Week Volmacht
Vraag 1
Welke rechtsverhoudingen kunnen voortvloeien uit de verlening van een volmacht?
• De verhouding tussen de gevolmachtigde en de volmachtgever.
Deze kan bijv. ontstaan door overeenkomst van opdracht. Deze rechtsverhouding vloeit niet
voort uit titel 3.3.
• De verhouding tussen de gevolmachtigde en de derde.
Zie ook (3:66 lid 2), (3:70) en (3:71 lid 1).
• De verhouding tussen de volmachtgever en de derde.
Zie ook (3:60), (3:61 lid 2 en 3), (3:66 lid 1) en (HR ING/Bera): soms komt het naar
verkeersopvatting voor rekening van de volmachtgever als er geen toereikende volmacht
verleend was. Zoals bijv. in de AH een kassière, daar hoef je niet te twijfelen aan de
bevoegdheid van de kassière.
NB
(3:66 lid 2) Alleen de kennis van de gevolmachtigde wordt beschouwd omdat die slechts betrokken
was bij de rechtshandeling. Dus als de gevolmachtigde te goeder trouw was dan is de volmachtgever dat
ook als die verder niet betrokken was bij de rechtshandeling. Als de volmachtgever wel betrokken was
bij de rechtshandeling en niet te goeder trouw was dan is het een ander verhaal.
Om de volmachtgever te binden is het niet vereist dat de gevolmachtigde handelt in het belang. (HR
Citco/Da Costa Gomez) impliceert echter dat dat op de achtergrond zou kunnen spelen.
Antwoord docent
Er zijn 2 gevallen waarbij er onderscheid moet zijn. Onbevoegdheid volmacht en de volmacht eindigt.
Art 3:76 BW is een ander variant van 70 en tegenhanger van 61 lid 2 BW.
Titel 3.3 zegt niks over de rechtsverhouding achter gevolmachtigde en volmacht.
Vraag 2
In hoeverre is het volgens het Nederlandse recht vereist dat de gevolmachtigde handelt in het
belang van de volmachtgever?
Om de volmachtgever te binden is het volgens de wet niet vereist dat de gevolmachtigde handelt in het
belang van de volmachtgever. Voor de algemene volmacht ligt deze eis toch besloten in (HR Citco/Da
Costa Gomez). Daarin is bepaald dat een volmacht slechts in het voordeel van een derde kan worden
gebruikt, terwijl dit de belangen van de volmachtgever aantast, als dit ondubbelzinnig blijkt uit de
volmacht.
Hier staat niks over in art. 3:60 BW. De wetgever heeft dat niet gedeeld omdat derden zich moeten
afvragen in wiens belang het is. Als je een auto verkoopt voor een tientje kan een derde hier raar over
denken. De wetgever heeft hier niks over besloten. Onbevoegde vertegenwoordiging wanneer buiten de
volmacht is gehandeld en dan zit je in de riedel van schijn van volmacht en garantie verbintenissen.
Vraag 3
Wat is het onderscheid tussen een algemene en een bijzondere volmacht?
Algemene volmacht: algemene volmacht is een volmacht die alle zaken van de volmachtgever en alle
rechtshandelingen omvat behalve hetgeen bij schriftelijke en ondubbelzinnige bepaling is uitgesloten
(3:62 lid 1). Levenstestament situatie wanneer volmachtgever wilsonbekwaam is geworden, dan kan je
algemene volmacht toepassen
Bijzondere volmacht: volmacht die niet beantwoordt aan de omschrijving van (3:62 lid 1). Dit is een
volmacht waarin rechtshandelingen in algemene bewoordingen zijn omschreven. Ze zijn bijv. aangeduid
naar hun aard of doel. De volmacht omvat ondubbelzinnige (dus niet per se schriftelijke) bepalingen
over het verrichten van beschikkingshandelingen, bij gebreke waarvan de volmacht geen
,beschikkingshandelingen legitimeert.
