1 - Algemene begrippen
Thema = een overkoepelend begrip, je kan het meestal met 1 woord aangeven
Onderwerp = specefieker, meestal een beschrijving van wat er afgebeeld wordt.
Genre = bijvoorbeeld een portret, groepsportret, stadsgezicht of landschap
Motief = de grondgedachte van het werk
Inhoud = wat de kunstenaar wilt uitdrukken of wat je zelf kan herkennen in een werk
Betekenis = kan per persoor verschillen
Beeldende kunst = een afbeelding van de werkelijkheid
Autonome of vrije kunst = zelf bepalen wat je maakt en hoe zijn werk eruit zal zien
Toegepaste kunst = objecten die we gebruiken, zoals kleding of meubels
Beeldende middelen = de middelen die een kunstenaar gebruikt om een beeld of
voorstelling te maken
Voorstellingsaspecten = alles wat je herkent in een beeld
Beeldende aspecten/beeldaspecten = kleur, licht, vorm, ruimte en compositie
Effect en werking = als een werk een bepaalde indruk op je maakt
Expressie = ander woord voor uitdrukking, kunstenaars drukken uit wat hun bezig houdt.
Zeggingskracht = de indruk die een werk op je maakt, het doet een beroep op je emoties
Communiceren = door het gebruik van aspecten heeft de kunstenaar invloed op jouw
waarneming en beleving
2 - Verschijningsvormen
Verschijningsvormen = de vorm waarin iets aan je gepresenteerd wordt
Beelddragers = de verschillende verschijningsvormen
Vierde dimentie = tijd, uitgedrukt in film
Schets = een losse, zoekende manier van tekenen
Tekening = een verzamelnaam voor alles wat getekend is
Schilderij = een verzamelnaam voor al het werk wat op een vlak is geschilderd
Illustratie = gebruikt om iets te verduidelijken
Miniatuur = een klein schilderijtje of een verkleinde weergave van een ruimtelijk object
Paneel = een vlakke plaat, meestal van hout
Muurschildering = als een muur de beelddrager is voor een schilderij
Grafiek = gedrukte kunst
Druk = afdruk
Gravure = een afbeelding in een metalen plaat krassen waardoor de inkt in de gravures blijft
zitten
Ets = met een koperen/zinken plaat en zuur. De kunstenaar maakt een afbeelding in het
zuur, waar het zuur in de plaat bijt
Fotomontage = een collage van verschillende foto’s of stukjes van foto’s
Mixed media = een combinatie van verschillende materialen op dezelfde ondergrond
Shot = een serie beelden die in 1 keer is opgenomen, zonder het veranderen van de
camerapositie en zonder dat erin geknipt is
Speelfilm = een film met een verzonnen verhaal
, Drama(serie) = emoties en gevoel staan centraal
Documentaire = informatief en educatief
Reportage = over iets wat in het nieuws is
Instructiefilm = laat zien hoe je iets moet doen
Commercial = reclame in filmvorm
Clip = een video bij een liedje
Animatie = getekende mensen in plaats van acteurs
Performance = een verzamelnaam voor optredens van een of meer beeldende kunstenaars
CGI = computer generated imagery, beelden die door de computer zijn gemaakt
Hologram = een projectie die driedimentionaal lijkt
Virtual reality = de techniek waarmee je met een VR-bril naar je omgeving kijkt, waar de
omgeving volledig anders is
Augmented reality = als er iets toegevoegd wordt aan de wereld om je heen
Monument = gedenktekens, om historische gebeurtenissen of belangrijke personen te eren
Buste = een ruimtelijk beeld wat bestaat uit hoofd, schouders en borst
Reliëf = tussen 3D en 2D in, zoals een munt
Afgietsel = een beeld wat gegoten is ipv een beeldhouwwerk
Installatie = een ruimtelijk kunstwerk waarbij verschillende onderdelen zijn samengevoegd
Kinetisch object = een bewegend object, door wind, elektrischiteit, of aanraking
Mobile = een soort kinietisch kunstwerk, vaker boven een wieg gehangen
Collage = een tweedimentionaal kunstwerk dat is opgebouwd uit verschillende stukken
papier, krantensnipsels, foto’s, etc
Assemblage = een driedimentionale collage
Objet trouvé = een bestaand voorwerp dat wordt verwerkt in een kunstwerk
Readymade = een bestaand voorwerp dat door een kunstenaar tot kunst wordt benoemd
Architectuur = de kunst en wetenschap van de gebouwde omgeving
Façade = voorgevel, de voorkant van een gebouw
Exterieur = de buitenkant van een gebouw
Interieur = de binnenkant van het gebouw
Plattegrond = een bovenaanzicht van een gebouw
Design = alles wat ontworpen is
Industriële vormgeving = producten die in grote oplagen worden gemaakt in een fabriek
Keramiek = een verzamelnaam voor alle producten van gebakken klei
Kostumering = alles wat een acteur of eventuele fotomodel draagt als onderdeel van hun rol
3 - Aspecten van de voorstelling
Stilleven = een verzameling voorwerpen die met zorg bij elkaar zijn gezet
Landschap = met bossen, weiden of meren
Realistisch en naturalistisch = alle details kloppen met de werkelijkheid
Naar waarneming = realistisch
Naar de fantasie = ook gevoelens en gedachtes in het werk
Portret = een genre waar een mens is afgebeeld
Portret en profil = een portet van opzij gezien
Portret en face = een portret van recht voren
Zelfportret = een portret dat de kunstenaar van zichzelf heeft gemaakt
Thema = een overkoepelend begrip, je kan het meestal met 1 woord aangeven
Onderwerp = specefieker, meestal een beschrijving van wat er afgebeeld wordt.
