Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Alle artikelen voor ISNT tentamen samengevat in het Nederlands! Volledig en compleet! Inclusief de zooms sessies over de key artikelen!

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
98
Geüpload op
15-10-2025
Geschreven in
2025/2026

Alle artikelen voor het vak ISNT uitgebreid samengevat, ideaal voor je tentamen. Het gaat om de artikelen: Van Tubergen (2020) “Introduction to Sociology”. Hoofdstuk 7: “Networks” Lyengar, S., Sood, G., & Lelkes, Y. (2012). Affect, not ideology: a social identity perspective on polarization. M. F., & Volfovsky, A. (2018). Exposure to opposing views on social media can increase political polarization. Proceedings of the National Academy of Sciences, . Ellison, N. B., & Vitak, J. (2015). Social Network Site Affordances and Their Relationship to Social Capital Processes. [key artikel 2] Vriens, E., & Van Ingen, E. (2018). Does the rise of the Internet bring erosion of strong ties? Nyqvist, F., Power, J. M., & Coll-Planas, L. (2025). Theorizing Loneliness in Later Life. Micro, Meso, and Macro Perspectives. Laursen, B., & Hartl, A. C. (2013). Understanding Loneliness during Adolescence Crossley, N. (2008). (Net)working out: Social capital in a private health club. Thoits, P. A. (2011). Mechanisms linking social ties and support to physical and mental health. [key artikel 3] Bennett, W. L., & Segerberg, A. (2015). The logic of connective action: Priante, A., Ehrenhard, M. L., van den Broek, T., Need, A., & Hiemstra, D. (2021). “Mo”Together or alone? Investigating the role of fundraisers’ networks in online peer-to-peer fundraising. [key artikel 4] Buskens, V. and W. Raub (2002). Embedded trust: Control and learning. Borgatti, S. P., Mehra, A., Brass, D. J., & Labianca, G. (2009). Network analysis in the social sciences. Science, 323(5916), 892-895. Grosser, T. J., Obstfeld, D., Labianca, G., & Borgatti, S. P. (2019). Measuring mediation and separation brokerage orientations: A further step toward studying the social network brokerage process. Hoofdstukken 1, 2, 10 en 11 van: Hanneman, R. A. & Riddle, M. (2005). Introduction to social network methods. Riverside,

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Frank van Tubergen – 7 Networks (2020)
7.1 The friendship paradox
Friendship paradox = mensen hebben gemiddeld minder vrienden dan hun vrienden
gemiddeld hebben.
Dit komt doordat mensen vaker verbonden zijn met individuen die zelf grotere netwerken
hebben.

Socioloog Scott Feld verklaart dit:
Persoon A heeft 50 vrienden, persoon B heeft 2 vrienden. Jij bent persoon C en de kans dat
jij bevriend bent met A is veel groter, omdat A veel meer verbindingen heeft en dus vaker
opduikt in het netwerk.

Door vrienden van willekeurig gekozen mensen te volgen, kun je vroege signalen van een
epidemie detecteren. Dit komt omdat vrienden gemiddeld grotere netwerken hebben en
eerder blootgesteld zijn aan ziekten.
Studie Harvard 2009: vrienden van studenten gaven 13,9 dagen eerder tekenen van de
ziekte dan een willekeurig groep studenten.

De paradox laat zien dat sociale netwerken cruciaal zijn voor het begrijpen van sociale
verschijnselen. Sociale netwerken omvatten zowel online als offline-netwerken.
Dus volg de mensen die sociaal actiever zijn, want zij zijn de eersten die een epidemie
opmerken.

7.2 Personal networks
Persoonlijke netwerken bestaan uit banden met vrienden, familie en buren. Netwerken
worden weergegeven in graphs (sociogrammen) met nodes/actoren (personen), die weer
met elkaar verbonden zijn via edges/ties (relaties).

Een ego-netwerk laat alle banden van één persoon (ego: jijzelf) met andere personen (alters)
zien.
Dyad = de (mogelijke) relatie tussen een ego en een alter, dus de verbinding tussen twee
personen in een netwerk. Dus een tweepersoonsrelatie.

