TEKENEN
Alle stof voor het Cse
Door: Esmee Terlouw
,De Griekse samenleving
• Griekenland werd gevormd door een aantal staten, die onderling weinig contacten hadden.
• Het bestuur werd op democratische grondslag gevoerd
• De kunst kenmerkte zich door eenvoud en harmonie en had als doel de gemeenschap te
dienen.
• De Griekse cultuur is de bakermat van de West-Europese beschaving.
• Het evenwicht, de harmonie, was een belangrijk begrip in de Klassieke Oudheid.
• Optimale harmonie werd als teken van Goddelijkheid beschouwd.
• In de opvoeding van de jonge Grieken werd veel zorg besteed aan het in evenwicht brengen
van lichaam en geest.
• Men streefde naar perfectie van zowel de uiterlijke als de innerlijke schoonheid.
• Aan het ontwikkelen van het denken kon men veel tijd besteden, omdat slaven het werk deden
en het leven sober was.
• In de Griekse Oudheid werd de mens als het middelpunt van het helaas beschouwd.
• De mens stond als zelfstandig functionerend individu centraal
• Ook religie, die gebaseerd was op mythen, speelde een belangrijke rol.
,Archaïsche periode (800 v.Chr. - 500 v.Chr)
De Archaïsche periode beslaat de periode van 800 tot 500 v.Chr.
Het woord Archaïsch betekend vrij vertaald ‘uit het begin’. In deze Algemene beeldhouwkunst in de
tijd werden de eerste grote tempels gebouwd en ook de tijd van de Grieken
schilderkunst en monumentale beeldhouwkunst kwam tot • Aanvankelijk vervaardigd
voor de eredienst in
ontwikkeling
tympanum of tempel ruimte,
vlak reliëf en hoog reliëf, later
Beeldhouwkunst vrijstaande beelden van
Goden, sportlieden en
• De beelden uit de Archaïsche periode hebben nog een statische krijgers.
• Geïdealiseerd mens: steeds
en frontale houding. gericht op het ideaalbeeld
• De haren zijn zeer gestileerd weergegeven. van goden en mensen.
• De lichaamsvormen werden met lijnen aangegeven. • Materiaal: marmer, grond en
terracotta.
Vazen • Toepassing van de
contraposto.
• Geometrische motieven.
• Regelmatige patronen.
• Horizontale lijnen domineerde. Begrippen:
• Mens en dier streng gestileerd. • Gestileerd = afgebeeld in
hoofd trekken, maar
• Aan het einde van de Archaïsche periode zien we onder invloed karakteristieke vorm.
van handel en reizen ook oosterse motieven
, Klassieke periode (500 v.Chr. - 350 v.Chr.) Algemene beeldhouwkunst in de
tijd van de Grieken
• Aanvankelijk vervaardigd
De klassieke periode beslaat de periode van 800 tot 500 v.Chr. In voor de eredienst in
deze periode kwamen vrijwel alle denkbare cultuuruiting en tot bloei: tympanum of tempel ruimte,
filosofie, literatuur, muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en vlak reliëf en hoog reliëf, later
architectuur. De verworvenheden uit deze tijd zijn in de loop van de vrijstaande beelden van
Goden, sportlieden en
geschiedenis van zoveel betekenis en invloed gebleken, dat deze krijgers.
periode klassiek wordt genoemd. • Geïdealiseerd mens: steeds
gericht op het ideaalbeeld
Beeldhouwkunst van goden en mensen.
• Materiaal: marmer, grond en
terracotta.
• Het algemene schoonheidsideaal werd weergegeven. • Toepassing van de
• Toepassing van de contraposto. contraposto.
• Perfecte weergave van anatomie
• Er was sprake van harmonie tussen spanning en ontspanning.
• Het beeld kon van alle kanten bekeken worden. Begrippen:
• Contraposto = manier van
staan van een beeld waarbij
Vazen het meeste gewicht rust op
• Vazen ofwel zwart-figurig op rode achtergrond ofwel rood-figurig één voet.
op zwarte achtergrond . • Anatomie = studie waarin men
• De losstaande figuren op verschillende hoogte werd soms naar zich bezighoudt met de
ruimtelijkheid gestreefd. structuur, functie en
ontwikkeling van het menselijk
lichaam.
Alle stof voor het Cse
Door: Esmee Terlouw
,De Griekse samenleving
• Griekenland werd gevormd door een aantal staten, die onderling weinig contacten hadden.
• Het bestuur werd op democratische grondslag gevoerd
• De kunst kenmerkte zich door eenvoud en harmonie en had als doel de gemeenschap te
dienen.
• De Griekse cultuur is de bakermat van de West-Europese beschaving.
• Het evenwicht, de harmonie, was een belangrijk begrip in de Klassieke Oudheid.
• Optimale harmonie werd als teken van Goddelijkheid beschouwd.
• In de opvoeding van de jonge Grieken werd veel zorg besteed aan het in evenwicht brengen
van lichaam en geest.
• Men streefde naar perfectie van zowel de uiterlijke als de innerlijke schoonheid.
• Aan het ontwikkelen van het denken kon men veel tijd besteden, omdat slaven het werk deden
en het leven sober was.
• In de Griekse Oudheid werd de mens als het middelpunt van het helaas beschouwd.
• De mens stond als zelfstandig functionerend individu centraal
• Ook religie, die gebaseerd was op mythen, speelde een belangrijke rol.
,Archaïsche periode (800 v.Chr. - 500 v.Chr)
De Archaïsche periode beslaat de periode van 800 tot 500 v.Chr.
Het woord Archaïsch betekend vrij vertaald ‘uit het begin’. In deze Algemene beeldhouwkunst in de
tijd werden de eerste grote tempels gebouwd en ook de tijd van de Grieken
schilderkunst en monumentale beeldhouwkunst kwam tot • Aanvankelijk vervaardigd
voor de eredienst in
ontwikkeling
tympanum of tempel ruimte,
vlak reliëf en hoog reliëf, later
Beeldhouwkunst vrijstaande beelden van
Goden, sportlieden en
• De beelden uit de Archaïsche periode hebben nog een statische krijgers.
• Geïdealiseerd mens: steeds
en frontale houding. gericht op het ideaalbeeld
• De haren zijn zeer gestileerd weergegeven. van goden en mensen.
• De lichaamsvormen werden met lijnen aangegeven. • Materiaal: marmer, grond en
terracotta.
Vazen • Toepassing van de
contraposto.
• Geometrische motieven.
• Regelmatige patronen.
• Horizontale lijnen domineerde. Begrippen:
• Mens en dier streng gestileerd. • Gestileerd = afgebeeld in
hoofd trekken, maar
• Aan het einde van de Archaïsche periode zien we onder invloed karakteristieke vorm.
van handel en reizen ook oosterse motieven
, Klassieke periode (500 v.Chr. - 350 v.Chr.) Algemene beeldhouwkunst in de
tijd van de Grieken
• Aanvankelijk vervaardigd
De klassieke periode beslaat de periode van 800 tot 500 v.Chr. In voor de eredienst in
deze periode kwamen vrijwel alle denkbare cultuuruiting en tot bloei: tympanum of tempel ruimte,
filosofie, literatuur, muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en vlak reliëf en hoog reliëf, later
architectuur. De verworvenheden uit deze tijd zijn in de loop van de vrijstaande beelden van
Goden, sportlieden en
geschiedenis van zoveel betekenis en invloed gebleken, dat deze krijgers.
periode klassiek wordt genoemd. • Geïdealiseerd mens: steeds
gericht op het ideaalbeeld
Beeldhouwkunst van goden en mensen.
• Materiaal: marmer, grond en
terracotta.
• Het algemene schoonheidsideaal werd weergegeven. • Toepassing van de
• Toepassing van de contraposto. contraposto.
• Perfecte weergave van anatomie
• Er was sprake van harmonie tussen spanning en ontspanning.
• Het beeld kon van alle kanten bekeken worden. Begrippen:
• Contraposto = manier van
staan van een beeld waarbij
Vazen het meeste gewicht rust op
• Vazen ofwel zwart-figurig op rode achtergrond ofwel rood-figurig één voet.
op zwarte achtergrond . • Anatomie = studie waarin men
• De losstaande figuren op verschillende hoogte werd soms naar zich bezighoudt met de
ruimtelijkheid gestreefd. structuur, functie en
ontwikkeling van het menselijk
lichaam.