vaardigheden
VTV
HBO-V, HAN Nijmegen leerjaar 1,
semester 1 Lesstof en kennistoets
,Inhoud
1 Hygiënisch werken en temperaturen
1.1 Hygiëne en infectiepreventie
Benoem de 6 stappen uit de infectiecyclus
Definieer wat aseptisch en steriel is
Benoem via welke besmettingswegen men een infectie kan oplopen en via welke weg de meeste
besmettingen plaatsvinden.
Benoem welke groepen een verminderde weerstand hebben.
Noem voorbeelden van resistente micro-organismen en welke maatregelen daarbij getroffen kunnen
worden.
Benoem welke maatregelen je als verpleegkundige kunt treffen ten aanzien van je eigen persoonlijke
hygiëne in de zorg
Leg uit op welke momenten je de handen moet wassen en wanneer desinfecteren.
Benoem wat de 5 momenten van handhygiëne zijn.
Voer de handhygiëne op de juiste manier uit.
Trek op de juiste manier steriele handschoenen aan en uit.
Hoe maak je volgens de O&O-lijst een steriel werkveld.
1.2 Vitale functies (temperatuur)
Vertel via welke wegen de lichaamstemperatuur gemeten kan worden.
Hoe meet je de lichaamstemperatuur van een medestudent via de tympane weg.
2 Bewegingsondersteuning deel 1 - verplaatsen binnen bed
Veiligheidsaspecten voor de zorgvrager
Veiligheidsaspecten voor de zorgvrager
Tot zit komen op de rand van het bed via elektrisch verstelbaar hoofdeinde
Tot zit komen op de rand van het bed via koppelzwaai
Tot zit komen op de rand van het bed via zijlig
Omhoog verplaatsen m.b.v het bed/papegaai
Omhoog bewegen met glijzeil
Zijwaarts verplaatsen met glijzeil
Wisselligging met glijzeil
Voorbereiding
Praktijkrichtlijnen
Benoem de basisprincipes m.b.t het vermijden van fysieke belasting, het gebruik van hulpmiddelen en
veiligheidsaspecten bij het tillen en verplaatsen.
Benoem en pas de juiste sta- en tilhouding toe.
Leg het verschil uit tussen statische en dynamische belasting.
Benoem de vijf mobiliteitsklassen
Benoem de kenmerken van haptonomisch benaderen en benader en raak een medestudent op
haptonomische wijze aan.
Verplaats een medestudent op twee manieren van rugligging naar zijligging (kantelen), met behulp van
korte hefboom en via handvatting schouderblad en bekken.
Naar je toe kantelen met behulp van de korte hefboom
Via handvatting van schouderblad en bekken
Plaats een medestudent hogerop in bed met behulp van glijzeil en papegaai.
3 Bewegingsondersteuning deel 2 - verplaatsen buiten het bed/ bed opmaken
3.1 Verplaatsen buiten het bed
Algemene voorbereiding op een transfer
Benoem welke hulpmiddelen ingezet kunnen worden bij het verplaatsen van een zorgvrager
Verplaats een medestudent van het bed naar de stoel.
Verplaats een medestudent rondom de stoel.
Lichte begeleiding
Tegenhang
Armscharnier
Rolstoel
Verplaats een medestudent van grond af naar zitten met behulp van een zorg-technologisch hulpmiddel;
‘de Raizer’.
Twee zorgverleners
, Begeleid een medestudent bij het lopen.
Lopen zonder hulpmiddel
Lopen met rollator
Verplaats een medestudent van bed naar bed/brancard
Patslide
Rolbord
3.2 Bed opmaken
Maak op een veilige en hygiënische wijze het bed op met een medestudent erin.
4 Persoonlijke verzorging en uitscheiding
4.1 Persoonlijke hygiëne
richtlijnen persoonlijke hygiëne
Noem verschillende manieren waarop een zorgvrager gewassen kan worden.
Mondverzorging
4.2 Uitscheiding
Factoren die de uitscheiding beïnvloeden
Observatiepunten van de urine, ontlasting, braken en sputum (slijm en speeksel)
Vormen van incontinentie
Geef een po en of urinaal bij een medestudent en benoem het belang van privacy.
Benoem indicaties voor een uitwendige katheter en plaatst deze op een fantoom.
