Psychiatrie
Inhoud
Hoofdstuk 2 Diagnose........................................................................................................................1
Hoofdstuk 3 Verklaring......................................................................................................................3
Hoofdstuk 8 Depressieve- en bipolaire- stemmingsstoornissen........................................................6
Hoofdstuk 19 Neurocognitieve stoornissen.....................................................................................10
Hoofdstuk 7 schizofrenie en andere psychotische stoornissen.......................................................12
Hoofdstuk 20 persoonlijkheidsstoornissen......................................................................................15
Hoofdstuk 9 Angststoornissen.........................................................................................................19
Hoofdstuk 10 dwangstoornissen.....................................................................................................21
Hoofdstuk 11 trauma- en stressorgerelateerde stoornissen...........................................................22
Hoofdstuk 2 Diagnose
Medisch model
- Diagnose: beschrijving van karakteristieke eigenschappen
- Verklaring: verkennen van factoren die de stoornis hebben veroorzaakt, uitgelokt of in stand
hebben gehouden.
- Prognose: voorspelling
- Therapie: interventies
- Preventie: actieplan ontwerpen
Elke wetenschap steunt op een classificatie of systematische ordening van de verworven kennis. In
de psychiatrie betekent dit het classificeren van stoornissen. Dit is dus geen doel op zichzelf, maar
een middel om meer kennis te verwerven over het voorkomen, het ontstaan, de ontwikkeling, het
verloop en de behandeling van psychische stoornissen.
Vanwege het ontbreken van duidelijk aantoonbare lichamelijke oorzaken is er in de psychiatrie geen
sprake van ‘ziekten’, maar van syndromen.
Syndroom: is een groep of samenhangend geheel van symptomen in puur beschrijvende zin.
In de psychiatrie noemen we iets een symptoom als het een signaal, uiting of kenmerk van een
psychische stoornis is. Er zijn verschillende soorten symptomen:
- Hoofdsymptoom (Wens om mager te zijn bij anorexia)
- Bij symptoom (Ongesteldheid blijft uit bij anorexia)
-
2.2 indeling volgens de DSM-5 en kritiek
Er was behoefte aan een diagnostisch systeem dat aan twee basisprincipes moest voldoen:
- De ordening van psychische stoornissen moet losstaan van de mogelijke verklaringen
(theorieneutraal)
- De indeling moet steunen op helderen en ondubbelzinnige criteria, die bruikbaar zijn in de
diagnositische praktijk en het wetenschappelijk onderzoek.
In de DSM-5 (diagnostic and statistical manual) zijn drie leidende principes te onderscheiden:
, - Ontwikkelingsperspectief: de indeling verloopt vanaf de eerste stoornissen die zichtbaar zijn
in de kindertijd tot dementie bij ouderen.
- Mate van verwantschap: Gelijkenissen tussen verschillende stoornissen zijn naast elkaar
geplaatst in de hoop dat daarmee ‘grensoverschrijdend’ onderzoek gedaan zou worden.
- Graad van ernst: sommige stoornissen hebben verschillende niveaus op het gebied van
problematisch.
2.3 systematische diagnostistiek
Er wordt steeds vaker gepleit voor gepersonaliseerde zorg. Dat wil zeggen dat de diagnostistiek
toegesneden moet worden op de cliënt als individu en zijn context.
Diagnostistiek is echter een dynamisch proces: op basis van voortschrijdend inzicht kan de diagnose
later in de behandeling worden aangepast
In de psychiatrie zijn er drie soorten onderzoeksmethoden:
- Interview
- Lichamelijk onderzoek
- Psychodiagnostisch onderzoek
Een diagnostisch interview is het belangrijkste middel om de beleveniswereld van een cliënt te
verkennen. Op basis van cliëntgerichte communicatie proberen zorgverleners zo veel mogelijk het
perspectief van cliënten te achterhalen, overeenstemming te bereiken over de werkwijze en de regie
en verantwoordelijkheid te delen met cliënten. Hierbij wordt tegemoetgekomen aan twee
kernbehoeften van cliënten:
- De cognitieve behoeften: om te weten wat er aan de hand is en wat eraan gedaan kan
worden. (Diagnose en behandelplan)
- De affectieve behoefte: om zich gesteund, gekend en begrepen te voelen. (Openvragen
stellen en erkenning geven)
In het diagnostisch vraaggesprek maken we inhoudelijk een onderscheid tussen anamnese en
beoordeling van de psychische toestand. De anamnese is het verzamelen van de gegevens over de
voorgeschiedenis van cliënten op basis van hun eigen mededelingen hierover.
Heteroanamnese: aanvullingen van familie, kennissen, andere zorgverleners etc.
Biografische anamnese: informatie die verband houdt met de stoornis (DNA) of over de
levensgeschiedenis van de cliënt.
Sociale anamnese: sociale netwerk met eventuele stoornissen krijgen ook aandacht.
Naast het vraaggesprek moet er ook een systematische beoordeling van de psychische toestand
plaatsvinden op basis van directe vragen en observatie van het gedrag van de cliënt. Er wordt niet
alleen geluisterd naar wat een cliënt zegt maar ook hoe hij dat zegt.
Het belang van lichamelijk onderzoek wordt weleens onderschat door zorgverleners die niet
medisch zijn geschoold. In de hedendaagse psychiatrie reikt het somatisch (lichamelijk) onderzoek
echter veel verder dan diagnostistiek. We betreden het terrein van de biologische psychiatrie, die
zich afgelopen jaren sterk heeft ontwikkeld.
