ARBEIDSOVEREENKOMSTENRECHT SAMENVATTING
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1................................................................................................. 3
Notities hoorcollege 1..................................................................................................... 8
Hoorcollege 2................................................................................................. 9
Jurisprudentie hoorcollege 2.........................................................................................14
Notities hoorcollege 2................................................................................................... 14
Hoorcollege 3............................................................................................... 18
Jurisprudentie hoorcollege 3.........................................................................................23
Notities hoorcollege 3................................................................................................... 25
Hoorcollege 4............................................................................................... 27
Notities hoorcollege 4................................................................................................... 35
Hoorcollege 5............................................................................................... 37
Jurisprudentie hoorcollege 5.........................................................................................48
Notities hoorcollege 5................................................................................................... 48
Hoorcollege 6............................................................................................... 53
Notities hoorcollege 6................................................................................................... 66
Hoorcollege 7............................................................................................... 74
Notities hoorcollege 7................................................................................................... 89
Hoorcollege 8............................................................................................... 96
Jurisprudentie hoorcollege 8.......................................................................................106
Notities hoorcollege 8................................................................................................. 107
Hoorcollege 9............................................................................................. 112
Jurisprudentie hoorcollege 9.......................................................................................116
Notities hoorcollege 9................................................................................................. 118
Hoorcollege 10........................................................................................... 124
Jurisprudentie hoorcollege 10.....................................................................................135
Notities hoorcollege 10............................................................................................... 135
Oefententamenvragen Arbeidsovereenkomstenrecht 2024- 2025 Deel 1.......139
Oefententamenvragen Arbeidsovereenkomstenrecht 2024- 2025 Deel 2.......144
Arbeidsovereenkomstenrecht UVT
2
,Hoorcollege 1
Literatuur
H1 – De arbeidsovereenkomst
1.1 De overeenkomst
De arbeidsovereenkomst is een overeenkomst. De arbeidsovereenkomst is gewoonlijk een
overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer. Een bepaalde arbeidsprestatie wordt
in de regel op grond van een arbeidsovereenkomst verricht.
1.2 Totstandkoming en geldigheid van de overeenkomst
De arbeidsovereenkomst komt, zoals elke overeenkomst, tot stand door
wilsovereenstemming, derhalve door aanbod en aanvaarding art. 6:217 BW. Herroeping van
de arbeidsovereenkomst is slechts mogelijk zolang het aanbod nog niet door de wederpartij is
aanvaard, maar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan dit onaanvaardbaar zijn.
De partij die de onderhandelingen voor dat moment afbreekt, kan schadeplichtig zijn wanneer
bij de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat een overeenkomst tot stand
zou komen. Hierbij wordt rekening gehouden met het vertrouwen en de gerechtvaardigde
belangen van die partij, daarnaast wordt er rekening gehouden met onvoorziene
ontwikkelingen.
Een arbeidsovereenkomst of bepalingen kunnen nietig zijn ingevolge art. 3:40 BW. Daarnaast
kan de overeenkomst worden vernietigd door bijvoorbeeld bedrog of dwaling, art. 3:44 jo.
6:228 BW. Ten aanzien van een beroep van de werkgever op vernietiging wegens bedrog
oordeelde de Hoge Raad dat daarvoor niet als extra, buitenwettelijk vereiste geldt dat de
arbeidsovereenkomst na ontdekking van dat gebrek (vrijwel) geheel nutteloos blijkt te zijn.
Indien de arbeidsovereenkomst voordeel heeft opgeleverd voor de werkgever, kan daarmee
volgens de Hoge Raad rekening worden gehouden door-
dat de rechter. Ook kan vernietiging weer onaanvaardbaar zijn wegens redelijkheid en
billijkheid.
1.3 Elementen arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst is gedefinieerd in artikel 610. De wettelijke definitie heeft de
volgende elementen:
a. De werknemer verbindt zich arbeid te verrichten;
b. De werkgever verbindt zich loon te betalen;
c. De werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever.
De wettelijke omschrijving bevat daarnaast nog de woorden ‘gedurende zekere tijd’/ deze
woorden hebben geen zelfstandige onderscheidende kracht. Wel, hoe korter de looptijd, hoe
sterker in zo’n geval de aanwijzing dat van een arbeidsovereenkomst geen sprake is.
