Let op! Vaak worden in berekening 360 dagen gebruikt i.p.v. 365
Leerdoel 1: Voorraad
Voorraad
- Ondernemingen houden voorraad aan om snel te kunnen reageren op vraag van de klant.
Grondstoffen of halffabricaten à door aanleg voorraad, productieketen niet meer afhankelijk
van elkaar.
- Inkoop voorraad grote partijen à quantumkorting.
- Voorraadkosten à
o Bestelkosten (bv. administratiekosten, personeelskosten van inkoopafdeling, etc.)
o Opslagkosten (bv. huur, gas, personeel in magazijn, verzekering, water, etc.)
Aanhouden Voordelen Nadelen voorraad
Snel reageren vraag Bestelkosten
Ontkoppelen productieketen Opslagkosten
Inkopen,
Quantumkorting
inkoopwaarde verkopen en voorraad
→ hebben alle drie te maken met het aan- en verkoopproces van een product. Komt voor bij
handelsondernemingen en productieondernemingen.
- Inkopen: de totale waarde van de ingekochte goederen bij de leveranciers tegen de
inkoopprijs.
o Inkopen direct doorverkocht à inkoopwaarde verkopen.
o Inkopen niet direct verkocht à toename van voorraad.
- Inkoopwaarde verkopen: de waarde van de verkochte goederen tegen de inkoopprijs.
(Afzet x inkoopprijs van producten). Staat op resultatenrekening.
- Voorraad: waarde van de producten of grondstoffen, die klaar zijn voor verkoop of
verwerking in productieproces. Staat op de balans.
- Rekenkundige verband: Eindvoorraad = beginvoorraad + inkopen – inkoopwaarde verkopen.
- Gem. voorraadstand = (beginvoorraad + eindvoorraad) / 2
Leerdoel 2: Debiteuren
Ontstaan debiteuren
Onderneming verkoopt producten of verleent diensten à stuurt factuur aan de klant. Als de
onderneming afspreekt met de klant dat de factuur binnen een bepaalde periode betaalt moet
worden, dan heeft de onderneming een vordering op die klant àdebiteur genoemd op boekhouding.
Klant betaalt factuur op later moment
Drie redenen om factuur later te laten betalen:
1) Uit het oogpunt van concurrentie: concurrentie bieden dit ook aan à moet, anders
verslechtert concurrentiepositie.
2) Het verlagen van de drempel voor aankoop: bij twijfel aankoop, kan overhalen tot aankoop.
3) Service voor de klant: eerst product ervaren voor te betalen.
1
, Minimaliseren van het risico op wanbetaling
Ondernemingen willen het debiteurenrisico (=risico op wanbetaling) zoveel mogelijk beperken.
Daarvoor is er debiteurenbeheer à maatregelen die onderneming treft om risico te minimaliseren.
De 5 belangrijkste maatregelen;
1) Instellen van een betalingstermijn: bij verkoop op rekening wordt termijn afgesproken
waarbinnen klant betaalt.
2) Incassopolitiek: is als klanten niet binnen termijn betalen. Eerst betalingsherinnering, dan
tweede herinnering, en daarna inschakeling incassobureau.
3) Betalingskorting: klant krijgt korting als zij direct of eerder dan afgesproken betalingstermijn.
Klant wordt aangespoord eerder te betalen.
4) Kredietwaardigheidsbeoordeling: financiële situatie van klant wordt eerst beoordeeld. Dit
kan door middel van Bureau Krediet Registratie.
5) Factoring: onderneming verkoopt de vordering, die op een of meerdere debiteuren staan
aan een factoringsbedrijf. Onderneming en factoringsbedrijf maken afspraken over grootte
van debiteuren bedrag en betalingstermijn. Dit geeft de onderneming zekerheid over grootte
en betaaldatum van bedrag, maar krijgt niet het volledige debiteuren bedrag.
Gemiddeld debiteuren saldo
→ het gemiddelde bedrag dat een ondernemer in een bepaalde periode van zijn klanten tegoed
heeft.
