WEEK 1
VERDIEPEND STAATS- EN BESTUURSRECHT
LITERATUUR
INLEIDING
Om het digitale publieke spectrum beter te begrijpen, zijn drie belangrijke fases te onderscheiden:
1. Toegang tot platforms en informatie: Wie heeft toegang tot digitale platforms en welke informatie is
binnen deze platforms beschikbaar?
2. Balans tussen publieke en private belangen: Hoe wordt bepaald welke informatie toegankelijk is, en
waar liggen de grenzen tussen publieke doelstellingen en private belangen?
3. Rechtsbescherming en remedies: Welke juridische middelen zijn beschikbaar wanneer rechten
worden geschonden in de digitale publieke ruimte?
BALKIN - ‘FREE SPEECH IS A TRIANGLE’
DRIE FUNCTIES VAN SOCIALE MEDIA
Balkin ziet sociale media in de 21ste eeuw als opvolger van de traditionele media in de 20 ste eeuw. Sociale media
vormen net als de geprinte media een soort ‘publieke sfeer’, waarbij de vrijheid van meningsuiting een
belangrijk onderdeel is dat weergeeft of de publieke sfeer goed functioneert. Het enkele verschil is dat op
sociale media iedereen een maker kan zijn, ten opzichte van geprinte media waar het overgrote gedeelte
slechts een ontvanger was.
Hij onderscheidt drie functies:
1. Faciliteren van publieke participatie in kunst, politiek en cultuur;
2. Organiseren van het publieke debat zodat mensen elkaar makkelijk kunnen vinden en communiceren;
3. Het weergeven van een publieke mening, niet alleen door individuele resultaten (het vormen van een
feed), maar ook door standaarden en gebruikersvoorwaarden.
Het weergeven van een publieke mening, dus het bepalen van wat wordt weer gegeven, is niet een kenmerk
van sociale media alleen. Geprinte media deden dit ook, vaak verder als dat volgens de wet noodzakelijk was.
Hierbij werd gekeken wat gepast zou zijn voor de gemiddelde lezer.
Sociale media beperken ook wat wordt weergegeven en dus de vrijheid van meningsuiting, onder andere door
gebruikersvoorwaarden, vaak meer als dat een staat dit mag. Dit kan een probleem veroorzaken, wanneer er
maar een selecte groep grote media bestaat, waardoor er weinig verschillende gebruikersvoorwaarden zijn.
Hierdoor kunnen verschillende groeperingen en subgroepen buiten de boot vallen en niet hun waarden en
mening delen.
DRIE WAARDEN IN VERBAND MET VRIJHEID VAN MENINGSUITING
Welke waardes staan in verband met de vrijheid van meningsuiting?
I. Waarden van politieke democratie: vrijheid van meningsuiting zorgt voor democratische partic ipatie.
1
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025
, II. Waarden van democratische cultuur: het helpt bij het produceren van een democratische cultuur,
waarbij iedereen vrij kan participeren in culturen dat hun vormen en aangaan. Het geeft de
mogelijkheid om culturen te ervaren en te vormen.
III. Waarden van groei en verspreiding van kennis: helpt bij het verspreiden van groei en kennis.
Volgens Balkin doet sociale media het goed wanneer het deze drie centrale waardes promoot. Wanneer deze
waarden worden verhinderd, functioneert de publieke sfeer, en dus het sociale medium, niet goed.
CELESTE – ‘DIGITAL PUNISHMENT: SOCIAL MEDIA EXCLUSION AND THE CONSTITUTIONALIZING
ROLE OF NATIONAL COURTS’
DRIE VORMEN VAN SOCIALE MEDIA-UITLSUITING
Sociale media-uitsluiting wordt gedefinieerd als het verhinderen van toegang tot sociale media of delen
daarvan. Dit heeft gevolgen voor fundamentele rechten zoals vrijheid van meningsuiting, informatievergaring
en protest. Celeste benadrukt dat deze uitsluiting in drie vormen kan worden onderscheiden, afhankelijk van
de actoren en omstandigheden:
1. Gebruikers versus gebruikers (users vs. users): Dit gebeurt wanneer een gebruiker door een andere
gebruiker wordt geblokkeerd of beperkt. Bijvoorbeeld, het blokkeren van critici door de voormalige
Amerikaanse president Donald Trump op Twitter.
