2), uitwerking lessen en hoofdstukken Beroep op
Onderzoek & Basisboek Enquêteren
De eerste stap bij het maken van een enquête is het vertalen van de onderzoeksvraag in
concrete onderzoekbare termen. De onderzoekersvraag omvat vaak abstracte begrippen als
‘betrokkenheid’, ‘studiesatisficatie’ en ‘motivatie’. Dat zijn begrippen die je eerst concreet
moet maken om ze te kunnen meten.
Het concreet maken en daarmee meetbaar maken van je begrip heet operationaliseren. Het
operationaliseringsproces begint met de definitie van je begrip. Als je precies weet wat
daaronder wordt verstaan, kun je het gaan vertalen in concrete termen.
Vertalen van begrippen in empirische factoren:
Je hebt factoren gezocht die je in principe kunt vaststellen en waarmee je kunt meten.
Overigens hoef je niet altijd je begrippen te operationaliseren. Sommige begrippen, zoals
‘geslacht’ en ‘leeftijd,’ zijn zo duidelijk en concreet dat ze niet een om een nadere uitleg of
invulling vragen. Operationalisering is nodig bij abstracte, complexe begrippen, begrippen
die vragen om een vertaling in concrete termen, bijvoorbeeld in termen van gedrag.
Het operationaliseringsproces kent een aantal stappen:
- Definiëren van de abstracte begrippen
- Vaststellen van (sub)dimensies
- Per (sub)dimensie formuleren van meetbare indicatoren
Voor het operationaliseringsproces is literatuurstudie van groot belang. Veel onderzoekers
hebben waarschijnlijk met het operationelingsproces geworsteld, waar jij nu mee worstelt.
Ga niet het wiel opnieuw uitvinden. Maak gebruik van de ervaringen van anderen, dat
verhoogt de kwaliteit van jouw operationalisering.
Het startpunt van het operationaliseringsproces is het definiëren van de abstracte begrippen
uit je onderzoeksvraag.
Alvorens per (sub)dimensie vragen te formuleren, is het verstandig om eerst te bedenken
aan welke kenmerken je de (sub)dimensie kunt aflezen. Het is belangrijk om per
subdimensie naar meerdere indicatoren te zoeken. Op die manier speelt toeval namelijk een
minder grote rol en zal je meting betrouwbaarder zijn.
Probeer ook zo veel mogelijk concrete indicatoren te bedenken. Die zijn gemakkelijker en
betrouwbaarder vast te stellen.
Het wordt lastiger wanneer het om minder concrete zaken gaat, zoals gevoelens, gedachten
en attituden. Ook hier moet je goed nadenken over concrete indicatoren waaraan je het te
meten begrip kunt aflezen.
Respondenten = personen die daadwerkelijk deelnemen aan het onderzoek.
, Respons = degenen die zijn gevraagd en ook werkelijk de vragen hebben beantwoord (totaal
van de respondenten).
Non-respons = degenen die zijn gevraagd, maar weigeren of onbereikbaar zijn.
Onderzoeksobjecten = meestal de respondenten. Soms fungeert respondent respondent als
informant.
Item = onderdeel uit vragenlijst, meestal een vraag uit de vragenlijst.
Wanneer neem je enquêtes af?
- Algemeen: als je al genoeg weet om gerichte vragen te stellen
- Specifieker: bij survey-onderzoek, dus als je van veel mensen iets te weten wilt
komen over:
o Attitudes
o Opinies
o Gevoelens
o Gedachten
o Kennis
o Gedragsintenties
o Omstandigheden
Voor- en nadelen van enquêtes
Voordelen:
Snel, gemakkelijk, goedkoop grote groepen mensen bereiken
In korte tijd informatie verzamelen over heel veel verschillende onderwerpen
Informatie van verschillende personen is goed vergelijkbaar
Nadelen:
Soms onbetrouwbaar en niet valide door;
o Gebrekkige zelfkennis
o Selectief geheugen
o Sociale wenselijkheid
Lage respons door onderzoekmoeheid
Waarom je niet zomaar op iemand af kan stappen en vragen kunt stellen;
- Veel speelt zich onbewust af
- Veel wordt gemotiveerd in maatschappelijk gebruikelijke verwoordingen
- Drang tot sociale wenselijkheid, daardoor antwoordtendentie
- Kan alleen maar bewuste verwoordingen meten
- Antwoord is niet los te zien van vraag die eraan voorafging
Operationaliseren. Vertalen van de onderzoeksvraag in concrete onderzoekbare termen.
Belangrijk hierbij! Je hebt meestal één (of meerdere) tussenstappen nodig om het begrip om
te zetten tot een concrete vraag. Je analyseert dus eerst het begrip.
Drie stappen:
1. Duidelijk definiëren van abstracte begrippen