Samenvatting Kennisbasis Taal
a.d.h.v. de toetsmatrijs van de landelijke
KBT toets in het studiejaar 2020/2021
, tvalmkerk – Stuvia.nl
Toetsstof voor KBT toets (leerjaar 2020/2021)
Deze samenvatting is een verkorte samenvatting van mijn volledige KBT samenvatting. Hij is gemaakt
aan de hand van de toetsmatrijs van de landelijke KBT toets in het studiejaar 2020/2021. De
toetsmatrijs is te vinden op de site van 10voordeleraar.
- Domein 1, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 2, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 3, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 4, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 5, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 6, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 7, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 8, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 9, kwadrant 1, 2 & 3
, tvalmkerk – Stuvia.nl
Kennisbasis Nederlands
Domein 1: Luistervaardigheid
Luistervaardigheid
Er zijn verschillende luisterdoelen:
- Iets te weten willen komen.
- Een bepaald gevoel willen ondergaan.
- Zich een mening willen vormen.
- Een bepaalde handeling willen uitvoeren.
- Een spel willen spelen.
We onderscheiden de volgende manieren van luisteren:
- Globaal luisteren -> de grote lijn volgen.
- Intensief luisteren -> details ook belangrijk vinden.
- Gericht luisteren -> specifieke informatie oppikken.
- Kritisch luisteren -> mening vormen.
Tijdens het luisteren kan de luisteraar de volgende strategieën inzetten:
- Oriënteren op het luisterdoel, het onderwerp en de eigen kennis daarvan, de soort
luistertekst en op de spreker.
- Reflecteren op de luistertaak.
- Monitoren en evalueren van de luistertaak.
Spreekvaardigheid
Er zijn verschillende spreekdoelen:
- Amuseren.
- Informeren.
- Instrueren.
- Overtuigen.
Om de verschillende spreekdoelen te realiseren, kies je als spreker voor een strategie. We
onderscheiden de volgende:
- Oriënteren op het doel van de spreektaak, het onderwerp en de eigen kennis daarvan, de
soort spreektaak en de gesprekspartner.
- Reflecteren op de spreektaak.
- Monitoren en evalueren van de spreektaak.
Communicatieve functie van taal -> De spreker hanteert sociale taalfuncties die betrekking hebben
op de interactie tussen mensen:
- Zelfhandhaving -> jezelf verdedigen.
- Zelfsturing -> eigen handelingen met woorden ordenen.
- Sturing van anderen -> beïnvloeden van gedrag van anderen.
- Structurering van het gesprek.
Conceptualiserende functie van taal -> De spreker hanteert cognitieve functies van taal om te
verwijzen naar betekenissen en concepten:
- Rapporteren -> verslag doen van iets wat in de werkelijkheid voorkomt.
- Redeneren -> beschrijving waarin een extra denkstap wordt verwoord.
- Projecteren -> verplaatsen in de gedachten en de gevoelens van iemand anders.