Opbouw katern/historische context
A 1515-1572: Oorzaak opstand (direct/indirect)
B 1572-1588: Verloop opstand tot stand komen
republiek (1588) C 1588-…: Republiek na 1588 (bestuur,
economie, cultuur)
A. De Nederlanden (17 gewesten) onder gezag van:
-In de late Middeleeuwen onderdeel van Het Heilige Roomse rijk of Franse
koninkrijk
-1381-1477: onderdeel van Hertogdom Bourgondië. Onder de Bourgondische
hertogen vonden centralisatie pogingen plaats
-1477-1588: onderdeel van het Habsburgse Duitse Keizerrijk (tot 1555), daarna
valt het onder het Spaanse koninkrijk onder leiding van Filips II
-Spaanse koninkrijk onder leiding van Filips II tegen Spanje/Filips II opstand
drie indirecte oorzaken opstand
1. Politiek – centralisatiestreven van Filips II botst met particularisme van steden
en gewesten, dat wil zeggen dat ze hun onafhankelijke positie willen behouden.
(de landvoogd(es) en drie Collaterale raden vormden een centrale regering voor
alle gewesten. Deze machtsvergroting botste met de opkomst van de burgerij)
(verplicht voorbeeld p. 31; De instelling van drie collaterale raden 1531) De Raad
van State (zette het regeringsbeleid uit), De Geheime Raad (uitvoering van het
beleid, De Raad van Financiën (voerde het financiële beleid)
2. Economisch – stijgende belastingdruk van Spanje (bv. Tiende penning)
misoogsten/hongersnoden in Nederland
3. Religieus – Strenge (Katholieke) godsdienstpolitiek tegen de ketters (verplicht
voorbeeld p32. Bloedplakkaten; De inquisitie = rechtbank van de Katholieke kerk,
vervolgde ketters. Vaak kregen deze ketters de doodstraf, vandaar dat het
bloedplakkaten worden genoemd. Deze bloedplakkaten zijn een duidelijk
voorbeeld van het in deze tijd opkomende streven van vorsten naar
alleenheerschappij = absolutisme) in Nederland wens tot godsdienstvrijheid.
Oorzaak = hervormingsbewegingen (16e eeuw)
protestbeweging (hervormers) die bezwaren had tegen de leer en de praktijk
van de Katholieke kerk. o.a. Luther en Calvijn
-leer: tot god te komen door zelf te bidden, zelf
de bijbel te lezen zonder tussen komst van geestelijken.
-praktijk: tegen zelfgemaakte
regels en rituelen van de katholieke kerk, bv. celibaat. bijvoorbeeld:
De aflatenhandel, de heilige verering, biechten, celibaat (geestelijke mogen niet
trouwen)
Het Lutheranisme was populair onder Duitse vorsten, namelijk omdat
-De vorsten het hoofd werden van de kerk
-Zij konden de kloosters sluiten en bezittingen van de
, kloosters overnemen -Volgens het lutheranisme moesten
onderdanen de vorst altijd gehoorzamen
Verschil tussen het Lutheranisme en Calvinisme
-Bij de Calvinisten bestuurt iedere ‘gemeente’ zichzelf door
een raad van gekozen ouderlingen -Calvinisten mogen tegen hun vorst in
verzet komen = verzetstheorie -extra calvinistisch:
Predestinatieleer (=god bepaald bij de geboorte al of je naar de hemel
gaat)
1566 aanbieding smeekschrift (=Beëindiging kettervervolging) Margaretha
onder druk matigen kettervervolging augustus 1566 Calvinisten ruiken
vrijheid hagenpreken en de beeldenstorm woedende Filips II vervangt
Margaretha door Alva keihard optreden tegen calvinisten/ketters (succes)
directe oorzaak van de opstand invasies vanuit het buitenland om het
Spaanse gezag te verdrijven, door gevluchte inwoners(1578 Slag bij Heiligerlee)
directe oorzaak van de opstand (boek) het beleid dat de Hertog van
Alva voert in de Nederlanden