Vreemdelingenrecht Samenvatting
Week 2 literatuur: h1, 2, 3 en 7.1.1 en 7.1.2
Vreemdelingen: migranten die naar Nederland komen of willen komen.
Twee soorten verblijfsvergunningen:
1. Verblijfsvergunning regulier om andere redenen dan de reden genoemd bij de
verblijfsvergunning asiel;
2. Verblijfsvergunning asiel o.g.v. bescherming tegen dreigende vervolging, marteling,
onmenselijke behandeling of vernederende bestraffing of behandeling in het land van herkomst.
Je hebt een verblijfsvergunning voor bepaalde- en onbepaalde tijd en kan voor beide soorten
verblijfsvergunningen worden afgegeven.
Materiëel vreemdelingenrecht: regelt de verblijfsrechten en de bijbehorende voorwaarden;
Formeel vreemdelingenrecht: procedurele vreemdelingenrecht.
Opbouw nationale bronnen m.b.t. Vreemdelingenrecht:
O.g.v. art. 2 lid 2 Gw dient de toelating en de uitzetting bij een wet in formele zin te worden
geregeld. De Vw 2000 is de wet geworden waar art. 2 Gw opdracht toe gaf.
Vw 2000 = Wet in formele zin
In de Vw 2000 wordt vaak verwezen naar een AMvB. Hiermee wordt het Vreemdelingenbesluit
2000 (Vb 2000) bedoeld en bevat algemeen verbindende voorschriften.
Vb 2000 = wet in materiële zin, namelijk een AMvB
In de Vw 2000 en Vb 2000 wordt de minister de bevoegdheid gegeven regels of voorschriften te
maken. Zonder deze uitdrukkelijke grondslag kan de minister geen regels afkondigen (officieel
bekendmaken). De regels die de minister heeft afgekondigd staan in het Voorschrift
Vreemdelingenrecht 2000, dit is een ministeriële regeling (art. 48 lid 2-3 Vw 2000).
Voorschrift Vreemdelingen 2000 = wet in materiële zin, namelijk een Ministeriële regeling
Het voordeel van regels opnemen in de Vreemdelingencirculaire is dat deze regels snel kunnen
worden aangepast, als dat nodig is.
Vreemdelingencirculaire 2000 = beleidsregels
Het Nederlandse Vreemdelingenrecht wordt beïnvloed door internationale verdragen en EU-recht.
En het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
(EVRM) en het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (VN-vluchtelingenverdrag) zijn van
belang bij het Vreemdelingenrecht.
Derdelanders: niet-Europese vreemdelingen. Recht om in Nederland te verblijven bestuursorgaan
aanvraag toegekend bij beschikking (formeel: Minister van Veiligheid en Justitie/ praktijk: beslissing
door medewerkers van Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)).
Unieburgers: Europese Burgers (gemeenschapsonderdanen (EUR/EER en Zwitserland)). Als ze aan de
in de regelgeving vermelde voorwaarden voldoen, hebben ze recht om in de andere lidstaten te
verblijven. Er is geen beschikking of verblijfsvergunning van een bestuursorgaan nodig om die
rechten te krijgen.
Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam 1999 zijn de bevoegdheden van de
Europese Unie uitgebreid ten opzichte van het maken van Europese regels omtrent de toelating en
het verblijf van onderdanen van derde landen. Het doel van deze richtlijnen en verordeningen is om
,de nationale regels van de lidstaten omtrent het immigratierecht te harmoniseren. M.b.t. toegang
van vreemdelingen tot Nederland is de Schengengrenscode en de Schengen
Uitvoeringsovereenkomst van belang. De Schengengrenscode en de Visumcode zijn verordeningen
van de Europese Unie. Deze regels zijn niet terug te vinden in de Nederlandse wetgeving, aangezien
verordeningen rechtstreeks toepasselijk zijn. Dit betekent tevens dat ze niet in nationale wetgeving
omgezet mogen worden.
