Tentamen
Week 1: (Anneke Koning)
De Politiefunctie en Historische Context
Het vak beoogt inzicht te geven in de geschiedenis, inrichting en sturing
van de veiligheidszorg door de politie. De functie van de politie in de
samenleving is fundamenteel en wordt ook gezien als een politieke
instelling.
Historisch gezien zijn er verschillende periodes in de ontwikkeling van de
Nederlandse politie:
• 1875-1918 (Moderne politie): Er ontstond een nieuwe, formele
doelstelling van volledige wetshandhaving. De politie vestigde het
geweldsmonopolie, richtte zich op justitie en de wet, en politiewerk werd
een vak dat opleiding vereiste, met name kennis van de wet.
• 1918-1977 (Professionele politie, O.W. Wilson): Nieuwe diensten
werden opgericht, zoals gespecialiseerde recherche, verkeerspolitie en de
inlichtingendienst. In de jaren '70 ontstond echter een crisis in dit model,
gekenmerkt door een instrumenteel zelfbeeld (gericht op middelen, doelen
onbelangrijk) en een miskenning van de discretionaire ruimte van de
agenten.
• 1977-heden (Gebiedsgebonden politie): Het doel verschoof naar de
'verwerkelijking essentiële waarden in onze democratie', met
decentralisatie en deconcentratie en de introductie van all-round
wijkteams.
• 2013-heden (Nationale Politie): Redenen voor de invoering van de
Nationale Politie waren onder andere problemen met de aansturing van
landelijke prioriteiten, grote kwaliteitsverschillen en te weinig
samenwerking in het regionale bestel. De Nationale Politie verving alle
voormalige korpsen, wat leidde tot centralisatie van het beheer. De
politie is een publiekrechtelijke rechtspersoon sui generis.
Documentaire: Deze documentaire belicht kritieke momenten
Geschiedenis van in de geschiedenis waarin de integriteit van
de Nederlandse de politie op de proef werd gesteld (bijv.
Politie, corruptieschandalen, politieke sturing of
"Integriteit onder misbruik van geweld). De centrale thematiek is
druk" de historische spanning tussen de
professionele, onpartijdige rol van de politie en
de invloeden van buitenaf (politiek,
, onderwereld) die haar geloofwaardigheid onder
druk zetten.
Taken en de Kerntakendiscussie
De wettelijke taak van de politie is vastgelegd in Artikel 3 van de Politiewet
2012: de politie moet zorgen voor de daadwerkelijke handhaving
van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze
behoeven. Deze taken worden onderverdeeld in hulpverlening
(noodhulp), handhaving van de openbare orde en opsporing.
De kerntakendiscussie draait om de vraag welke taak prioriteit moet
krijgen.
• Ongedeelde Politie: De reguliere politie is in functionele zin
ongedeeld. In urgente situaties zijn taakdomeinen vaak niet te scheiden;
de taak is breed en verweven.
• De Realiteit van Noodhulp: De politie is 24/7 beschikbaar via 112 en
ontvangt een continue stroom aan hulpvragen. Burgers blijven de politie
bellen als een probleem onduidelijk, onzeker of mogelijk dreigend is ('De
mensen blijven toch bellen', 'De politie is 24 uur open'). Hierdoor houdt de
politie zich per definitie bezig met onoplosbare problemen, zoals
maatschappelijke wanorde.
Aansturing: Gezag en Beheer
De sturing van de Nationale Politie is dualistisch en complex.
• Gezag: Dit is "de macht om te beslissen over de inzet en het optreden
van de politie". Het gezag is exclusief belegd:
◦ De Burgemeester heeft exclusief gezag over de handhaving van de
openbare orde en de hulpverleningstaak (Art. 11).
◦ De Officier van Justitie (OvJ) heeft exclusief gezag over de
strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en opsporing (Art. 12).
• Beheer: De Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) is integraal
verantwoordelijk voor alle elementen van beheer. Beheer omvat
zeggenschap over de organisatie en instandhouding van het
politieapparaat.
• Adagium 'Beheer volgt Gezag': De Politiewet 2012 is onverkort
gebaseerd op dit adagium. Echter, de Minister van JenV stelt ten minste
,iedere vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen vast (Art. 18). Dit
beleidskader stuurt de allocatie van sterkte en middelen over de
onderdelen van de politie.
