Tentamen 28/10 – inleiding media en communicatie
• Duck & McMahan (2020): hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13 • Hoeken (2017, pp. 3-17) • Van den
Broeck, Vansteenkiste, De Witte, Lens, & Andriessen (2009) • Craig (1999) • Weisser (2013) • Sundar & Limperos
(2013) • Sandel, Buttny & Varghese (2019) • Hoeken (2019) • Hoeken (2023)
Hoofdstuk 1 – an overview of communication
Communicatie is symbolisch
Alle communicatie is gekarakteriseerd door het gebruik van symbolen. Symbolen zijn een willekeurige
weergave van ideeën, objecten, mensen, relaties, culturen, geslachten, rassen enzovoort
Symbolen kunnen verbaal en non-verbaal zijn. Verbale communicatie heeft betrekking op taal en non-
verbale communicatie betreft alle andere symbolen
Teken/sign: een gevolg of een indicator van iets specifieks dat niet kan worden veranderd door willekeurige
acties of labels
Er zit dus een verschil tussen symbolen en tekens
Communicatie heeft betekenis nodig
Meaning: wat een symbool betekent. Communicatie vereist dat symbolen betekenis overbrengen
Social construction and meaning: de manier waarop symbolen betekenis krijgen in een sociale context of
samenleving naarmate ze in de loop der tijd worden gebruikt (je kan een woord/symbool verzinnen wat na
een tijdje door meerdere groepen begrepen wordt)
Meaning and context: symbolen kunnen iets anders betekenen in een andere context (fysieke context,
relationele context, situationele context)
Verbal and nonverbal influence of meaning: hetzelfde symbol krijgt een andere betekenis op basis van hoe
deze is verzonden
Meaning and the medium: hoe een boodschap is verzonden, heeft ook invloed op de betekenis
Medium is een middel waarmee een bericht wordt overgebracht
Communicatie is cultureel
Verschillende culturen geven verschillende betekenis aan bepaalde symbolen, en cultuur wordt uitgeoefend
door middel van communicatie
Cultuur beïnvloedt communicatie en communicatie creëert en versterkt deze culturele invloeden
Culturele verwachtingen worden ook versterkt als iemand ze schendt. als aanraken ongepast was geweest,
had de ander mogelijk negatief gereageerd culturele verwachtingen versterken
Communicatie is relationeel
Elke boodschap bestaat uit inhoud en relatie. Hoe iemand communiceert is op basis van en baseert welke
relatie zich verhoudt tussen de twee
, Omdat de relaties tussen mensen vaak niet openlijk worden geuit, maar subtiel worden aangegeven of als
vanzelfsprekend worden beschouwd in de meeste communicatie, zijn de inhoudelijke en relationele
componenten van berichten niet altijd gemakkelijk te scheiden
Relaties creëren betekeniswerelden voor mensen door middel van communicatie en communicatie
produceert hetzelfde resultaat voor mensen door middel van relaties
Communication involves frames
Frame: een basisvorm van kennis die een definitie van een scenario geeft omdat beide mensen het eens zijn
over de aard van de situatie of omdat de culturele veronderstellingen die in de interactie zijn ingebouwd en
de eerdere relationele context van het gesprek hen een aanwijzing geven informatie die bepaalt hoe een
scenario wordt gedefinieerd
Communicatie frame: een rand om een gesprek die je aandacht vestigt op bepaalde punten en weghoudt
van andere punten:
o Coordinating interactions: je begrijpt door middel van een frame hoe je je moet gedragen
o Assigning meanings: je geeft door middel van een frame andere betekenis aan dingen
o Perspectives: door middel van framing bepaal je welke symbolen je gebruikt en hoe je die moet
interpreteren
Communication is both representational and presentational
Representative: beschrijft feiten en verschaft informatie
Presentation: interpretatie van een feit of gebeurtenis van 1 persoon
Communicatie is een transactie
Communicatie als actie: het versturen van berichten, of ze nu ontvangen worden of niet
