Samenvatting 1.2
Europese landen kregen controle over delen van Afrika,
Azië en Amerika door kolonialisme.
Van 1500 tot 1800 was er sprake van
handelskolonialisme. Europese handelsmaatschappijen
vestigden handelsposten aan de kusten van Afrika, Azië
en Amerika. Er werd gehandeld in luxeproducten zoals
specerijen, suiker, goud en zilver.
Van 1800 tot 1950 was er industrieel kolonialisme.
Europese landen bouwden een industriële samenleving
op. Koloniën leverden grondstoffen voor de industrieën
in Europa en vormden afzetmarkten voor Europese
producten. Door industrialisatie nam de productie toe
en er kwam wereldwijd meer handel.
Na de Tweede Wereldoorlog vond dekolonisatie plaats.
Veel arme landen werden onafhankelijk, maar bleven
economisch afhankelijk. Dit noemen we
neokolonialisme. Multinationals spelen hier een
belangrijke rol in.
Vanaf 1970 kwam er vrije wereldhandel en een vrije
markteconomie. Er ontstond internationale
arbeidsverdeling waarbij lage lonen landen de goederen
produceren.
, Handel heeft verschillende voordelen. Er is uitruil van
mogelijkheden, grotere efficiëntie, meer specialisatie en
meer afzetmarkten waardoor producten wereldwijd
verhandeld worden.
China heeft zich ontwikkeld door modernisering en
buitenlandse investeringen. Het land heeft zich
opengesteld voor buitenlandse bedrijven. Hierdoor is
China snel gegroeid en nu een belangrijke speler in de
wereldeconomie.
Europese landen kregen controle over delen van Afrika,
Azië en Amerika door kolonialisme.
Van 1500 tot 1800 was er sprake van
handelskolonialisme. Europese handelsmaatschappijen
vestigden handelsposten aan de kusten van Afrika, Azië
en Amerika. Er werd gehandeld in luxeproducten zoals
specerijen, suiker, goud en zilver.
Van 1800 tot 1950 was er industrieel kolonialisme.
Europese landen bouwden een industriële samenleving
op. Koloniën leverden grondstoffen voor de industrieën
in Europa en vormden afzetmarkten voor Europese
producten. Door industrialisatie nam de productie toe
en er kwam wereldwijd meer handel.
Na de Tweede Wereldoorlog vond dekolonisatie plaats.
Veel arme landen werden onafhankelijk, maar bleven
economisch afhankelijk. Dit noemen we
neokolonialisme. Multinationals spelen hier een
belangrijke rol in.
Vanaf 1970 kwam er vrije wereldhandel en een vrije
markteconomie. Er ontstond internationale
arbeidsverdeling waarbij lage lonen landen de goederen
produceren.
, Handel heeft verschillende voordelen. Er is uitruil van
mogelijkheden, grotere efficiëntie, meer specialisatie en
meer afzetmarkten waardoor producten wereldwijd
verhandeld worden.
China heeft zich ontwikkeld door modernisering en
buitenlandse investeringen. Het land heeft zich
opengesteld voor buitenlandse bedrijven. Hierdoor is
China snel gegroeid en nu een belangrijke speler in de
wereldeconomie.