HC 1 – Introductie & Habsburgse Kunst-
und Wunderkammer
Introductie
In de reconstructie van het Stadtschloss van Berlijn zouden de oude ‘wunderkammern’
terugkomen met niet Europese verzamelingen. Er wordt hierbij niks gezegd over de
herkomst van een groot deel van deze objecten. Er zijn kunsthistorici die zich hiertegen
verzetten en zeggen dat er een andere manier van tentoonstellen moet komen voor dit
soort objecten. Ook is er kritiek op het christelijke kruis dat boven op de lantaarn van de
koepel staat, dat niet past bij de niet Europese objecten die tentoongesteld worden.
De eregalerij in het Rijksmuseum is in 2013 weer geopend na een reconstructie. Het ziet
er nu weer uit zoals de architecten origineel hebben gedecoreerd, maar het is een
periode lang wit geschilderd geweest. Er is een trend gaande waarbij we musea weer
terugbrengen naar de zogenaamde originele staat.
Ook ontstond er in het Rijksmuseum een discussie over gemengde presentatie of
‘gesorteerde’ presentatie. Er was een periode waarin schilderijen, geschiedenis,
keramiek, etc. apart werden gepresenteerd. Nu is het een gemengde presentatie met
een historisch verhaal. Deze presentatie is ondertussen alweer dertien jaar oud. Deze
manier van presenteren kan je koppelen aan de liefde voor het verzamelen.
Heel veel moderne kunstenaars halen inspiratie uit die oude ‘kunst- und
wunderkammer’. Camille Henrot maakt een videokunstwerk waarin zij teruggrijpt op die
archieven en het idee van verzamelen. Ze creëert een soort eigen universum aan de
hand van collecties, dat is iets typisch van die kunst- und wunderkammer.
Het teruggrijpen op de kunst- und wunderkammers is ook een soort kritiek op
hedendaagse tentoonstellingspraktijken. De ‘white cube’ is tegenwoordig vrij gebruikelijk
in musea. Die kunst- und wunderkammer worden vaak gezien als een interessant
alternatief om die steriliteit en het dwangmatige modernisme van die white cube te
doorbreken.
Hedendaagse tendensen (samenvattend):
- Neiging tot reconstructies
- Terug naar gemengde presentaties
- Slechten van disciplinaire grenzen
- Institutionele reflectie en kritiek
- Kunstenaars grijpen terug op gedachtengoed
- Tentoonstellingsmakers grijpen terug op gedachtegoed
- Postkoloniale kritiek
,Aantekeningen Verzamelen in Historisch Perspectief, 2025-2026, Anouk L
Indeling in periodes
Les mots et les choses (Engels: the order of things) van Michel Foucault is een
belangrijke invalshoek. Want we gaan het hebben over hoe mensen dingen ordenen ten
opzichte van elkaar en hoe dat kennis creëert. Je kan aan die verzamelingen zien hoe
mensen dachten over de wereld, de natuur, de mens en de kunst. In het boek beschrijft
Foucault de drie epistèmes (perioden). Foucault draait de westerse manier van denken
om: het feit dat er in sommige culturen anders wordt gedacht is niet raar, we moeten ons
af vragen waarom wij het niet begrijpen of waarom wij het anders zouden doen.
We onderscheiden dus drie perioden: 16e en 17e eeuw, 17e en 18e eeuw, en ten slotte de
19e eeuw. In de 16e en 17e eeuw gaat het om kunst- und wunderkammern, studioli,
rariteitenkabinetten en galerijen. Er was een andere manier van kennisname, nog niet
modern-wetenschappelijk. Het was een periode van Renaissance epistème,
emblematisch wereldbeeld en denken in correspondenties. Het object kreeg betekenis
door het te plaatsen in grote (kosmologische) verbanden door middel van associaties,
correspondenties en analogieën.
In de 17e en 18e eeuw gaat het om institutionele collecties, naturaliënkabinetten,
‘encyclopedische’ collecties en 18e-eeuwse musea. Het modern wetenschappelijk
denken komt op, even als het denken in algehele structuren en taxonomie. Het was een
periode van het klassieke epistème, de wetenschappelijke revolutie (17 e eeuw), de tijd
van de verlichting (18e eeuw) en mechanisering van het wereldbeeld. Het object kreeg
betekenis door het te plaatsen in een groot overzicht op basis van uiterlijke kenmerken
(soort bij soort).
In de 19e eeuw gaat het om gespecialiseerde en nationale musea. Het historische besef
ontstond en er was sprake van chronologische ordening. Ook was er een nationaal en
economisch belang van collecties, prestige, openbaarheid en educatie. Het was een
periode van moderne epistème, historisering van de wetenschappen,
darwinisme/evolutionair denken en staatsvorming. Het object kreeg betekenis door het
te plaatsen in een historische ontwikkelingslijn.
De studiolo van Francesco I was geordend op de vier elementen. Objecten in zijn
verzameling werden geordend op bij welk element ze pasten. Dit is typerend voor de
eerste periode. In Sint-Petersburg werd aan de ene kant van het gebouw kennis van
objecten gepresenteerd en aan de andere kant de kennis van letters. Het Rijksmuseum
is een mooi voorbeeld van de 19e -eeuwse periode. In het Rijksmuseum leerde je de
geschiedenis van de Nederlandse kunstgeschiedenis kennen, dat was een 19 e-eeuwse
manier van denken.
