‘Sociaal zekerheidsrecht begrepen’
Druk 7, H.C. Geugjes
Amber Lankman
Leerjaar 2 – HBO Rechten – NHL Stenden Hogeschool te
Leeuwarden
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 5................................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 4................................................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 4................................................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 6................................................................................................................................................. 13
Extra informatie..................................................................................................................................................17
Hoofdstuk 2................................................................................................................................................. 18
Hoofdstuk 3................................................................................................................................................. 20
Hoofdstuk 7 en 8.......................................................................................................................................... 22
, Hoofdstuk 5
Vraag 1:
John wordt per 1 juli 2020 werkloos. In 2012 heeft John bij werkgever A
30 dagen van elk 8 uur gewerkt. Direct daaropvolgend in 2013 is John
bij B in dienst getreden waar hij elke week 30 uur werkte tot aan 1 juli
2020. Is aan de 4 uit 5 eis voldaan?
Antwoord:
Een werknemer kan in aanmerking komen voor een verlening van die drie
maanden, op het moment dat de werknemer aantoont in een periode van 5
kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de eerste dag van de
werkloosheid in tenminste 4 kalenderjaren over 52 dagen per kalenderjaar, loon
hebben ontvangen.
Terugkomend op de casus begin je te rekenen het jaar voor 2020. Dus begin je
met 2019 t/m 2015. In deze periode moet ten minste 4 kalenderjaren over 52
dagen loon hebben ontvangen. John werkt elke week 30 uur, dus is er aan die 52
dagen per kalenderjaar voldaan en is er dus ook aan de 4 uit 5 eis voldaan. Dit is
op grond van art. 42 lid 2 sub a WW.
Verheldering
John wordt per 1 februari 2019 werkloos. Aan de hand van de 4 uit 5 eis moet
worden bepaald of hij in de kalenderjaren 2014 tot en met 2018 over minimaal
208 uren loon heeft ontvangen.
Heeft John tijdens de periode van 2014-2018 gewoon gewerkt, ongeacht bij welke
werkgever, dan zal de 4 uit 5 eis voor hem geen problemen opleveren. Ook als hij
voorbeeld tijdens deze periode een heel jaar ziek is geweest, maar toen wel loon
heeft ontvangen telt dit jaar mee.
Vraag 2:
Mellie (werkgever) en Hans (werknemer) komen op 30 november 2020
overeen dat zij de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst beëindigen
met wederzijds goedvinden. Het dienstverband wordt beëindigd per 1
januari 2021. Hans heeft 15 jaar voor het bedrijf van Mellie gewerkt.
A). Welke vraag moet beantwoord worden om vast te stellen of Hans
verwijtbaar werkloos is geworden per 1 januari 2021?
Antwoord:
Op grond van art. 24 WW moet er worden gekeken of de werknemer ontslagen is
op staande voet of als hij zelf ontslag heeft genomen. De beëindiging van een
dienstverband mag dus niet bij de werknemer liggen. De beëindiging (of
vaststellingsovereenkomst) moet op initiatief van de werkgever zijn. De vraag die
dus beantwoord moet worden is: op wiens initiatief is de beëindiging van een
dienstverband (of de vaststellingovereenkomst) tot stand gekomen? Wanneer dit
op initiatief van de werknemer is, dan is de werknemer verwijtbaar werkloos
geworden.