Het Verdrag inzake de Europese Economische Ruimte (EER – 1994): een verdrag tussen de EU en
een aantal Europese landen die geen lid zijn van de EU (Noorwegen, IJsland, Liechtenstein). In dit
verdrag staan regels die aan de onderdanen van deze landen dezelfde rechten geven ten aanzien van
het vrije verkeer van personen als aan de onderdanen van de EU-lidstaten. Met
gemeenschapsonderdaan wordt in de Vw 2000 bedoeld elke vreemdeling die een
verblijfsaanspraak ontleent aan het unierecht, het EER-Verdrag of de overeenkomst tussen de EU
en Zwitserland (art. 1 Vw 2000).
Daarnaast zijn er ook associatieverdragen en samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen de EU
en derde staten, zoals het Associatieverdrag EEG-Turkije en de samenwerkingsovereenkomst tussen
de EU en Algerije, Marokko en Tunesië.
Ten opzichte van mensenrechtenverdragen heeft Nederland een monistische visie. Dit houdt in dat
onderdanen een beroep kunnen doen op een verdragsbepaling indien de bepaling zich leent voor
directe toepassing. Het internationale recht en het nationale recht behoren volgens deze visie tot
één rechtsorde.
Dualistische visie: het internationale recht en het nationale recht worden als twee van elkaar geheel
onafhankelijke rechtsorden gezien. Het internationale recht kan slechts doorwerken en burgers
kunnen er dan een beroep op doen wanneer het in nationaal recht is omgezet.
Mensenrechtenverdragen:
EVRM (art 8 EVRM; family life – aanvraag verblijfsvergunning voor gezinshereniging).
Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1951) ook wel genoemd verdrag van Geneve en
het aanvullende Protocol (1967), ook wel Protocol van New York genoemd.
Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBPR).
Verdrag tegen foltering en andere wrede of onterende behandeling (VN-Antifolterverdrag).
,Hoofdstuk 3 Toegang en kort verblijf
Definitie toegang: het feitelijk betreden van Nederlands grondgebied; in het licht van de
Schengenregels het feitelijk betreden van het gehele grondgebied van de Schengenstaten.
Verblijf in Nederland, 4 categorieën:
1. Kort verblijf (max. 90 dagen)
Familiebezoek of vakantie
2. Lang verblijf (regulier, langer dan 90 dagen)
Verblijfsvergunning regulier
3. Verblijf Unieburgers
Toegang d.m.v. ID-kaart of paspoort
Eventuele toegangsweigering kan o.g.v. redenen van openbare orde of openbare veiligheid, dan
wel volksgezondheid (grondslag art. 8.8 lid 1 en 2 Vb 2000)
4. Verblijf als vluchteling of asielzoeker
Verblijfsvergunning asiel
Schengenregels gevormd door Schengengrenscode (SGC, 2006) en bepalingen van de Schengen
Uitvoeringsovereenkomst (SUO, 1990). De SUO is een akkoord dat uitvoering geeft aan de ovk om de
controles aan de gemeenschappelijke grenzen af te schaffen. Deze regels bepalen dat buitengrenzen
zijn: de landsgrenzen van het Schengengebied. De binnengrenzen (de landsgrenzen van de
afzonderlijke lidstaten) zijn afgeschaft (art. 5 SGC). Toepassingsgebied, art. 3 SGC.
Stappen om te bepalen welke regeling van toepassing is (m.b.t. toegang):
1. Is de vreemdeling een gemeenschapsonderdaan (EG- en EER-burgers)?
Ja? > art. 8.8 jo. 8.7 Vb
Nee? > stap 2
2. Wil de vreemdeling korter dan negentig dagen in NL verblijven?
Ja? > art. 6 SGC
Nee? > art. 3 Vw
3. Is de vreemdeling een asielzoeker?
Ja? > art. 3 lid 3 t/m 8 Vw of art. 14 lid 1 SGC
Nee? > conclusie van stap 2 volgen
De SGC is v.t. indien de vreemdeling van plan is korter dan negentig dagen in een periode van zes
maanden te blijven, en de vreemdeling geen gemeenschapsonderdaan is.
Voorwaarden o.g.v. art. 6 lid 1 SGC:
Vreemdeling toont geldig document voor grensoverschrijding (paspoort), zo nodig een geldig
visum (art. 6 lid 1 SGC);
De reden van deze voorwaarde is om te kunnen bepalen in welk land het hoofddoel van het verblijf is gelegen, of de
middelen voldoende zijn en hoelang de vreemdeling van plan is om te verblijven in het Schengengebied.
