Samenvatting bedrijfsprocessen 3
Analyseren en gewenste situatie (college 1-3)
Type organisaties
Functioneel: organisatie waarbij de productie rond gelijksoortige bewerkingen bij elkaar zijn gebracht.
Productgericht: organisatie waarbij de productie rond gelijksoortige producten is georganiseerd.
Problemen in administratieve processen
Vaker invoeren/overtypen van dezelfde gegevens (dubbel werk en dubbele vastlegging).
Veel overdrachtspunten (veel handen in het proces, informatieverlies, veelvuldige
gegevensuitwisseling).
Veel uitzonderingen, maar procedures in beton gegoten.
Spoed- of noodprocedures worden normaal.
Veel (wachtende) documenten/formulieren in het proces.
Wachttijd = 80% van de doorlooptijd.
Status van afhandeling is vaak onbekend.
Te veel controls en te weinig waardetoevoeging.
Te veel niet-waardetoevoegende handelingen.
Businessmodel Een model dat gebruikt wordt om bedrijfsaspecten in kaart te brengen.
Hierbij kan het gaan om operationele, organisatorische en financiële
aspecten.
3 type businessmodels zie vanaf blz. 51
Klantrelatiemanagement focus klant
Product innovatie focus product
Infrastructuurmanagement focus proces
Voorbeeld: Canvasmodel (kan gebruikt worden voor alle 3 typen management)
Linkerhelft: geeft aan welke kosten Rechterhelft: geeft aan welke inkomsten
daar tegenover staan van de worden gegenereerd door welke waarde
benodigde activiteiten en middelen. voor welke klanten te leveren.
, Wat Het model kan als een schilderdoek (canvas) gezien worden, waarop
managers en adviseurs als het ware een tekening maken van de
grondgedachte van hoe hun organisatie waarde voor haar klanten creëert
en levert.
Waarvoor Middel om te begrijpen hoe en waarmee een organisatie haar
bestaansrecht invult en daarmee geld verdient (wat door de organisatie
gerealiseerd moet worden).
Hoe Door de 9 bouwstenen in te vullen ontstaat een blauwdruk van de strategie
hoe de organisatie geld wil verdienen. Om de blauwdruk te realiseren
wordt de interne organisatie ingericht aan de hand van het ‘van buiten
naar binnen’ model.
Herontwerpen (college 4-5)
Inrichtingselementen
Procesinrichting: de volgorde en plaats van activiteiten en de samenhang of
informatieafhankelijkheid ertussen.
Sturing en beheersing: welke externe of interne vereisten spelen een rol, waarop en hoe sturen
we aan om aan deze vereisten te kunnen voldoen.
Organisatiestructuur: hoe worden de werkzaamheden, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
verdeeld (TBV).
Medewerkers: over welke kwalificaties en competenties dienen de medewerkers én
management te beschikken, zodat de werkzaamheden adequaat uitgevoerd kunnen worden.
IT-toepassingen: van welke moderne hard- en software kan gebruik gemaakt worden om de
processen optimaal te ondersteunen.
Vuistregels procesverbetering (herontwerp) zie blz. 92-93
Herontwerp van buiten naar binnen.
Processen voor structuur.
Reduceer overdrachtspunten, niet-waardetoevoegende activiteiten en wachtrijen.
Integreer informatie-afhankelijke taken.
Parallelliseer informatie-onafhankelijke taken.
Scheid gladde en niet-gladde gevallen: triage en procesvariatie.
Scheid gegevensverwerving en –verwerking.
Standaardisatie van gegevensvastlegging en procesuitvoering.
Verhoog flexibiliteit personeel.
Digitalisatie gegevens en documenten.
Stuur op prioriteit werk en capaciteit.
Veelvoorkomende verbetergebieden
Betrouwbaarheid van zowel (financiële) informatie als het nakomen van afspraken zoals
leverbetrouwbaarheid.
Doorlooptijd van productie en dienstverlening; uiteindelijk leidend tot korte levertijd.
Efficiency: lage kosten en inzet van middelen en personeel.
Flexibiliteit: kunnen opvangen van wisselend werkaanbod (volume) en kunnen realiseren van
wisselende klantwensen (varianten van product of dienst).
Innovatie: verbetering en vernieuwing van product en dienst, werkwijzen, middelen etc.
Klantgerichtheid: serviceverlening en nazorg, maar ook optimale afstemming van product of
dienst op klantwensen en –behoeften.
Medewerkerstevredenheid: een klimaat waarin personeel zich optimaal kan ontwikkelen en
waarbij men invloed kan uitoefenen op de wijze van werken (kwaliteit van de arbeid).
