“Ik heb je wel door hoor, je bedondert mij!!”
Student
Studentnummer:
Naam docent: Nelida Sanches & Sharon Visser
Cursus: Ervaringsgericht leren in de zorg
Cursushouder: Susan Jedeloo, Dennis Verwoert & Maartje Klomp-Heuvelmans
Code: OVK31ELZ01
Opleiding: Verpleegkundige, Hogeschool Rotterdam
Datum: 15-03-2025
,Naam. studentnummer
Inhoud
Inleiding..................................................................................................................................................2
WHAT?- Fase..........................................................................................................................................3
SO WHAT?- Fase.....................................................................................................................................5
Thema 1: Onbegrepen gedrag van de patiënt met dementie.............................................................5
Thema 2: Gevoelens en gedachtes van de patiënt.............................................................................5
Thema 3: Communicatie met een patiënt met dementie...................................................................5
Thema 4: Mijn eigen gevoelens en gedachtes....................................................................................6
Overkoepelende vraagstelling............................................................................................................6
NOW WHAT?- Fase.................................................................................................................................6
Interventies en communicatiestrategieën..........................................................................................7
De STA OP! en ABC-methode.............................................................................................................7
Interview............................................................................................................................................8
Conclusie............................................................................................................................................8
Heroverweging.......................................................................................................................................8
Reflectie op leren...................................................................................................................................9
Reflectieve Casestudie en ProCo lessen.............................................................................................9
Samenwerking met Critical Friends..................................................................................................10
Leerwensen voor semester 2............................................................................................................10
Literatuurlijst:.......................................................................................................................................10
Bijlagen I: Codeboom........................................................................................................................11
Bijlage III- ELIZ-ProCo-Onbegrepen gedrag- Voorbereiding en Reflectie 2023-2024........................20
Bijlage IV: Peerfeedback pitch..........................................................................................................25
Inleiding
In mijn derde opleidingsjaar van de hbo-verpleegkunde, loop ik een half jaar stage op de afdeling
Urologie/Chirurgie in een ziekenhuis, in regio Rotterdam. Dit is een uitgebreide afdeling waar
patiënten met verschillende ziektebeelden behandeld worden. Op de afdeling zijn 22 bedden over 9
kamers beschikbaar om zorg te verlenen. De afdeling bestaat uit een hecht team wat dagelijks
2
,Naam. studentnummer
verdeeld wordt over de kamers. De afdeling bestaat voornamelijk uit patiënten die zijn opgenomen
voor/na een chirurgische ingreep.
In dit verslag beschrijf ik een casus dat ik tijdens mijn tweede week stage op de afdeling heb
meegemaakt. Deze casus gaat over mevrouw Truus (dit is een fictieve naam i.v.m. de privacy wet).
Mevrouw Truus is 78 jaar oud en heeft een voorgeschiedenis van dementie en diabetes type II.
Mevrouw werd op de afdeling opgenomen met een decubitus voet. Mevrouw ligt nu ongeveer 2
dagen op de afdeling vanwege mogelijke amputatie van haar necrose teen. Mevrouw komt van een
gesloten kliniek en heeft daar een vaste begeleider. Mw. is alleenstaand en heeft een broer, waar zij
geen contact mee heeft. Mevrouw is vaak verward en kan hierdoor standvastig zijn.
Het is mijn taak om mevrouw in de ochtend te helpen met de ADL en haar op de afdeling te houden
door haar vertrouwen te winnen. Helaas ging het niet zoals ik had gehoopt. Mevrouw was
vastbesloten, dat zij de afdeling wilden verlaten om naar huis te gaan. Door tegen mevrouw te liegen
dat ik haar persoonlijk naar de uitgang zou begeleiden, leek het mij te lukken om mevrouw af te
leiden. Echter had mevrouw mij al snel door dat we een rondje aan het lopen waren en reageerde
hier heftig naar mij toe, waardoor ik niet meer wist wat ik moest doen of zeggen. Dit was op dat
moment mijn handelingsverlegenheid.
WHAT?- Fase
Het is Maandagochtend en ik loop de afdeling binnen. Ik kijk naar het grote scherm met de
dagverdeling, vandaag sta ik op kamer 9 t/m 13 met een onbekende collega. Tijdens het inlezen valt
het mij op dat er een patiënt met een psychiatrische achtergrond op de kamer afgezonderd ligt. In
het dossier van mevrouw lees ik dat mevrouw is opgenomen wegens necrose aan de tenen. In de
rapportage van de nacht staat beschreven dat mevrouw gefixeerd op het bed ligt voor haar eigen
veiligheid. Dit geeft mij een nieuwsgierig en spannend gevoel, aangezien ik nog nooit z’n situatie heb
meegemaakt. Op dat moment roept mijn collega mij om aan de verzorging te beginnen.