Communicatie als interactie: het uitwisselen van informatie tussen twee of meer personen
Communicatie als transactie: constructie van gedeelde betekenissen of inzichten tussen twee of meer
individuen
Constitutive approach to communication: communicatie kan iets creëren of tot stand brengen dat er
voorheen niet was, zoals een overeenkomst, een contract of een identiteit
Hoofdstuk 2 – identities, perceptions and communication
Identities
Identiteiten zijn symboliek gebaseerd op persoonlijke rollen, hoe mensen zichzelf waarnemen en hoe
mensen gezien willen worden door anderen
De aanwezigheid van identiteitswerk beïnvloedt de communicatie die plaatsvindt tijdens een interactie
Perceptie is het actief informatie/activiteiten/situaties/mensen etc. selecteren, organiseren, interpreteren
en evalueren die allemaal de symbolische activiteit beïnvloeden
,Basic assumptions of identity creation
Myth of the core self: the core self betaats niet, je gedraagt je anders tijdens
humeur/situaties/relaties/evaluaties
Cultures and identities: de culturele groep bij wie je hoort vertellen je hoe je moet zijn
Identities and relationships: identities en relationships beïnvloeden elkaar. Sommige identiteiten zijn
gebaseerd op relaties zelf. Identiteiten worden bepaald door persoonlijke relaties. We leren over culturele
opvattingen en evaluaties van eerdergenoemde identiteiten door middel van relaties
Bepaalde identiteiten worden aantrekkelijker gevonden dan andere als het gaat om het aangaan en
evalueren van persoonlijke relaties
Performance of identities: mensen gedragen zich anders bij bepaalde mensen of doelen
Identities and perceptions
Selecting: je selecteert onbewust wat je wel en niet waarneemt of aanneemt
Selective exposure: het idee dat je je eerder blootstelt aan dingen die je overtuigingen, waarden en
houdingen ondersteunen
Selective perception: het idee dat je meer geneigd bent om dingen waar te nemen en je te richten op dingen
die je overtuigingen, waarden en houdingen ondersteunen
Selective retention: het idee dat je je eerder dingen herinnert die je overtuigingen ondersteunen, waarde
Organizing, interpreting and evaluating
Schemata zijn mentale schema’s die je gebruikt om bestaande informatie te organiseren door ze te linken en
te clusteren
Prototype: het beste voorbeeld van iets (de meetlat die je gebruikt bij nieuwe informatie)
Personal constructs: persoonlijke manier van het begrijpen van de wereld, antoniemen en superlatieven
helpen hierbij (kind vs mean)
Transacting identities: communication and performance
Soms gedragen mensen zich bewust op een bepaalde manier, andere momenten gedragen ze zich hoe ze
willen
Front region: een frame waarin je onder invloed bent van publieke controle
Back region: een frame waarin publieke controle je niet in de weg zit
Transacting identities: self-disclosure
Elf-description: omschrijving die logisch is op basis van uiterlijk en gedraging
Self-disclosure: omschrijving die onbekend was gebleven tenzij je het zelf vertelt, vaak persoonlijk
o Goed voor je relaties en het nader komen tot elkaar, je wint vertrouwen
Effecten van self-disclosure:
o Je voelt je vereerd dat iemand informatie met je deelt
, o Je had niet hoeven weten wat je is verteld, het wordt ongemakkelijk intiem
o Je hebt geen inetresse in wat je is verteld
Je wilt niet zomaar alle informatie delen. Je houdt controle over wie wel en geen informatie over je weet
(privacy)
Je bewaakt je grenzen om de informatie en onderwerpen te beschermen. Er kan turbulence ontstaan als
grenzen onder druk staan, grenzen veranderen of als je relatie met iemand veranderd
o Narratives: self-disclosure vindt vaak plaats door middel van verhalen vertellen die je aanpast op
basis van het frame, relatie of doel wat je wil bereiken
o Je past je verhaal aan op basis van act (wat er is gebeurd), scene (situatie of locatie van de act),
agent (wie de act heeft uitgevoerd), agency (hoe de act was bereikt) en purpose (waarom de act
plaatsvond)
Transacting identities: other people
Symbolic self: jezelf volgens anderen op basis van sociale interactie en die je dus niet zelf bepaalt
Symbolic interactionism: hoe brede sociale krachten een individuele persoon beïnvloeden of zelfs
beïnvloeden in zijn of haar kijk op wie hij of zij is
Attitude of reflection: nadenken over hoe je volgens anderen bent, of realiseren dat anderen je zien als een
sociaal object vanuit hun oogpunt
Hoe je jezelf behandeld is direct en indirect beïnvloed door hoe je wordt behandeld door anderen
Altercasting: hoe taal een identiteit kan opleggen en hoe taal andermans identiteit kan goed- of afkeuren
Hoofdstuk 3
Verbale communicatie
Verbale communicatie is het gebruik van taal om met een ander te connecten
Woorden zijn symbolen, er is geen directe connectie tussen de letters en wat het betekent
Polysemy: meerdere betekenissen kunnen geassocieerd worden met een symbool of woord (hark betekent
namelijk een werktuig, maar ook een stijf persoon)
Denotative meaning: de omschrijving van feiten. Het is de letterlijke definitie van een woord
Connotatie: de persoonlijke interpretatie, de associaties die je bij iets hebt. De betekenis hangt af van de
context (bank kan iets om op te liggen zijn of om geld op te storten)
Waarden gecodeerd door woorden kunnen positief of negatief zijn (verhaal is leuk, literatuur is saai)
Waarden gecodeerd door woorden kunnen gedeeld worden door individuen (B is beter dan een C+)
Waarden gecodeerd door woorden kunnen verschillen tussen mensen (politieke voorkeuren)
Door woorden gecodeerde waarden kunnen in de loop van de tijd veranderen (aardig betekende vroeger
onwetend)
Sommige termen worden door de samenleving afgekeurd en moeten op sommige momenten niet genoemd
worden
• Duck & McMahan (2020): hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13 • Hoeken (2017, pp. 3-17) • Van den
Broeck, Vansteenkiste, De Witte, Lens, & Andriessen (2009) • Craig (1999) • Weisser (2013) • Sundar & Limperos
(2013) • Sandel, Buttny & Varghese (2019) • Hoeken (2019) • Hoeken (2023)
Hoofdstuk 1 – an overview of communication
Communicatie is symbolisch
Alle communicatie is gekarakteriseerd door het gebruik van symbolen. Symbolen zijn een willekeurige
weergave van ideeën, objecten, mensen, relaties, culturen, geslachten, rassen enzovoort
Symbolen kunnen verbaal en non-verbaal zijn. Verbale communicatie heeft betrekking op taal en non-
verbale communicatie betreft alle andere symbolen
Teken/sign: een gevolg of een indicator van iets specifieks dat niet kan worden veranderd door willekeurige
acties of labels
Er zit dus een verschil tussen symbolen en tekens
Communicatie heeft betekenis nodig
Meaning: wat een symbool betekent. Communicatie vereist dat symbolen betekenis overbrengen
Social construction and meaning: de manier waarop symbolen betekenis krijgen in een sociale context of
samenleving naarmate ze in de loop der tijd worden gebruikt (je kan een woord/symbool verzinnen wat na
een tijdje door meerdere groepen begrepen wordt)
Meaning and context: symbolen kunnen iets anders betekenen in een andere context (fysieke context,
relationele context, situationele context)
Verbal and nonverbal influence of meaning: hetzelfde symbol krijgt een andere betekenis op basis van hoe
deze is verzonden
Meaning and the medium: hoe een boodschap is verzonden, heeft ook invloed op de betekenis
Medium is een middel waarmee een bericht wordt overgebracht
Communicatie is cultureel
Verschillende culturen geven verschillende betekenis aan bepaalde symbolen, en cultuur wordt uitgeoefend
door middel van communicatie
