Hoofdstuk 1
Belangen: voordeel dat iemand heeft of kan krijgen (geld, vrije tijd,
Macht
Aanzien
Tijd
Informatie
Geld
Waarden: abstract ideaal dat mensen belangrijk vinden om na te streven (vrijheid,
eerlijkheid)
Belang Waarden
Voordeel Ideaal
Voordeel voor eigen groep of persoon Ideaal voor hele samenleving
Op korte termijn Lange termijn, leven
Vergroten van eigen geluk Vergroten van maatschappelijk geluk
Dilemma: keuze tussen 2 zaken die niet samengaan
Debat: beide partijen begrijpen elkaars belangen en waarde argumenten uitwisselen en
de ander proberen te overtuigen
Botsing: botsing tussen waarden en/of belangen van verschillende actoren die niet samen
kunnen gaan
Actor: persoon of groep die actief betrokken is bij een maatschappelijke botsing (als ze een
rol spelen in het debat, bijv auto schadelijk voormilieu geen actor want de auto kan niks
hieraan veranderen)
Maatschappelijk probleem kenmerken
Veel actoren hebben er mee te maken
Verschillende meningen over het probleem
De overheid kan een rol spelen bij de oplossing
Overheid: bestuur in een land dat wetten maakt, uitvoert en handhaaft (gemeente,
provincie, het land en Europa)
Maatschappelijk driehoek
Overheid: landelijk, provincie en gemeente
Maatschappelijk middenveld: actiegroepen, vakbonden, kerken en verenigingen
Markt: bedrijven, ondernemingen
Maatschappelijk middenveld: komen op voor waarden of belangen zonder winst te willen
maken bijv. Greenpeace
Strijd: het oplossen van maatschappelijke problemen door geweld en/of dran
, Hoofdstuk 2
Links:
Grote rol voor de overheid
Gelijkwaardigheid
Bescherming van de zwakkere mensen in de samenleving
Groen links, Pvda
Rechts:
Kleinere rol voor de overheid eigen initiatief van het individu
Vrijheid
Refendum: verkiezing over 1 maatschappelijk probleem
PVV, FVD
Midden:
Naastenliefde
VVD, D66, CDA
Ideologie: samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden over het maatschappelijk
geluk
Linkse ideologie:
Socialisme, sociaaldemocratie (progressief)
Emancipatie= bevordering van gelijke rechten
Tegen discriminatie
Rechtse ideologie:
Conservatisme= vasthouden aan het oude,
o Kleine rol van overheid eigen verantwoordelijkheid
Liberalisme (conservatief)
Midden ideologie:
Economische vrijheid= ev en talenten inzetten (bijna net zo belangrijk als rechts)
Persoonlijke vrijheid
Christen democratie
Extreem-links Links Midden Rechts Extreem-
rechts
Anarchisme en Socialisme/sociaal Liberalisme en Conservatisme Fascisme en
communisme democratie christendemocratie nazisme
Conservatief: weinig verandering
Progressief: vernieuwend, op verandering gericht
Hoofdstuk 3
Belangen: voordeel dat iemand heeft of kan krijgen (geld, vrije tijd,
Macht
Aanzien
Tijd
Informatie
Geld
Waarden: abstract ideaal dat mensen belangrijk vinden om na te streven (vrijheid,
eerlijkheid)
Belang Waarden
Voordeel Ideaal
Voordeel voor eigen groep of persoon Ideaal voor hele samenleving
Op korte termijn Lange termijn, leven
Vergroten van eigen geluk Vergroten van maatschappelijk geluk
Dilemma: keuze tussen 2 zaken die niet samengaan
Debat: beide partijen begrijpen elkaars belangen en waarde argumenten uitwisselen en
de ander proberen te overtuigen
Botsing: botsing tussen waarden en/of belangen van verschillende actoren die niet samen
kunnen gaan
Actor: persoon of groep die actief betrokken is bij een maatschappelijke botsing (als ze een
rol spelen in het debat, bijv auto schadelijk voormilieu geen actor want de auto kan niks
hieraan veranderen)
Maatschappelijk probleem kenmerken
Veel actoren hebben er mee te maken
Verschillende meningen over het probleem
De overheid kan een rol spelen bij de oplossing
Overheid: bestuur in een land dat wetten maakt, uitvoert en handhaaft (gemeente,
provincie, het land en Europa)
Maatschappelijk driehoek
Overheid: landelijk, provincie en gemeente
Maatschappelijk middenveld: actiegroepen, vakbonden, kerken en verenigingen
Markt: bedrijven, ondernemingen
Maatschappelijk middenveld: komen op voor waarden of belangen zonder winst te willen
maken bijv. Greenpeace
Strijd: het oplossen van maatschappelijke problemen door geweld en/of dran
, Hoofdstuk 2
Links:
Grote rol voor de overheid
Gelijkwaardigheid
Bescherming van de zwakkere mensen in de samenleving
Groen links, Pvda
Rechts:
Kleinere rol voor de overheid eigen initiatief van het individu
Vrijheid
Refendum: verkiezing over 1 maatschappelijk probleem
PVV, FVD
Midden:
Naastenliefde
VVD, D66, CDA
Ideologie: samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden over het maatschappelijk
geluk
Linkse ideologie:
Socialisme, sociaaldemocratie (progressief)
Emancipatie= bevordering van gelijke rechten
Tegen discriminatie
Rechtse ideologie:
Conservatisme= vasthouden aan het oude,
o Kleine rol van overheid eigen verantwoordelijkheid
Liberalisme (conservatief)
Midden ideologie:
Economische vrijheid= ev en talenten inzetten (bijna net zo belangrijk als rechts)
Persoonlijke vrijheid
Christen democratie
Extreem-links Links Midden Rechts Extreem-
rechts
Anarchisme en Socialisme/sociaal Liberalisme en Conservatisme Fascisme en
communisme democratie christendemocratie nazisme
Conservatief: weinig verandering
Progressief: vernieuwend, op verandering gericht
Hoofdstuk 3