Diagnostiek hoorcolleges
HC 1 (04-02-2025)
Informatie & inleiding en typen diagnostiek
Nvo beroepscode belangrijk voor skj geregistreerde en big geregistreerde (ortho)pedagogen.
Nvo richtlijnen voor de casusbeschrijving. Belangrijk voor de verslaglegging van het diagnostisch
onderzoek.
Inventarisatie van startpositie en verklarende vragen, dit allemaal doelgericht om uiteindelijk een
behandelplan op te kunnen stellen.
Diagnostiek kunnen onderscheiden van beelden. Iets vaststellen op grond van verschijnselen
Het volgen van procedures helpt om globaal gezien dezelfde stappen te zetten in de diagnostiek. Zo
werken alle orthopedagogen op dezelfde manier. Richtlijnen zijn hierin dus belangrijk.
Diagnostiek is meer dan alleen een diagnose stellen. Het is het hele proces van kennismaking,
informatie verzamelen en komen tot een gericht advies.
Orthopedagogen zijn bezig met de handelingsgerichte aanpak.
Voor het diagnostisch proces heb je nodig:
- Theorieën en concepten
o Je moet weten of het gedrag afwijkend is en wat normaal gedrag in de context is
o Veel waarom en hoe vragen.
- Kennis over meetinstrumenten
o Je wil de kenmerken van het kind of het gezin in kaart brengen. Daarvoor heb je
kennis nodig over de middelen die je hiervoor kunt gebruiken
- Kennis over testleer
o Om het juiste instrument te kiezen heb je kennis over de psychometrie nodig
- Diagnostisch proces is de paraplu van bovengenoemde drie
o Normatieve modellen en procedures die volgorde bepalen van aanmelding tot advies
o Hiermee zorg je er mede voor dat je repliceerbaar bent, zo kan een andere
onderzoeker het nadoen indien nodig. Daarnaast zorgen de richtlijnen ervoor dat elke
orthopedagoog ongeveer hetzelfde handelt, zodat het als cliënt niet zo veel uitmaakt
wie je precies treft.
Belangrijk om de basisprincipes van de relatie met de cliënt na te streven: genoeg nabijheid zoeken om
een band op te bouwen, maar ook genoeg afstand bewaren om moeilijke vragen te stellen of moeilijke
kwesties bespreekbaar te maken.
De COTAN is heel belangrijk. Hier kunnen instrumenten en hun theoretische uitgangspunten
gevonden worden.
,Afhankelijk van de antwoorden op de vragen in de praktijk ga je een proces in. Dit bepaald wat de
vervolgstappen gaan zijn. Daarom moet je goed weten wat er van je wordt gevraagd. Op basis van die
antwoorden pas je je beslissingen aan.
Begin aan diagnostisch proces belangrijk om te weten welke vragen er aan de orthopedagoog gesteld
worden, en waarbij het systeem geholpen gaat zijn.
Het type vraag bepaald het type diagnostiek.
Verhelderende diagnostiek:
- Het begin van de diagnostiek
- Hoe ervaren alle betrokkenen het gedrag van het kind?
o Wat zijn de klachten en zorgen, hoe zijn deze ontstaan, en wanneer voelt het cliënt en
zijn systeem zich geholpen?
- Dit is het ordenen van klachten en hulpvragen.
- Oppervlakkige informatie over een breed scala aan onderwerpen verzamelen
- Geen antwoord of beslissing
Preventieve diagnostiek: bijvoorbeeld screening van kinderen bij consultatiebureaus of
leerlingvolgsysteem op scholen. Deze gegevens helpen bij het vormen van een basisbeeld van het
kind.
Onderkennende diagnostiek:
- Beschrijvende of karakteriserende diagnostiek
o Objectieve beschrijving van het probleem
o Classificatie
o Niveaubepaling
- Inzoomen op bepaalde type problematiek waar je iets van wil weten
- Classificeren lijkt verklarende diagnostiek, maar dat is het niet!
- Classificeren is geen doel op zich, maar kan soms wel helpend zijn omdat het toegang verleent
voor het een en ander. Maar, doel is vaak gericht op verandering voor een kind binnen een
context, en daar is classificatie niet per se bij nodig.
