Foundations of Law – Hoorcolleges
Hoorcollege 1: Recht: aard, functies en bronnen
Maandag 8 september – Joost Huijer
Een wetsvoorstel kan vanuit de regering of Kamerleden zelf worden ingediend.
Het proces van wetsvoorstel tot wet kan jaren duren.
Ons recht hobbelt achter de maatschappelijke ontwikkelingen aan; het recht loopt eigenlijk een
beetje achter. Er gebeurt eerst iets, waarna er vervolgens regels over worden gemaakt.
Om onze Grondwet, de basis waarin onze menselijke rechten zijn opgenomen, te wijzigen, is een
langer proces aan de orde.
Onze grondrechten zijn in de basis allemaal gelijk; hier zit geen hiërarchie in.
Echter, onze grondrechten kunnen botsen. De rechter dient hier dan een keuze in te maken.
De rechten uit Verdragsbepalingen (internationaal recht) staan boven de Grondwet.
Functies van het recht
1. Het scheppen van sociale orde (rechtszekerheid)
Door de regels die we hebben (geschreven en ongeschreven) weten we tot op zekere hoogte
wat we van elkaar kunnen verwachten. Je mag erop vertrouwen dat mensen handelen
volgens de regels (rechtszekerheid).
2. Het bevorderen van vreedzame conflictbeslechting
Wanneer je een conflict niet door een onafhankelijke derde laat afhandelen, dan kunnen
mensen het recht in eigen handen nemen.
3. Individuele ontplooiing van burgers
Burgers die op sommige vlakken extra ondersteuning nodig hebben, hebben hier ook recht op
en kunnen zich op een goede manier ontplooien.
4. Rechtvaardige verdeling van diensten en goederen
In Nederland hebben we een uitgebreid vangnet.
5. Het kanaliseren van sociale verandering
Het recht hobbelt achter de maatschappij aan.
Trias politica (Montesquieu)
Hoe is de macht verdeeld in Nederland?
Wetgevende macht
Uitvoerende macht (Bestuur)
Rechtsprekende macht
Als die machten gelijk zijn en elkaar controleren, kun je op een zo eerlijke manier de samenleving
vormgeven.
De verschillende machten zijn niet per definitie gesteld binnen hun eigen grenzen; een rechter kan
bijvoorbeeld ook meer doen dan alleen regels toepassen, namelijk regels maken.
1
,Wat gebeurt er als deze machten elkaar niet scherp controleren?
Het kan dan ongelooflijk misgaan.
Denk aan de Toeslagenaffaire; de drie machten hebben elkaar versterkt i.p.v. gecontroleerd.
Als een proces eenmaal in gang is gezet, is het heel moeilijk om dit nog terug te draaien. Het is
daarom belangrijk dat de verschillende machten elkaar in evenwicht houden en er voldoende
correctie mechanismen aanwezig zijn.
Het OM heeft normaliter een uitvoerde functie, maar gaat steeds vaker op de stoel van de rechter
zitten (efficiëntie).
Rechtspraak wordt uitsluitend door juristen uitgevoerd in Nederland. Dit is kenmerkend voor ons
rechtssysteem aangezien er in andere landen vaker voor eigen rechter wordt gespeeld.
Soorten regels
Gedragsnormen
o Normeren het gedrag; gaan over het doen of nalaten.
o “Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt,
beschuldigd aan zware mishandeling”.
Sanctienormen
o Koppelen een bepaalde sanctionering aan mocht er niet naar worden gehandeld.
o “Mishandeling wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of
een geldboete van de vierde categorie”.
Bevoegdheidsverlenende normen
o “De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek van de raad
voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Tevens zijn een ouder en
degene die niet de ouder is en de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt
en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek indien de raad voor de
kinderbescherming niet tot indiening van het verzoek overgaat”.
Terminologie
Positief recht = vastgesteld of erkend recht in een bepaalde gemeenschap.
Dit is contextafhankelijk wat binnen dit land erkent is.
Ideaal recht = dingen die je wilt nastreven maar niet erkend zijn en geen gelding hebben. Wat
vinden wij belangrijk?