Vreemdeling mag geen gevaar opleveren voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid, de
volksgezondheid of de internationale betrekkingen (art. 2.9 (lid 2) Vb 2000);
Vreemdeling beschikt over voldoende middelen (=geld) om zijn reis te bekostigen naar een
plaats buiten NL waar zijn toegang is gewaarborgd;
Aantonen verblijfsdoel + verblijfsomstandigheden
Geen signalering in SIS.
Uitzondering voor asiel (art. 14 lid 1 SGC)
,Schengeninformatiesysteem (SIS): een computersysteem waarin informatie staat over personen die
geen recht hebben om in het Schengengebied te verblijven of gezocht worden voor (betrokkenheid
bij) criminele activiteiten. De vreemdelingen die hier in voorkomen hun toegang wordt geweigerd.
Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn hangt af van verschillende factoren, waaronder de
duur van het voorgenomen verblijf, het reisdoel, de persoonlijke omstandigheden en de aard van het gebruikte
vervoermiddel. Vaste maatstaven worden niet gehanteerd. Ter indicatie wordt aangenomen dat vreemdelingen die
zelfstandig reizen, moeten kunnen voorzien in de kosten van hun verblijf en onderdak, hetgeen voor Nederland neerkomt op
een bedrag van ten minste € 34,- per persoon per dag. Dit bedrag is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een
plaats buiten Nederland waar de toegang is gewaarborgd. Onder middelen wordt niet alleen geld verstaan, maar ook een
retourticket, bankrekening, reischeques en creditcards. Wanneer de vreemdeling onvoldoende zekerheid kan stellen omtrent
de middelen dan zal de toegang worden geweigerd.
Mocht de vreemdeling langer dan 90 dagen in NL willen verblijven of de vreemdeling is een
gemeenschapsonderdaan dan is de Vw 2000 v.t. en de SGC niet. Voorwaarden o.g.v. art. 3 lid 1 Vw
2000:
Vreemdeling geldig document voor grensoverschrijding (paspoort), zo nodig een geldig visum
(=paspoortvereiste -> waarborg voor terugkeer naar land van herkomst);
Geen gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid dient te zijn (art. 2.9 (lid 2) Vb
2000);
Dient te beschikken over voldoende middelen (= geld);
Voorwaarden van art. 2.10 Vb (verblijfsdoel) en 2.11 Vb (zekerheidstelling) moet aantonen.
Uitzondering voor asiel: grensprocedure, art. 3 lid 3 t/m 8 Vw.
Paspoortvereiste: paspoort (grensoverschrijdingsdocument). Waarborgt terugkeer van vreemdeling
naar land van herkomst. Het paspoort moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit van een door
NL erkende staat. Het paspoort bevat een pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de
houder. De geldigheidsduur van het paspoort moet de duur van het voorgenomen verblijf
overschrijden.
Indien de vreemdeling aan de buitengrens een verblijfsvergunning asiel wil aanvragen, dan zal zijn
asielaanvraag in de grensprocedure (art. 3 lid 3-8 Vw 2000) worden getoetst. Op basis van art. 6 lid 3
Vw 2000 kan de vreemdeling in grensbewaring/bewaking worden gehouden. Het besluit omtrent de
weigering van toegang tot NL wordt uitgesteld voor ten hoogste vier weken. Tijdens deze termijn
wordt bekeken of:
a. de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat de Dublinverordening kan worden
toegepast en op basis daarvan een andere lidstaat binnen de EU verantwoordelijk is voor de
behandeling van het asielverzoek (art. 3 lid 3 sub a Vw jo. art. 30 Vw);
b. Niet-ontvankelijkheidverklaring aanvraag. Vreemdeling is bijvoorbeeld al erkend als vluchteling of
is afkomstig uit een veilig derde land (art. 3 lid 3 sub b Vw jo. art. 30a Vw);
c. aanvraag kennelijk (overduidelijk) ongegrond (art. 3 lid 3 sub c Vw jo. art. 30b Vw).
- Toegang wordt geweigerd o.g.v. art. 3 lid 6 Vw 2000. In dit geval zal een vrijheidsontnemende
maatregel worden opgelegd als bedoeld in art. 6 lid 1 Vw 2000. Als de toegang wel wordt
goedgekeurd zal zijn asielaanvraag behandeld worden in de Algemene Asielprocedure.