2. Platformen versus gebruikers (platforms vs. users): Sociale mediaplatforms zoals Facebook kunnen
gebruikers weren of accounts deactiveren wegens overtreding van hun gebruiksvoorwaarden, zoals
haatzaaien.
3. Overheid versus gebruikers (states vs. users): Overheden kunnen wetten invoeren die bepaalde
groepen verbieden sociale media te gebruiken, zoals in het geval van North Carolina, waar
geregistreerde zedendelinquenten eerder geen toegang hadden tot sociale media.
Rechtbanken spelen een centrale rol in de zogenaamde "constitutionalisering" van de sociale media-omgeving,
oftewel het toepassen en afdwingen van grondwettelijke principes in een ruimte die grotendeels wordt
beheerst door de interne regels van private platforms. Ze waarborgen dat de digitale ruimte geen wetteloos
terrein wordt, maar een omgeving waar de rechten van individuen en de verantwoordelijkheden van platforms
in evenwicht zijn.
REGULERING IN DE VERENIGDE STATEN VERSUS DUITSLAND
Verenigde Staten: Regulering richt zich op de constitutionele rechten van gebruikers, zoals vrijheid van
meningsuiting. Rechtbanken passen de public forum doctrine toe, wat inhoudt dat openbare figuren zoals
politici, die sociale media gebruiken voor officiële communicatie, geen gebruikers mogen blokkeren op basis
van politieke meningen. Dit werd bevestigd in het Trump-geval, waar de rechtbank oordeelde dat het
blokkeren van gebruikers een schending van het Eerste Amendement was.
Duitsland: Hier ligt de nadruk op de balans tussen de rechten van het platform en de gebruikers. Platforms
worden gezien als digitale huiseigenaren (virtuelles Hausrecht), wat hen het recht geeft om gebruikers te
weren. Dit recht wordt echter beperkt door proportionaliteit en transparantie. Duitse rechtbanken eisen dat
platforms objectieve en niet-arbitraire regels hanteren bij het verwijderen van inhoud of uitsluiten van
gebruikers. Een voorbeeld is de verplichting van Facebook om heldere richtlijnen te volgen voor het verbannen
van gebruikers.
Amerikaanse en Duitse rechtbanken spelen een sleutelrol bij het vormgeven van regelgeving die de rechten van
gebruikers en de autoriteit van platforms in balans brengt, maar de aanpak verschilt aanzienlijk. In de VS ligt de
2
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025
,focus op individuele rechten, terwijl Duitsland meer aandacht heeft voor de regulering van platformgedrag in
lijn met fundamentele beginselen.
VAN RIEL – ‘CENGIZ AND OTHERS V. TURKEY: A TENTATIVE VICTORY FOR FREEDOM OF
EXPRESSION ONLINE’
Omschrijving van de Cengiz o.a. v. Turkey zaak. Gaat in op de flexibele houding van het EHRM rondom de
slachtofferstatus, en legt uit wat deze zaak anders maakt dan vergelijkbare zaken. Deze zaak springt uit, mede
doordat YouTube een uniek platform is zonder volwaardig alternatief. Hier speelt ook aan mee dat politieke
meningen worden gedeeld op dit platform, wat anders is als bijvoorbeeld een muziekplatform.
Van Riel onderscheidt een aparte vorm van een sociale media uitsluiting: een ‘blanket ban’, waarbij niet alleen
specifieke sub pagina’s worden geblokkeerd, maar de complete website in zijn geheel. Het EHRM oordeelt in
deze zaak niet over het legitieme doel en proportionaliteit van de blanket ban, omdat deze niet door de Turkse
wet was toegestaan. Er komt dus geen antwoord op de vraag of een blanket ban wel was toegelaten door de
proportionaliteitsvereisten in het geval de Turkse wet een blanket ban wel had toegelaten.
