H1
Wat zijn definities van 'de geest'?
Cognitieve psychologie: de tak van de psychologie die zich bezighoudt
met het wetenschappelijk bestuderen van ‘De Geest’:
1. De geest creëert en controleert mentale functies zoals perceptie,
aandacht, geheugen, emoties, taal, beslissen, denken en redeneren.
- Deze definitie geeft de geest een centrale rol bij onze
verschillende mentale vaardigheden. Het is belangrijk om te
begrijpen dat cognitie niet alleen gaat over onze hogere
"denk" functies en dat veel van de betrokken processen buiten
onze bewuste controle opereren.
2. De geest is een systeem die representaties maakt van de wereld
zodat we daarin kunnen handelen om onze doelen te bereiken.
- Deze definitie geeft het belang van de geest weer voor ons
functioneren en om te overleven.
Franciscus Donders:
In 1868 werden de eerste cognitieve psychologische experimenten
uitgevoerd door de Nederlandse psycholoog Franciscus Donders. Hij
was geïnteresseerd in hoelang het duurt om een beslissing te
maken.
Reactietijd: hoelang het duurt om te reageren op een stimulus. Er
werd onderscheid gemaakt tussen twee typen reactietijd:
- Simpele reactietijd: zo snel mogelijk op een knop drukken
als je het lichtje aan ziet gaan.
- Keuze-reactietijd: twee lichten, keuze voor het ene knop
maken als het linkerlichtje ging branden, en andere knop als
het rechterlicht ging branden.
De conclusie van het keuze-reactietijd experiment was dat
wanneer er een knop ingedrukt moet worden om een keuze te
maken, dit langer duurt.
Dit experiment is belangrijk omdat het illustreert dat mentale
processen niet direct kunnen worden gemeten maar geïnterpreteerd
moeten worden uit gedrag.
Wundt:
Wundt bouwde het eerste psychologische laboratorium rond 1870.
Structuralisme, gaat ervan uit dat algehele ervaring wordt bepaald
door basale elementen van de ervaring die structuralisten sensaties
noemden.
Hij probeerde een ‘periodieke tabel van de geest’ te creëren door
middel van analytische introspectie, een techniek waarin hij
getrainde participanten hun ervaringen en gedachteprocessen liet
opschrijven in respons op stimuli. - -
- Introspectie staat voor intro = naar binnen, en spectie =
kijken.
Het structuralisme gaf weinig resultaten. Toch was Wundt belangrijk.
Door zijn inzet om de geest te onderzoeken vanuit gecontroleerde
omstandigheden: van een rationele benadering naar een empirische
, benadering. Hij benadrukte de centrale rol van experimenten in het
opdoen van kennis over de menselijke geest.
Ebbinghaus:
Ebbinghaus was geïnteresseerd in het bepalen van de aard van het
geheugen, voornamelijk hoe informatie die geleerd is vergeten
wordt na verloop van tijd. Hij meette dit aan de hand van de
volgende kwantitatieve methode:
1. Initialen bekijken, Ebbinghaus bekeek een lijst met ‘onzin-
lettergrepen’ (GEW, RTU, XPQ) voor de eerste keer.
2. Hij leerde de lijst, hij ging er een aantal keer doorheen tot hij
de komende lettergreep kon voorspellen aan de hand van de
vorige lettergreep. Hij noteerde het aantal repetities dat nodig
was om de genoteerde lijst te leren.
3. Na een tijd leerde hij de lijst opnieuw, het aantal nodige
repetities werd genoteerd.
4. Savings method: Hij kwam erachter dat het aantal
opgeslagen lettergrepen groter was gedurende een kort
tijdsinterval dan een lange tijdsinterval.
- Savings = (originele tijd nodig om de lijst te leren)
- (tijd nodig om de lijst te herleren na een
bepaalde tijd).
Hoe langer de tijd tussen de leermomenten, hoe
kleiner de savings zullen zijn. Deze methode geeft ons
een maat voor vergeten.
- Savings curve: Savings in een plot uitzetten aan de
hand van tijd.