1.3.1 Arbeid
Indien de werknemer niet verplicht is arbeid te verrichten, is er geen arbeidsovereenkomst.
Het begrip ‘arbeid’ in art. 610 wordt ruim opgevat. Van welke aard de overeengekomen
bezigheid is, doet niet ter zake. Zij kan van geestelijke of lichamelijke aard zijn. De arbeid
moet van waarde zijn voor de wederpartij. Is de arbeid echter primair gericht op het uitbreiden
van eigen kennis en ervaring van degene die de arbeid verricht, zoals bij de leerovereenkomst
of bij de stageovereenkomst het geval kan zijn, dan is de overeenkomst niet een
arbeidsovereenkomst.
3
, Ten aanzien van de overeenkomst met een au pair is in de rechtspraak aangenomen dat de
primaire strekking daarvan vaak is een buitenlandse jongere in de gelegenheid te stellen om
zich de taal en/of cultuur van een ander land eigen te maken.
Vormt dit niet (meer) het zwaartepunt van de overeenkomst, maar is zij in de eerste
plaats gericht op het, tegen kost en inwoning, verrichten van (oppas)werkzaamheden in het
gezin waarbij de au pair verblijft, dan dient de overeenkomst te worden
aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.
De Hoge Raad leert dat de vrijheid van de wederpartij van de opdrachtgever om al
dan niet op het werk te verschijnen en opdrachten te aanvaarden, op zichzelf niet
uitsluit dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Uitgangspunt is verder dat de werknemer
de bedongen arbeid zelf dient te verrichten. Daarnaast kunnen slechts natuurlijke personen
werknemers in de zin van art. 610 zijn.
1.3.2 Loon
Een contractuele relatie is slechts dan een arbeidsovereenkomst, indien voor de verrichte
arbeid loon verschuldigd is (een contraprestatie, iets anders dan pensioen). In art. 617 staat
een limitatieve opsomming van geoorloofde loonvormen, maar daaruit mag niet worden
afgeleid dat geen sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst indien partijen een
tegenprestatie in andere vorm zijn overeengekomen. Fooien die de werknemer van derden
ontvangt, zijn geen loon in de zin van het BW.
1.3.3 In dienst
De Hoge Raad spreekt over de gezagsverhouding zoals deze kenmerkend is voor de
arbeidsovereenkomst. Aan het gezagselement zal dan zijn voldaan, als de werkgever bevoegd
is aanwijzingen te geven ter bevordering van de goede orde binnen de onderneming of het
werkverband. Alleen werktijden contractueel opnemen is hiervoor niet genoeg. Hiervoor is
belangrijk dat de invulling van deze werktijden worden bepaald door de werkgever,
bijvoorbeeld welke taken moeten worden uitgevoerd.
1.3.4 De afbakening met de overeenkomst van opdracht
Ook een overeenkomst van opdracht kan worden aangegaan met het oog op een bepaald
persoon, in welk geval die persoon in beginsel gehouden is de opdracht zelf uit te voeren (art.
7:404). Verder is ook de opdrachtnemer verplicht gevolg te geven aan zekere aanwijzingen
omtrent de uitvoering van de opdracht (art. 7:402). 53 Hoe sterker en veelomvattender die
bevoegdheid is, des te eerder is sprake van een arbeidsovereenkomst. De grens tussen de
overeenkomst van opdracht en de arbeidsovereenkomst is met dat al een vloeiende.
In het Groen/Schoevers-arrest worden de verplichtingen tussen partijen bepaald door hetgeen
hun bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de
wijze waarop zij de overeenkomst feitelijk hebben uitgevoerd en aldus daaraan inhoud hebben
gegeven. In het arrest X/Gemeente Amsterdam is dit genuanceerd. Zij kunnen zich niet aan
het wettelijke regime onttrekken enkel door
hun overeenkomst een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk te noemen.
Omgekeerd geldt dat een overeenkomst die door partijen uitdrukkelijk als
arbeidsovereenkomst is aangeduid, maar die bijv. blijkens de wijze van uitvoering
niet de strekking heeft dat daadwerkelijk arbeid wordt verricht, niet als arbeidsovereenkomst
kan worden gekwalificeerd. De partijbedoelingen zijn alleen belangrijk bij de inhoud van de
overeenkomst, niet bij de kwalificatie van de overeenkomst. In de kwalificatiefase worden
4
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1................................................................................................. 3
Notities hoorcollege 1..................................................................................................... 8
Hoorcollege 2................................................................................................. 9
Jurisprudentie hoorcollege 2.........................................................................................14
Notities hoorcollege 2................................................................................................... 14
Hoorcollege 3............................................................................................... 18
Jurisprudentie hoorcollege 3.........................................................................................23
Notities hoorcollege 3................................................................................................... 25
Hoorcollege 4............................................................................................... 27
Notities hoorcollege 4................................................................................................... 35
Hoorcollege 5............................................................................................... 37
Jurisprudentie hoorcollege 5.........................................................................................48
Notities hoorcollege 5................................................................................................... 48
Hoorcollege 6............................................................................................... 53
Notities hoorcollege 6................................................................................................... 66
Hoorcollege 7............................................................................................... 74
Notities hoorcollege 7................................................................................................... 89
Hoorcollege 8............................................................................................... 96
Jurisprudentie hoorcollege 8.......................................................................................106
Notities hoorcollege 8................................................................................................. 107
Hoorcollege 9............................................................................................. 112
Jurisprudentie hoorcollege 9.......................................................................................116
Notities hoorcollege 9................................................................................................. 118
Hoorcollege 10........................................................................................... 124
Jurisprudentie hoorcollege 10.....................................................................................135
Notities hoorcollege 10............................................................................................... 135
Oefententamenvragen Arbeidsovereenkomstenrecht 2024- 2025 Deel 1.......139
Oefententamenvragen Arbeidsovereenkomstenrecht 2024- 2025 Deel 2.......144
Arbeidsovereenkomstenrecht UVT
2
,Hoorcollege 1
Literatuur
H1 – De arbeidsovereenkomst
1.1 De overeenkomst
De arbeidsovereenkomst is een overeenkomst. De arbeidsovereenkomst is gewoonlijk een
overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer. Een bepaalde arbeidsprestatie wordt
in de regel op grond van een arbeidsovereenkomst verricht.
1.2 Totstandkoming en geldigheid van de overeenkomst
De arbeidsovereenkomst komt, zoals elke overeenkomst, tot stand door
wilsovereenstemming, derhalve door aanbod en aanvaarding art. 6:217 BW. Herroeping van
de arbeidsovereenkomst is slechts mogelijk zolang het aanbod nog niet door de wederpartij is
aanvaard, maar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan dit onaanvaardbaar zijn.
De partij die de onderhandelingen voor dat moment afbreekt, kan schadeplichtig zijn wanneer
bij de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat een overeenkomst tot stand
zou komen. Hierbij wordt rekening gehouden met het vertrouwen en de gerechtvaardigde
belangen van die partij, daarnaast wordt er rekening gehouden met onvoorziene
ontwikkelingen.
Een arbeidsovereenkomst of bepalingen kunnen nietig zijn ingevolge art. 3:40 BW. Daarnaast
kan de overeenkomst worden vernietigd door bijvoorbeeld bedrog of dwaling, art. 3:44 jo.
6:228 BW. Ten aanzien van een beroep van de werkgever op vernietiging wegens bedrog
oordeelde de Hoge Raad dat daarvoor niet als extra, buitenwettelijk vereiste geldt dat de
arbeidsovereenkomst na ontdekking van dat gebrek (vrijwel) geheel nutteloos blijkt te zijn.
Indien de arbeidsovereenkomst voordeel heeft opgeleverd voor de werkgever, kan daarmee
volgens de Hoge Raad rekening worden gehouden door-
dat de rechter. Ook kan vernietiging weer onaanvaardbaar zijn wegens redelijkheid en
billijkheid.
1.3 Elementen arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst is gedefinieerd in artikel 610. De wettelijke definitie heeft de
volgende elementen:
a. De werknemer verbindt zich arbeid te verrichten;
b. De werkgever verbindt zich loon te betalen;
c. De werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever.
De wettelijke omschrijving bevat daarnaast nog de woorden ‘gedurende zekere tijd’/ deze
woorden hebben geen zelfstandige onderscheidende kracht. Wel, hoe korter de looptijd, hoe
sterker in zo’n geval de aanwijzing dat van een arbeidsovereenkomst geen sprake is.
