1
Samenvatting Klinische Psychodiagnostiek
Week 1 3
Literatuur hoorcollege 1 3
BAPD 3
Literatuur werkgroep 1 4
Morrison, J. (2008) The First Interview, pp. 41-69.pdf 4
Hoorcollege 1: introductie 8
Week 2 12
Literatuur hoorcollege 2 12
Young, J. E., Klosko, J. S., & Weishaar, M. E. Handboek voor therapeuten. Vertaald uit
het Engels. Schema therapy. A practitioner's guide. H1, pagina 6-23, 34-39, 58-60. H2,
pagina 67-83 12
Video: uitleg schematheorie 14
Literatuur werkgroep 2 15
Algemene handleiding SCID 15
Hoorcollege 2: diagnostische concepten 18
Werkgroep 2: SCID 21
Week 3 23
Literatuur hoorcollege 3 & Hoorcollege 3: Introductie tot de MMPI-2-RF 23
Van Der Heijden, P., Derksen, J., Egger, J., Rossi, G., Laheij, M., & Bögels, T. (2013).
MMPI-2-RF. Minnesota Multiphasic Personality Inventory-2 Restructured Form.
Handleiding voor Afname, scoring en interpretatie [Manual for administration, scoring
and interpretation: Dutch-Flemish translation]. PEN Tests Publisher, 1-20 + Hoorcollege
3: Introductie tot de MMPI-2-RF 23
Stephen E. Finn & Jan H. Kamphuis (2006) The MMPI–2 Restructured Clinical (RC)
Scales and Restraints to Innovation, or "What Have They Done to My Song?", Journal of
Personality Assessment, 87:2, 202-210 26
Sellbom, M (2019) The MMPI-2-Restructured Form (MMPI-2-RF): Assessment of
Personality and Psychopathology in the Twenty-First Century Annual Review of Clinical
Psychology 15:1, 149-177 27
Literatuur werkgroep 29
Copingreacties bij schema’s 29
Werkgroep 3 31
Week 4 32
Literatuur hoorcollege 4 32
An Interpersonal Perspective on the Personality Assessment Process : Integrating
Personality, Psychopathology, and Psychotherapy Using Interpersonal Assessment.
Journal of personality assessment, Vol.92 (6), p.471-479 32
Literatuur werkgroep 4 34
, 2
Persons. J. B. Cognitive therapy in practice: A case formulation approach. H1 & H3.
Pagina 1-17 & 37-57 34
Hoorcollege 4: diagnostiek van de therapeutische relatie 36
Werkgroep 4: Holistische Theorie (HT) en Casusconceptualisatie 39
Week 5 40
Literatuur werkgroep 5 40
HFD: Kamphuis, J.H., Luteijn, F. (2008). Effectieve psychologische rapportage en
nabespreking van het diagnostisch onderzoek. In W. A. Arrindell, B. G. Deelman, J. H.
Kamphuis, F. Luteijn, & H. Vertommen (Eds.), Psychologische Diagnostiek in de
Gezondheidszorg (pagina 275-293). Utrecht: Lemma. 40
Werkgroep 5: teruggave gesprek 42
Week 6 - Specialisatie: relatie 44
Literatuur 44
Gottman, J.M. (1998). Psychology and the study of marital processes. Annual Review of
Psychology, 49, 169-197. 44
Hoorcollege 6: background, relational distress, intake interview 47
Week 7 - Specialisatie: relatie 50
Literatuur 50
Johnson, S. M. (2008). Conversation 1: Recognizing the demon dialogues. In: Hold me
tight: Seven conversations for a lifetime of love (pp. 65 - 94). 50
Hoorcollege 7: attachment, interaction patterns, conflict discussion 53
, 3
Week 1
Literatuur hoorcollege 1
BAPD
BAPD
Het reglement Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD NIP) legt vast dat de BAPD een
startkwalificatie is die aantoont dat psychologen beschikken over basiscompetenties in
psychodiagnostiek, maar geen bevoegdheid geeft tot specifieke handelingen. Voor het verkrijgen
van de BAPD moet een verzoeker minimaal 27 EC aan theoretisch onderwijs in
psychodiagnostiek volgen, 200 uur gesuperviseerde praktijkervaring opdoen, 20 uur supervisie
ontvangen en drie goedgekeurde casusverslagen indienen. Geslaagde aanvragers worden
opgenomen in het BAPD-register van het NIP, tenzij zij gebruik maken van het recht op
vergetelheid.
Casusverslagen
Casusverslagen moeten het volledige diagnostische proces beschrijven, maximaal 7000 woorden
omvatten en door bevoegde supervisoren begeleid zijn.
Onderdelen:
1. Cliëntgegevens – naam, leeftijd, geslacht, opleiding/beroep, burgerlijke staat, verwijzer,
datum onderzoek, setting.
2. Reden van aanmelding – hulpvraag van verwijzer én van cliënt, DSM-diagnose bij start
(indien bekend).
3. Intake
○ Klachtenanamnese: aard, ontstaan, beloop, ernst, eerdere behandelingen,
somatiek/middelen.
○ Sociale anamnese: gezin van herkomst, opleiding/werk, relaties, woonsituatie,
sociale contacten.
4. Onderzoeksopzet – onderzoeksvragen, hypothesen, gekozen
tests/interviews/vragenlijsten met korte verantwoording.
5. Observaties en indrukken – gedrag, stemming, contact, motivatie, samenwerking,
opvallende kenmerken.
6. Onderzoeksresultaten – overzicht per domein:
○ Cognitieve functies (IQ, geheugen, aandacht, executief).
○ Zelfrapportage (bijv. BDI, NEO-FFI).
○ Klinische interviews (bijv. MINI, SCID).
7. Samenvatting & integratief beeld – kernbevindingen in samenhang (klachten,
testresultaten, persoonlijkheid, context).
8. Conclusies & advies – beantwoording onderzoeksvragen, werkhypothesen
aanvaarden/verwerpen, behandeladvies.
9. Evaluatie – reflectie op eigen rol, afname, terugkoppeling, leerpunten.
10.Ethiek – beroepscode, betrouwbaarheid/validiteit van gebruikte instrumenten, omgang
met cliënt.
11.Formalia – namen + handtekeningen student/supervisor, bijlagen (testscores, literatuur,
bronnen).
, 4
Literatuur werkgroep 1
Morrison, J. (2008) The First Interview, pp. 41-69.pdf
Hoofdstuk 6 – Getting the Facts about the Present Illness
Doel van dit hoofdstuk: Het verzamelen van duidelijke en betrouwbare informatie over de
huidige klachten. Hoofdstuk 6 benadrukt hoe belangrijk het is om de huidige klachten van de
patiënt zorgvuldig en systematisch uit te vragen.
Duidelijkheid over doelen
Leg de patiënt uit dat je de klachten grondig moet begrijpen. Dit helpt om vertrouwen en
samenwerking te bevorderen.
Technieken tijdens het interview
Gebruik open vragen om brede, spontane antwoorden te krijgen. Let op afleidingen: patiënten
kunnen van onderwerp veranderen; breng voorzichtig terug naar het thema. Vermijd medische
jargon: pas je taal aan aan de patiënt. Volg de taal van de patiënt (bijvoorbeeld hun eigen
woorden voor gevoelens of symptomen).
Vraagstelling
Goede doorvraagvragen stellen, zoals: "Wanneer begon dit?", "Hoe vaak gebeurt het?", "Hoe
ernstig is het?".
Gebruik liever “Waarom denk je dat?” dan “Waarom?” (vermijdt defensieve reacties).
Pas op met suggestieve of leidende vragen.
Focus op details van symptomen
Tijdstip, duur, frequentie, omstandigheden.
Triggers en verzachtende factoren.
Gevolgen in dagelijks leven.
Specifieke technieken
Exploreren zonder oordeel: feiten verzamelen i.p.v. aannames maken.
Gevoelig voor emoties: erken gevoelens die tijdens de beschrijving naar voren komen.
Gebruik confrontaties spaarzaam: enkel om inconsistenties te verhelderen, niet om te
beschuldigen.
Samenvatting Klinische Psychodiagnostiek
Week 1 3
Literatuur hoorcollege 1 3
BAPD 3
Literatuur werkgroep 1 4
Morrison, J. (2008) The First Interview, pp. 41-69.pdf 4
Hoorcollege 1: introductie 8
Week 2 12
Literatuur hoorcollege 2 12
Young, J. E., Klosko, J. S., & Weishaar, M. E. Handboek voor therapeuten. Vertaald uit
het Engels. Schema therapy. A practitioner's guide. H1, pagina 6-23, 34-39, 58-60. H2,
pagina 67-83 12
Video: uitleg schematheorie 14
Literatuur werkgroep 2 15
Algemene handleiding SCID 15
Hoorcollege 2: diagnostische concepten 18
Werkgroep 2: SCID 21
Week 3 23
Literatuur hoorcollege 3 & Hoorcollege 3: Introductie tot de MMPI-2-RF 23
Van Der Heijden, P., Derksen, J., Egger, J., Rossi, G., Laheij, M., & Bögels, T. (2013).
MMPI-2-RF. Minnesota Multiphasic Personality Inventory-2 Restructured Form.
Handleiding voor Afname, scoring en interpretatie [Manual for administration, scoring
and interpretation: Dutch-Flemish translation]. PEN Tests Publisher, 1-20 + Hoorcollege
3: Introductie tot de MMPI-2-RF 23
Stephen E. Finn & Jan H. Kamphuis (2006) The MMPI–2 Restructured Clinical (RC)
Scales and Restraints to Innovation, or "What Have They Done to My Song?", Journal of
Personality Assessment, 87:2, 202-210 26
Sellbom, M (2019) The MMPI-2-Restructured Form (MMPI-2-RF): Assessment of
Personality and Psychopathology in the Twenty-First Century Annual Review of Clinical
Psychology 15:1, 149-177 27
Literatuur werkgroep 29
Copingreacties bij schema’s 29
Werkgroep 3 31
Week 4 32
Literatuur hoorcollege 4 32
An Interpersonal Perspective on the Personality Assessment Process : Integrating
Personality, Psychopathology, and Psychotherapy Using Interpersonal Assessment.
Journal of personality assessment, Vol.92 (6), p.471-479 32
Literatuur werkgroep 4 34
, 2
Persons. J. B. Cognitive therapy in practice: A case formulation approach. H1 & H3.
Pagina 1-17 & 37-57 34
Hoorcollege 4: diagnostiek van de therapeutische relatie 36
Werkgroep 4: Holistische Theorie (HT) en Casusconceptualisatie 39
Week 5 40
Literatuur werkgroep 5 40
HFD: Kamphuis, J.H., Luteijn, F. (2008). Effectieve psychologische rapportage en
nabespreking van het diagnostisch onderzoek. In W. A. Arrindell, B. G. Deelman, J. H.
Kamphuis, F. Luteijn, & H. Vertommen (Eds.), Psychologische Diagnostiek in de
Gezondheidszorg (pagina 275-293). Utrecht: Lemma. 40
Werkgroep 5: teruggave gesprek 42
Week 6 - Specialisatie: relatie 44
Literatuur 44
Gottman, J.M. (1998). Psychology and the study of marital processes. Annual Review of
Psychology, 49, 169-197. 44
Hoorcollege 6: background, relational distress, intake interview 47
Week 7 - Specialisatie: relatie 50
Literatuur 50
Johnson, S. M. (2008). Conversation 1: Recognizing the demon dialogues. In: Hold me
tight: Seven conversations for a lifetime of love (pp. 65 - 94). 50
Hoorcollege 7: attachment, interaction patterns, conflict discussion 53
, 3
Week 1
Literatuur hoorcollege 1
BAPD
BAPD
Het reglement Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD NIP) legt vast dat de BAPD een
startkwalificatie is die aantoont dat psychologen beschikken over basiscompetenties in
psychodiagnostiek, maar geen bevoegdheid geeft tot specifieke handelingen. Voor het verkrijgen
van de BAPD moet een verzoeker minimaal 27 EC aan theoretisch onderwijs in
psychodiagnostiek volgen, 200 uur gesuperviseerde praktijkervaring opdoen, 20 uur supervisie
ontvangen en drie goedgekeurde casusverslagen indienen. Geslaagde aanvragers worden
opgenomen in het BAPD-register van het NIP, tenzij zij gebruik maken van het recht op
vergetelheid.
Casusverslagen
Casusverslagen moeten het volledige diagnostische proces beschrijven, maximaal 7000 woorden
omvatten en door bevoegde supervisoren begeleid zijn.
Onderdelen:
1. Cliëntgegevens – naam, leeftijd, geslacht, opleiding/beroep, burgerlijke staat, verwijzer,
datum onderzoek, setting.
2. Reden van aanmelding – hulpvraag van verwijzer én van cliënt, DSM-diagnose bij start
(indien bekend).
3. Intake
○ Klachtenanamnese: aard, ontstaan, beloop, ernst, eerdere behandelingen,
somatiek/middelen.
○ Sociale anamnese: gezin van herkomst, opleiding/werk, relaties, woonsituatie,
sociale contacten.
4. Onderzoeksopzet – onderzoeksvragen, hypothesen, gekozen
tests/interviews/vragenlijsten met korte verantwoording.
5. Observaties en indrukken – gedrag, stemming, contact, motivatie, samenwerking,
opvallende kenmerken.
6. Onderzoeksresultaten – overzicht per domein:
○ Cognitieve functies (IQ, geheugen, aandacht, executief).
○ Zelfrapportage (bijv. BDI, NEO-FFI).
○ Klinische interviews (bijv. MINI, SCID).
7. Samenvatting & integratief beeld – kernbevindingen in samenhang (klachten,
testresultaten, persoonlijkheid, context).
8. Conclusies & advies – beantwoording onderzoeksvragen, werkhypothesen
aanvaarden/verwerpen, behandeladvies.
9. Evaluatie – reflectie op eigen rol, afname, terugkoppeling, leerpunten.
10.Ethiek – beroepscode, betrouwbaarheid/validiteit van gebruikte instrumenten, omgang
met cliënt.
11.Formalia – namen + handtekeningen student/supervisor, bijlagen (testscores, literatuur,
bronnen).
, 4
Literatuur werkgroep 1
Morrison, J. (2008) The First Interview, pp. 41-69.pdf
Hoofdstuk 6 – Getting the Facts about the Present Illness
Doel van dit hoofdstuk: Het verzamelen van duidelijke en betrouwbare informatie over de
huidige klachten. Hoofdstuk 6 benadrukt hoe belangrijk het is om de huidige klachten van de
patiënt zorgvuldig en systematisch uit te vragen.
Duidelijkheid over doelen
Leg de patiënt uit dat je de klachten grondig moet begrijpen. Dit helpt om vertrouwen en
samenwerking te bevorderen.
Technieken tijdens het interview
Gebruik open vragen om brede, spontane antwoorden te krijgen. Let op afleidingen: patiënten
kunnen van onderwerp veranderen; breng voorzichtig terug naar het thema. Vermijd medische
jargon: pas je taal aan aan de patiënt. Volg de taal van de patiënt (bijvoorbeeld hun eigen
woorden voor gevoelens of symptomen).
Vraagstelling
Goede doorvraagvragen stellen, zoals: "Wanneer begon dit?", "Hoe vaak gebeurt het?", "Hoe
ernstig is het?".
Gebruik liever “Waarom denk je dat?” dan “Waarom?” (vermijdt defensieve reacties).
Pas op met suggestieve of leidende vragen.
Focus op details van symptomen
Tijdstip, duur, frequentie, omstandigheden.
Triggers en verzachtende factoren.
Gevolgen in dagelijks leven.
Specifieke technieken
Exploreren zonder oordeel: feiten verzamelen i.p.v. aannames maken.
Gevoelig voor emoties: erken gevoelens die tijdens de beschrijving naar voren komen.
Gebruik confrontaties spaarzaam: enkel om inconsistenties te verhelderen, niet om te
beschuldigen.