P
geschreven door:
Elle B
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Samenvatting NTO
Blok 3
Hoofdstuk 2 Doen en denken
2.1 Hoe leren kinderen de wereld begrijpen?
Baby’s en peuters krijgen greep op hun wereld door alles vast te pakken. Al doende bouwen zij
ervaring op, waarbij indrukken van verschillende zintuigen met elkaar in verband komen te staan.
Kinderen hebben een actieve, onderzoekende houding, vooral als ze zich op hun gemak voelen.
Nieuwsgierigheid en verwondering zijn drijfveren om de omgeving te willen begrijpen.
Eigen ervaringen zijn onvervangbaar als basis voor elke vorm van begrip.
2.2 Ontdekken van regelmaat en samenhang.
Terwijl kinderen de werkelijkheid verkennen, kunnen ze hun belevenissen op verschillende manieren ervaren:
Als nieuwe ervaringen
- au! Dat leuke wapperende kaarslichtje doet pijn!)
Als iets wat hoort bij eerdere ervaringen
- met deze regenplas kun je net zo lekker spetteren als in bad
De ervaringen die bij elkaar horen, kunnen ze op verschillende manieren aan elkaar koppelen:
Gebeurtenissen hebben steeds een bepaalde volgorde (eerst jas, dan mag je mee)
- De eerste gebeurtenis lijkt zo een voorwaarde voor de tweede
Verschillende dingen vertonen soortgelijk gedrag ( beest/ sint-bernard/ blaft als hond/ geen koe)
Verschillende verschijnselen zijn er tegelijkertijd ( zon schijnt, er is schaduw)
Kinderen beseffen dat de wereld “gehoorzaamt” aan bepaalde regels, kinderen ontdekken regelmaat in
de omgeving, die onafhankelijk van hun wil z’n eigen gang gaat.
2.3 Denkbeelden en denkschema’s
Kinderen ontwikkelen hun eigen denkbeelden vanuit een combinatie van allerlei indrukken: eigen
ervaringen, gesprekken en tv-beelden.
Zij combineren die denkbeelden tot denkschema’s waar de door hen geconstateerde regelmaat en
samenhang een plaats in vindt, zoals verschillende losse legpuzzelstukjes in elkaar kunnen passen.
Als een “ontdekte “regelmaat een gevolg van toeval, of van invloeden die ze niet kunnen overzien,
kunnen er onjuiste denkbeelden ontstaan (misconcepten). De puzzelstukjes lijken te passen maar horen
niet bij elkaar.
Als een nieuwe ervaring niet past binnen het denkschema moet het kind het denkschema aanpassen.
Vaak gebeurt dit door verder onderzoek, bv. door herhaling van spel, waarmee het nieuwe denkschema
op de proef wordt gesteld.
Een denkschema van een kind ontstaat door persoonlijke ervaringen.
2.4 leren door doen:
Kinderen “denken met hun handen”, al doende. Zo leren zij de verscheidenheid van hun omgeving
kennen en ordenen, vormen zij allerlei begrippen en herkennen zij samenhangen.
Zij verwoorden vooral hun bezigheden en gedachten, als er een luisterend oor in de buurt is.
(lees voor toets blz. 28)
2.5 Didactiek van natuuronderwijs:
Je stimuleert de wisselwerking tussen doen en denken. Zo leer je kinderen ontdekkend leren. De omgang
met concrete dingen, verschijnselen en organismen is daarbij steeds het uitgangspunt van alle activiteiten.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
geschreven door:
Elle B
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Samenvatting NTO
Blok 3
Hoofdstuk 2 Doen en denken
2.1 Hoe leren kinderen de wereld begrijpen?
Baby’s en peuters krijgen greep op hun wereld door alles vast te pakken. Al doende bouwen zij
ervaring op, waarbij indrukken van verschillende zintuigen met elkaar in verband komen te staan.
Kinderen hebben een actieve, onderzoekende houding, vooral als ze zich op hun gemak voelen.
Nieuwsgierigheid en verwondering zijn drijfveren om de omgeving te willen begrijpen.
Eigen ervaringen zijn onvervangbaar als basis voor elke vorm van begrip.
2.2 Ontdekken van regelmaat en samenhang.
Terwijl kinderen de werkelijkheid verkennen, kunnen ze hun belevenissen op verschillende manieren ervaren:
Als nieuwe ervaringen
- au! Dat leuke wapperende kaarslichtje doet pijn!)
Als iets wat hoort bij eerdere ervaringen
- met deze regenplas kun je net zo lekker spetteren als in bad
De ervaringen die bij elkaar horen, kunnen ze op verschillende manieren aan elkaar koppelen:
Gebeurtenissen hebben steeds een bepaalde volgorde (eerst jas, dan mag je mee)
- De eerste gebeurtenis lijkt zo een voorwaarde voor de tweede
Verschillende dingen vertonen soortgelijk gedrag ( beest/ sint-bernard/ blaft als hond/ geen koe)
Verschillende verschijnselen zijn er tegelijkertijd ( zon schijnt, er is schaduw)
Kinderen beseffen dat de wereld “gehoorzaamt” aan bepaalde regels, kinderen ontdekken regelmaat in
de omgeving, die onafhankelijk van hun wil z’n eigen gang gaat.
2.3 Denkbeelden en denkschema’s
Kinderen ontwikkelen hun eigen denkbeelden vanuit een combinatie van allerlei indrukken: eigen
ervaringen, gesprekken en tv-beelden.
Zij combineren die denkbeelden tot denkschema’s waar de door hen geconstateerde regelmaat en
samenhang een plaats in vindt, zoals verschillende losse legpuzzelstukjes in elkaar kunnen passen.
Als een “ontdekte “regelmaat een gevolg van toeval, of van invloeden die ze niet kunnen overzien,
kunnen er onjuiste denkbeelden ontstaan (misconcepten). De puzzelstukjes lijken te passen maar horen
niet bij elkaar.
Als een nieuwe ervaring niet past binnen het denkschema moet het kind het denkschema aanpassen.
Vaak gebeurt dit door verder onderzoek, bv. door herhaling van spel, waarmee het nieuwe denkschema
op de proef wordt gesteld.
Een denkschema van een kind ontstaat door persoonlijke ervaringen.
2.4 leren door doen:
Kinderen “denken met hun handen”, al doende. Zo leren zij de verscheidenheid van hun omgeving
kennen en ordenen, vormen zij allerlei begrippen en herkennen zij samenhangen.
Zij verwoorden vooral hun bezigheden en gedachten, als er een luisterend oor in de buurt is.
(lees voor toets blz. 28)
2.5 Didactiek van natuuronderwijs:
Je stimuleert de wisselwerking tussen doen en denken. Zo leer je kinderen ontdekkend leren. De omgang
met concrete dingen, verschijnselen en organismen is daarbij steeds het uitgangspunt van alle activiteiten.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.