Visumvereiste: voorwaarde voor toegang voor niet-gemeenschapsonderdaan uit visumplichtig land.
Het hangt van de nationaliteit en de status van de vreemdeling af of hij visumplichtig is.
Een visum is dus niet verplicht voor:
Gemeenschapsonderdanen
Vreemdelingen uit landen die vrijgesteld zijn
, Doel: vreemdeling voor zijn komst naar Nederland aan een onderzoek onderwerpen naar: reisdoel,
reispapieren, antecedenten en bestaansmiddelen.
Internationale visa: visum voor kort verblijf, doorreisvisum en het luchthaventransitvisum. Wordt
afgegeven door de nationale autoriteiten volgens de Europese regelgeving, de Visumcode. Bevoegd:
Nederlandse bestuursorganen. De Visumcode heeft voorrang boven het nationale recht.
Doorreisvisum: indien doorreis door het Schengengebied of Nederland wordt beoogd, met een
oponthoud van ten hoogste vijf dagen.
Nationale visa: het visum voor machtiging tot voorlopig verblijf (art. 2p-2v Vw) en het
terugkeervisum (art. 2w-2bb Vw). Wordt afgegeven door de nationale autoriteiten volgens de
Nederlandse wetgeving, de Visumwet (sinds 1-1-2013 Vw 2000).
Terugkeervisum (art. 2w-2bb Vw):
Een vreemdeling die Nederland tijdelijk zal verlaten gedurende het tijdvak dat hij rechtmatig
verblijf heeft o.g.v. art. 8 sub a-h of I Vw 2000 (art. 2w lid 1 Vw).
Uitgezonderd: vreemdelingen die rechtmatig verblijf heeft in de vrije termijn (art. 64 Vw), of
iemand die aangifte heeft gedaan van mensenhandel.
Er wordt geen terugkeervisum verleend als de vreemdeling wil terugkeren naar zijn land van
herkomst en rechtmatig verblijft o.b.v. een verblijfsvergunning asiel (bepaalde- of onbepaalde
tijd)
Aanvraag door vreemdeling in persoon, art. 2z Vw 2000
Aanvraag geweigerd:
(1) Indien de vreemdeling niet door overlegging van documenten aannemelijk kan maken dat er
sprake is van een dringende reden die geen uitstel van vertrek mogelijk maakt, de
vreemdeling niet zelfstandig beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument of de
vreemdeling zich gedurende zijn verblijf in Nederland aan de maatregelen van toezicht heeft
onttrokken.
(2) O.b.v. gewichtige redenen (bv: vervolging van strafbare feiten).
(3) De vreemdeling vormt gevaar voor openbare orde of de nationale veiligheid, zich schuldig
heeft gemaakt aan of verdacht wordt van terrorisme, oorlogsmisdaden of andere misdaden
tegen de menselijkheid (art. 2x lid 1 Vw).
Beslissing op aanvraag: binnen 2 weken na de aanvraag. De termijn kan met 2 weken worden
verlengd (art. 2aa Vw 2000).
Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) (art. 2p-2v Vw)
Verblijf langer dan 90 dagen
Nationaal visum
Een mvv wordt aangevraagd voor een bepaald verblijfsdoel dat overeenkomst met de beperking
waarvoor een verblijfsvergunning regulier kan worden verleend (art. 3.13 jo. 3.18 Vb 2000).
Vreemdelingen die een verblijf in Nederland beogen van langer dan 90 dagen moeten in beginsel
in het bezit zijn van een geldige mvv. Zij hebben rechtmatig verblijf totdat de vreemdeling
rechtmatig verblijf heeft door in het bezit te komen van een verblijfsvergunning regulier voor
bepaalde tijd, maar niet langer dan de geldigheidsduur van de machtiging (art. 3.3 lid sub e Vb
2000). De houder heeft recht op doorreis over het grondgebied van de overige Schengenlanden.
Mvv-vereiste = overheidsmiddel de overheid kan voor de komst naar Nederland beoordelen
of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde vereisten voldoet, zonder daarbij door zijn
aanwezigheid hier in Nederland voor een voldongen feit te worden geplaatst.