Biologische onderzoeksmethoden in de psychiatrie:
- Hersenscans (PET, CT en MRI)
- Functie en activiteit van de hersenen (EEG)
Inhoud
Hoofdstuk 2 Diagnose........................................................................................................................1
Hoofdstuk 3 Verklaring......................................................................................................................3
Hoofdstuk 8 Depressieve- en bipolaire- stemmingsstoornissen........................................................6
Hoofdstuk 19 Neurocognitieve stoornissen.....................................................................................10
Hoofdstuk 7 schizofrenie en andere psychotische stoornissen.......................................................12
Hoofdstuk 20 persoonlijkheidsstoornissen......................................................................................15
Hoofdstuk 9 Angststoornissen.........................................................................................................19
Hoofdstuk 10 dwangstoornissen.....................................................................................................21
Hoofdstuk 11 trauma- en stressorgerelateerde stoornissen...........................................................22
Hoofdstuk 2 Diagnose
Medisch model
- Diagnose: beschrijving van karakteristieke eigenschappen
- Verklaring: verkennen van factoren die de stoornis hebben veroorzaakt, uitgelokt of in stand
hebben gehouden.
- Prognose: voorspelling
- Therapie: interventies
- Preventie: actieplan ontwerpen
Elke wetenschap steunt op een classificatie of systematische ordening van de verworven kennis. In
de psychiatrie betekent dit het classificeren van stoornissen. Dit is dus geen doel op zichzelf, maar
een middel om meer kennis te verwerven over het voorkomen, het ontstaan, de ontwikkeling, het
verloop en de behandeling van psychische stoornissen.
Vanwege het ontbreken van duidelijk aantoonbare lichamelijke oorzaken is er in de psychiatrie geen
sprake van ‘ziekten’, maar van syndromen.
Syndroom: is een groep of samenhangend geheel van symptomen in puur beschrijvende zin.
In de psychiatrie noemen we iets een symptoom als het een signaal, uiting of kenmerk van een
psychische stoornis is. Er zijn verschillende soorten symptomen:
- Hoofdsymptoom (Wens om mager te zijn bij anorexia)
- Bij symptoom (Ongesteldheid blijft uit bij anorexia)
-
2.2 indeling volgens de DSM-5 en kritiek
Er was behoefte aan een diagnostisch systeem dat aan twee basisprincipes moest voldoen:
- De ordening van psychische stoornissen moet losstaan van de mogelijke verklaringen
(theorieneutraal)
- De indeling moet steunen op helderen en ondubbelzinnige criteria, die bruikbaar zijn in de
diagnositische praktijk en het wetenschappelijk onderzoek.
In de DSM-5 (diagnostic and statistical manual) zijn drie leidende principes te onderscheiden:
, - Ontwikkelingsperspectief: de indeling verloopt vanaf de eerste stoornissen die zichtbaar zijn
in de kindertijd tot dementie bij ouderen.
- Mate van verwantschap: Gelijkenissen tussen verschillende stoornissen zijn naast elkaar
geplaatst in de hoop dat daarmee ‘grensoverschrijdend’ onderzoek gedaan zou worden.
- Graad van ernst: sommige stoornissen hebben verschillende niveaus op het gebied van
problematisch.
2.3 systematische diagnostistiek
Er wordt steeds vaker gepleit voor gepersonaliseerde zorg. Dat wil zeggen dat de diagnostistiek
toegesneden moet worden op de cliënt als individu en zijn context.
Diagnostistiek is echter een dynamisch proces: op basis van voortschrijdend inzicht kan de diagnose
later in de behandeling worden aangepast
In de psychiatrie zijn er drie soorten onderzoeksmethoden:
- Interview
- Lichamelijk onderzoek
- Psychodiagnostisch onderzoek
Een diagnostisch interview is het belangrijkste middel om de beleveniswereld van een cliënt te
verkennen. Op basis van cliëntgerichte communicatie proberen zorgverleners zo veel mogelijk het
perspectief van cliënten te achterhalen, overeenstemming te bereiken over de werkwijze en de regie
en verantwoordelijkheid te delen met cliënten. Hierbij wordt tegemoetgekomen aan twee
kernbehoeften van cliënten:
- De cognitieve behoeften: om te weten wat er aan de hand is en wat eraan gedaan kan
worden. (Diagnose en behandelplan)
- De affectieve behoefte: om zich gesteund, gekend en begrepen te voelen. (Openvragen
stellen en erkenning geven)
In het diagnostisch vraaggesprek maken we inhoudelijk een onderscheid tussen anamnese en
beoordeling van de psychische toestand. De anamnese is het verzamelen van de gegevens over de
voorgeschiedenis van cliënten op basis van hun eigen mededelingen hierover.
Heteroanamnese: aanvullingen van familie, kennissen, andere zorgverleners etc.
Biografische anamnese: informatie die verband houdt met de stoornis (DNA) of over de
levensgeschiedenis van de cliënt.
Sociale anamnese: sociale netwerk met eventuele stoornissen krijgen ook aandacht.
Naast het vraaggesprek moet er ook een systematische beoordeling van de psychische toestand
plaatsvinden op basis van directe vragen en observatie van het gedrag van de cliënt. Er wordt niet
alleen geluisterd naar wat een cliënt zegt maar ook hoe hij dat zegt.
Het belang van lichamelijk onderzoek wordt weleens onderschat door zorgverleners die niet
medisch zijn geschoold. In de hedendaagse psychiatrie reikt het somatisch (lichamelijk) onderzoek
echter veel verder dan diagnostistiek. We betreden het terrein van de biologische psychiatrie, die
zich afgelopen jaren sterk heeft ontwikkeld.
Biologische onderzoeksmethoden in de psychiatrie:
- Hersenscans (PET, CT en MRI)
- Functie en activiteit van de hersenen (EEG)