,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1................................................................................................. 3
Notities hoorcollege 1................................................................................................... 13
Hoorcollege 2............................................................................................... 16
Jurisprudentie hoorcollege 2.........................................................................................19
Notities hoorcollege 2................................................................................................... 19
Hoorcollege 3............................................................................................... 22
Jurisprudentie hoorcollege 3.........................................................................................27
Notities hoorcollege 3................................................................................................... 28
Hoorcollege 4............................................................................................... 33
Jurisprudentie hoorcollege 4.........................................................................................42
Notities hoorcollege 4................................................................................................... 43
Hoorcollege 5............................................................................................... 48
Jurisprudentie hoorcollege 5.........................................................................................54
Notities hoorcollege 5................................................................................................... 55
Responsiecollege I........................................................................................58
Hoorcollege 7............................................................................................... 62
Notities hoorcollege 7................................................................................................... 71
Hoorcollege 8............................................................................................... 76
Notities hoorcollege 8................................................................................................... 86
Hoorcollege 9............................................................................................... 94
Notities hoorcollege 9................................................................................................... 97
Hoorcollege 10........................................................................................... 102
Hoorcollege 10 notities............................................................................................... 112
Hoorcollege 11........................................................................................... 119
Hoorcollege notities 11............................................................................................... 130
Responsiecollege II.....................................................................................134
2
, Socialezekerheidsrecht
Hoorcollege 1
Literatuur
H1 – Inleiding
1.1 Sociale zekerheid: een veelzijdig begrip
Sociale zekerheid heeft met bestaanszekerheid te maken, zoveel is wel duidelijk. Een waarde
die ten grondslag ligt van sociale zekerheid is solidariteit. Het gaat erom dat de sterken
bijdragen aan de samenleving. Bij sociale verzekeringen is de verzekering verplicht gesteld en
worden de geldbedragen uitgekeerd in de vorm van uitkeringen (werkeloosheid- of
arbeidsongeschiktheidsverzekering). Sociale voorzieningen worden verstrekt als men p enig
moment aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Het stelsel van sociale zekerheid kent een
waaier van uitkeringsvormen. Ze komen voor onder verschillende benamingen: pensioenen,
toeslagen, aanvullingen etc.
1.2 Een werkdefinitie van sociale zekerheid
De waarborgfunctie heeft een dubbele betekenis in het socialezekerheidsrecht:
minimumbescherming en bescherming tegen inkomensderving. De AOW is een voorbeeld
van het eerste type regeling. De WW is daarentegen een inkomensdervingsregeling. Naast de
waarborgfunctie heeft de sociale zekerheid een activeringsfunctie. Het gaat erom
uitkeringsgerechtigden te re-integreren, dat wil zeggen weer terug te brengen op de
arbeidsmarkt.
1.3 Recht op sociale zekerheid en overheidsverantwoordelijkheid
De bijzondere verantwoordelijkheid van de overheid is verankerd in het recht in het bijzonder
in de erkenning van het recht op sociale zekerheid als een sociaal grondrecht. In ons land
verwijst artikel 20 GW naar de sociale zekerheid:
1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg
der overheid.
2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de
wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.
1.4 Sociale zekerheid: publiek en privaat
1.4.1 Publieke sociale zekerheid
Sociale verzekeringen hebben zich tot publieke regelingen ontwikkeld. De achtergrond
hiervan lag in de noodzaak om deelname aan verzekeringen tegen bepaalde risico’s verplicht
te stellen. Zonder een dergelijke verplichting zou er van enige solidariteit tussen rijk en arm
niks terechtkomen.
1.4.2 Private sociale zekerheid
Hiervan is sprake als de aanspraak op de desbetreffende prestatie is gebaseerd op een
civielrechtelijke overeenkomst.
1.4.3 Driepijlerstelsel
De eerste laag wordt gevormd door het wettelijke socialezekerheidsstelsel. De prestaties
hiervan worden aangevuld door aanspraken die de werknemer heeft ten opzichte van de
werkgever. Deze aanspraken vinden hun grondslag in de arbeidsovereenkomst, dit is de
3
, tweede laag. De derde laag ten slotte is opgebouwd uit zuiver private voorzieningen die een
burger voor zichzelf kan treffen in bijvoorbeeld lijfrentepolissen en spaarregelingen.
H2 – Het socialezekerheidsstelsel
2.2 Concept en werkdefinities
Het stelsel van sociale zekerheid is het geheel van regelingen gericht op het bevorderen van
bestaanszekerheid en van de instanties die bij die regelingen als uitvoerder, toezichthouder of
rechter betrokken zijn.
2.3 Sociale verzekeringen en sociale voorzieningen
De sociale verzekeringen zijn oorspronkelijk tot stand gekomen om werknemers te
beschermen tegen sociale risico’s, zoals ziekte en werkeloosheid. Als we een zuiver
onderscheid zouden maken, kunnen we zeggen dat sociale verzekeringen een wettelijk
gegarandeerde aanspraak geven op een uitkering als tegenprestatie voor de betaalde premies
bij een vooraf gedefinieerde onzekere gebeurtenis.
Volgens het verzekeringsbeginsel moet er evenredigheid bestaan tussen de hoogte van de aan
een verzekeraar te betalen premie ne het risico. Met het risico wordt bedoeld: de kans op het
optreden van schade al gevolg van een onzeker voorval. In de tweede plaats gaat het
verzekeringsbeginsel uit van evenredigheid tussen de hoogte van de premie en de uitkering
die de verzekeraar ter compensatie van de geleden schade moet betalen.
Het tweede criterium voor onderscheid tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen
is de wijze van financiering. Sociale verzekeringen zijn regelingen waarvan de lasten worden
betaald uit de premies die door de verzekerden en de werkgevers van verzekerden worden
opgebracht. De kosten van sociale voorzieningen komen daarentegen ten laste van de
algemene middelen. Het financieringscriterium is echter gebrekkig, omdat de overheid soms
meedraagt aan de kosten van de verzekeringen en omdat de verzekeringen worden
afgedwongen via de belasting, wat van de overheid is.
2.4 Personele werkingssfeer
De personele werkingssfeer heeft betrekking op de vraag welke personen onder het bereik van
een regeling vallen.
4