Aanvraag door vreemdeling in persoon of referent (art. 2s lid 1 sub a-b Vw 2000)
Week 2 literatuur: h1, 2, 3 en 7.1.1 en 7.1.2
Vreemdelingen: migranten die naar Nederland komen of willen komen.
Twee soorten verblijfsvergunningen:
1. Verblijfsvergunning regulier om andere redenen dan de reden genoemd bij de
verblijfsvergunning asiel;
2. Verblijfsvergunning asiel o.g.v. bescherming tegen dreigende vervolging, marteling,
onmenselijke behandeling of vernederende bestraffing of behandeling in het land van herkomst.
Je hebt een verblijfsvergunning voor bepaalde- en onbepaalde tijd en kan voor beide soorten
verblijfsvergunningen worden afgegeven.
Materiëel vreemdelingenrecht: regelt de verblijfsrechten en de bijbehorende voorwaarden;
Formeel vreemdelingenrecht: procedurele vreemdelingenrecht.
Opbouw nationale bronnen m.b.t. Vreemdelingenrecht:
O.g.v. art. 2 lid 2 Gw dient de toelating en de uitzetting bij een wet in formele zin te worden
geregeld. De Vw 2000 is de wet geworden waar art. 2 Gw opdracht toe gaf.
Vw 2000 = Wet in formele zin
In de Vw 2000 wordt vaak verwezen naar een AMvB. Hiermee wordt het Vreemdelingenbesluit
2000 (Vb 2000) bedoeld en bevat algemeen verbindende voorschriften.
Vb 2000 = wet in materiële zin, namelijk een AMvB
In de Vw 2000 en Vb 2000 wordt de minister de bevoegdheid gegeven regels of voorschriften te
maken. Zonder deze uitdrukkelijke grondslag kan de minister geen regels afkondigen (officieel
bekendmaken). De regels die de minister heeft afgekondigd staan in het Voorschrift
Vreemdelingenrecht 2000, dit is een ministeriële regeling (art. 48 lid 2-3 Vw 2000).
Voorschrift Vreemdelingen 2000 = wet in materiële zin, namelijk een Ministeriële regeling
Het voordeel van regels opnemen in de Vreemdelingencirculaire is dat deze regels snel kunnen
worden aangepast, als dat nodig is.
Vreemdelingencirculaire 2000 = beleidsregels
Het Nederlandse Vreemdelingenrecht wordt beïnvloed door internationale verdragen en EU-recht.
En het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
(EVRM) en het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (VN-vluchtelingenverdrag) zijn van
belang bij het Vreemdelingenrecht.
Derdelanders: niet-Europese vreemdelingen. Recht om in Nederland te verblijven bestuursorgaan
aanvraag toegekend bij beschikking (formeel: Minister van Veiligheid en Justitie/ praktijk: beslissing
door medewerkers van Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)).
Unieburgers: Europese Burgers (gemeenschapsonderdanen (EUR/EER en Zwitserland)). Als ze aan de
in de regelgeving vermelde voorwaarden voldoen, hebben ze recht om in de andere lidstaten te
verblijven. Er is geen beschikking of verblijfsvergunning van een bestuursorgaan nodig om die
rechten te krijgen.
Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam 1999 zijn de bevoegdheden van de
Europese Unie uitgebreid ten opzichte van het maken van Europese regels omtrent de toelating en
het verblijf van onderdanen van derde landen. Het doel van deze richtlijnen en verordeningen is om
,de nationale regels van de lidstaten omtrent het immigratierecht te harmoniseren. M.b.t. toegang
van vreemdelingen tot Nederland is de Schengengrenscode en de Schengen
Uitvoeringsovereenkomst van belang. De Schengengrenscode en de Visumcode zijn verordeningen
van de Europese Unie. Deze regels zijn niet terug te vinden in de Nederlandse wetgeving, aangezien
verordeningen rechtstreeks toepasselijk zijn. Dit betekent tevens dat ze niet in nationale wetgeving
omgezet mogen worden.
Het Verdrag inzake de Europese Economische Ruimte (EER – 1994): een verdrag tussen de EU en
een aantal Europese landen die geen lid zijn van de EU (Noorwegen, IJsland, Liechtenstein). In dit
verdrag staan regels die aan de onderdanen van deze landen dezelfde rechten geven ten aanzien van
het vrije verkeer van personen als aan de onderdanen van de EU-lidstaten. Met
gemeenschapsonderdaan wordt in de Vw 2000 bedoeld elke vreemdeling die een
verblijfsaanspraak ontleent aan het unierecht, het EER-Verdrag of de overeenkomst tussen de EU
en Zwitserland (art. 1 Vw 2000).
Daarnaast zijn er ook associatieverdragen en samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen de EU
en derde staten, zoals het Associatieverdrag EEG-Turkije en de samenwerkingsovereenkomst tussen
de EU en Algerije, Marokko en Tunesië.
Ten opzichte van mensenrechtenverdragen heeft Nederland een monistische visie. Dit houdt in dat
onderdanen een beroep kunnen doen op een verdragsbepaling indien de bepaling zich leent voor
directe toepassing. Het internationale recht en het nationale recht behoren volgens deze visie tot
één rechtsorde.
Dualistische visie: het internationale recht en het nationale recht worden als twee van elkaar geheel
onafhankelijke rechtsorden gezien. Het internationale recht kan slechts doorwerken en burgers
kunnen er dan een beroep op doen wanneer het in nationaal recht is omgezet.
Mensenrechtenverdragen:
EVRM (art 8 EVRM; family life – aanvraag verblijfsvergunning voor gezinshereniging).
Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1951) ook wel genoemd verdrag van Geneve en
het aanvullende Protocol (1967), ook wel Protocol van New York genoemd.
Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBPR).
Verdrag tegen foltering en andere wrede of onterende behandeling (VN-Antifolterverdrag).
,Hoofdstuk 3 Toegang en kort verblijf
Definitie toegang: het feitelijk betreden van Nederlands grondgebied; in het licht van de
Schengenregels het feitelijk betreden van het gehele grondgebied van de Schengenstaten.
Verblijf in Nederland, 4 categorieën:
1. Kort verblijf (max. 90 dagen)
Familiebezoek of vakantie
2. Lang verblijf (regulier, langer dan 90 dagen)
Verblijfsvergunning regulier
3. Verblijf Unieburgers
Toegang d.m.v. ID-kaart of paspoort
Eventuele toegangsweigering kan o.g.v. redenen van openbare orde of openbare veiligheid, dan
wel volksgezondheid (grondslag art. 8.8 lid 1 en 2 Vb 2000)
4. Verblijf als vluchteling of asielzoeker
Verblijfsvergunning asiel
Schengenregels gevormd door Schengengrenscode (SGC, 2006) en bepalingen van de Schengen
Uitvoeringsovereenkomst (SUO, 1990). De SUO is een akkoord dat uitvoering geeft aan de ovk om de
controles aan de gemeenschappelijke grenzen af te schaffen. Deze regels bepalen dat buitengrenzen
zijn: de landsgrenzen van het Schengengebied. De binnengrenzen (de landsgrenzen van de
afzonderlijke lidstaten) zijn afgeschaft (art. 5 SGC). Toepassingsgebied, art. 3 SGC.
Stappen om te bepalen welke regeling van toepassing is (m.b.t. toegang):
1. Is de vreemdeling een gemeenschapsonderdaan (EG- en EER-burgers)?
Ja? > art. 8.8 jo. 8.7 Vb
Nee? > stap 2
2. Wil de vreemdeling korter dan negentig dagen in NL verblijven?
Ja? > art. 6 SGC
Nee? > art. 3 Vw
3. Is de vreemdeling een asielzoeker?
Ja? > art. 3 lid 3 t/m 8 Vw of art. 14 lid 1 SGC
Nee? > conclusie van stap 2 volgen
De SGC is v.t. indien de vreemdeling van plan is korter dan negentig dagen in een periode van zes
maanden te blijven, en de vreemdeling geen gemeenschapsonderdaan is.
Voorwaarden o.g.v. art. 6 lid 1 SGC:
Vreemdeling toont geldig document voor grensoverschrijding (paspoort), zo nodig een geldig
visum (art. 6 lid 1 SGC);
De reden van deze voorwaarde is om te kunnen bepalen in welk land het hoofddoel van het verblijf is gelegen, of de
middelen voldoende zijn en hoelang de vreemdeling van plan is om te verblijven in het Schengengebied.
