Begrippenlijst anatomie/fysiologie Hart en bloedvaten, stollingsstoornissen,
bewegingsapparaat. Periode 6 VZ/MZ niv.3.
Hart en bloedvaten:
- Alle benamingen van hartonderdelen en bloedvaten
- Verschil aders en slagaders, aders = kleppen, slappe wand, kloppen niet, bloed naar
het hart toe. Slagaders = bloed van het hart af, dikke wand, geen kleppen
- Prikkelgeleidingssysteem; sinusknoop = geef regelmatig elektrische signalen af/AV
knoop = geeft prikkels die op de meeste plaatsen niet geleidt/bundel van His = leid
prikkels naar LI en RE bundeltak, Purkinje vezels = prikkels worden omgezet naar
samentrekken kamers van het hart.
- Systolische = bovendruk en diastolische druk = onderdruk
- Tachycardie = snelle pols, frequentie boven 100 slagen, bradycardie = lage pols,
frequentie onder 50 slagen
- Hypertensie = hoge bloeddruk, hypotensie = lage bloeddruk.
- Hartblock = ontstaat door stoornis in de prikkelgeleidingssysteem, door hartinfarct of
ouderdom
- Kamerfibrilleren ongecoördineerde samentrekking van de hartspiervezels van de
kamers, boezemfibrilleren = ontstaat in de boezems waar veel zwakke prikkels die
zich in diverse richtingen over de boezems verspreiden en daar een
ongecoördineerde, snelle en onwillekeurige samentrekking van de spiervezels
veroorzaken
- Atherosclerose = een vorm van slagaderverkalking waarbij vetachtige stoffen zich
hechten aan de binnenwand van de slagader en arteriosclerose = slagaderverkalking
- Orthostatische hypotensie = lage bloeddruk, door vanuit een liggende houding plots
te gaan zitten
- Cholesterol = vetachtige stof die noodzakelijk is voor het menselijk lichaam, bouwstof
voor de celwanden en de mergschede van zenuwen
- Ischemie = zuurstof tekort in het weefsel ten gevolge van een onvoldoende
doorbloeding en afsluiting = hierdoor kan er een bloedstolsel (trombus) ontstaan, er
ontstaat geen bloedtoevoer naar de weefsels meer
- Stenose = vernauwing, obstructie = blokkade.
- Aneurysma = lokale verwijding van een bloedvat
- Trombose = bloedvat verstopt door trombus, trombus = bloedstolsel, embolus = als
het bloedstolsel via de bloedbaan naar andere delen in het lichaam reist, embolie =
afsluiting slagader of ader.
- Longembolie = afsluiting van een longslagader
- Acuut Hartfalen , Decompensatio cordis (latijns) links = pompt de li kamer van het
hart onvoldoende bloed in de arota van de grote circulatie, hierdoor zal het bloed in
de kamer en boezem achterbijven en rechts = te weinig bloed in de longslagader
pompen waardoor er bloed achter in de re kamer en re boezem blijven en
symptomen = kortademig en blauw zien, roze schuimend sputum ophoesten
- Angina Pectoris = pijn op de borst
bewegingsapparaat. Periode 6 VZ/MZ niv.3.
Hart en bloedvaten:
- Alle benamingen van hartonderdelen en bloedvaten
- Verschil aders en slagaders, aders = kleppen, slappe wand, kloppen niet, bloed naar
het hart toe. Slagaders = bloed van het hart af, dikke wand, geen kleppen
- Prikkelgeleidingssysteem; sinusknoop = geef regelmatig elektrische signalen af/AV
knoop = geeft prikkels die op de meeste plaatsen niet geleidt/bundel van His = leid
prikkels naar LI en RE bundeltak, Purkinje vezels = prikkels worden omgezet naar
samentrekken kamers van het hart.
- Systolische = bovendruk en diastolische druk = onderdruk
- Tachycardie = snelle pols, frequentie boven 100 slagen, bradycardie = lage pols,
frequentie onder 50 slagen
- Hypertensie = hoge bloeddruk, hypotensie = lage bloeddruk.
- Hartblock = ontstaat door stoornis in de prikkelgeleidingssysteem, door hartinfarct of
ouderdom
- Kamerfibrilleren ongecoördineerde samentrekking van de hartspiervezels van de
kamers, boezemfibrilleren = ontstaat in de boezems waar veel zwakke prikkels die
zich in diverse richtingen over de boezems verspreiden en daar een
ongecoördineerde, snelle en onwillekeurige samentrekking van de spiervezels
veroorzaken
- Atherosclerose = een vorm van slagaderverkalking waarbij vetachtige stoffen zich
hechten aan de binnenwand van de slagader en arteriosclerose = slagaderverkalking
- Orthostatische hypotensie = lage bloeddruk, door vanuit een liggende houding plots
te gaan zitten
- Cholesterol = vetachtige stof die noodzakelijk is voor het menselijk lichaam, bouwstof
voor de celwanden en de mergschede van zenuwen
- Ischemie = zuurstof tekort in het weefsel ten gevolge van een onvoldoende
doorbloeding en afsluiting = hierdoor kan er een bloedstolsel (trombus) ontstaan, er
ontstaat geen bloedtoevoer naar de weefsels meer
- Stenose = vernauwing, obstructie = blokkade.
- Aneurysma = lokale verwijding van een bloedvat
- Trombose = bloedvat verstopt door trombus, trombus = bloedstolsel, embolus = als
het bloedstolsel via de bloedbaan naar andere delen in het lichaam reist, embolie =
afsluiting slagader of ader.
- Longembolie = afsluiting van een longslagader
- Acuut Hartfalen , Decompensatio cordis (latijns) links = pompt de li kamer van het
hart onvoldoende bloed in de arota van de grote circulatie, hierdoor zal het bloed in
de kamer en boezem achterbijven en rechts = te weinig bloed in de longslagader
pompen waardoor er bloed achter in de re kamer en re boezem blijven en
symptomen = kortademig en blauw zien, roze schuimend sputum ophoesten
- Angina Pectoris = pijn op de borst