Gem. debiteurenbedrag = (debiteuren (begin periode) + debiteuren (einde periode) / 2
Gemiddelde debiteurentermijn
Debiteurentermijn = de termijn waarin een factuur betaald moet worden. De gemiddelde
debiteurentermijn is de tijd dat een onderneming gemiddeld moet wachten tot dat de facturen
worden betaald. De waarde van de facturen is gelijk aan de verkopen op rekening.
Gem. debiteurentermijn = (gem. debiteurenbedrag/verkopen op rekening) x 365 dagen
Debiteuren op de balans
Debiteuren = uitstaande vorderingen en zijn dus toekomstige bezitting. Bezittingen staan aan
debetzijde van balans, oftewel debiteuren staat aan debetzijde. Debiteuren zijn kort op balans, dus
behoort tot vlottende activa. Om debiteuren van periode naar periode te berekenen à
Debiteuren eindstand = debiteuren beginstand + verkopen op rekening - betaling
Leerdoel 3: Crediteuren
Ontstaan crediteuren
- Onderneming koopt producten in à ontvangt een factuur van de leverancier. Vaak spreekt de
ondernemer af met de leverancier om de factuur binnen een bepaalde periode moet
betalen. Op dat moment heeft de onderneming een kortlopende schuld bij leverancier.
Factuur is inclusief btw-tarief à kan teruggevorderd worden bij belastingdienst.
- Wordt door de leverancier een betalingstermijn gehanteerd (leveranciers krediettermijn). Op
basis van betaaltermijn kan het verwachte crediteurensaldo worden berekend:
o Crediteurensaldo = inkopen op rekening x (betaaltermijn(dagen) / 365 dagen)
- Soms wordt er korting geboden indien de factuur sneller betaald wordt dan de betaaldatum.
Gemiddeld aantal dagen dat een factuur uitstaat = crediteurdagen. Om dit te berekenen à
Crediteurendagen = (crediteurensaldo / jaarlijkse inkopen op rekening) x 365 dagen
Gemiddeld crediteurensaldo
Kan je berekenen door middel van de volgende formule à
Crediteurensaldo = (crediteurendagen / 365) x inkopen op rekening
2
Leerdoel 1: Voorraad
Voorraad
- Ondernemingen houden voorraad aan om snel te kunnen reageren op vraag van de klant.
Grondstoffen of halffabricaten à door aanleg voorraad, productieketen niet meer afhankelijk
van elkaar.
- Inkoop voorraad grote partijen à quantumkorting.
- Voorraadkosten à
o Bestelkosten (bv. administratiekosten, personeelskosten van inkoopafdeling, etc.)
o Opslagkosten (bv. huur, gas, personeel in magazijn, verzekering, water, etc.)
Aanhouden Voordelen Nadelen voorraad
Snel reageren vraag Bestelkosten
Ontkoppelen productieketen Opslagkosten
Inkopen,
Quantumkorting
inkoopwaarde verkopen en voorraad
→ hebben alle drie te maken met het aan- en verkoopproces van een product. Komt voor bij
handelsondernemingen en productieondernemingen.
- Inkopen: de totale waarde van de ingekochte goederen bij de leveranciers tegen de
inkoopprijs.
o Inkopen direct doorverkocht à inkoopwaarde verkopen.
o Inkopen niet direct verkocht à toename van voorraad.
- Inkoopwaarde verkopen: de waarde van de verkochte goederen tegen de inkoopprijs.
(Afzet x inkoopprijs van producten). Staat op resultatenrekening.
- Voorraad: waarde van de producten of grondstoffen, die klaar zijn voor verkoop of
verwerking in productieproces. Staat op de balans.
- Rekenkundige verband: Eindvoorraad = beginvoorraad + inkopen – inkoopwaarde verkopen.
- Gem. voorraadstand = (beginvoorraad + eindvoorraad) / 2
Leerdoel 2: Debiteuren
Ontstaan debiteuren
Onderneming verkoopt producten of verleent diensten à stuurt factuur aan de klant. Als de
onderneming afspreekt met de klant dat de factuur binnen een bepaalde periode betaalt moet
worden, dan heeft de onderneming een vordering op die klant àdebiteur genoemd op boekhouding.
