1. Welke belastingen horen bij de aangiftebelastingen?
a. De omzetbelasting en de loonbelasting
b. De omzetbelasting en de vennootschapsbelasting.
c. De inkomensbelasting en de loonbelasting.
2. Na een voorlopige aanslag volgt altijd een:
a. Een navorderingsaanslag
b. Een definitieve aanslag
c. Een heffingsaanslag
3. Wat is de kern van het profijtbeginsel? (Open vraag)
4. Welke 2 belastingen zijn voorheffingen?
a. De vennootschapsbelasting en de omzetbelasting.
b. De inkomensbelasting en de loonbelasting.
c. De loonbelasting en de dividendbelasting.
5. Wat kun je onder andere vinden in de materiële belastingwetgeving/ materieel belastingrecht?
a. De wijze waarop de belasting bij de overheid moet komen.
b. Hoeveel belasting je moet betalen.
6. In welke wetten is onder andere het formeel belastingrecht geregeld?
a. in de Algemene wet bestuursrecht en in de Wet op de Inkomstenbelasting
b. In de Wet op de Inkomstenbelasting en de Wet Loonbelasting
c. In de Algemene wet bestuursrecht en de algemene wet inzake rijksbelastingen.
7. Uitvoeringsregelingen en uitvoeringsbesluiten worden gemaakt door:
a. De minister van Financiën.
b. De staatssecretaris
c. De Eerste en Tweede Kamer.
8. Wat wordt bedoeld met een Algemene maatregel van bestuur?
a. Een uitvoeringsregeling.
b. Een uitvoeringsbesluit.
c. De algemene wet inzake rijksbelastingen.
9. Als de inspecteur het bezwaarschrift geheel of gedeeltelijk afwijst, kun je beroep instellen. Bij
welke instantie doe je dit?
a. Bij de inspecteur van de Belastingdienst.
b. Bij de rechtbank.
c. Bij het gerechtshof.
10. Belastingrecht is een onderdeel van het....?
a. Bestuursrecht
b. Strafrecht
c. Staatsrecht