1.3.1 Arbeid
Indien de werknemer niet verplicht is arbeid te verrichten, is er geen arbeidsovereenkomst.
Het begrip ‘arbeid’ in art. 610 wordt ruim opgevat. Van welke aard de overeengekomen
bezigheid is, doet niet ter zake. Zij kan van geestelijke of lichamelijke aard zijn. De arbeid
moet van waarde zijn voor de wederpartij. Is de arbeid echter primair gericht op het uitbreiden
van eigen kennis en ervaring van degene die de arbeid verricht, zoals bij de leerovereenkomst
of bij de stageovereenkomst het geval kan zijn, dan is de overeenkomst niet een
arbeidsovereenkomst.
3
, Ten aanzien van de overeenkomst met een au pair is in de rechtspraak aangenomen dat de
primaire strekking daarvan vaak is een buitenlandse jongere in de gelegenheid te stellen om
zich de taal en/of cultuur van een ander land eigen te maken.
Vormt dit niet (meer) het zwaartepunt van de overeenkomst, maar is zij in de eerste
plaats gericht op het, tegen kost en inwoning, verrichten van (oppas)werkzaamheden in het
gezin waarbij de au pair verblijft, dan dient de overeenkomst te worden
aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.
De Hoge Raad leert dat de vrijheid van de wederpartij van de opdrachtgever om al
dan niet op het werk te verschijnen en opdrachten te aanvaarden, op zichzelf niet
uitsluit dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Uitgangspunt is verder dat de werknemer
de bedongen arbeid zelf dient te verrichten. Daarnaast kunnen slechts natuurlijke personen
werknemers in de zin van art. 610 zijn.
1.3.2 Loon
Een contractuele relatie is slechts dan een arbeidsovereenkomst, indien voor de verrichte
arbeid loon verschuldigd is (een contraprestatie, iets anders dan pensioen). In art. 617 staat
een limitatieve opsomming van geoorloofde loonvormen, maar daaruit mag niet worden
afgeleid dat geen sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst indien partijen een
tegenprestatie in andere vorm zijn overeengekomen. Fooien die de werknemer van derden
ontvangt, zijn geen loon in de zin van het BW.
1.3.3 In dienst
De Hoge Raad spreekt over de gezagsverhouding zoals deze kenmerkend is voor de
arbeidsovereenkomst. Aan het gezagselement zal dan zijn voldaan, als de werkgever bevoegd
is aanwijzingen te geven ter bevordering van de goede orde binnen de onderneming of het
werkverband. Alleen werktijden contractueel opnemen is hiervoor niet genoeg. Hiervoor is
belangrijk dat de invulling van deze werktijden worden bepaald door de werkgever,
bijvoorbeeld welke taken moeten worden uitgevoerd.
1.3.4 De afbakening met de overeenkomst van opdracht
Ook een overeenkomst van opdracht kan worden aangegaan met het oog op een bepaald
persoon, in welk geval die persoon in beginsel gehouden is de opdracht zelf uit te voeren (art.
7:404). Verder is ook de opdrachtnemer verplicht gevolg te geven aan zekere aanwijzingen
omtrent de uitvoering van de opdracht (art. 7:402). 53 Hoe sterker en veelomvattender die
bevoegdheid is, des te eerder is sprake van een arbeidsovereenkomst. De grens tussen de
overeenkomst van opdracht en de arbeidsovereenkomst is met dat al een vloeiende.
In het Groen/Schoevers-arrest worden de verplichtingen tussen partijen bepaald door hetgeen
hun bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de
wijze waarop zij de overeenkomst feitelijk hebben uitgevoerd en aldus daaraan inhoud hebben
gegeven. In het arrest X/Gemeente Amsterdam is dit genuanceerd. Zij kunnen zich niet aan
het wettelijke regime onttrekken enkel door
hun overeenkomst een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk te noemen.
Omgekeerd geldt dat een overeenkomst die door partijen uitdrukkelijk als
arbeidsovereenkomst is aangeduid, maar die bijv. blijkens de wijze van uitvoering
niet de strekking heeft dat daadwerkelijk arbeid wordt verricht, niet als arbeidsovereenkomst
kan worden gekwalificeerd. De partijbedoelingen zijn alleen belangrijk bij de inhoud van de
overeenkomst, niet bij de kwalificatie van de overeenkomst. In de kwalificatiefase worden
4