Analyseren en gewenste situatie (college 1-3)
Type organisaties
Functioneel: organisatie waarbij de productie rond gelijksoortige bewerkingen bij elkaar zijn gebracht.
Productgericht: organisatie waarbij de productie rond gelijksoortige producten is georganiseerd.
Problemen in administratieve processen
Vaker invoeren/overtypen van dezelfde gegevens (dubbel werk en dubbele vastlegging).
Veel overdrachtspunten (veel handen in het proces, informatieverlies, veelvuldige
gegevensuitwisseling).
Veel uitzonderingen, maar procedures in beton gegoten.
Spoed- of noodprocedures worden normaal.
Veel (wachtende) documenten/formulieren in het proces.
Wachttijd = 80% van de doorlooptijd.
Status van afhandeling is vaak onbekend.
Te veel controls en te weinig waardetoevoeging.
Te veel niet-waardetoevoegende handelingen.
Businessmodel Een model dat gebruikt wordt om bedrijfsaspecten in kaart te brengen.
Hierbij kan het gaan om operationele, organisatorische en financiële
aspecten.
3 type businessmodels zie vanaf blz. 51
Klantrelatiemanagement focus klant
Product innovatie focus product
Infrastructuurmanagement focus proces
Voorbeeld: Canvasmodel (kan gebruikt worden voor alle 3 typen management)
Linkerhelft: geeft aan welke kosten Rechterhelft: geeft aan welke inkomsten
daar tegenover staan van de worden gegenereerd door welke waarde
benodigde activiteiten en middelen. voor welke klanten te leveren.
, Wat Het model kan als een schilderdoek (canvas) gezien worden, waarop
managers en adviseurs als het ware een tekening maken van de
grondgedachte van hoe hun organisatie waarde voor haar klanten creëert
en levert.
Waarvoor Middel om te begrijpen hoe en waarmee een organisatie haar
bestaansrecht invult en daarmee geld verdient (wat door de organisatie
gerealiseerd moet worden).
Hoe Door de 9 bouwstenen in te vullen ontstaat een blauwdruk van de strategie
hoe de organisatie geld wil verdienen. Om de blauwdruk te realiseren
wordt de interne organisatie ingericht aan de hand van het ‘van buiten
naar binnen’ model.
Herontwerpen (college 4-5)
Inrichtingselementen
Procesinrichting: de volgorde en plaats van activiteiten en de samenhang of
informatieafhankelijkheid ertussen.
Sturing en beheersing: welke externe of interne vereisten spelen een rol, waarop en hoe sturen
we aan om aan deze vereisten te kunnen voldoen.
Organisatiestructuur: hoe worden de werkzaamheden, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
verdeeld (TBV).
Medewerkers: over welke kwalificaties en competenties dienen de medewerkers én
management te beschikken, zodat de werkzaamheden adequaat uitgevoerd kunnen worden.
IT-toepassingen: van welke moderne hard- en software kan gebruik gemaakt worden om de
processen optimaal te ondersteunen.
Vuistregels procesverbetering (herontwerp) zie blz. 92-93
Herontwerp van buiten naar binnen.
Processen voor structuur.
Reduceer overdrachtspunten, niet-waardetoevoegende activiteiten en wachtrijen.
Integreer informatie-afhankelijke taken.
Parallelliseer informatie-onafhankelijke taken.
Scheid gladde en niet-gladde gevallen: triage en procesvariatie.
Scheid gegevensverwerving en –verwerking.
Standaardisatie van gegevensvastlegging en procesuitvoering.
Verhoog flexibiliteit personeel.
Digitalisatie gegevens en documenten.
Stuur op prioriteit werk en capaciteit.
Veelvoorkomende verbetergebieden
Betrouwbaarheid van zowel (financiële) informatie als het nakomen van afspraken zoals
leverbetrouwbaarheid.
Doorlooptijd van productie en dienstverlening; uiteindelijk leidend tot korte levertijd.
Efficiency: lage kosten en inzet van middelen en personeel.
Flexibiliteit: kunnen opvangen van wisselend werkaanbod (volume) en kunnen realiseren van
wisselende klantwensen (varianten van product of dienst).
Innovatie: verbetering en vernieuwing van product en dienst, werkwijzen, middelen etc.
Klantgerichtheid: serviceverlening en nazorg, maar ook optimale afstemming van product of
dienst op klantwensen en –behoeften.
Medewerkerstevredenheid: een klimaat waarin personeel zich optimaal kan ontwikkelen en
waarbij men invloed kan uitoefenen op de wijze van werken (kwaliteit van de arbeid).