Cultuur beïnvloedt communicatie en communicatie creëert en versterkt deze culturele invloeden
Culturele verwachtingen worden ook versterkt als iemand ze schendt. als aanraken ongepast was geweest,
had de ander mogelijk negatief gereageerd culturele verwachtingen versterken
Communicatie is relationeel
Elke boodschap bestaat uit inhoud en relatie. Hoe iemand communiceert is op basis van en baseert welke
relatie zich verhoudt tussen de twee
, Omdat de relaties tussen mensen vaak niet openlijk worden geuit, maar subtiel worden aangegeven of als
vanzelfsprekend worden beschouwd in de meeste communicatie, zijn de inhoudelijke en relationele
componenten van berichten niet altijd gemakkelijk te scheiden
Relaties creëren betekeniswerelden voor mensen door middel van communicatie en communicatie
produceert hetzelfde resultaat voor mensen door middel van relaties
Communication involves frames
Frame: een basisvorm van kennis die een definitie van een scenario geeft omdat beide mensen het eens zijn
over de aard van de situatie of omdat de culturele veronderstellingen die in de interactie zijn ingebouwd en
de eerdere relationele context van het gesprek hen een aanwijzing geven informatie die bepaalt hoe een
scenario wordt gedefinieerd
Communicatie frame: een rand om een gesprek die je aandacht vestigt op bepaalde punten en weghoudt
van andere punten:
o Coordinating interactions: je begrijpt door middel van een frame hoe je je moet gedragen
o Assigning meanings: je geeft door middel van een frame andere betekenis aan dingen
o Perspectives: door middel van framing bepaal je welke symbolen je gebruikt en hoe je die moet
interpreteren
Communication is both representational and presentational
Representative: beschrijft feiten en verschaft informatie
Presentation: interpretatie van een feit of gebeurtenis van 1 persoon
Communicatie is een transactie
Communicatie als actie: het versturen van berichten, of ze nu ontvangen worden of niet
Communicatie als interactie: het uitwisselen van informatie tussen twee of meer personen
Communicatie als transactie: constructie van gedeelde betekenissen of inzichten tussen twee of meer
individuen
Constitutive approach to communication: communicatie kan iets creëren of tot stand brengen dat er
voorheen niet was, zoals een overeenkomst, een contract of een identiteit
Hoofdstuk 2 – identities, perceptions and communication
Identities
Identiteiten zijn symboliek gebaseerd op persoonlijke rollen, hoe mensen zichzelf waarnemen en hoe
mensen gezien willen worden door anderen
De aanwezigheid van identiteitswerk beïnvloedt de communicatie die plaatsvindt tijdens een interactie
Perceptie is het actief informatie/activiteiten/situaties/mensen etc. selecteren, organiseren, interpreteren
en evalueren die allemaal de symbolische activiteit beïnvloeden
,Basic assumptions of identity creation
Myth of the core self: the core self betaats niet, je gedraagt je anders tijdens
humeur/situaties/relaties/evaluaties
Cultures and identities: de culturele groep bij wie je hoort vertellen je hoe je moet zijn
Identities and relationships: identities en relationships beïnvloeden elkaar. Sommige identiteiten zijn
gebaseerd op relaties zelf. Identiteiten worden bepaald door persoonlijke relaties. We leren over culturele
opvattingen en evaluaties van eerdergenoemde identiteiten door middel van relaties
Bepaalde identiteiten worden aantrekkelijker gevonden dan andere als het gaat om het aangaan en
evalueren van persoonlijke relaties
Performance of identities: mensen gedragen zich anders bij bepaalde mensen of doelen
Identities and perceptions
Selecting: je selecteert onbewust wat je wel en niet waarneemt of aanneemt
Selective exposure: het idee dat je je eerder blootstelt aan dingen die je overtuigingen, waarden en
houdingen ondersteunen
Selective perception: het idee dat je meer geneigd bent om dingen waar te nemen en je te richten op dingen
die je overtuigingen, waarden en houdingen ondersteunen
Selective retention: het idee dat je je eerder dingen herinnert die je overtuigingen ondersteunen, waarde
Organizing, interpreting and evaluating
Schemata zijn mentale schema’s die je gebruikt om bestaande informatie te organiseren door ze te linken en
te clusteren
Prototype: het beste voorbeeld van iets (de meetlat die je gebruikt bij nieuwe informatie)
Personal constructs: persoonlijke manier van het begrijpen van de wereld, antoniemen en superlatieven
helpen hierbij (kind vs mean)
Transacting identities: communication and performance
Soms gedragen mensen zich bewust op een bepaalde manier, andere momenten gedragen ze zich hoe ze
willen
Front region: een frame waarin je onder invloed bent van publieke controle
Back region: een frame waarin publieke controle je niet in de weg zit
Transacting identities: self-disclosure
Elf-description: omschrijving die logisch is op basis van uiterlijk en gedraging
Self-disclosure: omschrijving die onbekend was gebleven tenzij je het zelf vertelt, vaak persoonlijk
o Goed voor je relaties en het nader komen tot elkaar, je wint vertrouwen
Effecten van self-disclosure:
o Je voelt je vereerd dat iemand informatie met je deelt
, o Je had niet hoeven weten wat je is verteld, het wordt ongemakkelijk intiem
o Je hebt geen inetresse in wat je is verteld
Je wilt niet zomaar alle informatie delen. Je houdt controle over wie wel en geen informatie over je weet
(privacy)
Je bewaakt je grenzen om de informatie en onderwerpen te beschermen. Er kan turbulence ontstaan als
grenzen onder druk staan, grenzen veranderen of als je relatie met iemand veranderd
o Narratives: self-disclosure vindt vaak plaats door middel van verhalen vertellen die je aanpast op
basis van het frame, relatie of doel wat je wil bereiken
o Je past je verhaal aan op basis van act (wat er is gebeurd), scene (situatie of locatie van de act),
agent (wie de act heeft uitgevoerd), agency (hoe de act was bereikt) en purpose (waarom de act
plaatsvond)
Transacting identities: other people
Symbolic self: jezelf volgens anderen op basis van sociale interactie en die je dus niet zelf bepaalt
Symbolic interactionism: hoe brede sociale krachten een individuele persoon beïnvloeden of zelfs
beïnvloeden in zijn of haar kijk op wie hij of zij is
Attitude of reflection: nadenken over hoe je volgens anderen bent, of realiseren dat anderen je zien als een
sociaal object vanuit hun oogpunt
Hoe je jezelf behandeld is direct en indirect beïnvloed door hoe je wordt behandeld door anderen
Altercasting: hoe taal een identiteit kan opleggen en hoe taal andermans identiteit kan goed- of afkeuren
Hoofdstuk 3
Verbale communicatie
Verbale communicatie is het gebruik van taal om met een ander te connecten
Woorden zijn symbolen, er is geen directe connectie tussen de letters en wat het betekent
Polysemy: meerdere betekenissen kunnen geassocieerd worden met een symbool of woord (hark betekent
namelijk een werktuig, maar ook een stijf persoon)
Denotative meaning: de omschrijving van feiten. Het is de letterlijke definitie van een woord
Connotatie: de persoonlijke interpretatie, de associaties die je bij iets hebt. De betekenis hangt af van de
context (bank kan iets om op te liggen zijn of om geld op te storten)
Waarden gecodeerd door woorden kunnen positief of negatief zijn (verhaal is leuk, literatuur is saai)
Waarden gecodeerd door woorden kunnen gedeeld worden door individuen (B is beter dan een C+)
Waarden gecodeerd door woorden kunnen verschillen tussen mensen (politieke voorkeuren)
Door woorden gecodeerde waarden kunnen in de loop van de tijd veranderen (aardig betekende vroeger
onwetend)
Sommige termen worden door de samenleving afgekeurd en moeten op sommige momenten niet genoemd
worden