Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Colleges en artikelen samenvatting

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
63
Geüpload op
12-10-2025
Geschreven in
2025/2026

Aantekeningen van de colleges Verdieping in Bestuurskundige Perspectieven; college 2 tot 8.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Artikelen VBP
Week 1

Max Weber – Politiek als Beroep
Naast Wetenschap als Beroep, schreef Max Weber ook Politiek als Beroep in de vorige eeuw. Dit is
een essay dat niet normatief bedoeld is. In politiek als beroep worden geen normatieve politieke
uitspraken gedaan, maar meer contouren geschetst waar politiek mee bezig is. Het oogt dus redelijk
objectief, maar als je goed naar het essay kijkt is, is het wel redelijk normatief.

Wat Weber in dit essay beschrijft, is dat politiek draait om krachtig zijn, bedrevenheid en
inschattingsvermogen.

Hij beschrijft het essay in een tijd waarin enkel intellectuelen tot de politiek geroepen werden. Het
begrip politiek is heel ruim en omvat elke vorm van zelfstandige leidinggevende activiteit. Hij heeft het
niet over wat normatief met politiek bedoeld wordt. Er worden meer contouren geschetst waar politiek
mee bezig is. Dus goed begrijpen wat je als politicus moet doen (inschattingsvermogen).

Wat Weber bedoelt in zijn werk is het volgende: het leiden of beïnvloeden van de leiding van een
politieke eenheid of staat. Een staat wordt gedefinieerd vanuit een specifiek middel dat hem
karakteriseert: de toepassing van fysiek geweld. Tegenwoordig geldt dat niet meer, en spreken we
meer over een menselijke gemeenschap die binnen een bepaald gebied, (met succes) aanspraak
maakt op het monopolie van de legitieme toepassing van fysiek geweld. Er is sprake van een staat als
de overheerste mensen zich voegen naar het gezag waarop de heersers aanspraak maken.

En wie politiek bedrijft, streeft naar macht: macht als middel omwille van andere doeleinden of macht
om de macht zelf, om het prestigegevoel. Politiek gaat dus om macht in een bepaald gebied: wie heeft
macht? De geschiedenis laat zien dat macht gaat om geweld; een staat heeft geweldsmonopolie, en
dus macht. En de macht (de autoriteit) draait daarbij allemaal om het waarborgen van veiligheid. Een
staat heeft een geweldsmonopolie en zijn belangrijkste rol is veiligheid bieden tegen natuurlijke en
onnatuurlijke vijanden. De staat komt in opstand als de veiligheid in het geding is (macht afgedwongen
met geweld).

Op pagina 44 geeft Weber een formele betekenis van politiek. Weber onderscheidt verschillende
vormen van legitiem gezag (legitimiteitsgronden):
 Traditionele overheersing/gezag  volgt uit gewoonte en gezag, omdat het er altijd is geweest
en altijd terug keert (de zede, dus hoe we het altijd al deden), bijvoorbeeld de paus of het
koningshuis (vaak beroep op religie).
 Charismatische overheersing/gezag  volgt uit roeping en het persoonlijke vertrouwen in
iemand, bijvoorbeeld profeet, uitverkoren oorlogsvorst/bendeleider of deels Rutte (je hebt zelf iets
boven persoonlijks, goddelijke krachten waardoor het aantrekkelijk is voor mensen om naar jou te
luisteren).
 Overheersing op basis van legaliteit  volgt uit het geloof in geldigheid van legale wetgeving,
is een vorm van overheersing op basis van regels, bijvoorbeeld de politie of de grondwet (dus
bureaucratie).
Macht van bestuur en politiek loopt hierboven nog door elkaar. Het gaat om de vraag waarom een
bepaalde macht ook echt daadwerkelijk gezag heeft? Je kan het in bestuurlijke en politieke aspect
toepassen. Maar het worden steeds meer twee verschillende domeinen (zoals bijvoorbeeld ook
Fukuyama schrijft).