WILMAN – ‘DE DIGITAL SERVICES ACT (DSA): EEN BELANGRIJKE STAP NAAR BETERE REGULERING
VAN ONLINEDIENSTVERLENING’
Dit artikel bespreekt de Digital Services Act (DSA), een verordening die onlinediensten reguleert met betrekking
op de doorgifte en het opslaan van informatie afkomstig van de gebruikers van die diensten. De DSA kent een
aantal doelen:
Bestrijden illegale inhoud dat wordt verhandeld via tussendiensten bestrijden;
Innovatie bevorderen door het creëren van een veilige, voorspelbare en betrouwbare
onlineomgeving;
Gebruikers en grondrechten beter beschermen;
Harmonisatie en het voorkomen van versnipperde nationale regelgeving.
Maar de DSA kent ook een aantal tekortkomingen, waaronder:
Toepassingsbereik beperkt tot tussenhandel diensten;
Complexiteit en open normen: bepalingen zijn flexibel en breed geformuleerd, wat kan zorgen voor
interpretatieverschillen en gebrek aan duidelijkheid, wat afdoet aan de rechtszekerheid.
Afhankelijk van handhaving: effectiviteit hangt sterk af van de mate van uitvoering en handhaving.
Balans tussen regulering en innovatie: zeker voor grotere platforms kunnen de verplichtingen als
belastend worden ervaren, wat innovatie mogelijk juist stagneert. Mogelijk is overregulering niet te
voorkomen.
Bescherming van kleine bedrijven: kleine bedrijven zijn vrijgesteld, maar de vraag is of ze nu
voldoende worden beschermd tegen de concurrentie van grotere bedrijven.
JURISPRUDENTIE
ECLI:CE:ECHR:2015:1201JUD004822610 (CENGIZ A.O. V. TURKEY)
De Turkse rechtbank vond op 10 verschillende sub pagina’s van YouTube beledigingen over de oprichter van de
moderne staat Turkije (Ataturk), wat strafbaar is gesteld in de Turkse wet. Als gevolg werd de hele website
YouTube geblokkeerd. De aanklagers, Turkse rechtenprofessoren, stelde dat het blokkeren van de website in
strijd zou zijn met hun recht om te ontvangen en delen van informatie en ideeën.
3
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025
, Het EHRM oordeelde dat het blokkeren van de website YouTube in strijd was met het recht van vrijheid van
meningsuiting (freedom of expression). Ze stelde dat YouTube een uniek platform is met verschillende
informatie, onder andere over sociale en politieke problemen die niet altijd in de klassieke media naar boven
komen, waardoor de website van groot belang is voor burgers en journalistiek. Het blokkeren van de hele
website en de gevolgen van dien zorgen ervoor dat de inperking een breuk oplevert met het recht van de
vrijheid van meningsuiting.
Ook speelde mee dat de aanklagers eigenlijk geen slachtofferstatus hadden, volgens de Turkse rechtbank.
Kenmerkend is de flexibele rol die het EHRM hier inneemt, aangezien de aanklagers YouTube actief gebruiken,
worden ze getroffen door de blokkade. Dit geeft andere gebruikers van sociale media de mogelijkheid om in de
toekomst in verzet te komen tegen soortgelijke zaken.
Het EHRM oordeelt in deze zaak niet over het legitieme doel en proportionaliteit van de complete blokkade,
omdat deze niet door de Turkse wet was toegestaan. Er komt dus geen antwoord op de vraag of deze wel was
toegelaten in het geval de Turkse wet complete blokkade wel had toegelaten.
ECLI:NL:RBNHO:2021:8539 (LINKEDIN UITSPRAAK)
Een zaak gestart door de politicus van Haga. Zijn LinkedIn profiel en enkele berichten werden verwijderd omdat
er misinformatie over Covid-19 in stond.
