Hoofdstuk 3 Elementen en verbindingen
3.1 chemische ontleding
Wat is chemische ontleding?
Een chemische ontleding is een reactie waarbij een stof wordt gesplitst in
twee of meer nieuwe stoffen met andere eigenschappen.
Hierbij ontstaan nieuwe stoffen -> het is dus geen fysische scheiding, maar
een chemische reactie.
Voorbeeld: elektrolyse van water:
Zuiver water kan niet verder worden gescheiden
met fysische methoden (zoals destillatie of
filtratie).
Door een elektrische stroom door water te laten
lopen (elektrolyse):
- Aan de negatieve pool ontstaat waterstof (H₂).
- Aan de positieve pool ontstaat zuurstofgas
(O₂).
- De verhouding van het volume is 2 : 1 (H₂ :
O₂).
Dit betekent dat water is ontleed in twee nieuwe
stoffen met andere eigenschappen
Belangrijk onderscheid:
Waterstof (H₂) en zuurstof (O₂) zijn elementen – ze kunnen niet verder
worden ontleed.
Water (H₂O) is een verbinding – het kan chemisch worden gesplitst in
elementen.
Soorten chemische ontleding:
Soort ontleding Energiebron Voorbeeld
Elektrolyse Elektrische stroom Water -> waterstof +
zuurstof
Thermolyse Warmte Suiker -> koolstof +
water
Pyrolyse Zeer sterke verhitting Aardolie kraken
( met
vuurverschijnselen)
Fotolyse Licht Zilverzouten ontleden
door zonlicht
, Eigenschappen water, zuurstof en waterstof:
Stof Dichtheid bij 0 Kookpunt bij Eigenschappen
℃, 100 kPa (kg/m³) 100 kPa (℃)
Water 998 100 Je kunt hiermee
blussen, je kunt
het drinken
Waterstof 0,09 -253 Zeer brandbaar,
explosief met
lucht
Zuurstof 1,43 -183 Reageert
gemakkelijk onder
vuurverschijnsele
n
3.2 Elementen
Wat zijn elementen?
Elementen zijn zuivere stoffen die chemisch niet verder kunnen worden
ontleed.
Er zijn 92 natuurlijke elementen -> dit zijn de bouwstenen van alle
verbindingen.
Samen met enkele kunstmatige elementen zijn ongeveer 120
atoomsoorten bekend.
- Kunstmatige elementen zijn onstabiel en hebben weinig praktisch
belang.
Atomen:
Het kleinste deeltje van een element heet een atoom
Elk element heeft zijn eigen soort atomen -> atoomsoorten
Een element wordt aangeduid met een symbool (bijvoorbeeld Fe= ijzer)
- 1 Fe = 1 ijzeratoom
- 2 Fe = 2 ijzeratomen, enzovoort
Verschijningsvormen van elementen:
1. Metalen
Bestaan uit losse atomen die in een kristalrooster zij gerangschikt
Voorbeelden: Cu (koper), Fe (ijzer), Zn (zink)
De atomen liggen regelmatig gestapeld – zoals knikkers in een net
2. Niet metalen (moleculaire elementen)
Bestaan uit moleculen die uit meerdere atomen van dezelfde soort
bestaan.
Voorbeelden:
- H₂ (waterstof)
- N₂ (stikstof)
3.1 chemische ontleding
Wat is chemische ontleding?
Een chemische ontleding is een reactie waarbij een stof wordt gesplitst in
twee of meer nieuwe stoffen met andere eigenschappen.
Hierbij ontstaan nieuwe stoffen -> het is dus geen fysische scheiding, maar
een chemische reactie.
Voorbeeld: elektrolyse van water:
Zuiver water kan niet verder worden gescheiden
met fysische methoden (zoals destillatie of
filtratie).
Door een elektrische stroom door water te laten
lopen (elektrolyse):
- Aan de negatieve pool ontstaat waterstof (H₂).
- Aan de positieve pool ontstaat zuurstofgas
(O₂).
- De verhouding van het volume is 2 : 1 (H₂ :
O₂).
Dit betekent dat water is ontleed in twee nieuwe
stoffen met andere eigenschappen
Belangrijk onderscheid:
Waterstof (H₂) en zuurstof (O₂) zijn elementen – ze kunnen niet verder
worden ontleed.
Water (H₂O) is een verbinding – het kan chemisch worden gesplitst in
elementen.
Soorten chemische ontleding:
Soort ontleding Energiebron Voorbeeld
Elektrolyse Elektrische stroom Water -> waterstof +
zuurstof
Thermolyse Warmte Suiker -> koolstof +
water
Pyrolyse Zeer sterke verhitting Aardolie kraken
( met
vuurverschijnselen)
Fotolyse Licht Zilverzouten ontleden
door zonlicht
, Eigenschappen water, zuurstof en waterstof:
Stof Dichtheid bij 0 Kookpunt bij Eigenschappen
℃, 100 kPa (kg/m³) 100 kPa (℃)
Water 998 100 Je kunt hiermee
blussen, je kunt
het drinken
Waterstof 0,09 -253 Zeer brandbaar,
explosief met
lucht
Zuurstof 1,43 -183 Reageert
gemakkelijk onder
vuurverschijnsele
n
3.2 Elementen
Wat zijn elementen?
Elementen zijn zuivere stoffen die chemisch niet verder kunnen worden
ontleed.
Er zijn 92 natuurlijke elementen -> dit zijn de bouwstenen van alle
verbindingen.
Samen met enkele kunstmatige elementen zijn ongeveer 120
atoomsoorten bekend.
- Kunstmatige elementen zijn onstabiel en hebben weinig praktisch
belang.
Atomen:
Het kleinste deeltje van een element heet een atoom
Elk element heeft zijn eigen soort atomen -> atoomsoorten
Een element wordt aangeduid met een symbool (bijvoorbeeld Fe= ijzer)
- 1 Fe = 1 ijzeratoom
- 2 Fe = 2 ijzeratomen, enzovoort
Verschijningsvormen van elementen:
1. Metalen
Bestaan uit losse atomen die in een kristalrooster zij gerangschikt
Voorbeelden: Cu (koper), Fe (ijzer), Zn (zink)
De atomen liggen regelmatig gestapeld – zoals knikkers in een net
2. Niet metalen (moleculaire elementen)
Bestaan uit moleculen die uit meerdere atomen van dezelfde soort
bestaan.
Voorbeelden:
- H₂ (waterstof)
- N₂ (stikstof)