Gelding = verbindend voor bepaalde groep personen
Effectiviteit = is een regel effectief of niet/wordt het gewenste doel bereikt?
Kun je dit wel aflezen aan het feit dat het massaal wordt genegeerd?
o Uiteindelijk stel je regels met de hoop dat mensen die naleven; dit gebeurt soms wel
en soms niet.
o Het wordt pas echt een probleem als je regelgeving hebt gesteld die massaal wordt
genegeerd, omdat het totaal niet meer herkend wordt als belangrijk.
Als je breder kijkt gaat effectiviteit meer over de vraag waarom we wetgeving creëren.
o Dit doe je om iets te bereiken.
o Het is belangrijk om periodiek te bekijken of die doelstellingen worden behaald en de
wet effectief is.
Er wordt wel eens vergeten om verder terug te kijken en te analyseren of de wet ‘effectief’ is
geweest. Dit kun je bijvoorbeeld doen door de praktijk te onderzoeken.
2
,Objectief recht = ‘het’ recht (law)
Het geheel aan rechtsregels.
Subjectieve rechten = ‘mijn’ rechten (en plichten)(rights)
Jouw persoonlijke rechten en plichten.
Zijn grondrechten absoluut?
Nee, in principe niet. Maar er worden wel beperkingen aan grondrechten opgelegd.
“Behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”.
Dwingend recht = regels waar je als burger niet vanaf mag wijken.
Waar het Wetboek je dringend oplegt wat wel en niet mag.
Je mag er op basis van onderlinge afspraken niet aan afwijken.
Aanvullend recht = partijen zijn bevoegd een eigen regeling vast te stellen, bijvoorbeeld door een
overeenkomst te sluiten.
Formeel recht = primair procesrecht, de regels die bepalen hoe het inhoudelijke recht moet worden
gehandhaafd.
Wie mag wanneer wat zeggen in een strafzaak?
Strafrecht – Wetboek van Strafvordering
Privaatrecht – Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering
Materieel recht = de inhoud van bepaalde rechten en plichten.
Strafrecht – Wetboek van Strafrecht
Privaatrecht – Burgerlijk Wetboek
Dit onderscheid is niet absoluut. Kijk altijd naar de inhoud van de regel om te bepalen of het om
materieel of formeel recht gaat.
Voorbeeld:
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling
indien:
o Een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd.
o De noodzakelijke zorg niet wordt geaccepteerd.
Dit gaat over materieel recht; het gaat over de inhoud.
Lid 2: De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek van de raaf voor de
kinderbescherming of het openbaar ministerie.
Dit gaat over formeel recht.
Rechtsgebieden
3
, Publiekrecht = primaire verticale relatie tussen overheid en burger (overheid > burger)
Staatsrecht
Bestuursrecht
Strafrecht
Privaatrecht = primaire horizontale relatie tussen burgers onderling (gelijke rangschikking)
Pers- en familierecht
Vermogensrecht
Erfrecht
Functionele rechtsgebieden = rechtsgebieden die zowel publiekrechtelijke- als privaatrechtelijke
elementen hebben.
Jeugdrecht (bestaat uit jeugdstrafrecht (publiek) en jeugdbescherming (privaat).
Gezondheidsrecht
Publiekrecht Privaatrecht
Rechtsverhouding Ondergeschikt Nevengeschikt
Belang Algemeen belang Eigen belang
Aard Dwingend Wisselend
Rol van de rechter Actief Lijdelijk (de rechter reageert op
wat partijen aandragen)
Internationaal recht
Volkenrecht
Recht m.b.t. internationale organisaties
Nationaal recht = primair recht dat intern gelding heeft.
Formele, geschreven rechtsbronnen (waar vinden wij ons recht; waar zijn regels opgeslagen):
1. Wet
2. Jurisprudentie: het geheel aan rechterlijke uitspraken
3. Ongeschreven recht
Internationaal:
1. Verdragen
2. Besluiten van internationale organisaties
3. Internationale jurisprudentie
4. Ongeschreven recht
5. Doctrine
Hoorcollege 2: Organisatie van de Staat/Technische aspecten van wetgeving
4
Hoorcollege 1: Recht: aard, functies en bronnen
Maandag 8 september – Joost Huijer
Een wetsvoorstel kan vanuit de regering of Kamerleden zelf worden ingediend.
