Samenvatting gezondheid, media en publiek
Minor communicatie en gezondheid
Vrije Universiteit Amsterdam
Hoorcollege 1 – Gezondheidscommunicatie en gedragsbeïnvloeding
Wat is gezondheidscommunicatie?
Gezondheidscommunicatie richt zich op het verbeteren van gezondheidsuitkomsten door
gedragsverandering en sociale verandering te stimuleren (Schiavo, 2007).
Het kan gaan om veranderingen in gedrag of in de omgeving waarin dat gedrag plaatsvindt.
Het onderwerp combineert inzichten uit gezondheidswetenschappen en
communicatiewetenschap.
Gezondheid als ‘wicked problem’
Veel gezondheidsproblemen, zoals gezond eten of bewegen, zijn zogeheten wicked
problems.
Wicked problem = complexe problemen zonder eenduidige oorzaak of oplossing.
Kenmerken:
● Geen consensus over de oplossing
● Gebrek aan eenduidige kennis
● Betrokken belangen en waarden verschillen
Voorbeelden:
● Gezond eten: beïnvloed door kennis, geld, beleid, cultuur.
● Beweegnorm: doel 75% actieve bevolking in 2040, maar de aanpak is nog
onduidelijk.
Twee manieren om met wicked problems om te gaan
1. Versimpelen van het probleem:
○ Focus op één aspect, zoals kennis (“mensen snappen het niet”) of geld
(“gezond eten is te duur”).
○ Oplossing: informeren of prijzen aanpassen.
○ Risico: te eenzijdig, negeert complexiteit.
2. Doorgronden van de complexiteit:
○ Begrijpen welke factoren meespelen.
○ Prioriteiten stellen en communicatie daarop aanpassen.
,Communicatiemodellen
1. Transmissiemodel (Shannon & Weaver):
○ Eénrichtingsverkeer van zender naar ontvanger.
○ Problemen: technische ruis, semantische ruis, effectiviteitsverlies.
○ Nog steeds bruikbaar voor bepaalde campagnes (zoals vaccinatie-informatie).
2. Transactiemodel:
○ Tweerichtingscommunicatie; beide partijen zijn zender én ontvanger.
○ Context, emoties en ervaringen spelen een rol.
○ Nuttig bij participatieve of interactieve communicatievormen.
Gezondheidscommunicatie in de praktijk
Belangrijke elementen:
● Zender en ontvanger zijn actief betrokken.
● Publiek is heterogeen: communicatie moet worden aangepast.
● Kanalen verschillen in bereik en effectiviteit.
● Succesvolle communicatie: boodschap bewust verzonden én goed geïnterpreteerd.
Moeilijkheden:
● Misinterpretatie, framing, culturele verschillen, victim blaming.
● Voorbeeld: campagnes tegen roken kunnen onbedoeld roken aanmoedigen.
Transtheoretisch model van gedragsverandering (Prochaska & DiClemente, 1983)
Gedrag verandert in fasen; communicatie moet daarop worden afgestemd.
Fasen:
1. Precontemplation – geen probleem zien
2. Contemplation – ambivalent, overweegt verandering
3. Preparation – bereid om te veranderen, zoekt hoe
4. Action – gedrag daadwerkelijk veranderd
5. Maintenance – gedrag volhouden
Behoeften variëren per fase:
● Self-efficacy (Bandura): geloof in eigen kunnen
● Decisional balance: afweging voor- en nadelen
Praktische informatie
● Leerdoel: inzicht in hoe communicatie gedrag beïnvloedt.
● Toetsstof: colleges, literatuur, aantekeningen.
● Oefententamen beschikbaar via Canvas.
, Hoorcollege 2 – Gezondheidsinformatie en persuasie
Wat is persuasie?
Persuasie is een symbolisch proces waarbij de zender probeert anderen te overtuigen om
hun attitude of gedrag te veranderen ten opzichte van een bepaald onderwerp, door middel
van een boodschap in een context van vrijwillige keuze.
Verschil met manipulatie:
● Persuasie: vrijwillige beïnvloeding, ontvanger kan zelf kiezen.
● Manipulatie: sturing zonder dat de ontvanger zich daarvan bewust is, vaak in het
voordeel van de zender.
Aannames van persuasie:
● Mensen overtuigen uiteindelijk zichzelf; de zender biedt alleen argumenten.
● Ontvangers kunnen weerstand bieden.
● Vrije keuze is essentieel.
Gedrag en denkprocessen
Mensen denken vaak minder rationeel dan ze zelf aannemen.
● Bias: vertekening in oordelen of beslissingen (bijv. status quo bias).
● Heuristieken: automatische denkpatronen of “shortcuts” bij beslissingen.
Voorbeelden van heuristieken:
● Wederkerigheid
● Consistentie (“wie A zegt, zegt ook B”)
● Sympathie
● Sociale bewijskracht
● Autoriteit
● Schaarste
Deze automatische denkprocessen vallen onder systeem 1 (onbewust denken).
Ethos, pathos en logos – De retorische driehoek van Aristoteles
Effectieve overtuiging combineert drie elementen:
● Ethos: geloofwaardigheid van de zender
● Pathos: emoties van de ontvanger
● Logos: logische argumentatie
Vaak is een balans tussen ratio en emotie nodig: “Eerst de olifant (emotie), dan de rijder
(ratio).”
Minor communicatie en gezondheid
Vrije Universiteit Amsterdam
Hoorcollege 1 – Gezondheidscommunicatie en gedragsbeïnvloeding
Wat is gezondheidscommunicatie?
Gezondheidscommunicatie richt zich op het verbeteren van gezondheidsuitkomsten door
gedragsverandering en sociale verandering te stimuleren (Schiavo, 2007).
Het kan gaan om veranderingen in gedrag of in de omgeving waarin dat gedrag plaatsvindt.
Het onderwerp combineert inzichten uit gezondheidswetenschappen en
communicatiewetenschap.
Gezondheid als ‘wicked problem’
Veel gezondheidsproblemen, zoals gezond eten of bewegen, zijn zogeheten wicked
problems.
Wicked problem = complexe problemen zonder eenduidige oorzaak of oplossing.
Kenmerken:
● Geen consensus over de oplossing
● Gebrek aan eenduidige kennis
● Betrokken belangen en waarden verschillen
Voorbeelden:
● Gezond eten: beïnvloed door kennis, geld, beleid, cultuur.
● Beweegnorm: doel 75% actieve bevolking in 2040, maar de aanpak is nog
onduidelijk.
Twee manieren om met wicked problems om te gaan
1. Versimpelen van het probleem:
○ Focus op één aspect, zoals kennis (“mensen snappen het niet”) of geld
(“gezond eten is te duur”).
○ Oplossing: informeren of prijzen aanpassen.
○ Risico: te eenzijdig, negeert complexiteit.
2. Doorgronden van de complexiteit:
○ Begrijpen welke factoren meespelen.
○ Prioriteiten stellen en communicatie daarop aanpassen.
,Communicatiemodellen
1. Transmissiemodel (Shannon & Weaver):
○ Eénrichtingsverkeer van zender naar ontvanger.
○ Problemen: technische ruis, semantische ruis, effectiviteitsverlies.
○ Nog steeds bruikbaar voor bepaalde campagnes (zoals vaccinatie-informatie).
2. Transactiemodel:
○ Tweerichtingscommunicatie; beide partijen zijn zender én ontvanger.
○ Context, emoties en ervaringen spelen een rol.
○ Nuttig bij participatieve of interactieve communicatievormen.
Gezondheidscommunicatie in de praktijk
Belangrijke elementen:
● Zender en ontvanger zijn actief betrokken.
● Publiek is heterogeen: communicatie moet worden aangepast.
● Kanalen verschillen in bereik en effectiviteit.
● Succesvolle communicatie: boodschap bewust verzonden én goed geïnterpreteerd.
Moeilijkheden:
● Misinterpretatie, framing, culturele verschillen, victim blaming.
● Voorbeeld: campagnes tegen roken kunnen onbedoeld roken aanmoedigen.
Transtheoretisch model van gedragsverandering (Prochaska & DiClemente, 1983)
Gedrag verandert in fasen; communicatie moet daarop worden afgestemd.
Fasen:
1. Precontemplation – geen probleem zien
2. Contemplation – ambivalent, overweegt verandering
3. Preparation – bereid om te veranderen, zoekt hoe
4. Action – gedrag daadwerkelijk veranderd
5. Maintenance – gedrag volhouden
Behoeften variëren per fase:
● Self-efficacy (Bandura): geloof in eigen kunnen
● Decisional balance: afweging voor- en nadelen
Praktische informatie
● Leerdoel: inzicht in hoe communicatie gedrag beïnvloedt.
● Toetsstof: colleges, literatuur, aantekeningen.
● Oefententamen beschikbaar via Canvas.
, Hoorcollege 2 – Gezondheidsinformatie en persuasie
Wat is persuasie?
Persuasie is een symbolisch proces waarbij de zender probeert anderen te overtuigen om
hun attitude of gedrag te veranderen ten opzichte van een bepaald onderwerp, door middel
van een boodschap in een context van vrijwillige keuze.
Verschil met manipulatie:
● Persuasie: vrijwillige beïnvloeding, ontvanger kan zelf kiezen.
● Manipulatie: sturing zonder dat de ontvanger zich daarvan bewust is, vaak in het
voordeel van de zender.
Aannames van persuasie:
● Mensen overtuigen uiteindelijk zichzelf; de zender biedt alleen argumenten.
● Ontvangers kunnen weerstand bieden.
● Vrije keuze is essentieel.
Gedrag en denkprocessen
Mensen denken vaak minder rationeel dan ze zelf aannemen.
● Bias: vertekening in oordelen of beslissingen (bijv. status quo bias).
● Heuristieken: automatische denkpatronen of “shortcuts” bij beslissingen.
Voorbeelden van heuristieken:
● Wederkerigheid
● Consistentie (“wie A zegt, zegt ook B”)
● Sympathie
● Sociale bewijskracht
● Autoriteit
● Schaarste
Deze automatische denkprocessen vallen onder systeem 1 (onbewust denken).
Ethos, pathos en logos – De retorische driehoek van Aristoteles
Effectieve overtuiging combineert drie elementen:
● Ethos: geloofwaardigheid van de zender
● Pathos: emoties van de ontvanger
● Logos: logische argumentatie
Vaak is een balans tussen ratio en emotie nodig: “Eerst de olifant (emotie), dan de rijder
(ratio).”