De rechter stelt voorop dat deze platforms mogen optreden tegen het verspreiden van misinformatie. Echter,
moeten de gebruikersvoorwaarden inzicht bieden over hoever mag worden gegaan met het uiten van
meningen. Deze onduidelijke gebruiksvoorwaarden maken dat het blokkeren van het profiel onzorgvuldig was
en daardoor moet het profiel binnen drie dagen worden gedeblokkeerd. De berichten hoefde niet te worden
teruggeplaatst, gezien de schadelijke misinformatie. Van Haga kreeg dus gedeeltelijk gelijk.
ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (CAFÉ WELTSCHMERZ)
Eiser plaatste een interview met een huisarts op het burgerjournalistiek kanaal ‘Café Weltschmerz’. Het
interview bevatte schadelijke desinformatie over Covid-19, waardoor YouTube besloot het filmpje te
verwijderen. Eiser stelt dat YouTube een inbreuk heeft gemaakt op zijn vrijheid van meningsuiting.
De vorderingen worden afgewezen. YouTube past zijn beleid over content met betrekking tot Covid-19 strikt
toe, maar het gaat dieper dan dat, het gaat erom hoe YouTube zijn beleid toepast. In dit geval gaat het niet om
een openbaar debat, waarbij beide kanten (mogelijke nuances en negatieve effecten) worden benoemd, maar
gaat het om uitlatingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn. Dit blijkt uit de manier van verwoorden. Daarom
mocht YouTube de video verwijderen.
HOORCOLLEGE
WAT IS DIGITALISATIE?
De manier waarop we communiceren is al jaren in ontwikkeling, denk aan kranten, televisie en daarna
telefoons. Dit is de opkomst van de massamedia. Aan de ene kant is de telefoon een vervolg op de vorige
mediums, maar voor de rechtsstaat is het wel wezenlijk anders. Kenmerken:
Niet alleen een verschuiving van consumeren, maar bij telefoons ook zelf content plaatsen. Hierdoor
kan er ook informatie op sociale media komen die niet altijd waar is, want het wordt niet door
journalisten geplaatst maar door burgers.
Juridische uitdaging: verspreiden nepnieuws en disinformatie.
Weinig grote sociale media aanbieders, denk aan Meta en X.
4
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025
VERDIEPEND STAATS- EN BESTUURSRECHT
LITERATUUR
INLEIDING
Om het digitale publieke spectrum beter te begrijpen, zijn drie belangrijke fases te onderscheiden:
1. Toegang tot platforms en informatie: Wie heeft toegang tot digitale platforms en welke informatie is
binnen deze platforms beschikbaar?
2. Balans tussen publieke en private belangen: Hoe wordt bepaald welke informatie toegankelijk is, en
waar liggen de grenzen tussen publieke doelstellingen en private belangen?
3. Rechtsbescherming en remedies: Welke juridische middelen zijn beschikbaar wanneer rechten
worden geschonden in de digitale publieke ruimte?
BALKIN - ‘FREE SPEECH IS A TRIANGLE’
DRIE FUNCTIES VAN SOCIALE MEDIA
Balkin ziet sociale media in de 21ste eeuw als opvolger van de traditionele media in de 20 ste eeuw. Sociale media
vormen net als de geprinte media een soort ‘publieke sfeer’, waarbij de vrijheid van meningsuiting een
belangrijk onderdeel is dat weergeeft of de publieke sfeer goed functioneert. Het enkele verschil is dat op
sociale media iedereen een maker kan zijn, ten opzichte van geprinte media waar het overgrote gedeelte
slechts een ontvanger was.
Hij onderscheidt drie functies:
1. Faciliteren van publieke participatie in kunst, politiek en cultuur;
2. Organiseren van het publieke debat zodat mensen elkaar makkelijk kunnen vinden en communiceren;
3. Het weergeven van een publieke mening, niet alleen door individuele resultaten (het vormen van een
feed), maar ook door standaarden en gebruikersvoorwaarden.
Het weergeven van een publieke mening, dus het bepalen van wat wordt weer gegeven, is niet een kenmerk
van sociale media alleen. Geprinte media deden dit ook, vaak verder als dat volgens de wet noodzakelijk was.
Hierbij werd gekeken wat gepast zou zijn voor de gemiddelde lezer.
