Klifi : woede in de republiek Nederland : roman
Adriaan van Dis ; omslagontwerp door Nanja Toebak ; illustratie door Floor Rieder ;
vormgeving door Suzan Beijer
[Herdr]
Amsterdam : uitgeverij Augustus, 2021
207 p. ; 23 cm
ISBN 978 90 254 7086 9
Samenvatting
In het eerste hoofdstuk schrijft het hoofdpersonage, Jákob, een boek. Het boek gaat over
klimaatverandering en de president. Hierbij krijgt hij tegenwerking van Puma, een
karakterisering van negatieve gedachten. Volgens Puma’s mening moet Jákob het boek
eerbiediger naar de president schrijven. De president wordt als een dictator afgebeeld, hij
ontkent het gehele concept van klimaatverandering en straft iedereen die probeert iets
anders te bewijzen.
In het tweede hoofdstuk is er een orkaan in nederland, die vooral ‘de kuil’, een wijkje dichtbij
Jákobs huis, grotendeels door vluchtelingen en arme mensen bewoond, treft. De president
veegt het onder de mat, waardoor Jákob beslist erover te schrijven.
Hoofdstuk drie gaat over Jákobs verleden. 50 jaar lang was hij bibliothecaris. Hij was
getrouwd met Agnes, die vlak na zijn pensionering overleed. Toen zijn vrouw nog leefde,
verzamelde ze samen boeken over water, in de hoop meer te weten te komen over de
effecten van klimaatverandering.
Na de dood van zijn vrouw vind hij een nieuwe vriendin, Talétha. Zij is een stuk jonger dan
hem. Ze woont in de Kuil en werkt bij de Jumbo als vakkenvuller.
In deel vier is er nog een orkaan die een overstroming veroorzaakt. De Kuil is weer heftig
getroffen. Ook Jákobs buurman, Kees, een boerenknecht, wordt zwaar getroffen. Toen de
orkaan begon, hoorde Jákob Kees buiten bezig zijn (zijn tractor was vast komen te zitten) en
kwam helpen. Kees schuilde de volgende dagen bij hem, terwijl de orkaan raasde. De
stroom viel uit en ze hadden geen water meer. Ze leefden een paar dagen in bijna volledige
donker. Toen de orkaan voorbij was, kwamen er soldaten. De soldaten brachten mensen van
de Kuil die de orkaan overleefd hadden en Jákob’s terf werd een kamp voor soldaten en
overlevenden. Hij besloot te helpen hoe hij kon en hield alle vermisten en gewonden bij. Hij