Klant betaalt factuur op later moment
Drie redenen om factuur later te laten betalen:
1) Uit het oogpunt van concurrentie: concurrentie bieden dit ook aan à moet, anders
verslechtert concurrentiepositie.
2) Het verlagen van de drempel voor aankoop: bij twijfel aankoop, kan overhalen tot aankoop.
3) Service voor de klant: eerst product ervaren voor te betalen.
1
, Minimaliseren van het risico op wanbetaling
Ondernemingen willen het debiteurenrisico (=risico op wanbetaling) zoveel mogelijk beperken.
Daarvoor is er debiteurenbeheer à maatregelen die onderneming treft om risico te minimaliseren.
De 5 belangrijkste maatregelen;
1) Instellen van een betalingstermijn: bij verkoop op rekening wordt termijn afgesproken
waarbinnen klant betaalt.
2) Incassopolitiek: is als klanten niet binnen termijn betalen. Eerst betalingsherinnering, dan
tweede herinnering, en daarna inschakeling incassobureau.
3) Betalingskorting: klant krijgt korting als zij direct of eerder dan afgesproken betalingstermijn.
Klant wordt aangespoord eerder te betalen.
4) Kredietwaardigheidsbeoordeling: financiële situatie van klant wordt eerst beoordeeld. Dit
kan door middel van Bureau Krediet Registratie.
5) Factoring: onderneming verkoopt de vordering, die op een of meerdere debiteuren staan
aan een factoringsbedrijf. Onderneming en factoringsbedrijf maken afspraken over grootte
van debiteuren bedrag en betalingstermijn. Dit geeft de onderneming zekerheid over grootte
en betaaldatum van bedrag, maar krijgt niet het volledige debiteuren bedrag.
Gemiddeld debiteuren saldo
→ het gemiddelde bedrag dat een ondernemer in een bepaalde periode van zijn klanten tegoed
heeft.
Gem. debiteurenbedrag = (debiteuren (begin periode) + debiteuren (einde periode) / 2
Gemiddelde debiteurentermijn
Debiteurentermijn = de termijn waarin een factuur betaald moet worden. De gemiddelde
debiteurentermijn is de tijd dat een onderneming gemiddeld moet wachten tot dat de facturen
worden betaald. De waarde van de facturen is gelijk aan de verkopen op rekening.
Gem. debiteurentermijn = (gem. debiteurenbedrag/verkopen op rekening) x 365 dagen
Debiteuren op de balans
Debiteuren = uitstaande vorderingen en zijn dus toekomstige bezitting. Bezittingen staan aan
debetzijde van balans, oftewel debiteuren staat aan debetzijde. Debiteuren zijn kort op balans, dus
behoort tot vlottende activa. Om debiteuren van periode naar periode te berekenen à
Debiteuren eindstand = debiteuren beginstand + verkopen op rekening - betaling
Leerdoel 3: Crediteuren
Ontstaan crediteuren
- Onderneming koopt producten in à ontvangt een factuur van de leverancier. Vaak spreekt de
ondernemer af met de leverancier om de factuur binnen een bepaalde periode moet
betalen. Op dat moment heeft de onderneming een kortlopende schuld bij leverancier.
Factuur is inclusief btw-tarief à kan teruggevorderd worden bij belastingdienst.
- Wordt door de leverancier een betalingstermijn gehanteerd (leveranciers krediettermijn). Op
basis van betaaltermijn kan het verwachte crediteurensaldo worden berekend:
o Crediteurensaldo = inkopen op rekening x (betaaltermijn(dagen) / 365 dagen)
- Soms wordt er korting geboden indien de factuur sneller betaald wordt dan de betaaldatum.
Gemiddeld aantal dagen dat een factuur uitstaat = crediteurdagen. Om dit te berekenen à
Crediteurendagen = (crediteurensaldo / jaarlijkse inkopen op rekening) x 365 dagen
Gemiddeld crediteurensaldo
Kan je berekenen door middel van de volgende formule à
Crediteurensaldo = (crediteurendagen / 365) x inkopen op rekening
2