Moeilijke woorden
Taak 5
Cd4-effector
https://www.youtube.com/watch?v=mFEkTNNf_kU
Probleemstelling:
Wat is het effect van vaccinaties op de specifieke afweer?
Brainstorm:
Leerdoelen:
1. Wat is de specifieke (verworven) afweer?
- secundaire immuunrespons
- ontwikkeld gedurende leven
- handig voor wanneer pathogeen terugkomt → geheugencellen
2. Wat is antigeen presentatie en wat zijn dendritische cellen? (Antigenen, antistoffen
en anti-lichamen) Hoe werken MHC-I en MHC-II cellen en waar zitten deze?
- antigeen presentatie
● Het tonen van een antigen aan een andere cel waardoor de activatie tot
stand komt.
● Hier zijn MHC-I en MHC-II betrokken
● Nodig bij MHC-II om te herkennen, nodig om lichaamsvreemde ziekten te
voorkomen
● Gebruikt aangezien T-lymfocyt moeite heeft met herkenning
- Dendritische cellen De oversprong van aangeboren naar verworven afweersysteem.
Valt wel onder aangeboren afweer
- MHC-I Alle cellen met een kern (dus niet rode bloedcellen) kunnen antigeen
presenteren op deze manier, gebonden met CD8 (cytotoxische T-cel)
- MHC-II Dit is een verbeterde vorm en is enkel beschikbaar bij macrofaag, B-cel en
dendritische cel, De CD4 (T-helper cel ) is hierbij nodig
3. Wat zijn de T-cellen? Welke verschillende soorten zijn hiervan? (geheugencellen, T-
helpercellen en B-cellen (Lymfocyten)
- T-cel (T staat voor thymus) Een T-cel is een cellulaire cel ook wel genaamd epitoop.
T-cel heeft moeite met herkenning
- rijpen in de thymus (longen)
, ● T-helper cel → activeert dendritische cel (nadat dendritische cel de T-helper
heeft geactiveerd) CD4 heeft APC nodig helpt andere cellen bij
immuunsysteem
● Cytotoxische T-cel → maakt geïnfecteerde cellen dood CD8
● T-geheugencel → slaat antistoffen op voor een mogelijke tweede keer
APC heeft MHC II en heeft daarop een stukje antigen en dan komt daar een T-helper cel en
dan bindt CD28 en B7 en vormt dan een brug waardoor activatie ontstaat
4. Hoe worden de T-cellen geactiveerd? Wat doen T-cellen wanneer ze geactiveerd
zijn?
- activatie 1. → MHC II vormt brug met de T-cel receptor (TCR) 2. CD28 op de T-cel
vormt een brug met B7(komt pas aan oppervlakte wanneer PAMPs zichtbaar zijn,
dus wanneer lichaamsvreemde stoffen herkend zijn) op APC (co-stimulatie) 3. T-cel
wordt actief
- Reactie: Ze gaan delen of vergroten
5. Wat zijn B-cellen en welke verschillende soorten zijn hiervan?
- PRIMAIRE DOEL VAN B-CELLEN IS ANTISTOFFEN MAKEN
- gemaakt en gerijpt in beenmerg (humorale cellen) maken antilichamen, er zijn heel
veel verschillende B-cellen aangezien ze allemaal andere antistoffen maken
- B-cellen ontstaan en worden gerijpt in beenmerg
- kan antistoffen herkennen met of zonder MHC
- plasma cellen groeiend B-cel produceert antistoffen en scheidt dan uit (IgG en IgM)
- geheugen cellen
6. Hoe worden B-cellen geactiveerd? Wat doen B-cellen wanneer ze geactiveerd zijn?
- Activatie: T-helper cel bindt aan B-cel en ontvangt signaalstoffen (cytokines) → B-cel
bezit MHC II en presenteert bacterie met APC (door middel van opname via
receptor) → delen en groeien
- receptor cross-linking
- cognate interactie
- niet specifieke activatie
Taak 5
Cd4-effector
https://www.youtube.com/watch?v=mFEkTNNf_kU
Probleemstelling:
Wat is het effect van vaccinaties op de specifieke afweer?