Persoonlijke netwerken  1.0 graads netwerken, omdat ego elk van hen direct kent. Er zit
maar één stap tussen jou en elk van je vrienden.


1.5 graads netwerk  voegt verbindingen
tussen alle alters toe, waarmee ego A direct
verbonden is,

Directed ties (gerichte banden)  zijn relaties waarbij de richting van de relatie tussen
actoren wordt aangegeven in een digraph. Banden zijn gericht wanneer de relatie
tussen twee actoren gericht is en asymmetrisch kan zijn (relaties hoeven niet
wederzijds te zijn).

- Reciprocal relaties = tweezijdige/symmetrische relatie

, - Asymmetrische relatie = eenzijdige relatie

Undirected ties (ongerichte banden)  in een netwerk van ongerichte banden (Facebook)
zijn alle relaties per definitie tweezijdig. Bij undirected ties zijn de asymmetrische relaties
niet te zien.

Andere manier om sociale netwerken te presenteren is met een adjacency matrix (je
presenteert dan hetzelfde als directed ties) = het geeft weer wie er “naast” wie staat in het
sociale netwerk.
De personen die een ander persoon nomineren (als vriend) vind je in de rijen, zij zijn de
zender. De personen die zij als vrienden nomineren zijn de ontvangers en staan in de
kolommen.

- Indegree  hoe vaak een persoon door anderen in het netwerk wordt genoemd
- Outdegree  hoe vaak een persoon andere personen nomineert

Onderscheid tussen sterke en zwakke banden (ties) is gebaseerd op de mate van emotionele
nabijheid, frequentie van interactie en de wederkerigheid (gelijkheid) tussen twee personen.
Zowel sterke als zwakke banden verwijzen naar positieve relaties.




Sterke banden  positieve relaties waarin mensen zich emotioneel dicht bij elkaar voelen,
elkaar vertrouwen, vaak face-2-face omgaan en elkaar helpen wanneer nodig.

Zwakke banden  zijn meer oppervlakkig of instrumenteel. Mensen zien elkaar minder
vaak, staan emotioneel minder dicht bij elkaar en investeringen zijn niet altijd wederzijds.
Bijvoorbeeld kennissen, collega’s of buurtcontacten.

Onderzoekers stellen een middenweg voor met vijf categorieën van bandsterkte, geordend
in hiërarchische netwerklagen (dit is realistischer dan de simpele tweedeling):

,Elke grotere laag omvat de voorgaande kleinere laag/lagen.

1. Kennetwerk: dit zijn de sterkste sociale banden, de meest waardevolle en intieme
banden, zoals de echtgenoot en paar beste vrienden
2. Sympathienetwerk: omvat alle sterke banden en dus ook het kernnetwerk. Het
betreft bredere kring van familieleden en andere vrienden
3. Affiniteitsnetwerk: leeftijdsgenoten, verder weg staande familieleden en anderen toe
met wie mensen relatief frequent contact hebben
4. Actief netwerk: omvat het totaal aantal personen met wie iemand een actieve relatie
onderhoudt
5. Totale persoonlijke netwerk: het volledige persoonlijke netwerk. Het omvat alle
sterke banden, maar ook mensen die men slechts bij naam kent en met wie men
nauwelijks contact heeft

7.3 Netwerk size and hubs
Kernnetwerk (Amerikanen: 2-5 personen)  hoeveel mensen zitten in deze laag bij
Amerikanen? Hier kom je achter door te vragen ‘met wie bespreek je belangrijke zaken’.
Dit is een voorbeeld van name generator = een enquêtevraag die de respondent vraagt de
namen of initialen te noemen van personen (alters) in hun persoonlijke netwerk.

Sympathienetwerk (Amerikanen: 15 personen)  hoeveel groot is deze laag? Wordt
dezelfde vraag gesteld als bij kernnetwerk, alleen bevat het ook nog de vraag met wie ze
frequent in contact zijn of wie ze om hulp vragen.
Een inclusievere vraag (Amerikanen: 17 personen): wie vertrouw je. Het blijkt dat de mensen
die je vertrouwt, zijn de mensen voor wie je sympathie voelt in je netwerk.