Vreemdeling mag geen gevaar opleveren voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid, de
volksgezondheid of de internationale betrekkingen (art. 2.9 (lid 2) Vb 2000);
Vreemdeling beschikt over voldoende middelen (=geld) om zijn reis te bekostigen naar een
plaats buiten NL waar zijn toegang is gewaarborgd;
Aantonen verblijfsdoel + verblijfsomstandigheden
Geen signalering in SIS.
Uitzondering voor asiel (art. 14 lid 1 SGC)
,Schengeninformatiesysteem (SIS): een computersysteem waarin informatie staat over personen die
geen recht hebben om in het Schengengebied te verblijven of gezocht worden voor (betrokkenheid
bij) criminele activiteiten. De vreemdelingen die hier in voorkomen hun toegang wordt geweigerd.
Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn hangt af van verschillende factoren, waaronder de
duur van het voorgenomen verblijf, het reisdoel, de persoonlijke omstandigheden en de aard van het gebruikte
vervoermiddel. Vaste maatstaven worden niet gehanteerd. Ter indicatie wordt aangenomen dat vreemdelingen die
zelfstandig reizen, moeten kunnen voorzien in de kosten van hun verblijf en onderdak, hetgeen voor Nederland neerkomt op
een bedrag van ten minste € 34,- per persoon per dag. Dit bedrag is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een
plaats buiten Nederland waar de toegang is gewaarborgd. Onder middelen wordt niet alleen geld verstaan, maar ook een
retourticket, bankrekening, reischeques en creditcards. Wanneer de vreemdeling onvoldoende zekerheid kan stellen omtrent
de middelen dan zal de toegang worden geweigerd.
Mocht de vreemdeling langer dan 90 dagen in NL willen verblijven of de vreemdeling is een
gemeenschapsonderdaan dan is de Vw 2000 v.t. en de SGC niet. Voorwaarden o.g.v. art. 3 lid 1 Vw
2000:
Vreemdeling geldig document voor grensoverschrijding (paspoort), zo nodig een geldig visum
(=paspoortvereiste -> waarborg voor terugkeer naar land van herkomst);
Geen gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid dient te zijn (art. 2.9 (lid 2) Vb
2000);
Dient te beschikken over voldoende middelen (= geld);
Voorwaarden van art. 2.10 Vb (verblijfsdoel) en 2.11 Vb (zekerheidstelling) moet aantonen.
Uitzondering voor asiel: grensprocedure, art. 3 lid 3 t/m 8 Vw.
Paspoortvereiste: paspoort (grensoverschrijdingsdocument). Waarborgt terugkeer van vreemdeling
naar land van herkomst. Het paspoort moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit van een door
NL erkende staat. Het paspoort bevat een pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de
houder. De geldigheidsduur van het paspoort moet de duur van het voorgenomen verblijf
overschrijden.
Indien de vreemdeling aan de buitengrens een verblijfsvergunning asiel wil aanvragen, dan zal zijn
asielaanvraag in de grensprocedure (art. 3 lid 3-8 Vw 2000) worden getoetst. Op basis van art. 6 lid 3
Vw 2000 kan de vreemdeling in grensbewaring/bewaking worden gehouden. Het besluit omtrent de
weigering van toegang tot NL wordt uitgesteld voor ten hoogste vier weken. Tijdens deze termijn
wordt bekeken of:
a. de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat de Dublinverordening kan worden
toegepast en op basis daarvan een andere lidstaat binnen de EU verantwoordelijk is voor de
behandeling van het asielverzoek (art. 3 lid 3 sub a Vw jo. art. 30 Vw);
b. Niet-ontvankelijkheidverklaring aanvraag. Vreemdeling is bijvoorbeeld al erkend als vluchteling of
is afkomstig uit een veilig derde land (art. 3 lid 3 sub b Vw jo. art. 30a Vw);
c. aanvraag kennelijk (overduidelijk) ongegrond (art. 3 lid 3 sub c Vw jo. art. 30b Vw).
- Toegang wordt geweigerd o.g.v. art. 3 lid 6 Vw 2000. In dit geval zal een vrijheidsontnemende
maatregel worden opgelegd als bedoeld in art. 6 lid 1 Vw 2000. Als de toegang wel wordt
goedgekeurd zal zijn asielaanvraag behandeld worden in de Algemene Asielprocedure.