Twee sub categorieën:
1. Voor een bepaald doel: hoeft niet ondubbelzinnig vast te staan om te mogen beschikken. Een
bepaald doel kan bijv. zijn ik wil deze auto, waar algemene bewoording kan zijn ik wil een
auto. Bij algemene volmacht is het meer doe maar alles behalve dit.
Bij een volmacht voor een bepaald doel strekt de volmacht ook tot handelingen die voor dit
doel nodig zijn zonder dat er verder een uitdrukkelijke bepaling aan gewijd is.
Specifieke rechtshandeling maar nog niet bekend hoe.
2. In algemene bewoording: ondubbelzinnig vaststaan dat je mag beschikken.
Vraag 4
Wat is het gevolg van:
a) onbevoegde vertegenwoordiging;
Alleen de derde is partij bij de overeenkomst bij onbevoegde vertegenwoordiging en die heeft dan
dus geen wederpartij en daarmee ook geen rechten en plichten te gelde te maken. Die derde (die
bijv. een auto verkocht) wil zijn auto nu verkopen aan iemand anders. Daarom kan je een redelijke
termijn stellen voor bekrachtiging (3:69 lid 4). Anders dan kan er opeens een jaar later nog worden
bekrachtigd en dan heeft de derde alweer de auto verkocht en kan hij niet meer nakomen. Maar ook
instaan bij volmacht ex art. 3:70 BW en positief contractsbelang kunnen vorderen.
Aangegeven kan worden dat er schijn van volmacht was ex art. 3:61 lid 2 BW. ING Bera is ook van
toepassing; risico sfeer achterman, tussenpersoon geldige volmacht, niet door verklaring of
gedraging achterman, maar door risico toerekening is de achterman gebonden aan de overeenkomst.
Er vindt wel degelijk een rechtshandeling plaats bij onbevoegde vertegenwoordiging, maar er kan
terugwerking plaatsvinden/bekrachtiging, waardoor er wel een ovk is.
Als er bekrachtigd is door de achterman wordt geacht dat de tussenpersoon wel bevoegd was.
dus alleen als de bekrachtiging gebeurt door de derde gestelde termijn is er bekrachtigd, als de
termijn is overschreden is dat niet zo zie 69 lid 5. Op het moment dat een achterman de auto
verkoopt aan een andere derde, dan kan de 2e derde niet worden aangesproken over de
terugwerkende kracht waardoor de tussenpersoon wel of niet bevoegd was. rechten van derden
worden niet aangetast.
Vraag docent;
Waarom is er geen soortgelijke bepaling bij 66 lid 1 (bevoegde vertegenwoordiging tussenpersoon)
als lid 5 van 69 omdat de achterman dan niet meer kan nakomen. Bij bevoegde
vertegenwoordiging is dat zo. Als iets bevoegd gebeurt. Bij bekrachtiging zit er een tijd tussen de
vertegenwoordiging. Bij onbevoegde vertegenwoordiging wordt er iets terug getrokken.
Alleen de derde is gebonden door nader te noemen meester. Buiten die termijn dan de derde
b) terugtreding bij onbevoegde vertegenwoordiging;
De derde verklaart dat hij de onbevoegd verrichte rechtshandeling als ongeldig verklaard (3:69
lid 3). Door deze kennisgeving bevrijdt de derde zich ex nunc van haar gebondenheid aan deze
rechtshandeling.
Alleen de derde kan dit dus ook doen, omdat dat die de enige partij bij de overeenkomst is. Dit kan
je als derde alleen doen voordat de pseudovolmachtgever evt. heeft bekrachtigd, anders heeft het
geen werking.
Ook kan je dit als derde niet doen als je te kwader trouw was.
Tot de tijd van bekrachtiging door volmachtgever kan je terugtreden
c) bekrachtiging na onbevoegde vertegenwoordiging?
De pseudovolmachtgever stemt dan toch in met de door de pseudogevolmachtigde
verrichtte rechtshandeling (3:69). De rechtshandeling treft dan in haar gevolgen de
pseudovolmachtgever (3:66 lid 1).