3
, Naam. studentnummer
Ik pak de adl spullen bij elkaar en loop richting kamer 13. Mijn collega staat al bij het bed van Truus,
om haar los te maken van de fixatie. Mijn collega kijkt mij aan en zegt tegen mij dat zij het overneemt
en dat ik naar kamer 10 moet gaan.
Terwijl ik later op de dag de kamer van Truus binnen loop schrik ik, er ligt een spoor van bloed op de
grond. Ik kijk met grote ogen naar Truus en vraag: “Truus, wat is er gebeurd”? Truus kijkt verbaasd
naar mij en zegt: “Ik ga naar huis, zie je dat niet?”. “Truus u mag nog niet weg ” zeg ik. “NEE, ik wil
naar huis!”, schreeuwt Truus naar mij. Truus kijkt mij boos aan en begint haastig met inpakken van
haar spullen. Terwijl Truus bezig is, zie ik dat er bloeddruppels onder haar mouw vandaan komt. Ik
kijk rond en zie dat het infuuspomp uitstaat, op eens schiet het me naar binnen dat Truus de pomp
heeft uitgezet nadat ze het infuus uit haar arm heeft getrokken. Hierdoor begin ik mij een onrustig te
voelen. Op dat moment komt mijn collega de kamer binnen en vraagt naar de situatie. Ik leg de
situatie uit. Mijn collega helpt Truus bij het verzorgen van haar arm en zegt tegen mij dat Truus de
kamer niet mag verlaten en loopt weg. Ik voel mij in het diepe gegooid en denk bij mezelf ‘ik kan hier
toch niet de hele tijd blijven?’.
Truus loopt met haar rollator naar de opening van de deur waar ik sta en zegt opdringerig: “Ga is aan
de kant, ik moet er langs”. “Waar gaat u naar toe Truus?” vraag ik. “Ik ga naar huis”, zegt Truus en
duwt mij noodgedwongen om een stap op zij te zetten. Ik roep Truus maar ze luistert niet en loopt
verder de gang op. Hierdoor krijg ik paniek en voel gedwongen om haar te stoppen. Ik stap voor
Truus haar rollator en houd deze vast en zeg rustig: “Truus u kunt nog niet naar huis toe”. “NEE, ik wil
nu naar huis! Schreeuwt Truus geïrriteerd. Ik zie de spanning en frustratie opbouwen bij Truus in
haar stem en gezichtsuitdrukking. Zelf voel ik ook lichte frustratie opkomen. Truus blijft proberen de
rollator voortduwen, ondanks dat ik ervoor staat. “Ik moet nu naar huis”, zegt Truus met een
fronsend gezicht. ‘Maar Truus u mag ook naar huis als de arts bij u is geweest’, lieg ik tegen haar
wetende dat zij vandaag waarschijnlijk voor ok gaat. Het voelt niet fijn om te liegen, de situatie loopt
uit de hand, gaat er door mij heen. “NEE, ik ga niet nog langer wachten!” gilt Truus. Ik begin
geïrriteerd te raken en haal een paar keer diep adem. Ik schuif mij over mijn gedachten en gevoelens
heen.
Een collega komt aan lopen en vertelt tegen Truus dat ik met haar mee gaat lopen naar de uitgang.
Waarom had ik dit niet zelf kunnen bedenken, gaat er door me hoofd heen. Truus kalmeerde en wijst
naar de uitgang. Ik zeg tegen Truus dat zij de groende bordjes met het uitgang teken mag volgen,
naar rechts toe. Truus reageerde kritisch met: “Maar dat daar is de uitgang”. “Nee, Truus dat is voor
het personeel, u moet hier naar rechts voor de patiënten uitgang”, lieg ik alweer. Zo kan ik haar
proberen af te leiden en kalmeren gaat er door mij heen. Truus kijkt mij betwijfelend aan, maar loopt
toch mee. Op een gegeven moment vraagt Truus verbaast: Lopen we nou een rondje? Ik antwoord
met: Nee, hoor Truus als we hier naar rechts gaan is de uitgang”. Truus kijkt mij wantrouwig aan en
antwoord met: Ik geloof je niet, maar het zal wel. Eenmaal de hoek om staan we direct voor Truus
haar kamer. Truus draait haar hoofd en kijkt mij met grote ogen aan en haalt diep adem. “IK HEB JE
WEL DOOR HOOR, JE LAAT ME PODVERDIKKEME GEWOON EEN RONDJE LOPEN, JE BEDONDERT MIJ!”
schreeuwt Truus en beweegt met haar armen in het rond. Ik schrik en kijk wanhopig in het rond. Er
gaat van alles door mij heen, geschrokken, betrapt, schuldgevoel omdat ik haar misleid heb. Ik weet
niet wat ik moet zeggen of kan doen om de situatie te herstellen. Gaat ze mij nog vertrouwen?
Waarom gaat het fout? Ik kijk haar aan, maar ik kan geen woorden vinden.
4