Sociale media beperken ook wat wordt weergegeven en dus de vrijheid van meningsuiting, onder andere door
gebruikersvoorwaarden, vaak meer als dat een staat dit mag. Dit kan een probleem veroorzaken, wanneer er
maar een selecte groep grote media bestaat, waardoor er weinig verschillende gebruikersvoorwaarden zijn.
Hierdoor kunnen verschillende groeperingen en subgroepen buiten de boot vallen en niet hun waarden en
mening delen.
DRIE WAARDEN IN VERBAND MET VRIJHEID VAN MENINGSUITING
Welke waardes staan in verband met de vrijheid van meningsuiting?
I. Waarden van politieke democratie: vrijheid van meningsuiting zorgt voor democratische partic ipatie.
1
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025
, II. Waarden van democratische cultuur: het helpt bij het produceren van een democratische cultuur,
waarbij iedereen vrij kan participeren in culturen dat hun vormen en aangaan. Het geeft de
mogelijkheid om culturen te ervaren en te vormen.
III. Waarden van groei en verspreiding van kennis: helpt bij het verspreiden van groei en kennis.
Volgens Balkin doet sociale media het goed wanneer het deze drie centrale waardes promoot. Wanneer deze
waarden worden verhinderd, functioneert de publieke sfeer, en dus het sociale medium, niet goed.
CELESTE – ‘DIGITAL PUNISHMENT: SOCIAL MEDIA EXCLUSION AND THE CONSTITUTIONALIZING
ROLE OF NATIONAL COURTS’
DRIE VORMEN VAN SOCIALE MEDIA-UITLSUITING
Sociale media-uitsluiting wordt gedefinieerd als het verhinderen van toegang tot sociale media of delen
daarvan. Dit heeft gevolgen voor fundamentele rechten zoals vrijheid van meningsuiting, informatievergaring
en protest. Celeste benadrukt dat deze uitsluiting in drie vormen kan worden onderscheiden, afhankelijk van
de actoren en omstandigheden:
1. Gebruikers versus gebruikers (users vs. users): Dit gebeurt wanneer een gebruiker door een andere
gebruiker wordt geblokkeerd of beperkt. Bijvoorbeeld, het blokkeren van critici door de voormalige
Amerikaanse president Donald Trump op Twitter.
2. Platformen versus gebruikers (platforms vs. users): Sociale mediaplatforms zoals Facebook kunnen
gebruikers weren of accounts deactiveren wegens overtreding van hun gebruiksvoorwaarden, zoals
haatzaaien.
3. Overheid versus gebruikers (states vs. users): Overheden kunnen wetten invoeren die bepaalde
groepen verbieden sociale media te gebruiken, zoals in het geval van North Carolina, waar
geregistreerde zedendelinquenten eerder geen toegang hadden tot sociale media.
Rechtbanken spelen een centrale rol in de zogenaamde "constitutionalisering" van de sociale media-omgeving,
oftewel het toepassen en afdwingen van grondwettelijke principes in een ruimte die grotendeels wordt
beheerst door de interne regels van private platforms. Ze waarborgen dat de digitale ruimte geen wetteloos
terrein wordt, maar een omgeving waar de rechten van individuen en de verantwoordelijkheden van platforms
in evenwicht zijn.
REGULERING IN DE VERENIGDE STATEN VERSUS DUITSLAND
Verenigde Staten: Regulering richt zich op de constitutionele rechten van gebruikers, zoals vrijheid van
meningsuiting. Rechtbanken passen de public forum doctrine toe, wat inhoudt dat openbare figuren zoals
politici, die sociale media gebruiken voor officiële communicatie, geen gebruikers mogen blokkeren op basis
van politieke meningen. Dit werd bevestigd in het Trump-geval, waar de rechtbank oordeelde dat het
blokkeren van gebruikers een schending van het Eerste Amendement was.