Het proces van wetsvoorstel tot wet kan jaren duren.
Ons recht hobbelt achter de maatschappelijke ontwikkelingen aan; het recht loopt eigenlijk een
beetje achter. Er gebeurt eerst iets, waarna er vervolgens regels over worden gemaakt.
Om onze Grondwet, de basis waarin onze menselijke rechten zijn opgenomen, te wijzigen, is een
langer proces aan de orde.
Onze grondrechten zijn in de basis allemaal gelijk; hier zit geen hiërarchie in.
Echter, onze grondrechten kunnen botsen. De rechter dient hier dan een keuze in te maken.
De rechten uit Verdragsbepalingen (internationaal recht) staan boven de Grondwet.
Functies van het recht
1. Het scheppen van sociale orde (rechtszekerheid)
Door de regels die we hebben (geschreven en ongeschreven) weten we tot op zekere hoogte
wat we van elkaar kunnen verwachten. Je mag erop vertrouwen dat mensen handelen
volgens de regels (rechtszekerheid).
2. Het bevorderen van vreedzame conflictbeslechting
Wanneer je een conflict niet door een onafhankelijke derde laat afhandelen, dan kunnen
mensen het recht in eigen handen nemen.
3. Individuele ontplooiing van burgers
Burgers die op sommige vlakken extra ondersteuning nodig hebben, hebben hier ook recht op
en kunnen zich op een goede manier ontplooien.
4. Rechtvaardige verdeling van diensten en goederen
In Nederland hebben we een uitgebreid vangnet.
5. Het kanaliseren van sociale verandering
Het recht hobbelt achter de maatschappij aan.
Trias politica (Montesquieu)
Hoe is de macht verdeeld in Nederland?
Wetgevende macht
Uitvoerende macht (Bestuur)
Rechtsprekende macht
Als die machten gelijk zijn en elkaar controleren, kun je op een zo eerlijke manier de samenleving
vormgeven.
De verschillende machten zijn niet per definitie gesteld binnen hun eigen grenzen; een rechter kan
bijvoorbeeld ook meer doen dan alleen regels toepassen, namelijk regels maken.
1
,Wat gebeurt er als deze machten elkaar niet scherp controleren?
Het kan dan ongelooflijk misgaan.
Denk aan de Toeslagenaffaire; de drie machten hebben elkaar versterkt i.p.v. gecontroleerd.
Als een proces eenmaal in gang is gezet, is het heel moeilijk om dit nog terug te draaien. Het is
daarom belangrijk dat de verschillende machten elkaar in evenwicht houden en er voldoende
correctie mechanismen aanwezig zijn.
Het OM heeft normaliter een uitvoerde functie, maar gaat steeds vaker op de stoel van de rechter
zitten (efficiëntie).
Rechtspraak wordt uitsluitend door juristen uitgevoerd in Nederland. Dit is kenmerkend voor ons
rechtssysteem aangezien er in andere landen vaker voor eigen rechter wordt gespeeld.
Soorten regels
Gedragsnormen
o Normeren het gedrag; gaan over het doen of nalaten.
o “Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt,
beschuldigd aan zware mishandeling”.
Sanctienormen
o Koppelen een bepaalde sanctionering aan mocht er niet naar worden gehandeld.
o “Mishandeling wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of
een geldboete van de vierde categorie”.
Bevoegdheidsverlenende normen
o “De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek van de raad
voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Tevens zijn een ouder en
degene die niet de ouder is en de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt
en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek indien de raad voor de
kinderbescherming niet tot indiening van het verzoek overgaat”.
Terminologie
Positief recht = vastgesteld of erkend recht in een bepaalde gemeenschap.
Dit is contextafhankelijk wat binnen dit land erkent is.
Ideaal recht = dingen die je wilt nastreven maar niet erkend zijn en geen gelding hebben. Wat
vinden wij belangrijk?
