Inleiding in de pedagogiek hoofdstuk 1
1.2 Wat is pedagogiek?
Griekse woord -> paidagoogia = pais (kind) + agogein (leiden) =
kinderleiding
Beïnvloed door tijd en cultuur
Andere woorden voor pedagogiek:
1. Opvoedkunde -> richt zich op de vaardigheden van de opvoeder
2. Opvoedingsleer -> richt zich op het verzamelen van kennis over opvoeden
3. Opvoedingswetenschap -> richt zich op het ontwikkelen van theorieën
over en methoden met betrekking tot opvoeden
Hulpwetenschappen
Word door pedagogen het gebruik van psychologische, sociologische,
filosofische, theologische (levensbeschouwing) en andragogische
wetenschappen genoemd.
Nature (aanleg)
Genetische factoren
Is al aanwezig -> aangeboren
Nurture (opvoeding/omgeving)
Invloeden van buitenaf -> opvoeding, cultuur, sociale omgeving,
ervaringen
Aangeleerd
Opvoeding
Alle omgang tussen ouder en kind waarbij gericht een relatie wordt aangegaan.
In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid,
intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal
het kind tot zelf ontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de
,nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan
zijn verdere leven.
Sprake van opvoeding als de volgende 3 punten ter sprake komen tussen ouder
en kind:
Wederzijds respect tussen ouder en kind.
Kind ervaart voldoende veiligheid bij, heeft vertrouwen in, kan rekenen op,
voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder.
Kind wordt uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te
experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen krijgt in zijn
omgeving.
1.3 De 4 basisdimensies van opvoeden
4 basishandelingen:
1. Ondersteuning bieden
2. Instructie geven
3. Controle uitoefenen
4. Grenzen stellen
*kunnen niet apart toegepast worden
Ondersteuning bieden
Warmte en affectie
Duiden op emotionele beschikbaarheid van de ouder
Zijn niet weg te denken uit de opvoeding van een kind, ze betekenen veel
voor het welzijn van het kind
Positieve ontwikkeling
Te weinig -> kunnen zorgen voor agressie, vandalisme en delinquentie bij
het kind tot ver in de volwassenheid.
Responsiviteit
Gaat nauw verwant aan het warmteaspect
Duidt de mate van adequaat reageren van de ouder op de signalen van
het kind aan
Hierbij gaat sensitiviteit vooraf
Een responsieve ouder is gericht op de signalen die het kind uitzendt
De signalen worden door de ouder opgemerkt (sensitief) en er wordt
adequaat op gereageerd (responsief) -> positieve ontwikkeling
Beloning
, Kan bestaan uit een kusje, knuffel, opgestoken duim, schouderklopje of
knipoog, dit zijn psychische of emotionele beloningen. Of extra zakgeld,
stickerboekje of iets dergelijks, dit zijn materiële beloningen.
Kan vanuit de operante conditionering als een bekrachtiger worden
opgevat en zorgt ervoor dat een kind een gepleegde handeling vaker laat
zien en dit zorgt bij het kind voor een goed gevoel.
Doel: gewenst gedrag stimuleren
Straf
Wordt toegepast bij grensoverschrijdend gedrag van het kind
Door te straffen biedt de ouder het kind de gelegenheid om te reflecteren
op zijn gedrag en ongewenst gedrag af te leren.
Wordt ter ondersteuning van het gewenste gedrag aan het kind opgelegd.
Negeren
Als de kind regelmatig ongewenst gedrag vertoont, door het gedrag te
negeren zal het kind hier uiteindelijk mee stoppen
Ondersteuning
Kan materieel worden gegeven, zoals een nieuwe schoolagenda of een
bijtring
Of door iets samen te doen, het kind aanwijzingen en adviezen te geven
Alle vormen van ondersteuning leiden tot een emotioneel goed gevoel bij
het kind
Consequent gedrag
De ouder moet ervoor zorgen dat het kind de opgelegde straf ook
daadwerkelijk ondergaat
Betrouwbaar, voorspelbaar en standvastig handelen
Gedrag regulatie
Het vermogen om je eigen gedrag te sturen, controleren en aanpassen
aan de situatie, doelen of sociale normen.
Instructie geven
Houdt in duidelijk maken aan het kind wat de bedoeling van iets is en welk
gedrag verwacht wordt. Het gaat hier om de informatie die het kind krijgt voor
het ontwikkelen van kennis en vaardigheden.
Doel: zo leert het zich redden in moeilijke situaties en ontwikkelt het zijn
eigenheid.
Als kinderen overladen worden met instructies van de ouder kan het
volgende gebeuren:
Het kind zal geen eigen initiatieven durven ontplooien.
Het kind zal te veel bezig zijn met wat de ouder zal denken van de acties
die het van plan is te ondernemen, waardoor het niet durft te handelen.
, Controle uitoefenen
Kan worden uitgeoefend door het kind uitleg te geven waarom iets moet of niet
mag, door een beroep te doen op zijn verantwoordelijkheid en zelfstandigheid,
en informatie en aanwijzingen te geven ¿ autoritatieve controle.
Autoritatieve en autoritaire controle
Hebben volgens Dekavic en collega's verschillend effect op de
ontwikkeling van het kind.
Autoritaire of restrictieve controle
Wordt door Dekovic en collega's omschreven als het opvoedgedrag
waarbij de ouder druk uitoefent op het kind om correct gedrag te
vertonen.
Macht en gezag van de ouder ten opzichte van het kind spelen een
centrale rol.
Blijkt een negatieve invloed te hebben op de sociale en cognitieve
competentie van het kind.
Autoritatieve controle
Wordt door Gerrits, Dekovic, Groenendaal en Noorn (1996) omschreven
als gedragingen van de ouder waarbij uitleg wordt gegeven aan het kind
en eisen worden gesteld aan zijn zelfstandigheid.
Het kind wordt sterk aangemoedigd en ondersteund door de ouder om zijn
eigen handelen te onderzoeken en er verantwoordelijkheid voor te nemen.
Een positief effect, belonen
Kenmerk Autoritatief Autoritair
Definitie Een ouder die duidelijke Een ouder die strikte
regels stelt, maar ook uitleg regels oplegt en
geeft en flexibel is. gehoorzaamheid
verwacht zonder uitleg
of inspraak.
Communicatie Tweezijdig: luistert naar de Eenzijdig: bevelen
ander, legt uit waarom worden gegeven zonder
regels bestaan. discussie of uitleg.
Controle & Richt zicht op begeleiding, Richt zich op strikte straf
discipline aanmoediging en redenatie. en gehoorzaamheid bij
overtreding.
Flexibiliteit Hoog: regels kunnen worden Laag: regels zijn strikt en
aangepast afhankelijk van onveranderlijk.
de situatie.
Effect op de ander Bevordert, zelfstandigheid, Kan angst,
zelfvertrouwen en afhankelijkheid of
verantwoordelijkheid. rebellie veroorzaken.
Autoritatief = "Ik stel regels, maar ik leg uit en luister ook naar jou."
Autoritait = "Ik bepaal de regels en je volgt ze, punt."
1.2 Wat is pedagogiek?
Griekse woord -> paidagoogia = pais (kind) + agogein (leiden) =
kinderleiding
Beïnvloed door tijd en cultuur
Andere woorden voor pedagogiek:
1. Opvoedkunde -> richt zich op de vaardigheden van de opvoeder
2. Opvoedingsleer -> richt zich op het verzamelen van kennis over opvoeden
3. Opvoedingswetenschap -> richt zich op het ontwikkelen van theorieën
over en methoden met betrekking tot opvoeden
Hulpwetenschappen
Word door pedagogen het gebruik van psychologische, sociologische,
filosofische, theologische (levensbeschouwing) en andragogische
wetenschappen genoemd.
Nature (aanleg)
Genetische factoren
Is al aanwezig -> aangeboren
Nurture (opvoeding/omgeving)
Invloeden van buitenaf -> opvoeding, cultuur, sociale omgeving,
ervaringen
Aangeleerd
Opvoeding
Alle omgang tussen ouder en kind waarbij gericht een relatie wordt aangegaan.
In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid,
intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal
het kind tot zelf ontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de
,nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan
zijn verdere leven.
Sprake van opvoeding als de volgende 3 punten ter sprake komen tussen ouder
en kind:
Wederzijds respect tussen ouder en kind.
Kind ervaart voldoende veiligheid bij, heeft vertrouwen in, kan rekenen op,
voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder.
Kind wordt uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te
experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen krijgt in zijn
omgeving.
1.3 De 4 basisdimensies van opvoeden
4 basishandelingen:
1. Ondersteuning bieden
2. Instructie geven
3. Controle uitoefenen
4. Grenzen stellen
*kunnen niet apart toegepast worden
Ondersteuning bieden
Warmte en affectie
Duiden op emotionele beschikbaarheid van de ouder
Zijn niet weg te denken uit de opvoeding van een kind, ze betekenen veel
voor het welzijn van het kind
Positieve ontwikkeling
Te weinig -> kunnen zorgen voor agressie, vandalisme en delinquentie bij
het kind tot ver in de volwassenheid.
Responsiviteit
Gaat nauw verwant aan het warmteaspect
Duidt de mate van adequaat reageren van de ouder op de signalen van
het kind aan
Hierbij gaat sensitiviteit vooraf
Een responsieve ouder is gericht op de signalen die het kind uitzendt
De signalen worden door de ouder opgemerkt (sensitief) en er wordt
adequaat op gereageerd (responsief) -> positieve ontwikkeling
Beloning
, Kan bestaan uit een kusje, knuffel, opgestoken duim, schouderklopje of
knipoog, dit zijn psychische of emotionele beloningen. Of extra zakgeld,
stickerboekje of iets dergelijks, dit zijn materiële beloningen.
Kan vanuit de operante conditionering als een bekrachtiger worden
opgevat en zorgt ervoor dat een kind een gepleegde handeling vaker laat
zien en dit zorgt bij het kind voor een goed gevoel.
Doel: gewenst gedrag stimuleren
Straf
Wordt toegepast bij grensoverschrijdend gedrag van het kind
Door te straffen biedt de ouder het kind de gelegenheid om te reflecteren
op zijn gedrag en ongewenst gedrag af te leren.
Wordt ter ondersteuning van het gewenste gedrag aan het kind opgelegd.
Negeren
Als de kind regelmatig ongewenst gedrag vertoont, door het gedrag te
negeren zal het kind hier uiteindelijk mee stoppen
Ondersteuning
Kan materieel worden gegeven, zoals een nieuwe schoolagenda of een
bijtring
Of door iets samen te doen, het kind aanwijzingen en adviezen te geven
Alle vormen van ondersteuning leiden tot een emotioneel goed gevoel bij
het kind
Consequent gedrag
De ouder moet ervoor zorgen dat het kind de opgelegde straf ook
daadwerkelijk ondergaat
Betrouwbaar, voorspelbaar en standvastig handelen
Gedrag regulatie
Het vermogen om je eigen gedrag te sturen, controleren en aanpassen
aan de situatie, doelen of sociale normen.
Instructie geven
Houdt in duidelijk maken aan het kind wat de bedoeling van iets is en welk
gedrag verwacht wordt. Het gaat hier om de informatie die het kind krijgt voor
het ontwikkelen van kennis en vaardigheden.
Doel: zo leert het zich redden in moeilijke situaties en ontwikkelt het zijn
eigenheid.
Als kinderen overladen worden met instructies van de ouder kan het
volgende gebeuren:
Het kind zal geen eigen initiatieven durven ontplooien.
Het kind zal te veel bezig zijn met wat de ouder zal denken van de acties
die het van plan is te ondernemen, waardoor het niet durft te handelen.
, Controle uitoefenen
Kan worden uitgeoefend door het kind uitleg te geven waarom iets moet of niet
mag, door een beroep te doen op zijn verantwoordelijkheid en zelfstandigheid,
en informatie en aanwijzingen te geven ¿ autoritatieve controle.
Autoritatieve en autoritaire controle
Hebben volgens Dekavic en collega's verschillend effect op de
ontwikkeling van het kind.
Autoritaire of restrictieve controle
Wordt door Dekovic en collega's omschreven als het opvoedgedrag
waarbij de ouder druk uitoefent op het kind om correct gedrag te
vertonen.
Macht en gezag van de ouder ten opzichte van het kind spelen een
centrale rol.
Blijkt een negatieve invloed te hebben op de sociale en cognitieve
competentie van het kind.
Autoritatieve controle
Wordt door Gerrits, Dekovic, Groenendaal en Noorn (1996) omschreven
als gedragingen van de ouder waarbij uitleg wordt gegeven aan het kind
en eisen worden gesteld aan zijn zelfstandigheid.
Het kind wordt sterk aangemoedigd en ondersteund door de ouder om zijn
eigen handelen te onderzoeken en er verantwoordelijkheid voor te nemen.
Een positief effect, belonen
Kenmerk Autoritatief Autoritair
Definitie Een ouder die duidelijke Een ouder die strikte
regels stelt, maar ook uitleg regels oplegt en
geeft en flexibel is. gehoorzaamheid
verwacht zonder uitleg
of inspraak.
Communicatie Tweezijdig: luistert naar de Eenzijdig: bevelen
ander, legt uit waarom worden gegeven zonder
regels bestaan. discussie of uitleg.
Controle & Richt zicht op begeleiding, Richt zich op strikte straf
discipline aanmoediging en redenatie. en gehoorzaamheid bij
overtreding.
Flexibiliteit Hoog: regels kunnen worden Laag: regels zijn strikt en
aangepast afhankelijk van onveranderlijk.
de situatie.
Effect op de ander Bevordert, zelfstandigheid, Kan angst,
zelfvertrouwen en afhankelijkheid of
verantwoordelijkheid. rebellie veroorzaken.
Autoritatief = "Ik stel regels, maar ik leg uit en luister ook naar jou."
Autoritait = "Ik bepaal de regels en je volgt ze, punt."