Affiniteitsnetwerk (Amerikanen: 50 personen)
Actief netwerk (Amerikanen: 150)  kerstkaarten of aantal actieve volgers sociale media.
Het aantal 150 = Dunbar’s number, mensen zijn niet in staat om actief meer dan 150 relaties
te onderhouden
Totale persoonlijke netwerk (Amerikanen: 500)  mensen hebben niet al hun offline relaties
online

Hubs = sterk verbonden centrale knooppunten in een netwerk, personen die een vele male
groter netwerk hebben dan anderen
Persoonlijke netwerken laten power-law distribution zien  een rechts scheve verdeling,
waarbij een paar personen meer connecties hebben dan de rest.

7.4 Netwerk density and transitivity
In welke mate zijn alters in persoonlijke netwerken met elkaar verbonden in hedendaagse
samenlevingen?  network density (d) = de verhouding van alle gerealiseerde banden in
een netwerk tot het aantal alle mogelijke banden in hetzelfde netwerk.

‘d’ loopt van 0 (geen ties tussen actoren) – 1 (alle actoren zijn verbonden met elkaar) en kan
worden toegepast op elk soort netwerk laag.

, Netwerk met directed ties  zijn k(k – 1) unieke
directed ties tussen actoren mogelijk, met k = aantal
actoren

Netwerk met undirected ties  zijn k(k – 1)/2 unieke
ties mogelijk, met k = aantal actoren

De density (dichtheid) van elk hiërarchische laag, nu de netwerkkern. De vraag aan de
respondenten: van jouw drie beste vrienden, hoeveel zijn er ook goede vrienden van elkaar?


Triad = een netwerk bestaande uit drie actoren en de mogelijke ties tussen hen

Triadic closure (transitivity) = de situatie waarin de twee alters van één ego ook met elkaar
verbonden zijn. Dus als alle drie de actoren met elkaar verbonden zijn  onderzoekers
stellen vast dat transitivity vaak voorkomt in de netwerkkern.

Transitivity tendency = de hoge mate van netwerkclustering, ook al hebben twee
willekeurige individuen een minimale kans om elkaar te kennen. Jouw connecties kennen
elkaar waarschijnlijk ook of zijn zelfs vrienden.

Drie mechanismes van sociale bandvorming die transitivity tendeny in kernnetwerken
verklaren:

1. Meeting opportunities (ontmoetingsmogelijkheden): sociale banden worden
gecreëerd in interactiecontexten  er moet een mogelijkheid zijn voor personen B
en C om elkaar te ontmoeten en elkaar te leren kennen. A heeft sterke banden met B
en C, dus ze gaat vaak om met B en C. Dit kan betekenen dat B en C dezelfde context
delen als A (zelfde school of buurt). Dus ontmoetingsmogelijkheden in een
kernnetwerk zijn hoog en wordt transitivity hier verwacht
2. Homophily (homofilie): mensen geven voorkeur aan het ontwikkelen van sterke
banden met anderen die op hen lijken. Hierom zal ego A behoorlijk lijken op zowel B
als C, wat betekent dat B en C ook op elkaar lijken en elkaar daarom aantrekkelijker
vinden dan een vreemdeling
3. Structural balance (structureel evenwicht): ego A zal zich ongemakkelijk voelen bij
vrienden B en C die niet zulke positieve banden met elkaar hebben. Er wordt zelfs
psychologische druk gecreëerd voor A bij een onevenwichtige situatie, waardoor ze
streeft naar een evenwichtig netwerk

Forbidden triad = een triad waarin ego A sterke banden heeft met alters B en C, maar waarin
geen band bestaat tussen B en C.
Granovetter beargumenteert dat transitivity tendency toeneemt met de sterkte van de
banden en dat het dus een functie is van de sterkte van de banden, niet een algemeen
kenmerk van de sociale structuur.
Wat hiermee bedoeld wordt: bij zwakke banden tussen ego en alters (bijvoorbeeld
collega’s/kennissen) is de kans dat de alters elkaar kennen kleiner dan wanneer de banden
sterk zijn (vrienden).

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
15 oktober 2025
Aantal pagina's
98
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.45
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
MM1234 Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
44
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
40
Laatst verkocht
4 dagen geleden

4.4

5 beoordelingen

5
2
4
3
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen