Michelle Cini & Nieves Perez-Solorzano Borragan (eds.) (2022). European
Union Politics, Oxford: Oxford University Press. 7th edition
European Union Politics Book
1:Introduction, Michelle Cini and Nieves Pérez-Solórzano Borragán
Part 1: The Historical Context
2:The European Union: Establishment and Development, David Phinnemore H3
3:Carrying the EU Forward: the Era of Lisbon, Clive Church and David Phinnemore
Part 2: Theories and Conceptual Approaches
4:Neo-functionalism, Carsten Strøby Jensen
5:Intergovernmentalism, Michelle Cini
6:Theorizing the European Union after Integration Theory, Ben Rosamond
7:Governance in the European Union, Thomas Christiansen
8:Europeanization, Tanja A. Börzel and Diana Panke
9:Democracy and Legitimacy in the European Union, Stijn Smismans
Part 3: Institutions and Actors
10:The European Commission, Morten Egeberg
11:The European Council and the Council of the European Union, Jeffrey Lewis
12:The European Parliament, Charlotte Burns
13:The Court of Justice of the European Union, Paul James Cardwell
14:Interest Groups and the European Union, Rainer Eising and Julia Sollik
15:Citizens and Public Opinion in the European Union, Simona Guerra and Hans-Joerg
Trenz
Part 4: Policies and Policy-Making
16:Policy-making in the European Union, Edward Best
17:Trade and Development Policies, Michael Smith
18:Enlargement, Ana E. Juncos and Nieves Pérez-Solórzano Borragán
19:The European Union's Foreign, Security, and Defence Policies, Ana E. Juncos and Anna
Maria Friis
20:The Single Market, Michelle Egan
21:The Area of Freedom, Security, and Justice, Emek M. Uçarer
22:Economic and Monetary Union, Amy Verdun
23:The Common Agricultural Policy, Ève Fouilleux and Viviane Gravey
24:Environmental Policy, Viviane Gravey, Andrew Jordan, and David Benson
Part 5: Issues and Debates
25:The Euro Crisis and European Integration, Dermot Hodson and Uwe Puetter
26:The European Migration and Refugee Crisis, Andrew Geddes
27:Brexit, Nieves Pérez-Solórzano Borragán and Michelle Cini
28:COVID-19 and the European Union, Eleanor Brooks, Sarah Rozenblum, Scott L. Greer,
Anniek de Ruijter
29:The Future of the EU, Brigid Laffan
,H1 Introduction
Belangrijkste punten uit de introductie
1. Wat is de Europese Unie (EU)?
De Europese unie is geen staat, maar ook geen klassieke internationale organisatie. Het is
een uniek politiek systeem dat elementen van beide combineert
De EU bestaat uit 27 lidstaten die samen werken op allerlei terreinen zoals:
- Economische
- Juridisch
- Buitenlands
- Beleid
2. Waarom is het bestuderen van EU-politiek belangrijk?
De EU beïnvloed wetgeving, economie en buitenlandse betrekkingen en burgers van de
lidstaten. Veel nationale wetgeving komt voort uit EU-beleid. Begrip voor de EU is essentieel
voor het begrijpen van hedendaagse Europese politiek
3. Ontwikkeling van het vakgebied
De studie van EU-politiek begon pas echt na de jaren 1980. In eerste instantie werd de EU
vooral juridisch benaderd. Later kwam er meer aandacht voor politiek en bestuurskundige
aspecten (zoals besluitvorming, legitimiteit en democratie)
4. Theoretische benaderingen
Klassieke integratie theorieën zoals:
Neofunctionalisme
Intergouvernementalisme (lidstaten als dominante actoren)
Nieuwe benaderingen zoals:
Multi-level governance
Constructivisme en sociologisch-institutionele theorieën
Er wordt wel benadrukt dat geen enkele theorie alles verklaart, je hebt meerdere
invalshoeken
5. Belangrijke thema’s in de EU-politiek
Democratie en legitimiteit
Soevereiniteit
Beleidsvorming, institutionele structuren en beleidsimplementatie
Externe relaties en de rol van de wereld (internationale context)
Belangrijk om te onthouden
De EU is een uniek politiek systeem --> de EU lijkt niet precies op een land (NL of Duitsland),
maar ook niet precies op de internationale organisatie (VN, NAVO). Het zit ertussen in en
heeft kenmerken van beide
Kenmerk Nationale Internationale Europese Unie
Staat/Land organisatie
Eigen wetten maken Ja Nee Ja, gebeurt via het Europees
Parlement en de Europese
Raad
, Bindende regels Ja Nee Ja, EU-wetgeving is bindend
opleggen voor lidstaten (EU-
recht>nationaal recht)
Directe invloed op Ja Nee Ja, denk aan het hebben van
burgers een EU-paspoort
Soevereiniteit Volledige in Lidstaten behouden de Gedeelde soevereiniteit
handen van de controle
staat
Wat maakt de Europese Unie uniek?
Supranationale elementen:
De EU kan wetten maken die boven de nationale wetten staan
Burgers kiezen direct het Europees parlement, dus niet alleen de lidstaten hebben
invloed
Intergouvernementele samenwerking
Lidstaten houden wel veel invloed in de Raad van de Europese Unie en de Europese
Raad
Bij belangrijke beslissingen (zoals buitenlandbeleid of verdragswijzigingen) moeten
ALLE landen akkoord gaan
Multi-level Governance
Besluitvorming gebeurt op meerdere niveau tegelijk: Europees, Notioneel en
Regionaal
Beleid wordt gezamenlijk uitgevoerd
Dus:
- De EU is geen staat, want lidstaten blijven zelfstandig
- De EU is meer dan een internationale organisatie, omdat ze eigen wetgeving,
instellingen en directe invloed op burgers heeft
- Daarom noemen we de EU een uniek systeem
Voorwaarden om lid te mogen worden van de EU (=kopenhagen-criteria)
Je moet een functionerende markteconomie hebben
Je moet een liberale democratie zijn (met vrije verkiezingen en rechtsstaat)
Je moet in staat zijn om het acquis communautaire over te nemen (= alle bestaande
EU-verdragen, wetten en regels)
5 modellen van Europese Besluitvormingen
(1) De klassieke gemeenschapsmethode (Ordinary Legislative Procedure)
= Samenwerking tussen EU-instellingen
- De Europese Commissie doet het voorstel
- Het Europese Parlement en de Raad van de EU beslissen samen
Meest gebruikte methode bij gewone EU-wetten
(2) De EU-reguleringsmethode
, = de EU stelt gedetailleerde regels op
- Vooral voor de interne markt (zoals productieveiligheid en milieu)
- De regels zijn bindend voor alle landen
Gaat vaak over standaarden en normen
(3) De EU-verdelingsmethode
= de EU verdeelt geld tussen landen of regio’s
- Door subsidies of fondsen
- Lidstaten moeten vaak aan bepaalde regels voldoen
Gaat over wie krijgt wat van het EU-budget
(4) De beleidscoördinatiemethode
= landen stemmen hun beleid op elkaar af
- Vooral in gebieden waar de EU geen harde macht heeft (zoals onderwijs en sociale
zaken)
- Er worden gezamenlijke doelen opgesteld, maar landen moeten ze zelf uitvoeren
Bekend voorbeeld: open coördinatiemethode (een soepelere vorm van
samenwerking, waarbij landen beleidsdoelen delen, ervaringen vergelijken en
elkaar proberen te verbeteren, zonder dat de EU bindende regels oplegt)
(5) Intensieve intergouvernementele samenwerking
= lidstaten maken samen afspraken zonder veel EU-invloed
- Vooral op gevoelige terreinen, zoals buitenlands beleid of defensie
- De Commissie en het Parlement hebben weinig tot geen rol
Lidstaten houden ze controle zelf in handen
Ian Manners (2002) “Normative Power Europe: A Contradiction in Terms”
Kernidee van het artikel
Manners stelt dat de EU in de internationale politiek het beste kan worden begrepen als een
normatieve macht ==> Een macht die probeert normen en waarden te verspreiden, zoals
vrede, democratie, mensenrechten en rechtsstaat. In plaats van macht uitoefenen via
geweld of economische druk!
Belangrijkste inzichten uit het artikel
1. Verschil ‘civilian’ en ‘military’ power
- Civilian power = EU gebruikt vooral diplomatie, economische middelen en
samenwerking
- Military power = EU ontwikkelt beperkte militaire capaciteiten, maar is geen militaire
grootmacht
Beide concepten zijn te beperkt volgens Manners
2. Normatieve macht (Normative Power Europe)
- De EU beïnvloedt andere landen door te definiëren wat als ‘normaal’ wordt gezien in
internationale relaties (bijvoorbeeld dat de doodstraf niet acceptabel is)
- Het draait om de kracht van ideeën en waarden, niet om geweld of dwang
Union Politics, Oxford: Oxford University Press. 7th edition
European Union Politics Book
1:Introduction, Michelle Cini and Nieves Pérez-Solórzano Borragán
Part 1: The Historical Context
2:The European Union: Establishment and Development, David Phinnemore H3
3:Carrying the EU Forward: the Era of Lisbon, Clive Church and David Phinnemore
Part 2: Theories and Conceptual Approaches
4:Neo-functionalism, Carsten Strøby Jensen
5:Intergovernmentalism, Michelle Cini
6:Theorizing the European Union after Integration Theory, Ben Rosamond
7:Governance in the European Union, Thomas Christiansen
8:Europeanization, Tanja A. Börzel and Diana Panke
9:Democracy and Legitimacy in the European Union, Stijn Smismans
Part 3: Institutions and Actors
10:The European Commission, Morten Egeberg
11:The European Council and the Council of the European Union, Jeffrey Lewis
12:The European Parliament, Charlotte Burns
13:The Court of Justice of the European Union, Paul James Cardwell
14:Interest Groups and the European Union, Rainer Eising and Julia Sollik
15:Citizens and Public Opinion in the European Union, Simona Guerra and Hans-Joerg
Trenz
Part 4: Policies and Policy-Making
16:Policy-making in the European Union, Edward Best
17:Trade and Development Policies, Michael Smith
18:Enlargement, Ana E. Juncos and Nieves Pérez-Solórzano Borragán
19:The European Union's Foreign, Security, and Defence Policies, Ana E. Juncos and Anna
Maria Friis
20:The Single Market, Michelle Egan
21:The Area of Freedom, Security, and Justice, Emek M. Uçarer
22:Economic and Monetary Union, Amy Verdun
23:The Common Agricultural Policy, Ève Fouilleux and Viviane Gravey
24:Environmental Policy, Viviane Gravey, Andrew Jordan, and David Benson
Part 5: Issues and Debates
25:The Euro Crisis and European Integration, Dermot Hodson and Uwe Puetter
26:The European Migration and Refugee Crisis, Andrew Geddes
27:Brexit, Nieves Pérez-Solórzano Borragán and Michelle Cini
28:COVID-19 and the European Union, Eleanor Brooks, Sarah Rozenblum, Scott L. Greer,
Anniek de Ruijter
29:The Future of the EU, Brigid Laffan
,H1 Introduction
Belangrijkste punten uit de introductie
1. Wat is de Europese Unie (EU)?
De Europese unie is geen staat, maar ook geen klassieke internationale organisatie. Het is
een uniek politiek systeem dat elementen van beide combineert
De EU bestaat uit 27 lidstaten die samen werken op allerlei terreinen zoals:
- Economische
- Juridisch
- Buitenlands
- Beleid
2. Waarom is het bestuderen van EU-politiek belangrijk?
De EU beïnvloed wetgeving, economie en buitenlandse betrekkingen en burgers van de
lidstaten. Veel nationale wetgeving komt voort uit EU-beleid. Begrip voor de EU is essentieel
voor het begrijpen van hedendaagse Europese politiek
3. Ontwikkeling van het vakgebied
De studie van EU-politiek begon pas echt na de jaren 1980. In eerste instantie werd de EU
vooral juridisch benaderd. Later kwam er meer aandacht voor politiek en bestuurskundige
aspecten (zoals besluitvorming, legitimiteit en democratie)
4. Theoretische benaderingen
Klassieke integratie theorieën zoals:
Neofunctionalisme
Intergouvernementalisme (lidstaten als dominante actoren)
Nieuwe benaderingen zoals:
Multi-level governance
Constructivisme en sociologisch-institutionele theorieën
Er wordt wel benadrukt dat geen enkele theorie alles verklaart, je hebt meerdere
invalshoeken
5. Belangrijke thema’s in de EU-politiek
Democratie en legitimiteit
Soevereiniteit
Beleidsvorming, institutionele structuren en beleidsimplementatie
Externe relaties en de rol van de wereld (internationale context)
Belangrijk om te onthouden
De EU is een uniek politiek systeem --> de EU lijkt niet precies op een land (NL of Duitsland),
maar ook niet precies op de internationale organisatie (VN, NAVO). Het zit ertussen in en
heeft kenmerken van beide
Kenmerk Nationale Internationale Europese Unie
Staat/Land organisatie
Eigen wetten maken Ja Nee Ja, gebeurt via het Europees
Parlement en de Europese
Raad
, Bindende regels Ja Nee Ja, EU-wetgeving is bindend
opleggen voor lidstaten (EU-
recht>nationaal recht)
Directe invloed op Ja Nee Ja, denk aan het hebben van
burgers een EU-paspoort
Soevereiniteit Volledige in Lidstaten behouden de Gedeelde soevereiniteit
handen van de controle
staat
Wat maakt de Europese Unie uniek?