,Aantekeningen Verzamelen in Historisch Perspectief, 2025-2026, Anouk L
Kunst- und Wunderkammer
Hoofdvraag: hoe verhielden natuur en kunst zich in de Habsburgse Kunst- und
Wunderkammern? Hoe beleefden men dat destijds anders dan tegenwoordig?
Ferdinand II
Ferdinand II werd in 1564 aartshertog van Tirol. Op een portret heeft hij een knots vast,
dit verwijst naar Hercules, hiermee wil hij laten zien dat hij krachtig is. Op de
achtergrond is een landschap te zien en marmer: onbewerkte natuur versus bewerkte
natuur. Ferdinand II was verzot op oorlog voeren en veldslagen en verzamelde heel veel
harnassen. Hij woonde in Schloss Ambras. Hij liet een unter schloss bouwen, hier liet hij
zijn verzameling onderbrengen. Dit was ook de eerste keer dat er iets werd gebouwd om
een verzameling in onder te brengen. We weten heel goed wat zich daar allemaal bevond
omdat hij een inventaris bijhield. Dit is ook het eerste document waarin de term
kunst- und wunderkammer wordt gebruikt. Die indeling was in grote lijnen naar
natuurlijke zaak en dan de bewerkte vorm ervan en de onbewerkte vorm daarvan.
Artificialia zijn natuurlijke objecten waar de mens nog wat moois mee heeft gedaan.
Naturalia zijn onbewerkte natuurlijke objecten, hierin heb je nog wat subcategorieën.
Een daarvan is Scientifica zijn objecten waarmee je de natuur kan bestuderen of vatten,
dit zijn bijvoorbeeld meetinstrumenten en apparaten. Een ander is antiquiteiten,
objecten uit de Griekse en Romeinse oudheid. Niet-Europese artificialia is ook een
subcategorie, tegenwoordig ook wel exotica genoemd. Mirabilia zijn objecten die
verwondering opriepen, bijvoorbeeld een wortel die op wonderbaarlijke manier op Jezus
lijkt. Hieronder vallen ook schilderijen van mensen met een genetische afwijking,
hiervan had Ferdinand II er ook een aantal. Ook heb je memorabilia, objecten die doen
herinneren aan een belangrijke gebeurtenis, bijvoorbeeld sloten van stadsdeuren van
overwonnen steden. Een aantal van deze subcategorieën kunnen ook vallen onder
artificialia.
Typisch voor Ferdinand II was de Rüstkammern, een verzameling met harnassen. Een
Turks kabinet was ook aanwezig in zijn collectie.
Een belangrijke bron in deze periode was Plinius de Jongere en zijn boek Gaius Plinius
Secundus (vertaling: de natuurlijke historie). Dit is een soort encyclopedie van alles wat
er destijds bekend was. Het is een belangrijke bron in de Middeleeuwen, maar zelfs tot
de 18e-eeuw wordt ernaar gekeken. Hierin bespreekt hij dieren, planten, mineralen en
het medische gebruik van producten. Hij begint vaak bij de natuurlijke zaak en bespreekt
vervolgens wat mensen daarmee (kunnen) doen. Hij bespreekt dus zowel de onbewerkte
als bewerkte vorm. In de kunstkammern ontstond hierdoor ook een soort fascinatie voor
grensgevallen tussen bewerkt en onbewerkt, zoals fruit gemaakt van marmer dat er heel
realistisch uitziet. Maar ook grensgevallen tussen de verschillende categorieën (dier,
, Aantekeningen Verzamelen in Historisch Perspectief, 2025-2026, Anouk L
plant, mineraal). Koraal is hier ook een voorbeeld van, het was zo hard als steen, maar
het groeit als een plant. Fossielen ook, men vroeg zich af of het nou natuur was of dier.
Terugkomend op de hoofdvraag: de ordening laat zien dat men meer dacht in termen van
onbewerkte en bewerkte natuur, de natuur werd gezien als een productieve kracht die
zelf in staat was om mooie vormen te creëren; de menselijke hand kon dit proces
overnemen en voortzetten door de kunsten.
Rudolf II
Rudolf II woonde in Praag. Zijn verzameling had ook een representatieve functie, mensen
mochten bijvoorbeeld als beloning zijn collectie bekijken. Von Schlosser vond de
verzameling van Rudolf II een zooitje, er is volgens hem geen methodische gedachte.
Maar DaCosta Kaufmann zegt dat Rudolf II ook kennis had over de natuur en alle zaken
van de wereld, de verzameling was juist een uitdrukking van deze kennis en zijn
waardigheid. De vorst laat in zijn verzameling zien dat hij zijn hand kan leggen op de
schepping en de natuur: “Grasping the world” (DaCosta Kaufmann).
Terugkomend op de hoofdvraag: volgens de interpretatie van DaCosta Kaufmann laat de
collectie van Rudolf II zien hoe een vorst door zijn verzameling letterlijk en figuurlijk grip
op de wereld wilde krijgen.