Duitsland: Hier ligt de nadruk op de balans tussen de rechten van het platform en de gebruikers. Platforms
worden gezien als digitale huiseigenaren (virtuelles Hausrecht), wat hen het recht geeft om gebruikers te
weren. Dit recht wordt echter beperkt door proportionaliteit en transparantie. Duitse rechtbanken eisen dat
platforms objectieve en niet-arbitraire regels hanteren bij het verwijderen van inhoud of uitsluiten van
gebruikers. Een voorbeeld is de verplichting van Facebook om heldere richtlijnen te volgen voor het verbannen
van gebruikers.
Amerikaanse en Duitse rechtbanken spelen een sleutelrol bij het vormgeven van regelgeving die de rechten van
gebruikers en de autoriteit van platforms in balans brengt, maar de aanpak verschilt aanzienlijk. In de VS ligt de
2
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025
,focus op individuele rechten, terwijl Duitsland meer aandacht heeft voor de regulering van platformgedrag in
lijn met fundamentele beginselen.
VAN RIEL – ‘CENGIZ AND OTHERS V. TURKEY: A TENTATIVE VICTORY FOR FREEDOM OF
EXPRESSION ONLINE’
Omschrijving van de Cengiz o.a. v. Turkey zaak. Gaat in op de flexibele houding van het EHRM rondom de
slachtofferstatus, en legt uit wat deze zaak anders maakt dan vergelijkbare zaken. Deze zaak springt uit, mede
doordat YouTube een uniek platform is zonder volwaardig alternatief. Hier speelt ook aan mee dat politieke
meningen worden gedeeld op dit platform, wat anders is als bijvoorbeeld een muziekplatform.
Van Riel onderscheidt een aparte vorm van een sociale media uitsluiting: een ‘blanket ban’, waarbij niet alleen
specifieke sub pagina’s worden geblokkeerd, maar de complete website in zijn geheel. Het EHRM oordeelt in
deze zaak niet over het legitieme doel en proportionaliteit van de blanket ban, omdat deze niet door de Turkse
wet was toegestaan. Er komt dus geen antwoord op de vraag of een blanket ban wel was toegelaten door de
proportionaliteitsvereisten in het geval de Turkse wet een blanket ban wel had toegelaten.
WILMAN – ‘DE DIGITAL SERVICES ACT (DSA): EEN BELANGRIJKE STAP NAAR BETERE REGULERING
VAN ONLINEDIENSTVERLENING’
Dit artikel bespreekt de Digital Services Act (DSA), een verordening die onlinediensten reguleert met betrekking
op de doorgifte en het opslaan van informatie afkomstig van de gebruikers van die diensten. De DSA kent een
aantal doelen:
Bestrijden illegale inhoud dat wordt verhandeld via tussendiensten bestrijden;
Innovatie bevorderen door het creëren van een veilige, voorspelbare en betrouwbare
onlineomgeving;
Gebruikers en grondrechten beter beschermen;
Harmonisatie en het voorkomen van versnipperde nationale regelgeving.
Maar de DSA kent ook een aantal tekortkomingen, waaronder:
Toepassingsbereik beperkt tot tussenhandel diensten;
Complexiteit en open normen: bepalingen zijn flexibel en breed geformuleerd, wat kan zorgen voor
interpretatieverschillen en gebrek aan duidelijkheid, wat afdoet aan de rechtszekerheid.
Afhankelijk van handhaving: effectiviteit hangt sterk af van de mate van uitvoering en handhaving.
Balans tussen regulering en innovatie: zeker voor grotere platforms kunnen de verplichtingen als
belastend worden ervaren, wat innovatie mogelijk juist stagneert. Mogelijk is overregulering niet te
voorkomen.
Bescherming van kleine bedrijven: kleine bedrijven zijn vrijgesteld, maar de vraag is of ze nu
voldoende worden beschermd tegen de concurrentie van grotere bedrijven.
JURISPRUDENTIE
ECLI:CE:ECHR:2015:1201JUD004822610 (CENGIZ A.O. V. TURKEY)
De Turkse rechtbank vond op 10 verschillende sub pagina’s van YouTube beledigingen over de oprichter van de
moderne staat Turkije (Ataturk), wat strafbaar is gesteld in de Turkse wet. Als gevolg werd de hele website
YouTube geblokkeerd. De aanklagers, Turkse rechtenprofessoren, stelde dat het blokkeren van de website in
strijd zou zijn met hun recht om te ontvangen en delen van informatie en ideeën.