Supranationale elementen:
De EU kan wetten maken die boven de nationale wetten staan
Burgers kiezen direct het Europees parlement, dus niet alleen de lidstaten hebben
invloed
Intergouvernementele samenwerking
Lidstaten houden wel veel invloed in de Raad van de Europese Unie en de Europese
Raad
Bij belangrijke beslissingen (zoals buitenlandbeleid of verdragswijzigingen) moeten
ALLE landen akkoord gaan
Multi-level Governance
Besluitvorming gebeurt op meerdere niveau tegelijk: Europees, Notioneel en
Regionaal
Beleid wordt gezamenlijk uitgevoerd
Dus:
- De EU is geen staat, want lidstaten blijven zelfstandig
- De EU is meer dan een internationale organisatie, omdat ze eigen wetgeving,
instellingen en directe invloed op burgers heeft
- Daarom noemen we de EU een uniek systeem
Voorwaarden om lid te mogen worden van de EU (=kopenhagen-criteria)
Je moet een functionerende markteconomie hebben
Je moet een liberale democratie zijn (met vrije verkiezingen en rechtsstaat)
Je moet in staat zijn om het acquis communautaire over te nemen (= alle bestaande
EU-verdragen, wetten en regels)
5 modellen van Europese Besluitvormingen
(1) De klassieke gemeenschapsmethode (Ordinary Legislative Procedure)
= Samenwerking tussen EU-instellingen
- De Europese Commissie doet het voorstel
- Het Europese Parlement en de Raad van de EU beslissen samen
Meest gebruikte methode bij gewone EU-wetten
(2) De EU-reguleringsmethode
, = de EU stelt gedetailleerde regels op
- Vooral voor de interne markt (zoals productieveiligheid en milieu)
- De regels zijn bindend voor alle landen
Gaat vaak over standaarden en normen
(3) De EU-verdelingsmethode
= de EU verdeelt geld tussen landen of regio’s
- Door subsidies of fondsen
- Lidstaten moeten vaak aan bepaalde regels voldoen
Gaat over wie krijgt wat van het EU-budget
(4) De beleidscoördinatiemethode
= landen stemmen hun beleid op elkaar af
- Vooral in gebieden waar de EU geen harde macht heeft (zoals onderwijs en sociale
zaken)
- Er worden gezamenlijke doelen opgesteld, maar landen moeten ze zelf uitvoeren
Bekend voorbeeld: open coördinatiemethode (een soepelere vorm van
samenwerking, waarbij landen beleidsdoelen delen, ervaringen vergelijken en
elkaar proberen te verbeteren, zonder dat de EU bindende regels oplegt)
(5) Intensieve intergouvernementele samenwerking
= lidstaten maken samen afspraken zonder veel EU-invloed
- Vooral op gevoelige terreinen, zoals buitenlands beleid of defensie
- De Commissie en het Parlement hebben weinig tot geen rol
Lidstaten houden ze controle zelf in handen
Ian Manners (2002) “Normative Power Europe: A Contradiction in Terms”
Kernidee van het artikel
Manners stelt dat de EU in de internationale politiek het beste kan worden begrepen als een
normatieve macht ==> Een macht die probeert normen en waarden te verspreiden, zoals
vrede, democratie, mensenrechten en rechtsstaat. In plaats van macht uitoefenen via
geweld of economische druk!
Belangrijkste inzichten uit het artikel
1. Verschil ‘civilian’ en ‘military’ power
- Civilian power = EU gebruikt vooral diplomatie, economische middelen en
samenwerking
- Military power = EU ontwikkelt beperkte militaire capaciteiten, maar is geen militaire
grootmacht
Beide concepten zijn te beperkt volgens Manners
2. Normatieve macht (Normative Power Europe)
- De EU beïnvloedt andere landen door te definiëren wat als ‘normaal’ wordt gezien in
internationale relaties (bijvoorbeeld dat de doodstraf niet acceptabel is)
- Het draait om de kracht van ideeën en waarden, niet om geweld of dwang