PSYCHOLOGY
Erasmus Universiteit Rotterdam Bachelor 1 | 2024-2025
,Probleem 1: Inner drives
,Wie is Sigmund Freud?
● Grondlegger van de psychoanalyse
● Bekend van werken zoals De Droomduiding (1900)
● Concepten: het onbewuste, Oedipuscomplex
● Thema’s: agressie, seksualiteit, dood
● Psychodynamiek: persoonlijkheid als een dynamisch proces
● Motivational determinism: gedrag wordt gestuurd door onbewuste motieven
,Topografisch model van de geest
● Freud's 3 niveaus van de geest:
1. Bewustzijn (Conscious): Gedachten waar we ons van bewust zijn
2. Voorbewuste (Preconscious): Toegankelijke informatie zoals
herinneringen
3. Onbewuste (Unconscious): Gevoelens en ideeën die verband
houden met angst en conflicten, beïnvloeden ons gedrag zonder dat
we ons ervan bewust zijn
,Het ijsbergmodel van Freud
● IJsberg als metafoor voor de geest
● Bewustzijn: top van de ijsberg (kleinste deel)
● Voorbewuste: net onder het oppervlak, maar toegankelijk
● Onbewuste: het grootste deel onder water, moeilijk bereikbaar
● Materiaal (gedachten, gevoelens en verlangens) kan makkelijk heen en
weer worden verplaatst tussen het bewuste en voorbewuste. Het kan
ook worden verplaatst naar het onderbewust, maar het kan hier niet
vrijwillig uit worden gehaald. → One-way mental gate
● One-way mental gate: Materiaal verplaatst zich alleen naar het
onbewuste en komt er niet vrijwillig uit
,Freud’s structurele model van persoonlijkheid
● Persoonlijkheid bestaat uit drie delen:
1. Id: primitieve instincten, werkt op het pleasure principle
2. Ego: balanceert tussen Id en realiteit, werkt op het reality principe
3. Superego: internalisatie van ouderlijke en maatschappelijke waarden, streeft naar perfectie
,Het Id (0-18 maanden)
● Id: Het originele, instinctieve deel van persoonlijkheid
● Werkt volledig in het onbewuste
● Pleasure principle: Behoeften moeten onmiddellijk worden bevredigd
● Primair proces: Het Id is puur gericht op het bevredigen van instinctieve verlangens,
zonder realistisch of logisch na te denken.
● Lukt het niet de behoefte direct te bevredigen? → Wish-fulfillment: een mentaal beeld
van wat het Id wil, bijvoorbeeld dromen en fantasieen.
● Primary process thinking: Fantasieën en dromen dienen om instinctieve behoeften te
vervullen
,Het Ego (18 maanden - 3 jaar)
● Ontwikkelt zich als reactie op de beperkingen van het Id
● Reality principle: Houdt rekening met de externe wereld
● Secondary process thinking: Maakt een realistischer plan om te verlangens van de Id te
bevredigen.
● Reality testing: Afwegen van risico's en uitstellen van bevrediging
,Het Superego (3-5 jaar)
● Introjection: Internaliseert ouderlijke en maatschappelijke waarden
● Twee subsystemen:
1. Ego-ideaal: Dingen waar je naar streeft
2. Conscience: Gedragingen die je moet vermijden
● Doelen:
● Impulsen van het Id onderdrukken
● Het Ego dwingen moreel te handelen
● Streven naar perfectie
● Delayed gratification: impulsen worden uitgesteld tot een later moment
Het Id, Ego en Superego zijn altijd in conflict, ze streven naar verschillende doelen
● Ego depletion: Wilskracht uitgeput door zelfbeheersing, leidt tot verminderde controle bij volgende taken
, Balans in Persoonlijkheid
Ego balanceert tussen:
● Id: Verlangens en basisbehoeften
● Superego: Moraliteit en waarden
● Realiteit: Externe beperkingen
Ego strength:
● Vaardigheid van het Ego om conflicten te beheren
● Sterk Ego = omgaan met druk en rationaliteit
● Zwak Ego = verscheurd door conflicten
Balans is essentieel: geen enkel onderdeel is beter