3
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025
, Het EHRM oordeelde dat het blokkeren van de website YouTube in strijd was met het recht van vrijheid van
meningsuiting (freedom of expression). Ze stelde dat YouTube een uniek platform is met verschillende
informatie, onder andere over sociale en politieke problemen die niet altijd in de klassieke media naar boven
komen, waardoor de website van groot belang is voor burgers en journalistiek. Het blokkeren van de hele
website en de gevolgen van dien zorgen ervoor dat de inperking een breuk oplevert met het recht van de
vrijheid van meningsuiting.
Ook speelde mee dat de aanklagers eigenlijk geen slachtofferstatus hadden, volgens de Turkse rechtbank.
Kenmerkend is de flexibele rol die het EHRM hier inneemt, aangezien de aanklagers YouTube actief gebruiken,
worden ze getroffen door de blokkade. Dit geeft andere gebruikers van sociale media de mogelijkheid om in de
toekomst in verzet te komen tegen soortgelijke zaken.
Het EHRM oordeelt in deze zaak niet over het legitieme doel en proportionaliteit van de complete blokkade,
omdat deze niet door de Turkse wet was toegestaan. Er komt dus geen antwoord op de vraag of deze wel was
toegelaten in het geval de Turkse wet complete blokkade wel had toegelaten.
ECLI:NL:RBNHO:2021:8539 (LINKEDIN UITSPRAAK)
Een zaak gestart door de politicus van Haga. Zijn LinkedIn profiel en enkele berichten werden verwijderd omdat
er misinformatie over Covid-19 in stond.
De rechter stelt voorop dat deze platforms mogen optreden tegen het verspreiden van misinformatie. Echter,
moeten de gebruikersvoorwaarden inzicht bieden over hoever mag worden gegaan met het uiten van
meningen. Deze onduidelijke gebruiksvoorwaarden maken dat het blokkeren van het profiel onzorgvuldig was
en daardoor moet het profiel binnen drie dagen worden gedeblokkeerd. De berichten hoefde niet te worden
teruggeplaatst, gezien de schadelijke misinformatie. Van Haga kreeg dus gedeeltelijk gelijk.
ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (CAFÉ WELTSCHMERZ)
Eiser plaatste een interview met een huisarts op het burgerjournalistiek kanaal ‘Café Weltschmerz’. Het
interview bevatte schadelijke desinformatie over Covid-19, waardoor YouTube besloot het filmpje te
verwijderen. Eiser stelt dat YouTube een inbreuk heeft gemaakt op zijn vrijheid van meningsuiting.
De vorderingen worden afgewezen. YouTube past zijn beleid over content met betrekking tot Covid-19 strikt
toe, maar het gaat dieper dan dat, het gaat erom hoe YouTube zijn beleid toepast. In dit geval gaat het niet om
een openbaar debat, waarbij beide kanten (mogelijke nuances en negatieve effecten) worden benoemd, maar
gaat het om uitlatingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn. Dit blijkt uit de manier van verwoorden. Daarom
mocht YouTube de video verwijderen.
HOORCOLLEGE
WAT IS DIGITALISATIE?
De manier waarop we communiceren is al jaren in ontwikkeling, denk aan kranten, televisie en daarna
telefoons. Dit is de opkomst van de massamedia. Aan de ene kant is de telefoon een vervolg op de vorige
mediums, maar voor de rechtsstaat is het wel wezenlijk anders. Kenmerken:
Niet alleen een verschuiving van consumeren, maar bij telefoons ook zelf content plaatsen. Hierdoor
kan er ook informatie op sociale media komen die niet altijd waar is, want het wordt niet door
journalisten geplaatst maar door burgers.
Juridische uitdaging: verspreiden nepnieuws en disinformatie.
Weinig grote sociale media aanbieders, denk aan Meta en X.
4
Verdiepend Staats- en Bestuursrecht 2024/2025