Volgens Weber zijn er verschillende motieven die mensen hebben om aan politiek te doen:
 Gelegenheidspolitici  kortstondig bezighouden met de politiek, bijvoorbeeld door eenmalig
uitbrengen van een stem of meelopen met een demonstratie.
 Bijbaanpoliticus  alleen als het nodig is bezighouden met de politiek, bijvoorbeeld meedoen in
gemeenteraad, commissie of bestuur.
 Beroepspoliticus  van het politiek leven (de politiek verschaft je inkomen) of voor het politiek
leven (gedreven voor het politieke ideaal of op macht belust bent).

Volgens Weber moet je zowel voor als van het politiek leven: je krijgt salaris en verdient eraan om
politiek te verdrijven, en tegelijkertijd leef je ook voor de politieke idealen. Het is modern dat je verdient
aan de politiek, en dat je dus leeft van de politiek. Baantjes jagen is wat in de moderniteit ook

,terugkeert. Democratie is corrupt (en gaat voor baantjes jagen), dus daarom beter bureaucratie (met
regels en wetten).

Er is dan ook een fundamenteel verschil tussen ambtenaren en politici. Ambtenaren werken
onafhankelijk, zitten niet in de politieke strijd. De vroege ambtenaar hadden
bestuursmiddelen/staatsmiddelen in het bezit. Het moderne bestuursapparaat is niet meer van
ambtenaren en bestuurders, maar in bezit van de staat. Is de staat niet deels te vergelijken met de
economie?

! Belangrijke pagina: pagina 64  de echte ambtenaar moet niet politiek bedrijven, maar besturen
(om de partij te besturen). De politieke bestuursambtenaar moet vooral uitvoeren en zijn ambt
uitoefenen, zonder woede en partijdigheid. Je moet doen wat er moet gebeuren, soms tegen je eigen
morele principes in.

Maar pas op voor ambtenaren overheersing (is ook een thema van Voermans)  het kan ook zijn dat
ambtenaren te veel macht krijgen, dus ze moeten wel blijven luisteren. Niet alleen maar doelen halen,
maar ook bedenken wat moeten wij gaan doen? Dus luisteren naar wat er nodig is.

Weber stelt zich onder andere de vraag hier welke kwaliteiten bepalend zijn voor de rang van een
politicus. Met andere woorden, wat maakt iemand tot een goed politicus? Het is volgens hem de
combinatie van drie eigenschappen (drie deugden): bevlogenheid (en gedrevenheid),
verantwoordelijkheidsgevoel en inschattingsvermogen. Elk van deze eigenschappen moet bij een
politicus in voldoende mate aanwezig zijn. Om autoriteit beter te begrijpen, zijn deze verschillende
deugden die Weber belangrijk maakt. Burgers zullen een goede politicus als volgt beschrijven:
‘’iemand die (1) ergens voor staat, (2) als je iemand bent larger than life en (3) als je legitiem handelt.

Bevlogenheid is, hartstochtelijke overgave aan een ‘zaak’, aan de god of de demon die erover gebiedt.
Maar alleen met bevlogenheid, hoe echt ook, komt een politicus er niet. Er is een kracht nodig die
verhindert dat bevlogenheid ontaardt in loos idealisme, en dat is verantwoordelijkheid.
Verantwoordelijkheid moet de leidster zijn van elk politiek handelen. Maar verantwoordelijkheid kan
niet buiten inzicht, het vermogen de realiteit met innerlijke kalmte en rust op zich te laten inwerken,
met andere woorden distantie tegenover de dingen en de mensen. Vurige hartstocht en koel inzicht
moeten dus in de ziel van de politicus verenigd zijn. Het een kan niet zonder het ander.

Politiek wordt met het hoofd beoefend en niet met andere delen van het lichaam of de ziel; en toch
kan de bemoeienis met de politieke zaak alleen uit hartstocht geboren en met hartstocht gevoed
worden. Dus het gaat ook deels om de beroeping, zoals Max Weber in Wetenschap als Beroep
beschreef; dus ook iets emotioneels en persoonlijks.