5 Vitale functies
Hartslag
Bloedruk
Ademhaling (saturatie)
Temperatuur
Bewustzijn
6 Zuurstof toedienen en vernevelen
6.1 Zuurstof toedienen
Geef achtergrondinformatie met betrekking tot zuurstof toedienen en de daarbij behorende
veiligheidsaspecten.
Maak een schatting bij welke meting/waarde zuurstof toegediend moet worden.
Leg uit op welke diverse wijzen zuurstof toegediend kan worden, inclusief het nonrebreathing masker,
welke materialen daarbij nodig zijn en wanneer deze ingezet worden.
Rekenopdrachten met betrekking tot zuurstoftoediening correct uitvoeren.
Theoretische achtergronden bij het toedienen van zuurstof
6.2 Medicatie toedienen
7 Medicijnen toedienen en rekenvaardigheden
De theoretische achtergronden bij het toedienen van medicatie en de rol van veiligheid en registratie.
Materialen bij medicatietoediening: soorten medicatie, toedieningswijze en distributiesystemen.
Rekenopdrachten m.b.t. orale medicatie
8 Wondverzorging deel 1 - Wond classificeren, verzorgen rode wond en hechtingen verwijderen
8.1 Wond classificeren
Oorzaken van het ontstaan en het genezingsproces van wonden (VALTIS).
Beoordeel wonden met behulp van TIME model en WCS classificatie model.
8.2 Wondverzorging
Verzorg rode wonden volgens protocol en benoem de aandachtspunten.
Verzorg de redondrain volgend protocol en benoem de aandachtspunten.
Benoem complicaties bij wonden.
8.3 Hechtingen verwijderen
Verwijder de hechtingen volgens protocol en benoem de aandachtspunten.
9 Wondverzorging deel 2 - Gele / zwarte wond
Verzorgen van gele en zwarte wond
Wondmateriaal bij gele en zwarte wond
10 ACT zwachtelen en therapeutisch elastische koud
Geef het onderscheid aan tussen een veneuze en een arteriële ulcus cruris en leg uit.
Leg de relatie tussen veneuze reflux en oedeem uit.
Beschrijf en ligt de mogelijke behandelingen van een ulcus cruris toe.
Beschrijf en licht toe hoe ambulante compressietherapie en therapeutisch elastische kousen toegepast
worden en wat de belangrijkste aandachtspunten/kritiekpunten hierbij zijn.
Benoem de verschillende materialen die gebruikt worden.
Leg het verschil uit tussen lange rek en korte rek zwachtels.
Motiveer waarom een arterieel ulcus niet gezwachteld mag worden.
Indicaties en contra-indicaties m.b.t. het compressief zwachtelen en dragen van elastische kousen.
, 1 Hygiënisch werken en
temperaturen
1.1 Hygiëne en infectiepreventie
Benoem de 6 stappen uit de infectiecyclus
Micro-organismen veroorzaken de infectie
Besmettingsbron
Uitgangen
Besmettingswegen
Ingangen
Gastheer met verminderde weerstand
Definieer wat aseptisch en steriel is
Iets is Aseptisch als het schoon is en geen ziekteverwekkers bevat, dus
infecties en besmettingen kunnen voorkomen.
Iets is steriel als het volledig vrij is van micro-organismen, inclusief bacteriën,
virussen en sporen. Alle micro-organismen zijn hierbij geëlimineerd.
Benoem via welke besmettingswegen men een
infectie kan oplopen en via welke weg de meeste
besmettingen plaatsvinden.
Via een besmet persoon die de ziekteverwekker kan doorgeven.
Besmet eten en drinken.
De lucht, door te hoesten of niezen, kan iemand kleine druppeltjes
(aerosolen) via de lucht verspreiden.
Besmet dier.
Besmette materialen en oppervlakken.
Seksueel contact.
Benoem welke groepen een verminderde
weerstand hebben.
Baby’s (niet optimaal ontwikkeld immuunsysteem)
Zwangeren (verhoogde stofwisseling vraagt veel van het lichaam)
Kraamvrouwen (bij bloedverlies uit de baarmoeder)
Brandwondpatiënten (open verbinding via de huid naar buiten en binnen)
Ondervoeding, alcoholisten (door gebrek aan vitaminen/mineralen)