Sociale filosofie – Durf te denken H7
Sociale filosofie is iets zoals politieke wetenschap: het denkt na over de
samenleving. De begrippen ‘discussie’ en ‘collectief’ staan centraal. Sociale filosofie
is praktisch, dus betrokken op maatschappelijke en sociale praktijken.
Praktijken: gedrag dat mensen in groepen en instituties vertonen en de manier
waarop ze dit ‘samenleven’ zelf ervaren.
Het is nooit los te maken van politieke filosofie: onvermijdelijke verschillen uitvechten
in een beschaafde vorm.
§7.2
Aristoteles typeert de mens als een sociaal wezen:
Zoön politikon (politiek dier, sociaal wezen, gemeenschapsdier)
Mensen zijn kuddedieren waardoor ze steeds met elkaar van mening verschillen.
Het is paradoxaal omdat mensen niet solitair (alleen en afzonderlijk) leven.
Belangrijkste kenmerk van de ‘zoön politikon’ is dat het over taal beschikt.
Taal dient volgens Aristoteles als elementair (onmisbare) behoefte van de mens om
dingen te (onder)scheiden aan de hand van categorieën/tegenstellingen.
De mens is sociaal voor zover hij een soort kuddedier is, en politiek omdat hij over
taal beschikt en hierdoor voortdurend discussieert. Bij onderscheidingen is het eigen
om van mening te verschillen en te discussiëren.
Mensen moeten zich bevrijden van lage functies (eten, drinken, slapen) en via taal
op een hoger, wezenlijker niveau functioneren door alleen maar na te denken over
het leven (politiek volgens oude Grieken). Samen met andere in de polis,
gemeenschap discussiëren over beste wijze van samenleven.
Nadruk meer op denken dan op het praktische resultaat van de discussie noemen ze
contemplatie. Leven van denken en discussiëren: hoogste functie volgens
Aristoteles.
Taalaspect is dus sociaal en politiek. Sociaal omdat het eigen is aan de mens en
politiek omdat de taal uitdrukking geeft aan onenigheid. Dubbele karakter taal:
1.Verdeling van samenleving was al benoemd door taal en discussies gaan om deze
indeling te benoemen. (Sociale functie van taal)
2.We creëren zelf de verschillen door erover te praten. (Politieke functie van taal)
Een gezaghebbende denker als Aristoteles beschrijft de samenleving op een
bepaalde wijze en creëert hierbij zelf onderscheidingen. Hij draagt erbij toe dat deze
als vanzelfsprekend wordt beschouwd.
Een beschrijving van de samenleving kan de beschreven samenleving doen
ontstaan.
, Plato en de republiek
Plato pleit voor heerschappij van een filosofen-elite en presenteert een eigen
opvatting over hoe de samenleving bestuurd moet worden. Filosofen moeten
heersen over de onwetende massa.
Politiek (kennis van de samenleving) en hoe haar te besturen is een vak.
Bestuur moet worden overgelaten aan filosofen, omdat zij het beste vocabulaire
hebben en daardoor het geheel beter kunnen overzien.
Plato ziet de samenleving als weerspiegeling van de menselijke ziel.
- Praktische wijsheid. Hierin vertegenwoordigen de filosofen het hoogste deel:
rationaliteit.
- Hartstochten. Andere burgers onderscheiden zich door moed en eerzucht,
waardoor ze geschikt zijn als ordehandhavers of wachters. (soldaten)
- Begeerten. Laatste categorie mensen: de materiële begeerten van de ziel.
Mensen die alleen geschikt zijn voor materiële arbeid. (boeren)
Aristoteles = andere mening:
De politiek is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van alle burgers (vrije
mannen) die om de beurt de staat besturen. Dit noemen we een republikeins
principe. Republiek = polis = een gemeenschappelijk project voor vrije mannen.
Omdat het om gemeenschappelijke kwesties en belangen gaat is iedereen daar een
expert in. Hierom is het een soort ereplicht om mee te doen.
Plato + Aristoteles = gesprek/discussie dienen om al vastgestelde waarheid te
achterhalen.
De natuur en de mens volgens Hobbes
De Grieken zagen de menselijke natuur als een afspiegeling van de rest van de
natuur. Verstand: koningsfilosofen, hartstochten: soldaten, begeerte: boeren.
Ze zagen de natuur als geheel een harmonie, een schitterende samenhang. Alles
maakte deel uit van een harmonieuze en zinvolle orde: de kosmos.
Opkomst moderne natuurwetenschappen: deze voorstelling veranderd. Er zijn
wetmatigheden, maar geen morele, religieuze of zinvolle inhoud. De kosmos is
onbezield. Socioloog Max Weber noemde dit de onttovering van de wereld.
Dit proces schrijdt steeds meer voort, vooral met de komst van technologie.
De onttovering van de wereld leidt tot het idee dat de mens aan dezelfde blinde
wetten aanduidt als de natuur.
17e eeuw: filosoof Thomas Hobbes trekt radicale conclusies: mensen gehoorzamen
aan de doelloze natuurwetten als alle andere materie. Mensen streven geen grote
doelen na, en bewegen hierdoor zinloos. Omdat stoppen met bewegen de dood
betekent, streven alle levende objecten om beweging te houden.
Mensen zijn altijd in strijd en proberen de baas te blijven over dingen en mensen.
Mensen streven naar macht. Taal is een wapen in de strijd om te bestaan.
Taal sticht geen eenheid en rust, maar verdeeldheid en wanorde.
Sociale filosofie is iets zoals politieke wetenschap: het denkt na over de
samenleving. De begrippen ‘discussie’ en ‘collectief’ staan centraal. Sociale filosofie
is praktisch, dus betrokken op maatschappelijke en sociale praktijken.
Praktijken: gedrag dat mensen in groepen en instituties vertonen en de manier
waarop ze dit ‘samenleven’ zelf ervaren.
Het is nooit los te maken van politieke filosofie: onvermijdelijke verschillen uitvechten
in een beschaafde vorm.
§7.2
Aristoteles typeert de mens als een sociaal wezen:
Zoön politikon (politiek dier, sociaal wezen, gemeenschapsdier)
Mensen zijn kuddedieren waardoor ze steeds met elkaar van mening verschillen.
Het is paradoxaal omdat mensen niet solitair (alleen en afzonderlijk) leven.
Belangrijkste kenmerk van de ‘zoön politikon’ is dat het over taal beschikt.
Taal dient volgens Aristoteles als elementair (onmisbare) behoefte van de mens om
dingen te (onder)scheiden aan de hand van categorieën/tegenstellingen.
De mens is sociaal voor zover hij een soort kuddedier is, en politiek omdat hij over
taal beschikt en hierdoor voortdurend discussieert. Bij onderscheidingen is het eigen
om van mening te verschillen en te discussiëren.
Mensen moeten zich bevrijden van lage functies (eten, drinken, slapen) en via taal
op een hoger, wezenlijker niveau functioneren door alleen maar na te denken over
het leven (politiek volgens oude Grieken). Samen met andere in de polis,
gemeenschap discussiëren over beste wijze van samenleven.
Nadruk meer op denken dan op het praktische resultaat van de discussie noemen ze
contemplatie. Leven van denken en discussiëren: hoogste functie volgens
Aristoteles.
Taalaspect is dus sociaal en politiek. Sociaal omdat het eigen is aan de mens en
politiek omdat de taal uitdrukking geeft aan onenigheid. Dubbele karakter taal:
1.Verdeling van samenleving was al benoemd door taal en discussies gaan om deze
indeling te benoemen. (Sociale functie van taal)
2.We creëren zelf de verschillen door erover te praten. (Politieke functie van taal)
Een gezaghebbende denker als Aristoteles beschrijft de samenleving op een
bepaalde wijze en creëert hierbij zelf onderscheidingen. Hij draagt erbij toe dat deze
als vanzelfsprekend wordt beschouwd.
Een beschrijving van de samenleving kan de beschreven samenleving doen
ontstaan.
, Plato en de republiek
Plato pleit voor heerschappij van een filosofen-elite en presenteert een eigen
opvatting over hoe de samenleving bestuurd moet worden. Filosofen moeten
heersen over de onwetende massa.
Politiek (kennis van de samenleving) en hoe haar te besturen is een vak.
Bestuur moet worden overgelaten aan filosofen, omdat zij het beste vocabulaire
hebben en daardoor het geheel beter kunnen overzien.
Plato ziet de samenleving als weerspiegeling van de menselijke ziel.
- Praktische wijsheid. Hierin vertegenwoordigen de filosofen het hoogste deel:
rationaliteit.
- Hartstochten. Andere burgers onderscheiden zich door moed en eerzucht,
waardoor ze geschikt zijn als ordehandhavers of wachters. (soldaten)
- Begeerten. Laatste categorie mensen: de materiële begeerten van de ziel.
Mensen die alleen geschikt zijn voor materiële arbeid. (boeren)
Aristoteles = andere mening:
De politiek is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van alle burgers (vrije
mannen) die om de beurt de staat besturen. Dit noemen we een republikeins
principe. Republiek = polis = een gemeenschappelijk project voor vrije mannen.
Omdat het om gemeenschappelijke kwesties en belangen gaat is iedereen daar een
expert in. Hierom is het een soort ereplicht om mee te doen.
Plato + Aristoteles = gesprek/discussie dienen om al vastgestelde waarheid te
achterhalen.
De natuur en de mens volgens Hobbes
De Grieken zagen de menselijke natuur als een afspiegeling van de rest van de
natuur. Verstand: koningsfilosofen, hartstochten: soldaten, begeerte: boeren.
Ze zagen de natuur als geheel een harmonie, een schitterende samenhang. Alles
maakte deel uit van een harmonieuze en zinvolle orde: de kosmos.
Opkomst moderne natuurwetenschappen: deze voorstelling veranderd. Er zijn
wetmatigheden, maar geen morele, religieuze of zinvolle inhoud. De kosmos is
onbezield. Socioloog Max Weber noemde dit de onttovering van de wereld.
Dit proces schrijdt steeds meer voort, vooral met de komst van technologie.
De onttovering van de wereld leidt tot het idee dat de mens aan dezelfde blinde
wetten aanduidt als de natuur.
17e eeuw: filosoof Thomas Hobbes trekt radicale conclusies: mensen gehoorzamen
aan de doelloze natuurwetten als alle andere materie. Mensen streven geen grote
doelen na, en bewegen hierdoor zinloos. Omdat stoppen met bewegen de dood
betekent, streven alle levende objecten om beweging te houden.
Mensen zijn altijd in strijd en proberen de baas te blijven over dingen en mensen.
Mensen streven naar macht. Taal is een wapen in de strijd om te bestaan.
Taal sticht geen eenheid en rust, maar verdeeldheid en wanorde.