5. Conclusie was dat het geheugen snel daalt gedurende de
eerste 2 dagen na het initiële leren en dan stagneert. De
eerste twee dagen wordt een groot deel vergeten, wat daarna
nog in het geheugen zit blijft redelijk stabiel en wordt in het
lange termijn geheugen opgeslagen.
William James:
William James was een Amerikaanse psycholoog die belangrijke
observaties van de geest beschreef. De observaties van William
James waren niet gebaseerd op experimenten maar op introspecties
over de werking van zijn eigen geest. Zijn observaties waren
indrukwekkend accuraat.
Het eerste laboratorium opgericht door Wundt, de kwantitatieve
experimenten van Donders en Ebbinghaus, en de opmerkzame
observaties van James kunnen gezien worden als een veelbelovend
begin van onderzoek van de menselijke geest.
Onderzoek van de geest verloor echter grotendeels de aandacht
binnen de psychologie. Dit gebeurde voornamelijk omdat er een
negatieve reactie ontstond ten opzichte van analytische
introspectie.
Wat is het 'behaviorisme'?
, John Watson had problemen met de huidige aanpak van onderzoek
doen:
1.Het betrof extreem variërende resultaten van persoon tot
persoon.
2. Deze resultaten waren hierom zeer moeilijk te interpreteren,
omdat ze geïnterpreteerd werden als zijnde onzichtbare mentale
processen.
Behaviorisme: hij ging alleen uit van meetbaar observeerbaar
gedrag, niet van onmeetbare processen zoals emoties, redeneren en
denken.
klassieke conditionering (Pavlov) en operante conditionering
(Skinner).
- Operante conditionering richt zich op hoe gedrag
versterkt wordt door de presentatie van positieve
bekrachtigers. Dit idee dat gedrag begrepen kan worden
door het onderzoeken van de relaties
tussen stimuli en responses, beïnvloeden een gehele
generatie psychologen in de jaren veertig, vijftig en
zestig.
De simpele stimulus-response theorie kreeg echter ook
kritiek. De theorie kan namelijk niet verklaren waarom
mensen vaak reageren op verschillende aspecten van
eenzelfde stimulus. Daarnaast wordt pas duidelijk op welk
aspect van een stimulus een persoon reageert nadat de
reactie is gegeven.
Tolman:
Cognitief schema (cognitive map): Uit een experiment van
Tolman bleek dat een rat dit creëert, hij onthoudt dat hij in het
doolhof rechtsaf moet om de kaas te pakken. Hij heeft een concept
gecreëerd in zijn cognitie.
- Als hij eerst steeds rechtsaf moet om de kaas te pakken
en hij wordt na een aantal keren op een andere plek in
het doolhof geplaatst, werd verwacht dat hij uit
aangeleerd gedrag weer rechtsaf zou gaan. Dit gebeurde
echter niet. Hij ging naar links, in de goede richting van
de kaas. De rat had een cognitief schema van het
doolhof gecreëerd en zocht op basis daarvan de kaas.
Dit was een nieuwe ontdekking.
Het gebruik van het woord cognitie en het idee dat iets anders in de
geest van de rat gebeurt dan een stimulus-response connectie,
plaatste Tolman buiten de heersende vorm van het behaviorisme.
Chomsky:
Chomsky ging er vanuit dat taalontwikkeling niet wordt bepaald door
imitatie of bevestiging, maar door een aangeboren ingebouwd
biologisch programma dat in alle culturen bestaat. Taal is niet alleen
belangrijk bij leren, maar bij vele processen van de mens.
Psychologen begonnen zich hierdoor te realiseren dat om complex
cognitief gedrag te begrijpen, het belangrijk is om niet alleen
, observeerbaar gedrag te meten, maar ook te overdenken wat dit
gedrag ons vertelt over de werking van de geest.
De cognitieve revolutie in 1950:
De aandacht verschoof van een behavioristische benadering naar
een benadering volledig gericht op het begrijpen van de werking van
de geest.
Informatieverwerkingsbenadering: De geest werd nu gezien als
informatie verwerkende computer. Volgens deze benadering kan de
werking van de geest beschreven worden in een aantal zich
voordoende stadia. Deze benadering leidde tot het stellen van
nieuwe onderzoeksvragen en tot een nieuwe manier van weergave
van de antwoorden op de onderzoeksvragen.
Selectieve aandacht (Broadbent)
Broadbent ontwikkelde na een experiment van Cherry een
filtermodel van aandacht dat er zo uitzag:
Input → selectieve filter → detector → geheugen
Dit model illustreert dat verschillende stukken sensorische
informatie binnenkomen in het sensorisch geheugen. Aan de hand
van een filter wordt het stukje informatie uitgekozen om de
aandacht op te richten. Deze filter bepaalt welke informatie op dat
moment het belangrijkst is. Daarna slaat de 'detector' de informatie
op die door de filter heen is gekomen. Deze opgeslagen informatie
komt vervolgens in het geheugen terecht.
Broadbent's model gaf een mogelijkheid om de werking van de
geest te visualiseren en analyseren als een volgorde van
verwerkingsstadia. Zo’n model kan getest worden door nieuwe
experimenten.
Kunstmatige intelligentie:
Kunstmatige intelligentie: een machine zich laten gedragen op
manieren die intelligent genoemd zouden worden als een mens die
gedragingen zou laten zien (McCarthy, 1955).
Rond dezelfde tijd publiceerde Miller zijn paper over de beperkingen
van de menselijke geest in de capaciteit waarop het informatie kan
verwerken. Miller beredeneerde dat het geheugen niet een passieve
opslag van sensorische informatie is, maar een actief proces
bedraagt. Miller beschreef het proces in computer termen, waardoor
'de geest als computer'-metafoor populair werd. De cognitieve
revolutie was een feit.
Modern cognitief onderzoek:
1. Onderzoek in de cognitieve psychologie begint met wat bekend is
over een probleem.
2. Vanuit dat startpunt stellen onderzoekers vragen op, zetten ze
experimenten op en verzamelen en interpreteren ze resultaten.
Wat zijn definities van 'de geest'?
Cognitieve psychologie: de tak van de psychologie die zich bezighoudt
met het wetenschappelijk bestuderen van ‘De Geest’:
1. De geest creëert en controleert mentale functies zoals perceptie,
aandacht, geheugen, emoties, taal, beslissen, denken en redeneren.
- Deze definitie geeft de geest een centrale rol bij onze
verschillende mentale vaardigheden. Het is belangrijk om te
begrijpen dat cognitie niet alleen gaat over onze hogere
"denk" functies en dat veel van de betrokken processen buiten
onze bewuste controle opereren.
2. De geest is een systeem die representaties maakt van de wereld
zodat we daarin kunnen handelen om onze doelen te bereiken.
- Deze definitie geeft het belang van de geest weer voor ons
functioneren en om te overleven.
Franciscus Donders:
In 1868 werden de eerste cognitieve psychologische experimenten
uitgevoerd door de Nederlandse psycholoog Franciscus Donders. Hij
was geïnteresseerd in hoelang het duurt om een beslissing te
maken.
Reactietijd: hoelang het duurt om te reageren op een stimulus. Er
werd onderscheid gemaakt tussen twee typen reactietijd:
- Simpele reactietijd: zo snel mogelijk op een knop drukken
als je het lichtje aan ziet gaan.
- Keuze-reactietijd: twee lichten, keuze voor het ene knop
maken als het linkerlichtje ging branden, en andere knop als
het rechterlicht ging branden.
De conclusie van het keuze-reactietijd experiment was dat
wanneer er een knop ingedrukt moet worden om een keuze te
maken, dit langer duurt.
Dit experiment is belangrijk omdat het illustreert dat mentale
processen niet direct kunnen worden gemeten maar geïnterpreteerd
moeten worden uit gedrag.
Wundt:
Wundt bouwde het eerste psychologische laboratorium rond 1870.
Structuralisme, gaat ervan uit dat algehele ervaring wordt bepaald
door basale elementen van de ervaring die structuralisten sensaties
noemden.
Hij probeerde een ‘periodieke tabel van de geest’ te creëren door
middel van analytische introspectie, een techniek waarin hij
getrainde participanten hun ervaringen en gedachteprocessen liet
opschrijven in respons op stimuli. - -
- Introspectie staat voor intro = naar binnen, en spectie =
kijken.
Het structuralisme gaf weinig resultaten. Toch was Wundt belangrijk.
Door zijn inzet om de geest te onderzoeken vanuit gecontroleerde
omstandigheden: van een rationele benadering naar een empirische
, benadering. Hij benadrukte de centrale rol van experimenten in het
opdoen van kennis over de menselijke geest.
Ebbinghaus:
Ebbinghaus was geïnteresseerd in het bepalen van de aard van het
geheugen, voornamelijk hoe informatie die geleerd is vergeten
wordt na verloop van tijd. Hij meette dit aan de hand van de
volgende kwantitatieve methode:
1. Initialen bekijken, Ebbinghaus bekeek een lijst met ‘onzin-
lettergrepen’ (GEW, RTU, XPQ) voor de eerste keer.
2. Hij leerde de lijst, hij ging er een aantal keer doorheen tot hij
de komende lettergreep kon voorspellen aan de hand van de
vorige lettergreep. Hij noteerde het aantal repetities dat nodig
was om de genoteerde lijst te leren.
3. Na een tijd leerde hij de lijst opnieuw, het aantal nodige
repetities werd genoteerd.
4. Savings method: Hij kwam erachter dat het aantal
opgeslagen lettergrepen groter was gedurende een kort
tijdsinterval dan een lange tijdsinterval.
- Savings = (originele tijd nodig om de lijst te leren)
- (tijd nodig om de lijst te herleren na een
bepaalde tijd).
Hoe langer de tijd tussen de leermomenten, hoe
kleiner de savings zullen zijn. Deze methode geeft ons
een maat voor vergeten.
- Savings curve: Savings in een plot uitzetten aan de
hand van tijd.
5. Conclusie was dat het geheugen snel daalt gedurende de
eerste 2 dagen na het initiële leren en dan stagneert. De
eerste twee dagen wordt een groot deel vergeten, wat daarna
nog in het geheugen zit blijft redelijk stabiel en wordt in het
lange termijn geheugen opgeslagen.
William James:
William James was een Amerikaanse psycholoog die belangrijke
observaties van de geest beschreef. De observaties van William
James waren niet gebaseerd op experimenten maar op introspecties
over de werking van zijn eigen geest. Zijn observaties waren
indrukwekkend accuraat.
Het eerste laboratorium opgericht door Wundt, de kwantitatieve
experimenten van Donders en Ebbinghaus, en de opmerkzame
observaties van James kunnen gezien worden als een veelbelovend
begin van onderzoek van de menselijke geest.
Onderzoek van de geest verloor echter grotendeels de aandacht
binnen de psychologie. Dit gebeurde voornamelijk omdat er een
negatieve reactie ontstond ten opzichte van analytische
introspectie.
Wat is het 'behaviorisme'?
, John Watson had problemen met de huidige aanpak van onderzoek
doen:
1.Het betrof extreem variërende resultaten van persoon tot
persoon.
2. Deze resultaten waren hierom zeer moeilijk te interpreteren,
omdat ze geïnterpreteerd werden als zijnde onzichtbare mentale
processen.
Behaviorisme: hij ging alleen uit van meetbaar observeerbaar
gedrag, niet van onmeetbare processen zoals emoties, redeneren en
denken.
klassieke conditionering (Pavlov) en operante conditionering
(Skinner).
- Operante conditionering richt zich op hoe gedrag
versterkt wordt door de presentatie van positieve
bekrachtigers. Dit idee dat gedrag begrepen kan worden
door het onderzoeken van de relaties
tussen stimuli en responses, beïnvloeden een gehele
generatie psychologen in de jaren veertig, vijftig en
zestig.
De simpele stimulus-response theorie kreeg echter ook
kritiek. De theorie kan namelijk niet verklaren waarom
mensen vaak reageren op verschillende aspecten van
eenzelfde stimulus. Daarnaast wordt pas duidelijk op welk
aspect van een stimulus een persoon reageert nadat de
reactie is gegeven.
Tolman:
Cognitief schema (cognitive map): Uit een experiment van
Tolman bleek dat een rat dit creëert, hij onthoudt dat hij in het
doolhof rechtsaf moet om de kaas te pakken. Hij heeft een concept
gecreëerd in zijn cognitie.
- Als hij eerst steeds rechtsaf moet om de kaas te pakken
en hij wordt na een aantal keren op een andere plek in
het doolhof geplaatst, werd verwacht dat hij uit
aangeleerd gedrag weer rechtsaf zou gaan. Dit gebeurde
echter niet. Hij ging naar links, in de goede richting van
de kaas. De rat had een cognitief schema van het
doolhof gecreëerd en zocht op basis daarvan de kaas.
Dit was een nieuwe ontdekking.
Het gebruik van het woord cognitie en het idee dat iets anders in de
geest van de rat gebeurt dan een stimulus-response connectie,
plaatste Tolman buiten de heersende vorm van het behaviorisme.
Chomsky:
Chomsky ging er vanuit dat taalontwikkeling niet wordt bepaald door
imitatie of bevestiging, maar door een aangeboren ingebouwd
biologisch programma dat in alle culturen bestaat. Taal is niet alleen
belangrijk bij leren, maar bij vele processen van de mens.
Psychologen begonnen zich hierdoor te realiseren dat om complex
cognitief gedrag te begrijpen, het belangrijk is om niet alleen
, observeerbaar gedrag te meten, maar ook te overdenken wat dit
gedrag ons vertelt over de werking van de geest.
De cognitieve revolutie in 1950:
De aandacht verschoof van een behavioristische benadering naar
een benadering volledig gericht op het begrijpen van de werking van
de geest.
Informatieverwerkingsbenadering: De geest werd nu gezien als
informatie verwerkende computer. Volgens deze benadering kan de
werking van de geest beschreven worden in een aantal zich
voordoende stadia. Deze benadering leidde tot het stellen van
nieuwe onderzoeksvragen en tot een nieuwe manier van weergave
van de antwoorden op de onderzoeksvragen.
Selectieve aandacht (Broadbent)
Broadbent ontwikkelde na een experiment van Cherry een
filtermodel van aandacht dat er zo uitzag:
Input → selectieve filter → detector → geheugen
Dit model illustreert dat verschillende stukken sensorische
informatie binnenkomen in het sensorisch geheugen. Aan de hand
van een filter wordt het stukje informatie uitgekozen om de
aandacht op te richten. Deze filter bepaalt welke informatie op dat
moment het belangrijkst is. Daarna slaat de 'detector' de informatie
op die door de filter heen is gekomen. Deze opgeslagen informatie
komt vervolgens in het geheugen terecht.
Broadbent's model gaf een mogelijkheid om de werking van de
geest te visualiseren en analyseren als een volgorde van
verwerkingsstadia. Zo’n model kan getest worden door nieuwe
experimenten.
Kunstmatige intelligentie:
Kunstmatige intelligentie: een machine zich laten gedragen op
manieren die intelligent genoemd zouden worden als een mens die
gedragingen zou laten zien (McCarthy, 1955).
Rond dezelfde tijd publiceerde Miller zijn paper over de beperkingen
van de menselijke geest in de capaciteit waarop het informatie kan
verwerken. Miller beredeneerde dat het geheugen niet een passieve
opslag van sensorische informatie is, maar een actief proces
bedraagt. Miller beschreef het proces in computer termen, waardoor
'de geest als computer'-metafoor populair werd. De cognitieve
revolutie was een feit.
Modern cognitief onderzoek:
1. Onderzoek in de cognitieve psychologie begint met wat bekend is
over een probleem.
2. Vanuit dat startpunt stellen onderzoekers vragen op, zetten ze
experimenten op en verzamelen en interpreteren ze resultaten.