Essayistische beschouwing
24-09-2020
Els Willemsen
Mijn (voor)oordeel over vooroordelen
Gisteren liep ik ‘s avonds een blokje om, om even frisse lucht te krijgen in deze Corona tijd.
Het was al donker en een beetje miezerig guur weer. Er kwam een man in een donkere
hoodie mij tegemoet lopen. Hij liep een beetje onzeker alsof hij dronken was. Ik besloot aan
de andere kant van de straat te gaan lopen omdat ik het een onguur type vond. Ik had geen
zin in een confrontatie. Ik realiseerde me tegelijkertijd dat ik niets van deze man wist en dat
ik direct een vooroordeel had die me tot actie aanzette. Is het goed om vooroordelen te
hebben en verstandig dat ik uitgeweken ben? Misschien was de man ziek en had ik hem
moeten helpen? Hoe kom ik eigenlijk aan deze en andere vooroordelen? Hoe ontstaan
vooroordelen?
Ik merk bij mezelf dat ik meer vooroordelen heb. Ik associeerde een homo man meteen met
een man die zich vol van glitter en glamour aankleed. Ook zou hij een “vrouwelijk” loopje
hebben en een piepstemmetje. Deze vooroordelen zijn niet goed en ik heb ook last van
vooroordelen van anderen. Ik zit namelijk op korfbal. Als ik aan anderen vertel op welke
sport ik zit wordt er vaak lacherig over gedaan. Het is namelijk een sport voor watjes. Het
duurt ook niet lang voordat de “grap” over gemengd douchen gemaakt is. Een imago dat de
sport maar niet van zich af kan schudden.
We leren van jongs af aan mensen in hokjes te plaatsen. Veel vooroordelen komen voort uit
stereotypes. Associaties en generalisaties die je maakt bij specifieke groepen. Zonder erbij
stil te staan hebben we vooroordelen over zowel vrienden als onbekenden. Onbewust wordt
er ons een verschil tussen man en vrouw en jong en oud aangeleerd. Zo zijn vrouwen
zorgzaam en kunnen ze niet auto rijden. Oudere mensen worden als onhandig met
technologie gezien, etc. Dit zijn dus eigenlijk clichés die we d.m.v cultuur, sociale media en
onze ouders bewust of onbewust aangeleerd krijgen, en die mede ons gedrag bepalen. Uit
een onderzoek van de Universiteit van Utrecht blijkt dat witte sollicitanten met Nederlandse
namen 30 procent meer kans hebben om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek
dan mensen met een migratieachtergrond.1 Er zijn dus vooroordelen over mensen met een
migratieachtergrond die grote consequenties hebben.
Het woord vooroordeel bestaat uit de woorden voor en oordeel. Je moet dus van te voren
ergens over oordelen zonder dat je het al hebt meegemaakt. Dit gaat natuurlijk niet altijd op
maar laat wel de kern zien waarom we ze hebben. Het is soms namelijk erg belangrijk om
van te voren een situatie goed in te schatten. Toen ik mijzelf afvroeg waar vooroordelen
vandaan komen dacht ik gelijk aan de oertijd. Toen wij als homo sapiens veel vaker in
gevaarlijke situaties terechtkwamen. Er moest veel vaker ingeschat worden of vluchten of
vechten de beste optie was. We associeerden een leeuw met gevaarlijk: “daar moet ik voor
oppassen”. Door onbewust die associaties te maken in ons hoofd hoefden we niet na te
denken om een beslissing te nemen. Hierdoor konden we veel sneller het besluit nemen om
te vluchten en de kans verkleinen om gedood te worden door de leeuw. Dus die onbewuste
associaties, dat vooroordelen ook zijn, hebben ons in het verleden en ook zeker nu echt
geholpen. Nu komen we niet zoveel vijandelijke dieren tegen. Tegenwoordig komen we
vooral met andere mensen in contact en daardoor zijn we ook veel meer keuzes gaan
1 Universiteit Utrecht (2019).Gediscrimineerde sollicitant kan weinig doen om baankans te vergroten.
Geraadpleegd op 18 november 2020, van https://www.uu.nl/nieuws/gediscrimineerde-sollicitant-kan-
weinig-doen-om-baankans-te-vergroten