Er is dan een geldige rechtshandeling tot stand gekomen.
Als er daarvoor is teruggetreden heeft het daarvoor geen tijd om te bekrachtigen.
, Vraag 5
Victor verleent een volmacht aan Patricia. Patricia gaat vervolgens namens Victor binnen de
grenzen van de volmacht met Gira een overeenkomst van koop aan. Gira stelt vervolgens dat
de vertegenwoordiging van Victor niet geldig was omdat de volmacht verlening niet (mede)
was gericht tot Gira?
Geef een gemotiveerd oordeel omtrent het standpunt van Gira.
Het is voor de totstandkoming van een geldige volmacht niet nodig dat deze gericht wordt tot de derde
met wie vervolgens een overeenkomst wordt aangegaan. Gira heeft dus geen gelijk en de volmacht is
geldig. Gira is gebonden aan de koop met Victor (3:60 lid 1) jo. (3:66).
Victor hoeft zich niet te richten tot Gira, want je hoeft als volmachtgever ook juist de hele derde partij
niet te zien.
Wel moet duidelijk worden gemaakt dat Patricia in naam van Victor handelt, maar dat is niet
noodzakelijk voor de geldigheid van de volmacht.
Vraag 6
Nador is gevolmachtigde van Ayyur. Nador wijst in strijd met de hem verleende volmacht een
substituut-gevolmachtigde, Myra, aan. Myra verkoopt die in hoedanigheid een antieke kast van
Ayyur aan Bela.
De gevolmachtigde zou nog steeds bevoegd zijn om de volmachtgever te vertegenwoordiger, ook als er
geldig een substituut gevolmachtigde is.
Let op Myra handelt in naam van Ayyur als substituut-gevolmachtigde.
Art. 3:76 lid 2, 3:71 en 3:70
a. Wat is de rechtspositie van Bela waarmee Myra heeft gehandeld?
Bela had moeten weten dat een substituut volmacht aan Myra niet had gekund, omdat de hoofdregel
is dat het niet kan. Tenzij (3:64 sub a t/m c) aan de orde is, is een substituut volmacht niet mogelijk.
(Nog een uitzondering is bij (3:74 lid 3).
Hier waren geen van die gevallen aan de hand, dus een substituut volmacht was niet mogelijk
geweest.
Had Myra, gezegd dat het een normale volmacht was, dan had je nog bijv. een (3:61 lid 2) situatie
kunnen hebben. Dan had Bela misschien kunnen zeggen dat het schijn van volmacht is.
Als er onbevoegde vertegenwoordiging is kan Bela niet zoveel doen want je moet tgt zijn.
Op grond van 64 zou het dus eigenlijk niet gekund hebben.
Maar als zij had gezegd dat het gebeurt namens Ayuur, dan had Bela niet hoeven te denken dat er een
substituut is.
b. Gesteld de door Myra verrichte rechtshandeling was onbevoegd verricht. Wie kan deze
onbevoegd verrichte rechtshandeling bekrachtigen?
Ayyur moet dan bekrachtigen, er is gehandeld in zijn naam (3:69 lid 1).
Bij onbevoegde vertegenwoordiging kan het dus zo zijn dat je kunt bekrachtigen. Nador kan niet
bekrachtigen, want er is niet in zijn naam gehandeld.
Vraag 7
Op een veiling biedt Zirkania namens een nader te noemen meester.
Wat is het gevolg van het feit dat Zirkania de naam van de meester (a) tijdig resp. (b) niet tijdig
noemt?
a. Als de nader te noemen meester tijdig wordt genoemd dan is die gebonden aan de overeenkomst
(3:67 lid 1) als de gevolmachtigde binnen de grenzen van de bevoegdheid heeft gehandeld.
b. Als de nader te noemen meester niet tijdig wordt genoemd dan is Zirkania zelf gebonden aan de
overeenkomst (3:67 lid 2), tenzij anders overeen is gekomen. Zirkania kan ook met de derde
overeenkomen dat zij dan zelf niet gebonden is.