Genre = bijvoorbeeld een portret, groepsportret, stadsgezicht of landschap
Motief = de grondgedachte van het werk
Inhoud = wat de kunstenaar wilt uitdrukken of wat je zelf kan herkennen in een werk
Betekenis = kan per persoor verschillen
Beeldende kunst = een afbeelding van de werkelijkheid
Autonome of vrije kunst = zelf bepalen wat je maakt en hoe zijn werk eruit zal zien
Toegepaste kunst = objecten die we gebruiken, zoals kleding of meubels
Beeldende middelen = de middelen die een kunstenaar gebruikt om een beeld of
voorstelling te maken
Voorstellingsaspecten = alles wat je herkent in een beeld
Beeldende aspecten/beeldaspecten = kleur, licht, vorm, ruimte en compositie
Effect en werking = als een werk een bepaalde indruk op je maakt
Expressie = ander woord voor uitdrukking, kunstenaars drukken uit wat hun bezig houdt.
Zeggingskracht = de indruk die een werk op je maakt, het doet een beroep op je emoties
Communiceren = door het gebruik van aspecten heeft de kunstenaar invloed op jouw
waarneming en beleving
2 - Verschijningsvormen
Verschijningsvormen = de vorm waarin iets aan je gepresenteerd wordt
Beelddragers = de verschillende verschijningsvormen
Vierde dimentie = tijd, uitgedrukt in film
Schets = een losse, zoekende manier van tekenen
Tekening = een verzamelnaam voor alles wat getekend is
Schilderij = een verzamelnaam voor al het werk wat op een vlak is geschilderd
Illustratie = gebruikt om iets te verduidelijken
Miniatuur = een klein schilderijtje of een verkleinde weergave van een ruimtelijk object
Paneel = een vlakke plaat, meestal van hout
Muurschildering = als een muur de beelddrager is voor een schilderij
Grafiek = gedrukte kunst
Druk = afdruk
Gravure = een afbeelding in een metalen plaat krassen waardoor de inkt in de gravures blijft
zitten
Ets = met een koperen/zinken plaat en zuur. De kunstenaar maakt een afbeelding in het
zuur, waar het zuur in de plaat bijt
Fotomontage = een collage van verschillende foto’s of stukjes van foto’s
Mixed media = een combinatie van verschillende materialen op dezelfde ondergrond
Shot = een serie beelden die in 1 keer is opgenomen, zonder het veranderen van de
camerapositie en zonder dat erin geknipt is
Speelfilm = een film met een verzonnen verhaal
, Drama(serie) = emoties en gevoel staan centraal
Documentaire = informatief en educatief
Reportage = over iets wat in het nieuws is
Instructiefilm = laat zien hoe je iets moet doen
Commercial = reclame in filmvorm
Clip = een video bij een liedje
Animatie = getekende mensen in plaats van acteurs
Performance = een verzamelnaam voor optredens van een of meer beeldende kunstenaars
CGI = computer generated imagery, beelden die door de computer zijn gemaakt
Hologram = een projectie die driedimentionaal lijkt
Virtual reality = de techniek waarmee je met een VR-bril naar je omgeving kijkt, waar de
omgeving volledig anders is
Augmented reality = als er iets toegevoegd wordt aan de wereld om je heen
Monument = gedenktekens, om historische gebeurtenissen of belangrijke personen te eren
Buste = een ruimtelijk beeld wat bestaat uit hoofd, schouders en borst
Reliëf = tussen 3D en 2D in, zoals een munt
Afgietsel = een beeld wat gegoten is ipv een beeldhouwwerk
Installatie = een ruimtelijk kunstwerk waarbij verschillende onderdelen zijn samengevoegd
Kinetisch object = een bewegend object, door wind, elektrischiteit, of aanraking
Mobile = een soort kinietisch kunstwerk, vaker boven een wieg gehangen
Collage = een tweedimentionaal kunstwerk dat is opgebouwd uit verschillende stukken
papier, krantensnipsels, foto’s, etc
Assemblage = een driedimentionale collage
Objet trouvé = een bestaand voorwerp dat wordt verwerkt in een kunstwerk
Readymade = een bestaand voorwerp dat door een kunstenaar tot kunst wordt benoemd
Architectuur = de kunst en wetenschap van de gebouwde omgeving
Façade = voorgevel, de voorkant van een gebouw
Exterieur = de buitenkant van een gebouw
Interieur = de binnenkant van het gebouw
Plattegrond = een bovenaanzicht van een gebouw
Design = alles wat ontworpen is
Industriële vormgeving = producten die in grote oplagen worden gemaakt in een fabriek
Keramiek = een verzamelnaam voor alle producten van gebakken klei
Kostumering = alles wat een acteur of eventuele fotomodel draagt als onderdeel van hun rol
3 - Aspecten van de voorstelling
Stilleven = een verzameling voorwerpen die met zorg bij elkaar zijn gezet
Landschap = met bossen, weiden of meren
Realistisch en naturalistisch = alle details kloppen met de werkelijkheid
Naar waarneming = realistisch
Naar de fantasie = ook gevoelens en gedachtes in het werk
Portret = een genre waar een mens is afgebeeld
Portret en profil = een portet van opzij gezien
Portret en face = een portret van recht voren
Zelfportret = een portret dat de kunstenaar van zichzelf heeft gemaakt