Nu is er een veel voorkomende menselijke eigenschap die dodelijk is voor elke politicus, en dat is
ijdelheid. IJdelheid, op zich een betrekkelijk onschuldige deugd, is de aartsvijand van de
verantwoordelijkheid en de distantie, en dan met name de distantie tegenover zichzelf. Omdat macht
het belangrijkste gereedschap van de politicus is en hij dus uit hoofde van zijn beroep streeft naar
vergroting van zijn macht, ligt het voor de hand dat de ijdelheid zich richt op dit natuurlijke medium van
de politiek. Daardoor verandert het legitieme streven naar macht in een belustheid op en aanbidding
van de macht of de schijn van macht. De ijdele politicus zal geneigd zijn de macht omwille van de
macht na streven, en als hij die veroverd heeft zal hij ervan genieten en verzuimen haar voor een
inhoudelijk doel in te zetten. Het is zelfs de vraag of hij behalve door de belustheid op macht nog door
andere motieven wordt bewogen.

Wie van de politiek zijn beroep wil maken, dient zich af te vragen of en in hoeverre hij de door Weber
genoemde eigenschappen bezit en of hij tegen de beroepsziekte ‘ijdelheid’ immuun is. Kan hij deze
vragen niet onvoorwaardelijk bevestigen, dan kan hij zich maar beter ver houden van politiek. Hij zou
daarmee land en zichzelf een grote dienst bewijzen.

Volgens Weber is er een verschil tussen verantwoordingsethiek (als jij…, kijk je dan ook naar de
verantwoordelijkheden die dit met zich meebrengt?) en bezinningsethiek / principes ethiek (je doet
wat de morele wet jou voorschrijft).

,Verantwoordingsethiek
Houdt rekening met consequenties: wat zijn de gevolgen en consequenties van mijn bepaalde
handeling? Valt heel goed samen met de algemene politieke opvatting van Weber – je moet politiek
vergelijken met het bouwen van een kast: je moet goed nadenken over alle stappen die je doet; hoe
moet je de kast in elkaar zetten? Welke boor past op welke schroef? Welke plank hoort waar? Je
denkt als het ware heel bewust na over de verantwoordelijkheden en consequenties die jouw
handelen met zich meebrengt.

Bezinningsethiek
Gaat erom dat je principieel iedereen gelijk behandelt. Het is een principieel verzet voor de natuur. Je
doet wat de morele wet jou voorschrijft. Je ziet dit vooral in religieuze kringen. Het gaat om een diepe
morele drijfveer = bijbels.

Goed om te weten: Wetenschap als Beroep is belangrijker dan Politiek als Beroep. Beide stukken zijn
ambivalent = hij presenteert een normatieve opvatting van politiek, maar hij doet alsof hij een formele
objectieve houding inneemt = paradox.

, Kroes, ‘Wetenschap, pseudowetenschap en ideologie’, in: ideaalbeelden van
wetenschap pp. 7-17. (inleidend)

In zijn tekst legt Kroes uit dat het soms moeilijk is om te zeggen wat echte wetenschap is en wat niet.
Hij noemt dit het demarcatieprobleem. Om dit duidelijk te maken gebruikt hij twee voorbeelden:
wetenschappelijk creationisme en Taylors wetenschappelijk management. Beide voorbeelden
laten zien dat het soms lastig is om te bepalen wat wel en niet wetenschappelijk is, en dat dit niet
alleen een theoretisch probleem is, maar ook praktische gevolgen heeft.