Gelding = verbindend voor bepaalde groep personen
Effectiviteit = is een regel effectief of niet/wordt het gewenste doel bereikt?
Kun je dit wel aflezen aan het feit dat het massaal wordt genegeerd?
o Uiteindelijk stel je regels met de hoop dat mensen die naleven; dit gebeurt soms wel
en soms niet.
o Het wordt pas echt een probleem als je regelgeving hebt gesteld die massaal wordt
genegeerd, omdat het totaal niet meer herkend wordt als belangrijk.
Als je breder kijkt gaat effectiviteit meer over de vraag waarom we wetgeving creëren.
o Dit doe je om iets te bereiken.
o Het is belangrijk om periodiek te bekijken of die doelstellingen worden behaald en de
wet effectief is.
Er wordt wel eens vergeten om verder terug te kijken en te analyseren of de wet ‘effectief’ is
geweest. Dit kun je bijvoorbeeld doen door de praktijk te onderzoeken.
2
,Objectief recht = ‘het’ recht (law)
Het geheel aan rechtsregels.
Subjectieve rechten = ‘mijn’ rechten (en plichten)(rights)
Jouw persoonlijke rechten en plichten.
Zijn grondrechten absoluut?
Nee, in principe niet. Maar er worden wel beperkingen aan grondrechten opgelegd.
“Behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”.
Dwingend recht = regels waar je als burger niet vanaf mag wijken.
Waar het Wetboek je dringend oplegt wat wel en niet mag.
Je mag er op basis van onderlinge afspraken niet aan afwijken.
Aanvullend recht = partijen zijn bevoegd een eigen regeling vast te stellen, bijvoorbeeld door een
overeenkomst te sluiten.
Formeel recht = primair procesrecht, de regels die bepalen hoe het inhoudelijke recht moet worden
gehandhaafd.
Wie mag wanneer wat zeggen in een strafzaak?
Strafrecht – Wetboek van Strafvordering
Privaatrecht – Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering
Materieel recht = de inhoud van bepaalde rechten en plichten.
Strafrecht – Wetboek van Strafrecht
Privaatrecht – Burgerlijk Wetboek
Dit onderscheid is niet absoluut. Kijk altijd naar de inhoud van de regel om te bepalen of het om
materieel of formeel recht gaat.
Voorbeeld:
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling
indien:
o Een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd.
o De noodzakelijke zorg niet wordt geaccepteerd.
Dit gaat over materieel recht; het gaat over de inhoud.
Lid 2: De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek van de raaf voor de
kinderbescherming of het openbaar ministerie.
Dit gaat over formeel recht.
Rechtsgebieden
3
, Publiekrecht = primaire verticale relatie tussen overheid en burger (overheid > burger)
Staatsrecht
Bestuursrecht
Strafrecht
Privaatrecht = primaire horizontale relatie tussen burgers onderling (gelijke rangschikking)
Pers- en familierecht
Vermogensrecht
Erfrecht
Functionele rechtsgebieden = rechtsgebieden die zowel publiekrechtelijke- als privaatrechtelijke
elementen hebben.
Jeugdrecht (bestaat uit jeugdstrafrecht (publiek) en jeugdbescherming (privaat).
Gezondheidsrecht
Publiekrecht Privaatrecht
Rechtsverhouding Ondergeschikt Nevengeschikt
Belang Algemeen belang Eigen belang
Aard Dwingend Wisselend
Rol van de rechter Actief Lijdelijk (de rechter reageert op
wat partijen aandragen)
Internationaal recht
Volkenrecht
Recht m.b.t. internationale organisaties
Nationaal recht = primair recht dat intern gelding heeft.
Formele, geschreven rechtsbronnen (waar vinden wij ons recht; waar zijn regels opgeslagen):
1. Wet
2. Jurisprudentie: het geheel aan rechterlijke uitspraken
3. Ongeschreven recht
Internationaal:
1. Verdragen
2. Besluiten van internationale organisaties
3. Internationale jurisprudentie
4. Ongeschreven recht
5. Doctrine
Hoorcollege 2: Organisatie van de Staat/Technische aspecten van wetgeving
4