Waarom moeten hbo-juristen en SJD’ers kennis hebben van de politiek:
- De politiek heeft consequenties voor ons.
- Wij werken grotendeels voor de overheid, we hebben er direct last van.
- Wij voeren de wet- en regelgeving uit.
Wat is politiek:
- Politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.
- Alles wat te maken heeft met het besturen van een territoriaal gefundeerde samenleving.
Variaties in de politiek
1. Samenleving
Territoriaal
- Gebonden aan een grondgebied.
- In samenlevingen die gebonden zijn aan een territorium zijn de regels veel dwingender en
omvattender.
- De regels die gelden voor de inwoners van een territorium zijn niet zomaar te ontwijken.
- Gemeenten, provincies, landen, regio’s, internationale organisaties van landen.
Functioneel
- Gebonden aan een functie.
- Staten hebben een grondgebied dat ze intern bestuderen.
- De staat is de hedendaagse structuur waarin zich de sturing van samenlevingen afspeelt.
2. Reikwijdte van de politiek
- De grens tot aan waar de macht gaat.
- Zowel in privé als op publiek gebied.
- Het verschilt in tijd en plaats waar de grens ligt tot hoever de overheid kan gaan.
- De overheid had vroeger een minder belangrijke rol.
- Regels veranderen op grond van de behoeften die in de samenleving ontstaan.
3. Politieke vormen
- Politiek regimes; wat zijn de grote principes die ten grondslag liggen aan het functioneren
van een bestel.
Democratische regimes
- De macht is tijdelijk en verspreid over verschillende groepen.
- Het volk moet meebeslissen.
Autoritaire regimes
- Eén persoon of groep mensen neemt alle beslissingen.
- Er wordt niet geluisterd naar de wil van het volk.
4. Politieke systemen
Unitaire staten
- Er is één plek waar het land geregeerd wordt.
- Nederland; Den Haag heeft alle bevoegdheden en delegeert dit naar de lagere overheden.
Federale staten
- Staten hebben eigen beslissingsbevoegdheid op verschillend staatsniveau.
- Federatie; in elke staat eigen wet- en regelgeving.
- Verenigde Staten, Duitsland
, Model
- Wil dingen benoemen en bespreekbaar maken.
- Geeft relaties aan en vertelt hoe deze in elkaar zitten.
Politiek kringloopmodel
- Easton 1965
1. Eisen
- vragen vanuit individuen of groepen om een politieke oplossing van een probleem.
- Het zijn verwachtingen die onder de bevolking leven.
Pressiegroepen: komen op voor de belangen van de eisen (verenigingen).
Poortwachters: bundelen individuele eisen tot algemene principes en maken ze op die
manier makkelijker te behandelen. Het kunnen politieke instellingen zijn maar ook culturele
conventies. (Belangenorganisaties en politieke partijen)
o Volume overload; de eisen zijn te talrijk, alle eisen kunnen niet allemaal worden
behandeld/overal een oplossing voor gevonden worden.
o Content overload; de eisen zijn te gevarieerd, dan doen zich er ook problemen voor.
2. Steun
- Er is een minimum aan steun nodig van de bevolking. Het zijn uitingen van vertrouwen in het
systeem.
Passieve steun: het naleven van de politieke beslissingen (gehoorzaamheid).
Actieve steun: er wordt een actieve rol gespeeld in het verwerven en verwerken van de
steun.
Lobbyen: steun zoeken bij elkaar.
3. Conversie
- Eisen en steun worden omgezet (geconverteerd) tot politieke beslissingen.
- Dit gebeurd in de Tweede kamer.
4. Beslissingen
- Politieke beslissingen zijn de outputs van het politieke systeem (besluitvorming).
5. Terugkoppeling (feedback)
- Een eis kan opnieuw uitgevoerd worden of worden stopgezet en aangepast.
Eisen
Conversie Beslissingen
Besluiten
Steun
Terugkoppeling
De politiek zit aan de voorkant van het gehele proces van de invoer. Beleid is de achterkant van het
politieke systeem, de uitvoer, de wet- en regelgeving, oftewel het resultaat van een hele reeks
politieke processen.
- Beleid: geheel van regels waarmee een politieke overheid de samenleving in de ene of
andere richting probeert te sturen. (Voortdurende stroom van kleine en grote beslissingen
die betrekking kunnen hebben op zeer uiteenlopende beleidsdomeinen.)