Brainstorm:
Leerdoelen:
1. Wat is de specifieke (verworven) afweer?
- secundaire immuunrespons
- ontwikkeld gedurende leven
- handig voor wanneer pathogeen terugkomt → geheugencellen
2. Wat is antigeen presentatie en wat zijn dendritische cellen? (Antigenen, antistoffen
en anti-lichamen) Hoe werken MHC-I en MHC-II cellen en waar zitten deze?
- antigeen presentatie
● Het tonen van een antigen aan een andere cel waardoor de activatie tot
stand komt.
● Hier zijn MHC-I en MHC-II betrokken
● Nodig bij MHC-II om te herkennen, nodig om lichaamsvreemde ziekten te
voorkomen
● Gebruikt aangezien T-lymfocyt moeite heeft met herkenning
- Dendritische cellen De oversprong van aangeboren naar verworven afweersysteem.
Valt wel onder aangeboren afweer
- MHC-I Alle cellen met een kern (dus niet rode bloedcellen) kunnen antigeen
presenteren op deze manier, gebonden met CD8 (cytotoxische T-cel)
- MHC-II Dit is een verbeterde vorm en is enkel beschikbaar bij macrofaag, B-cel en
dendritische cel, De CD4 (T-helper cel ) is hierbij nodig
3. Wat zijn de T-cellen? Welke verschillende soorten zijn hiervan? (geheugencellen, T-
helpercellen en B-cellen (Lymfocyten)
- T-cel (T staat voor thymus) Een T-cel is een cellulaire cel ook wel genaamd epitoop.
T-cel heeft moeite met herkenning
- rijpen in de thymus (longen)
, ● T-helper cel → activeert dendritische cel (nadat dendritische cel de T-helper
heeft geactiveerd) CD4 heeft APC nodig helpt andere cellen bij
immuunsysteem
● Cytotoxische T-cel → maakt geïnfecteerde cellen dood CD8
● T-geheugencel → slaat antistoffen op voor een mogelijke tweede keer
APC heeft MHC II en heeft daarop een stukje antigen en dan komt daar een T-helper cel en
dan bindt CD28 en B7 en vormt dan een brug waardoor activatie ontstaat
4. Hoe worden de T-cellen geactiveerd? Wat doen T-cellen wanneer ze geactiveerd
zijn?
- activatie 1. → MHC II vormt brug met de T-cel receptor (TCR) 2. CD28 op de T-cel
vormt een brug met B7(komt pas aan oppervlakte wanneer PAMPs zichtbaar zijn,
dus wanneer lichaamsvreemde stoffen herkend zijn) op APC (co-stimulatie) 3. T-cel
wordt actief
- Reactie: Ze gaan delen of vergroten
5. Wat zijn B-cellen en welke verschillende soorten zijn hiervan?
- PRIMAIRE DOEL VAN B-CELLEN IS ANTISTOFFEN MAKEN
- gemaakt en gerijpt in beenmerg (humorale cellen) maken antilichamen, er zijn heel
veel verschillende B-cellen aangezien ze allemaal andere antistoffen maken
- B-cellen ontstaan en worden gerijpt in beenmerg
- kan antistoffen herkennen met of zonder MHC
- plasma cellen groeiend B-cel produceert antistoffen en scheidt dan uit (IgG en IgM)
- geheugen cellen
6. Hoe worden B-cellen geactiveerd? Wat doen B-cellen wanneer ze geactiveerd zijn?
- Activatie: T-helper cel bindt aan B-cel en ontvangt signaalstoffen (cytokines) → B-cel
bezit MHC II en presenteert bacterie met APC (door middel van opname via
receptor) → delen en groeien
- receptor cross-linking
- cognate interactie
- niet specifieke activatie