&
Burgerschap
1
, Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Kritische denkvaardigheden
Opdracht 1 3
Opdracht 2 4
Hoofdstuk 2: 21e eeuwse vaardigheden
Opdracht 3 5
Hoofdstuk 3: Dimensie vitaal
Opdracht 4 6
Opdracht 5 9
Hoofdstuk 4: Politiek-juridische dimensie
Opdracht 6 11
Opdracht 7 14
Hoofdstuk 5: Sociaal-maatschappelijke
dimensie
Opdracht 8 15
Opdracht 9 16
Hoofdstuk 6: Economische dimensie
Opdracht 10 18
Opdracht 11 19
Bronvermelding 20
2
, Hoofdstuk 1
Kritische denkvaardigheden
Opdracht 1:
Kritisch denken gaat niet over wat we denken, maar over hoe we denken.
Het gaat er dus niet om dat iedereen het altijd met elkaar eens is, maar
dat je vraagstukken vanuit verschillende kanten kunt bekijken en daarna
tot een afgewogen en gefundeerd oordeel kunt komen. Kritisch denken is
dus het proces om te komen tot een grondig, door betrouwbare gegevens
onderbouwd, oordeel. Zo’n oordeel kan een keuze zijn, maar ook een
mening of een oplossing voor een probleem. Het proces van kritisch
denken vraagt om bepaalde vaardigheden en om een bepaalde houding.
Het proces van kritisch denken bestaat dan ook uit vier fases, te weten:
Verzamelen:
Bij het verzamelen van informatie vorm je je een beeld over een
onderwerp waar je kritisch over wilt nadenken. Je kunt hierbij gebruiken
van wat je al weet, aangevuld met nieuwe informatie (waar je naar op
zoek gaat) of informatie die je aangereikt wordt. Belangrijk is om
verschillende perspectieven en bronnen van informatie te benutten. Dit is
de aanzet tot het begrijpen van de informatie en als er iets niet duidelijk is
om op verder onderzoek uit te gaan.
Beoordelen:
Bij het beoordelen van de verzamelde informatie weeg je af hoe
betrouwbaar en bruikbaar ze zijn. Hierbij maak je onderscheid tussen
feiten, meningen, aannames en beweringen. In deze fase kun je bepalen
welke bronnen je wilt gebruiken.
Analyseren:
Bij het analyseren plaats je losse stukjes informatie in een grotere
context. Je moet de informatie structureren en groeperen. Ook is het
belangrijk om aanvullende vragen te stellen of aanvullende informatie te
zoeken. Verschillende argumenten weeg je tegen elkaar af tijdens een
analyse.
Concluderen:
Bij het concluderen gebruik je je analyse om te komen tot een
weloverwogen en betrouwbaar oordeel. Belangrijk is je conclusie te
trekken op basis van de gevonden informatie. Daarnaast is het zaak om
ook je standpunt te kunnen verwoorden en onderbouwen met relevante
argumenten. In deze laatste fase moet je ook reflecteren op de mogelijke
3