Oefententamen vragen Hoorcolleges Anatomie:
B2 Casus 1 Medisch HC 2 Embryogenese oog
Tentamenvragen vorig college
Oefententamenvragen:
1. In de tekening zie je een stadium in de ontwikkeling van
de mens waarbij de drie kiembladen gevormd zijn.
Wat is de naam van de vrucht in dit stadium?
a. blastocyste
b. Gastrula
c. Zygot
d. Foetus
2. Bij 1 staat aangegeven?
a. De neurale buis
b. Een somiet
c. De neurale lijst
3. Uit 1 ontwikkelt zicht?
a. Het perifere zenuwstelsel
b. Het centrale zenuwstelsel
c. De huid, botten en spierweefsel
4. Het ectoderm vormt:
a. bloed
b. Spieren
c. Neuraal weefsel
d. De bekleding van maag/darmkanaal
e. Het urinaire systeem
5. Ook de zona pellucida wordt afgebroken door enzymen, waardoor het membraam
van de eicel bloot komt te liggen
Vraag: wat is het resultaat als een spermacel met dit membraan in aanraking
komt?
a. Bevruchting van de eicel
b. Niets, er zijn meerdere spermacellen nodig
c. Cascade van geactiveerde spermacellen
d. Voltooiing van mitose van de eicel
6. Tijdens de embryogenese ontwikkelen zich drie blaasjes in de neurale buis.
Hoe wordt het voorste blaasjes bij 1 genoemd?
a. Mesencephalon
b. Rhombencephalon
c. Prosencephalon
7. Je ziet hier een stap in de innesteling (dag 9)
Van wie komen de synctiotrofoblastcellen bij 1?
, a. Moeder
b. Blastocyste
c. Van beide
8. Door klievingsdelingen worden steeds meer genetisch identieke dochtercellen
gevormd die elk steeds kleiner worden: de blastomeren.
Vraag: wanneer beginnen deze klievingsdelingen?
a. Direct na bevruchting
b. 3 dagen na de bevruchting
c. Direct na innesteling
d. Drie dagen naar de innesteling
B4 1-HC Hersenstam en zijn structuren
Tentamenvragen vorig college
Oefententamenvragen:
1. Wat is de naam van 1?
a. Prosencephalon
b. Mesencephalon
c. Rhombencephalon
2. Je ziet hier een doorsnede door hetCZS tijdens de
ontwikkeling
Deze doorsnede is gemaakt door het:
a. Diencephalon
b. Telencephalon
c. Rhombencephalon
3. Je ziet hier het moment van inductie waarbij het oogblaasje
het oppervlakte van ectoderm raakt. Wanneer dit
onvoldoende gebeurt ontstaat:
a. Coloboom
b. Microftalmie
c. Congenitaal cataract
4. Hiernaast zie je een afbeelding van een coloboom
Dit kan ontstaan doordat:
a. Inductie van de oogbeker niet heeft
plaatsgevonden
b. Optische groeve (fissura choroidea) zich niet goed
heeft gesloten
c. De iris in de 6 e maand van de zwangerschap niet
goed ontwikkeld heeft
B2 Casus 1 Medisch HC 2 Embryogenese oog
Tentamenvragen vorig college
Oefententamenvragen:
1. In de tekening zie je een stadium in de ontwikkeling van
de mens waarbij de drie kiembladen gevormd zijn.
Wat is de naam van de vrucht in dit stadium?
a. blastocyste
b. Gastrula
c. Zygot
d. Foetus
2. Bij 1 staat aangegeven?
a. De neurale buis
b. Een somiet
c. De neurale lijst
3. Uit 1 ontwikkelt zicht?
a. Het perifere zenuwstelsel
b. Het centrale zenuwstelsel
c. De huid, botten en spierweefsel
4. Het ectoderm vormt:
a. bloed
b. Spieren
c. Neuraal weefsel
d. De bekleding van maag/darmkanaal
e. Het urinaire systeem
5. Ook de zona pellucida wordt afgebroken door enzymen, waardoor het membraam
van de eicel bloot komt te liggen
Vraag: wat is het resultaat als een spermacel met dit membraan in aanraking
komt?
a. Bevruchting van de eicel
b. Niets, er zijn meerdere spermacellen nodig
c. Cascade van geactiveerde spermacellen
d. Voltooiing van mitose van de eicel
6. Tijdens de embryogenese ontwikkelen zich drie blaasjes in de neurale buis.
Hoe wordt het voorste blaasjes bij 1 genoemd?
a. Mesencephalon
b. Rhombencephalon
c. Prosencephalon
7. Je ziet hier een stap in de innesteling (dag 9)
Van wie komen de synctiotrofoblastcellen bij 1?
, a. Moeder
b. Blastocyste
c. Van beide
8. Door klievingsdelingen worden steeds meer genetisch identieke dochtercellen
gevormd die elk steeds kleiner worden: de blastomeren.
Vraag: wanneer beginnen deze klievingsdelingen?
a. Direct na bevruchting
b. 3 dagen na de bevruchting
c. Direct na innesteling
d. Drie dagen naar de innesteling
B4 1-HC Hersenstam en zijn structuren
Tentamenvragen vorig college
Oefententamenvragen:
1. Wat is de naam van 1?
a. Prosencephalon
b. Mesencephalon
c. Rhombencephalon
2. Je ziet hier een doorsnede door hetCZS tijdens de
ontwikkeling
Deze doorsnede is gemaakt door het:
a. Diencephalon
b. Telencephalon
c. Rhombencephalon
3. Je ziet hier het moment van inductie waarbij het oogblaasje
het oppervlakte van ectoderm raakt. Wanneer dit
onvoldoende gebeurt ontstaat:
a. Coloboom
b. Microftalmie
c. Congenitaal cataract
4. Hiernaast zie je een afbeelding van een coloboom
Dit kan ontstaan doordat:
a. Inductie van de oogbeker niet heeft
plaatsgevonden
b. Optische groeve (fissura choroidea) zich niet goed
heeft gesloten
c. De iris in de 6 e maand van de zwangerschap niet
goed ontwikkeld heeft