Gendergeschiedenis Hoorcollege 1
dinsdag 2 september
Introductie college
Wat is gender en gendergeschiedenis?
Er is een onderscheid tussen gender en geslacht, geslacht is het fysieke
biologische verschil tussen man, vrouw, en intersex terwijl gender een sociaal
construct is dat veranderd in de tijd en gevolgen heeft voor iemands positie.
Gender is ook een identiteit die in stand komt in relatie met anderen. Gender
bepaald ook macht, een normerend effect. Gender is in de actualiteit vaak een
onderdeel in de politiek. Gendergeschiedenis is een discipline binnen de
geschiedwetenschap die gaat over de betekenissen die worden toegekend aan de
veronderstelde verschillen tussen, en ideeën over, mannen en vrouwen en
mannelijkheid en vrouwelijkheid in het verleden.
Van vrouwengeschiedenis naar gendergeschiedenis:
Deze twee zijn verweven met elkaar maar toch verschillend. Bij het ontstaan van
de geschiedwetenschap werd gebruik gemaakt van bronnen uit archieven, dit
waren bronnen van politieke aard geschreven door mannen, waardoor mannen
een dominantie hadden in de geschiedenis. In de jaren 60 en 70 kwamen er
studenten uit bredere sociale groepen naar universiteiten toe en eisten aandacht
voor andere thema’s met protesten, samen met de tweede feministische golf
zorgde dit voor het ontstaan van vrouwengeschiedenis. Vrouwengeschiedenis
was eerst klein en omstreden maar meteen interdisciplinair. Het heeft ons het
besef gegeven dat wat men dacht dat natuurlijk was social geconstrueerd blijkt
te zijn. Het was zelfkritisch, door vrouwengeschiedenis te bestuderen gaven ze
toe dat geschiedenis over mannen ging. De turn naar gendergeschiedenis bracht
de oplossing en was beïnvloed door de linguistic turn. Het idee dat taal onze
beeldvorming beïnvloed en niet neutraal is.
Soorten vrouwengeschiedenis:
Invisibility gaf aan dat vrouwen onzichtbaar waren in de geschiedenis. Bij
compensantory geschiedenis werd gefocust op vrouwelijke heldinnen.
Contributions geschiedenis sprak over de bijdrages van vrouwen aan grote
gebeurtenissen. Opressions history zette de vrouw neer als slachtoffer van het
patriarchaat en analyseerde dit. Bij de womens culture werd de vrouw als actor
bestudeerd.
Scott, Butler, en Crenshaw:
Joan Scott definieerde gender als een vormen element van sociale relaties,
gebaseerd op veronderstelde verschillen tussen geslacht. Gebruikt voor het
duiden van machtsrelaties. Butler bracht de term gender naar het publieke
, debat. Crenshaw muntte de term intersectionaliteit, dat ongelijkheid van
meerdere assen afhankelijk was: gender, klasse, regio, leeftijd.
Patriarchaat en mannelijke hegemonie:
Het patriarchaat is een specifieke vorm van mannelijke dominantie waarbij
vaders autoriteit hebben over vrouwen en kinderen en over jonge mannen. Macht
en invloed nemen toe met leeftijd. Dit was bepalend in het sociale, politieke,
economische, en culturele leven. Hegemonie van een specifiek type
mannelijkheid in een bepaalde periode, deze soort mannelijkheid was de
legitimatie van het patriarchaat in deze tijd.
dinsdag 2 september
Introductie college
Wat is gender en gendergeschiedenis?
Er is een onderscheid tussen gender en geslacht, geslacht is het fysieke
biologische verschil tussen man, vrouw, en intersex terwijl gender een sociaal
construct is dat veranderd in de tijd en gevolgen heeft voor iemands positie.
Gender is ook een identiteit die in stand komt in relatie met anderen. Gender
bepaald ook macht, een normerend effect. Gender is in de actualiteit vaak een
onderdeel in de politiek. Gendergeschiedenis is een discipline binnen de
geschiedwetenschap die gaat over de betekenissen die worden toegekend aan de
veronderstelde verschillen tussen, en ideeën over, mannen en vrouwen en
mannelijkheid en vrouwelijkheid in het verleden.
Van vrouwengeschiedenis naar gendergeschiedenis:
Deze twee zijn verweven met elkaar maar toch verschillend. Bij het ontstaan van
de geschiedwetenschap werd gebruik gemaakt van bronnen uit archieven, dit
waren bronnen van politieke aard geschreven door mannen, waardoor mannen
een dominantie hadden in de geschiedenis. In de jaren 60 en 70 kwamen er
studenten uit bredere sociale groepen naar universiteiten toe en eisten aandacht
voor andere thema’s met protesten, samen met de tweede feministische golf
zorgde dit voor het ontstaan van vrouwengeschiedenis. Vrouwengeschiedenis
was eerst klein en omstreden maar meteen interdisciplinair. Het heeft ons het
besef gegeven dat wat men dacht dat natuurlijk was social geconstrueerd blijkt
te zijn. Het was zelfkritisch, door vrouwengeschiedenis te bestuderen gaven ze
toe dat geschiedenis over mannen ging. De turn naar gendergeschiedenis bracht
de oplossing en was beïnvloed door de linguistic turn. Het idee dat taal onze
beeldvorming beïnvloed en niet neutraal is.
Soorten vrouwengeschiedenis:
Invisibility gaf aan dat vrouwen onzichtbaar waren in de geschiedenis. Bij
compensantory geschiedenis werd gefocust op vrouwelijke heldinnen.
Contributions geschiedenis sprak over de bijdrages van vrouwen aan grote
gebeurtenissen. Opressions history zette de vrouw neer als slachtoffer van het
patriarchaat en analyseerde dit. Bij de womens culture werd de vrouw als actor
bestudeerd.
Scott, Butler, en Crenshaw:
Joan Scott definieerde gender als een vormen element van sociale relaties,
gebaseerd op veronderstelde verschillen tussen geslacht. Gebruikt voor het
duiden van machtsrelaties. Butler bracht de term gender naar het publieke
, debat. Crenshaw muntte de term intersectionaliteit, dat ongelijkheid van
meerdere assen afhankelijk was: gender, klasse, regio, leeftijd.
Patriarchaat en mannelijke hegemonie:
Het patriarchaat is een specifieke vorm van mannelijke dominantie waarbij
vaders autoriteit hebben over vrouwen en kinderen en over jonge mannen. Macht
en invloed nemen toe met leeftijd. Dit was bepalend in het sociale, politieke,
economische, en culturele leven. Hegemonie van een specifiek type
mannelijkheid in een bepaalde periode, deze soort mannelijkheid was de
legitimatie van het patriarchaat in deze tijd.