Visumvereiste: voorwaarde voor toegang voor niet-gemeenschapsonderdaan uit visumplichtig land.
Het hangt van de nationaliteit en de status van de vreemdeling af of hij visumplichtig is.
Een visum is dus niet verplicht voor:
Gemeenschapsonderdanen
Vreemdelingen uit landen die vrijgesteld zijn
, Doel: vreemdeling voor zijn komst naar Nederland aan een onderzoek onderwerpen naar: reisdoel,
reispapieren, antecedenten en bestaansmiddelen.
Internationale visa: visum voor kort verblijf, doorreisvisum en het luchthaventransitvisum. Wordt
afgegeven door de nationale autoriteiten volgens de Europese regelgeving, de Visumcode. Bevoegd:
Nederlandse bestuursorganen. De Visumcode heeft voorrang boven het nationale recht.
Doorreisvisum: indien doorreis door het Schengengebied of Nederland wordt beoogd, met een
oponthoud van ten hoogste vijf dagen.
Nationale visa: het visum voor machtiging tot voorlopig verblijf (art. 2p-2v Vw) en het
terugkeervisum (art. 2w-2bb Vw). Wordt afgegeven door de nationale autoriteiten volgens de
Nederlandse wetgeving, de Visumwet (sinds 1-1-2013 Vw 2000).
Terugkeervisum (art. 2w-2bb Vw):
Een vreemdeling die Nederland tijdelijk zal verlaten gedurende het tijdvak dat hij rechtmatig
verblijf heeft o.g.v. art. 8 sub a-h of I Vw 2000 (art. 2w lid 1 Vw).
Uitgezonderd: vreemdelingen die rechtmatig verblijf heeft in de vrije termijn (art. 64 Vw), of
iemand die aangifte heeft gedaan van mensenhandel.
Er wordt geen terugkeervisum verleend als de vreemdeling wil terugkeren naar zijn land van
herkomst en rechtmatig verblijft o.b.v. een verblijfsvergunning asiel (bepaalde- of onbepaalde
tijd)
Aanvraag door vreemdeling in persoon, art. 2z Vw 2000
Aanvraag geweigerd:
(1) Indien de vreemdeling niet door overlegging van documenten aannemelijk kan maken dat er
sprake is van een dringende reden die geen uitstel van vertrek mogelijk maakt, de
vreemdeling niet zelfstandig beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument of de
vreemdeling zich gedurende zijn verblijf in Nederland aan de maatregelen van toezicht heeft
onttrokken.
(2) O.b.v. gewichtige redenen (bv: vervolging van strafbare feiten).
(3) De vreemdeling vormt gevaar voor openbare orde of de nationale veiligheid, zich schuldig
heeft gemaakt aan of verdacht wordt van terrorisme, oorlogsmisdaden of andere misdaden
tegen de menselijkheid (art. 2x lid 1 Vw).
Beslissing op aanvraag: binnen 2 weken na de aanvraag. De termijn kan met 2 weken worden
verlengd (art. 2aa Vw 2000).
Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) (art. 2p-2v Vw)
Verblijf langer dan 90 dagen
Nationaal visum
Een mvv wordt aangevraagd voor een bepaald verblijfsdoel dat overeenkomst met de beperking
waarvoor een verblijfsvergunning regulier kan worden verleend (art. 3.13 jo. 3.18 Vb 2000).
Vreemdelingen die een verblijf in Nederland beogen van langer dan 90 dagen moeten in beginsel
in het bezit zijn van een geldige mvv. Zij hebben rechtmatig verblijf totdat de vreemdeling
rechtmatig verblijf heeft door in het bezit te komen van een verblijfsvergunning regulier voor
bepaalde tijd, maar niet langer dan de geldigheidsduur van de machtiging (art. 3.3 lid sub e Vb
2000). De houder heeft recht op doorreis over het grondgebied van de overige Schengenlanden.
Mvv-vereiste = overheidsmiddel de overheid kan voor de komst naar Nederland beoordelen
of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde vereisten voldoet, zonder daarbij door zijn
aanwezigheid hier in Nederland voor een voldongen feit te worden geplaatst.
Aanvraag door vreemdeling in persoon of referent (art. 2s lid 1 sub a-b Vw 2000)