Bij het wetenschappelijk creationisme geloofden sommige mensen dat de mens alleen kan ontstaan
door een speciale schepping, zoals in de Bijbel beschreven staat. In Arkansas werd een wet gemaakt
die schoolboeken verplichtte zowel creationisme als evolutie te onderwijzen. De rechter oordeelde
echter dat creationisme geen wetenschap is. Advocaten lieten zien dat het vooral religie was en niet
voldeed aan belangrijke regels van wetenschap, zoals het testen van ideeën, het volgen van
natuurwetten en het kunnen bewijzen dat iets niet waar is. Wetenschappers bepalen zelf wat tot
wetenschap hoort, en de rechter gebruikte hun kennis om tot zijn oordeel te komen.

Bij Taylors wetenschappelijk management probeerde Taylor werkprocessen beter te maken door te
doen alsof zijn ideeën wetenschappelijk waren. Hij wilde de beste manier van werken vaststellen en
alles volgens regels laten verlopen. Zijn collega’s en werknemers zagen echter dat veel begrippen
vaag waren, zoals wat een “eersteklas-arbeider” is, waardoor het systeem veel willekeur en
persoonlijke meningen toeliet. Omdat de kernbegrippen niet duidelijk waren voor iedereen, kon dit
systeem niet echt wetenschappelijk worden genoemd.

Tot slot laat Kroes zien dat de term ‘wetenschappelijk’ vaak ook wordt gebruikt om belangen of
macht te rechtvaardigen, in plaats van echt kennis uit te drukken. Creationisten gebruikten het label
om invloed te krijgen op scholen, terwijl voorstanders van Taylors systeem het gebruikten om hun
ideeën voor het bedrijfsleven te verdedigen. Ook wetenschappers zelf kunnen soms ideologisch
handelen om bepaalde opvattingen uit te sluiten.

Kortom: het is niet altijd makkelijk om te zeggen wat wetenschap is. Vaak speelt macht, belangen of
ideologie mee bij het gebruik van het woord ‘wetenschappelijk’.

Wetenschappelijk Creationisme: Een beweging die de creationistische visie op de oorsprong van
het leven en het universum probeert te presenteren als een wetenschappelijke theorie, vaak als
alternatief of aanvulling op de evolutietheorie in het onderwijs.
Evolutietheorie: Een wetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op aarde verklaart
door middel van processen als mutatie en natuurlijke selectie, uitgaande van gemeenschappelijke
voorouders en lange tijdsperioden.
Arkansas-zaak (McLean v. Arkansas Board of Education): Een rechtszaak uit 1981 waarin een
wet die "gelijke behandeling" van wetenschappelijk creationisme en evolutie in openbare scholen
vereiste, ongrondwettelijk werd verklaard.
Pseudowetenschap: Valse wetenschap; claims, overtuigingen of praktijken die ten onrechte worden
voorgesteld als wetenschappelijk, maar niet voldoen aan de algemene criteria voor wetenschappelijke
methoden of standaarden.
Wetenschapsfilosofen: Experts die de aard, methoden, concepten en implicaties van de wetenschap
bestuderen. Hun inzicht is cruciaal bij het bepalen van wat als 'wetenschap' telt.
Scientific Management (Taylorisme): Een managementtheorie ontwikkeld door Frederick Winslow
Taylor, gericht op het verbeteren van efficiëntie in de productie door middel van het analyseren en
optimaliseren van werkprocessen, vaak met behulp van tijd- en bewegingsstudies.
Parametervariatie: Een experimentele methode waarbij één variabele (parameter) systematisch
wordt veranderd om het effect ervan op het resultaat te observeren, terwijl andere variabelen constant
worden gehouden.
Intersubjectiviteit: Een minimale (noodzakelijke) voorwaarde voor het bedrijven van wetenschap,
inhoudende dat waarnemingen, begrippen en methoden door verschillende subjecten (onderzoekers)
op dezelfde manier kunnen worden begrepen en toegepast, waardoor subjectieve oordelen en
willekeur worden uitgesloten.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
12 oktober 2025
Aantal pagina's
63
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Dr. hester paanakker
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$8.24
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
loesjanssen Hanzehogeschool Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
17
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
10
Documenten
5
Laatst verkocht
3 weken geleden

4.0

3 beoordelingen

5
1
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen