor De
Heksenketel te speculatief. Het arrest bevestigt dat alleen een
aantoonbaar, persoonlijk en objectief belang leidt tot belanghebbendheid
in handhavingszaken tussen concurrenten.
Horecabedrijf Den Haag (belanghebbende)
Een horecabedrijf in Den Haag wordt alleen als belanghebbende
aangemerkt bij een besluit als het rechtstreeks, concreet en zelfstandig in
zijn belangen wordt geraakt. Een contractuele relatie met een
vergunninghouder of louter concurrentie is daarvoor niet genoeg. Wel kan
het horecabedrijf belanghebbende zijn als het feitelijke gevolgen van enige
betekenis ondervindt, zoals verminderde bereikbaarheid door
evenementen of directe hinder. Het belang moet dus zelfstandig en
voldoende concreet zijn.
, Dwangsom afmeren Amsterdam (mandaat/delegatie)
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bevoegdheid om een
last onder dwangsom op te leggen door het college van B&W kan worden
gedelegeerd of gemandateerd aan bijvoorbeeld een stadsdeelbestuur.
Volgens de Afdeling verzet de aard van deze handhavingsbevoegdheid
zich daar niet tegen, en ook de wet sluit dat niet uit. Bovendien bevestigde
de Afdeling dat een bevoegdheidsgebrek (bijvoorbeeld bij onjuiste
mandatering) nog in de bezwaarprocedure kan worden hersteld. Het arrest
onderstreept dat bestuursorganen binnen een gemeente bevoegdheden
onder voorwaarden kunnen verdelen, zolang de wet of aard van de
bevoegdheid dat niet verbiedt.
Long Lin-arrest (weigering territoriale wateren toch besluit)
In casus stond de weigering van de Staat der Nederlander om een
gehavend schop toegang te verschaffen tot de territoriale wateren ter
discussie. Deze weigering, die primair steunde om het eigendomsrecht
van de Staat, werd aangemerkt als een beschikking in het kader van het
beheer van het openbare vaarwater. Hiermee wordt bedoeld dat er sprake
is van een overheidsbevoegdheid die in beginsel wordt ontleend aan het
privaatrecht. Door de publiekrechtelijke context waarin de bevoegdheden
wordt toegepast vindt vervolgens een publiekrechtelijke inkleuring of
omvorming plaats. Hierdoor wordt de bevoegdheidsuitoefening toch
aangemerkt als besluit.
Van Vlodrop BV (sprake van besluit)
In haar verzoek om vergoeding van schade van 29 september 1995 heeft
Van Vlodrop B.V. primair gesteld dat het appellant niet vrijstond
bovengenoemde 'beleidswijziging' door te voeren. Daarnaast heeft Van
Vlodrop B.V. - voor zover appellant van mening zou zijn dat de plotselinge
'beleidsommezwaai' wel gerechtvaardigd was - verzocht om
schadeloosstelling op grond van artikel 3:4 van de Awb.
De schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om
vergoeding van schade, die veroorzaakt zou zijn binnen het kader van de
uitoefening van een aan publiekrecht ontleende bevoegdheid, is een
publiekrechtelijke rechtshandeling en dus een besluit als bedoeld in art.
1:3 Awb.
Inzet videoteam Rotterdam (geen rechtsgevolg, geen besluit)
In dit arrest oordeelde de Afdeling dat de aankondiging van de
burgemeester om bij een demonstratie een videoteam in te zetten géén
besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb. De mededeling had namelijk geen
rechtsgevolg en was puur feitelijk van aard. Hierdoor stond daartegen