• Aanwijzingsbevoegdheid: De Minister heeft een
aanwijzingsbevoegdheid richting de Korpschef voor het beheer (Art. 31) en
kan aanwijzingen geven over taakuitvoering, opsporingskwesties of
nationale veiligheid (Art. 11, 12, 15
Week 2: Openbare Orde en Conflictbeheersing
1. Inleiding: De Dynamiek van Openbare Orde
De handhaving van de openbare orde vertegenwoordigt een van de meest
strategisch complexe taken van de politie. Het vereist een zorgvuldige
balans tussen het faciliteren van fundamentele democratische rechten,
zoals de vrijheid van meningsuiting en demonstratie, en de plicht om de
veiligheid en orde te handhaven. De effectiviteit van politieoptreden in
deze context is geen vast gegeven, maar is sterk afhankelijk van
situationele en relationele dynamieken. Zoals de casestudies over de
avondklokrellen en studentenprotesten aantonen, kunnen de interacties
tussen politie, burgers en gemeenschapsleiders de uitkomst van een
potentieel conflict drastisch beïnvloeden, wat leidt tot de-escalatie of juist
tot verdere polarisatie en geweld.
Analyse van Burgerinterventie bij Rellen (Bron: Van Bruchem et
al., "How Citizens Stop Riots")
Kernanalyse
Het onderzoek van Van Bruchem et al. naar de Nederlandse
avondklokrellen in 2021 toont de cruciale rol aan van burgerinterventie bij
het de-escaleren van conflicten. De centrale these is dat zogeheten
'intimate handlers' (sleutelfiguren uit de directe sociale omgeving) zoals
buurtvaders, imams en jongerenwerkers, een doorslaggevende rol
speelden. Door hun vooraf opgebouwde, vaak hiërarchische sociale
banden met jongeren in de wijk, konden zij effectief invloed uitoefenen
waar de politie dat niet kon. Hun aanwezigheid en acties, gebaseerd op
langdurige relaties, veranderden de sfeer en voorkwamen in meerdere
gevallen dat wanorde escaleerde tot grootschalige rellen. Deze
bevindingen illustreren in de praktijk de kernprincipes van Community
Policing (zie Week 4), waarbij vooraf opgebouwde relaties en
, partnerschappen met de gemeenschap cruciaal zijn voor het handhaven
van de orde.
Vergelijkende Tabel: Escalatie en De-escalatie
De-escalerende Factoren Escalerende Factoren
Aanwezigheid van sleutelfiguren
Afwezigheid van sleutelfiguren
(buurtvaders, imams,
op de conflictlocatie, waardoor er
jongerenwerkers) op de
geen informele controle is.
conflictlocatie.
Gebruik van vooraf opgebouwde, Afwezigheid van samenwerking
hiërarchische sociale banden om tussen politie en gemeenschap;
jongeren direct aan te spreken. geen gedeelde strategie.
Provocerende werking van het
Samenwerking en taakverdeling politie-uniform en de
tussen sleutelfiguren en wijkagenten. confronterende aanwezigheid van
de ME.
Politie die bewust op afstand De politie wordt gezien als een
blijft, waardoor de sleutelfiguren de externe, vijandige groep ('us-
ruimte krijgen om te de-escaleren. versus-them').
Methodologische Inzichten
De onderzoekers combineerden twee methoden om een diepgaand inzicht
te krijgen in de conflictmechanismen. Ten eerste maakten zij gebruik van
video-observaties van gemeentelijke beveiligingscamera's. Dit bood een
objectieve blik op de daadwerkelijke interactiepatronen, bewegingen en de
sequentiële opbouw van gebeurtenissen. Ten tweede voerden zij
kwalitatieve interviews met de betrokken sleutelfiguren en
politieagenten. Deze interviews waren essentieel om de motivaties achter
hun handelen, de aard van hun sociale relaties en hun strategische
overwegingen te begrijpen. Deze combinatie van methoden maakte het
mogelijk om niet alleen te zien wat er gebeurde, maar ook waarom het
gebeurde.
De Politierol bij Studentenprotesten (Bron: Keesman,
"Studentenprotesten, polarisatie en de rol van de politie")
Context en Probleemstelling
In het voorjaar van 2024 vonden er wereldwijd pro-Palestijnse
studentenprotesten plaats, zo ook in Nederland en België. De studenten
eisten dat hun universiteiten de banden met Israëlische instellingen
zouden verbreken, een zogenoemde academische boycot. Keesman