Hoorcollege 1
Tip: leer het lezen van de teksten in het wetboek, raak ermee bekend en begrijp de tekst.
Het leren lezen van het wetboek is daarin belangrijker dan het uit je hoofd stampen van het
literatuurboek. Het boek zou de docent gebruiken als naslagwerk. Wanneer je iets niet
begrijpt in het wetboek bijvoorbeeld, grijp dan terug naar het boek.
Wat er met de colleges mee wordt gegeven is de hoofdlijn; focus je daarop.
Algemene VPB achtergrondinformatie
Verwachte VPB opbrengsten 2025
Verwachte opbrengst: € 46,6 miljard.
Conjunctuurgevoelig: de opbrengst hangt sterk af van de stand van de economie.
● Gaat het goed → hogere winsten → hogere VPB-opbrengsten.
● Gaat het slecht → lagere winsten → lagere opbrengsten.
De VPB is daarom een volatiele belastingbron voor de overheid.
Voor de overheid zijn sommige belastingen stabieler, zoals een bezitsbelasting op
onroerend goed.
● Onroerend goed is immers altijd van iemand, waardoor de belastinggrondslag minder
meebeweegt met de conjunctuur.
Voor het tentamen is het belangrijk te weten hoe de VPB zich verhoudt tot andere
belastingopbrengsten (bijvoorbeeld omzetbelasting en loonheffing zijn constanter en vaak
groter qua aandeel).
,Rechtsgronden VPB
De vennootschapsbelasting rust in Nederland op twee hoofdgedachten:
1. Neutraliteitsprincipe (zelfstandigheidsgedachte)
● Economische activiteiten moeten worden belast, ongeacht de rechtsvorm waarin
ze plaatsvinden.
● Zonder VPB zouden ondernemers massaal overstappen naar de BV- of NV-vorm om
belasting te ontwijken.
● De VPB waarborgt dus een gelijke fiscale behandeling tussen IB-ondernemers
(eenmanszaak, VOF) en rechtspersonen (BV/NV).
2. VPB als voorschot op de IB (met name voor ab-houders, box 2)
● De VPB fungeert als een eerste heffing; pas bij uitkering aan de aandeelhouder
volgt de IB-heffing in box 2.
● Het doel is een globaal evenwicht te creëren tussen:
○ IB-ondernemers (box 1) → tarief max. ca. 49,5% (excl. grondslagcorrecties),
en
○ Aanmerkelijkbelanghouders (box 2) → gecombineerd VPB- + box 2-tarief,
ca. 39–50%.
● Belasting wordt uiteindelijk altijd gedragen door natuurlijke personen.
Gedragseffecten
● Een verhoging van de VPB leidt vaak tot doorwerking in de economie:
, ○ Bedrijven verhogen prijzen (bijv. brood wordt duurder),
○ of drukken loonkosten om het resultaat op peil te houden.
● Bij wijzigingen in het VPB-tarief komt meteen de vraag op of het box 2-tarief wordt
aangepast, en vice versa. Het ene kan niet los van het andere worden gezien.
Belangrijk voor het tentamen is om de relatie tussen VPB en IB (Box 2) te begrijpen. Je hoeft
de percentages niet te onthouden. Het idee van globaal evenwicht is van belang.
Verschillende VPB-stelsels
1. Het klassieke stelsel (huidig stelsel in NL)
● Uitgangspunt: de rechtspersoon is zelfstandig belastingplichtig.
○ De vennootschap fungeert zelfstandig als heffingssubject
● De winst wordt belast bij de vennootschap, ongeacht of deze wordt uitgekeerd of
ingehouden (art. 10 lid 1 sub a Wet VPB 1969).
● De aandeelhouder wordt pas later belast als winstuitkeringen plaatsvinden (box 2).
● Kenmerk: dubbele heffing mogelijk (eerst VPB, daarna IB bij uitkering).
2. Stelsel van volledige integratie
● Uitgangspunt: de vennootschap is géén zelfstandig heffingssubject.
● Gebaseerd op de verlengstukwinstgedachte: de winst van de vennootschap wordt
volledig toegerekend aan de aandeelhouder, ongeacht of deze is uitgekeerd of niet.
● De vennootschap betaalt zelf geen VPB.
● Kenmerk: effectieve belastingdruk volledig afhankelijk van het tarief van de
aandeelhouder (IB).
3. Het verrekeningsstelsel
● Uitgangspunt: de vennootschap wordt deels als verlengstuk van de aandeelhouder
gezien.
● De winst wordt eerst belast met VPB.
● Die VPB geldt als voorheffing op de inkomstenbelasting van de aandeelhouder.
● Bij de aandeelhouder wordt de volledige winst belast alsof die direct aan hem toeviel,
maar de reeds betaalde VPB wordt verrekend.
● Kenmerk: uiteindelijk is het IB-tarief bij de aandeelhouder leidend voor de effectieve
belastingdruk.
Afwenteling en VPB
Wat is afwenteling?
● Afwenteling betekent dat de formele belastingplichtige (bij VPB: de vennootschap) de
belasting weliswaar afdraagt, maar de economische last wordt gedragen door een
ander.
● Rechtspersonen zoals BV’s en NV’s kunnen de belasting immers doorberekenen in
hun prijzen, lonen of dividendbeleid.
● Uiteindelijk zijn het altijd natuurlijke personen die de belastinglast dragen.
, Voorbeelden:
1. Woningcorporaties (VPB-plicht sinds 2008)
● Woningcorporaties moeten sindsdien VPB betalen over hun activiteiten (zoals
verhuur).
● Dit verkleint hun beschikbare middelen voor onderhoud of nieuwbouw.
● Gevolg: huurders ervaren de last, bijvoorbeeld door hogere huren of achterblijvend
onderhoud.
2. Supermarkten en “graaiflatie”
● Ook hier kan VPB indirect worden afgewenteld.
● Bijvoorbeeld: een supermarkt houdt de prijs gelijk, maar levert minder product
(kleinere verpakking).
● De consument draagt zo feitelijk de belastingdruk.
Verhouding VPB en dividendbelasting (DB)
Zelfstandige belastingen
● VPB: belasting over de winst van de vennootschap zelf.
● DB: belasting over winstuitkeringen (dividenden) aan aandeelhouders.
● Het zijn twee aparte belastingen, die formeel los van elkaar bestaan.
Binnenlandse verhoudingen
In binnenlandse verhoudingen geldt de DB als voorheffing op de VPB van de
aandeelhouder (art. 25 lid 1 Wet VPB 1969).
Die verrekening werkt hetzelfde als het verrekeningsstelsel. DB wordt als het ware een
voorheffing op de uiteindelijke VPB van de aandeelhouder. Zie onderstaand voorbeeld: