(versie 2)
Periode 1.2
Hanzehogeschool Groningen.
2021
Leestukken 1 t/m 18
,Thema 1: wat is pedagogiek? Wat is opvoeding?
Leesstuk 1:
Pedagogiek houd zich bezig met de opvoeding van kinderen en jeugdigen tot 18 jaar. De
term pedagogiek is afgeleid van het Griekse woord paidagoogia. Pais betekent kind en
agogein wat ‘’leiden’’ betekent. Pedagogiek betekent dus kinderleiding.
- Opvoedkunde richt zich op de vaardigheden van de opvoeder.
- Opvoedingsleer richt zich op het doen van kennis over opvoeden.
- Opvoedingswetenschap richt zich op het ontwikkelen van theorieën en methoden van
opvoeden.
Definitie van opvoeding: opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij een relatie
wordt aangegaan. Met deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid,
intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor komt het kind tot
zelfontplooiing en krijgt zelfvertrouwen, zelfstandigheid en zelfredzaamheid wat nodig is voor
het verdere leven.
Drie definities waarbij sprake is van opvoeding:
- Er is sprake van wederzijds respect tussen ouder en kind.
- Het kind ervaart genoeg veiligheid en voelt zich geaccepteerd en ondersteunt door
zijn ouder.
- Het kind wordt uitgedaagd door de ouder om eigen beslissingen te nemen en te
experimenteren van nieuwe dingen, hierdoor ontstaat er vertrouwen in zijn omgeving.
Leesstuk 2:
Langeveld zegt dat opvoeding een speciaal soort omgang is: ‘’het gebied waarbinnen we de
opvoeding aantreffen, is dat van de omgang tussen volwassenen en kinderen’’ Langeveld
noemt het opvoeden de omgang tussen mensen. Tegenwoordig word er ook vaak het woord
‘’interactie’’ gebruikt. Het grote geheel dat omgang heet wordt door Langeveld aangewezen
door drie voorwaarden:
- Er moet omgang zijn tussen volwassenen en kinderen.
- Er moet daarbij invloed worden uitgeoefend.
- De invloed moet uitgaan van volwassenen op kinderen.
Met deze voorwaarden legt hij vast wie aan de opvoeding deelnemen. De opvoeder is
volwassen en oefent invloed uit op een onvolwassene. Als er bijvoorbeeld invloed wordt
uitgeoefend onder volwassene wordt dat door Langeveld geen opvoeding genoemd.
Langeveld noemt de mens een animal educandum, het latijnse woord voor dier en
opvoeden. Dat betekent dat wij wezens zijn die afhankelijk zijn opvoeding. Zijn redeneringen
hiervan zijn:
- Niemand verwekt en baart zichzelf.
- Ieder van ons heeft als baby hulp nodig gehad om te kunnen overleven.
, Volgens De Swaan,1996:
- Een kind is tot jaren na de geboorte aangewezen op iemand die eten klaarmaakt en
opdient.
- Een kind is afhankelijk van iemand die zorgt voor kleding, een dak en een bed zodat
het beschut is tegen slechte weersomstandigheden.
- Een kind moet beschermd worden tegen ziektes en ongelukken.
- Een kind heeft iemand nodig die er jarenlang erop toeziet dat het zijn hygiëne
behoudt.
Gehechtheid
Een aanvulling op deze vier gebieden is erkenning. Een jong kind zoekt altijd contact. Als
een kind waardering krijgt, heeft het meer interesse in vreemde dingen, situaties en
personen. Als een verzorger onverschillig, onberekenbaar of overbezorgd reageert. Het kind
wordt daar angstig en wantrouwend van. Effecten hiervan kunnen op latere leeftijd
terugkeren.
Kennis en regels
Om kennis te ontvangen gebruikt het kind ook andere bronnen dan alleen de verzorgers.
Bijvoorbeeld boeken, tv of andere personen. Een kind groeit op in een tijd en
plaatsgebonden cultuur.
Mondig worden
De invloed van volwassenen op een kind heet alleen opvoeding als de mondigheid van het
kind erdoor toeneemt. Mondig wordt ook wel weerbaar genoemd. Langeveld zegt dat de
opvoeding pas begint als een kind een taal beheerst en nee kan zeggen. Langeveld neemt
hierbij ook aan dat een kind machteloos is.
Leesstuk 3:
De vier basisdimensies van opvoeden:
- Ondersteuning bieden.
- Instructie geven.
- Controle uitoefenen.
- Grenzen stellen.
Deze vier dimensies zijn niet los van elkaar te maken, ze zorgen gezamenlijk voor het
opvoeden.
Ondersteuning bieden
Hierbij richt de verzorger zich op de emotionele en fysieke toestand van het kind. Het kind
voelt zich hierdoor geaccepteerd. Als het kind ondersteuning van de ouder ervaart zal het
kind de wereld met vertrouwen tegemoet treden. Emotionele betrokkenheid door warmte en
affectie te voelen geeft het kind weerbaarheid. Ondersteuning wordt ook gegeven door het
geven van straffen en belonen.