Verklarende diagnostiek:
- Je wil weten hoe het komt dat bepaald probleemgedrag voorkomt. Dat helpt om de
problematiek te begrijpen en biedt aanknopingspunten voor behandeling
- Je onderzoekt factoren die problemen veroorzaken of in stand houden
- Wetenschappelijke en parate kennis is essentieel om te bepalen welke factoren relevant zijn
- ‘waarom reageert een kind hoe die reageert’: wat is de functie van het gedrag of wat zijn de
consequenties van dit gedrag
Indicerende diagnostiek (in enge zin):
- Je wil nagaan of een bepaald type behandeling of plaatsing geschikt is voor een kind, of die
voldoet aan de toelatingscriteria en er geen contra-indicaties aanwezig zijn
- Twee typen:
o Plaatsing: toewijzen aan de meest geschikte behandeling: kiezen uit alternatieven
o Selectie: bepalen van geschiktheid voor behandeling
,(Be)handelingsgerichte diagnostiek/ indicerende diagnostiek in ruime zin:
- Wat heeft een kind nodig?
- Hulpverlening moet ingericht worden en de kans van slagen van een bepaalde interventie
wordt geschat
o Behandelingsplannen
o Taxatie veranderbaarheid
Je vraagt je af: lukt het dit cliëntsysteem om mijn advies op te gaan volgen?
Evaluatieve diagnostiek:
- Heeft de geadviseerde behandeling het verwachte en gewenste effect opgeleverd? Zijn de
problemen verminderd of verdwenen?
- Vindt plaats een tijdje nadat de plaatsing of behandeling is geïndiceerd
- Omvat ook een monitoring tijdens of na de behandeling: worden de doelen wel behaald?
Het diagnostisch proces is zo kort als mogelijk, maar zo uitgebreid als nodig.
HC 2 (07-02-2025)
Diagnostiek binnen de (ortho)pedagogiek
Afhankelijk van de hulpvraag kun je verschillende typen diagnostiek doen. Onderkennend, verklarend,
indicerend (smal), behandelingsgericht, evaluatief.
Diagnostiek gaat vaan van algemeen en screenend naar meer verdiepend en richting de vraag wat er
daarom dus nodig is.
De opvolging en opbouwing van de diagnostiek met de verschillende chronologische volgorde zoals
hierboven besproken klinkt heel logisch en navolgbaar. Maar het werkt niet altijd zo stapsgewijs als
dat er in het boek beschreven wordt. De zeven stappen zijn de theorie en zoals in het tekstboekje
beschreven wordt, maar in het echt loopt dit vaker door elkaar heen.
Onthoud:
De vraagstelling of de combinatie van vraagstellingen stuurt het type diagnostiek en de procedure en
stappen die daarna genomen gaan worden zijn daarvan afhankelijk.
De empirische cyclus en de regulatieve cyclus zijn beiden heel belangrijk voor het diagnostisch
proces.
Alle diagnostische modellen hebben de empirische cyclus als basis en volgen eenzelfde logica. Deze
cyclus verwijst naar een wetenschappelijke werkwijze en wetenschappelijk denken, waarbij de
juistheid van hypothesen getoetst wordt. In elke fase van het diagnostisch proces ben je bezig met het
opstellen en toetsen van hypothesen.
Door de empirische cyclus te gebruiken, kan het proces in principe herhaald worden door andere
onderzoekers. Dit maakt het proces expliciet en transparant, controleerbaar en haalbaar.
Je laat je in het diagnostisch proces leiden door de theorie die je hebt en kent.
, Als praktijkwetenschapper zoek je de verbinding tussen de wetenschappelijke kennis die je hebt en de
observaties en waarnemingen die je in de praktijk ziet. Dit moet je verantwoord op papier kunnen
vastleggen. Belangrijk dat je je handelen en je denkproces kan verantwoorden en uitleggen.
Als diagnostiek loop je snel in een tunnelvisie. Daarom is kwalitatieve diagnostiek nodig, omdat de
valkuil verkleind wordt. Minder risico om de problematiek van de cliënt alleen maar te benaderen
vanuit je eigen bril. Valkuilen: oordeelsfouten en minder adequate interventies, en de beveiliging
vervalt dan.
Empirische cyclus:
1. Observatie
2. Inductie
3.
3a. Deductie
3b. Operationalisering
4. Toetsing
5. Evaluatie
De uitkomst van een diagnostisch onderzoek is geen keihard feit, het is een geconstrueerd gegeven. De
conclusie is wel te volgen en te controleren. Een andere gedragswetenschappen zou mogelijk tot
andere conclusies komen. De statistiek is belangrijk bij de interpretatie van een onderzoek.
Twee belangrijke modellen:
- Balansmodel (Draaglast wordt afgewogen tegen draagkracht en uit zich in risicofactoren en
beschermende factoren op zowel micro, meso- en macroniveau. Gezinsfactoren, kindfactoren
en ouderfactoren, sociale factoren, buurt factoren, SES, culturele factoren, maatschappelijke
factoren)
- Bio psychosociaal model (aandacht voor de interactie tussen: psychische mogelijkheden en
ontwikkeling, sociale mogelijkheden en ontwikkeling & lichamelijke mogelijkheden en
ontwikkeling)
In de praktijk zijn de orthopedagogische diagnostiek en de traditionele psychodiagnostiek niet zo goed
uit elkaar te halen, maar vanuit de leer is dit anders ingezet en anders beschreven.
Accentverschillen vanuit de leer:
- Doelstelling (wat moet de diagnostiek opleveren)
- Diagnose (waar zoeken we de oorzaak en hoe benoemen we dit)
- Object (waar richten we ons op?, wie maken we onderdeel van de diagnostiek?)
Traditionele psychodiagnostiek moet iets opleveren over wat er aan de hand is en of dit geclassificeerd
kan worden. Ook het advies en wat de plaatsing en selectie gaat zijn is hier belangrijk.
Als orthopedagoog zijn we veel meer geïnteresseerd in een goede behandeling of passende
begeleiding. Altijd al bezig met hoe het gevolg eruit komt te zien. Je kunt in de diagnostiek al een
veranderingsgerichte hypothese toevoegen. Preventie, interventie en evaluatie.
- Waar zit de verandering? En waar zit dus de aansluiting voor deze verandering?
De diagnose van orthopedagogische diagnostiek is de uitspraak over de meest gewenste vorm van
interventie. Behandelingsgerichte diagnostiek.
- Benodigde hulp
HC 1 (04-02-2025)
Informatie & inleiding en typen diagnostiek
Nvo beroepscode belangrijk voor skj geregistreerde en big geregistreerde (ortho)pedagogen.
Nvo richtlijnen voor de casusbeschrijving. Belangrijk voor de verslaglegging van het diagnostisch
onderzoek.
Inventarisatie van startpositie en verklarende vragen, dit allemaal doelgericht om uiteindelijk een
behandelplan op te kunnen stellen.
Diagnostiek kunnen onderscheiden van beelden. Iets vaststellen op grond van verschijnselen
Het volgen van procedures helpt om globaal gezien dezelfde stappen te zetten in de diagnostiek. Zo
werken alle orthopedagogen op dezelfde manier. Richtlijnen zijn hierin dus belangrijk.
Diagnostiek is meer dan alleen een diagnose stellen. Het is het hele proces van kennismaking,
informatie verzamelen en komen tot een gericht advies.
Orthopedagogen zijn bezig met de handelingsgerichte aanpak.
Voor het diagnostisch proces heb je nodig:
- Theorieën en concepten
o Je moet weten of het gedrag afwijkend is en wat normaal gedrag in de context is
o Veel waarom en hoe vragen.
- Kennis over meetinstrumenten
o Je wil de kenmerken van het kind of het gezin in kaart brengen. Daarvoor heb je
kennis nodig over de middelen die je hiervoor kunt gebruiken
- Kennis over testleer
o Om het juiste instrument te kiezen heb je kennis over de psychometrie nodig
- Diagnostisch proces is de paraplu van bovengenoemde drie
o Normatieve modellen en procedures die volgorde bepalen van aanmelding tot advies
o Hiermee zorg je er mede voor dat je repliceerbaar bent, zo kan een andere
onderzoeker het nadoen indien nodig. Daarnaast zorgen de richtlijnen ervoor dat elke
orthopedagoog ongeveer hetzelfde handelt, zodat het als cliënt niet zo veel uitmaakt
wie je precies treft.
Belangrijk om de basisprincipes van de relatie met de cliënt na te streven: genoeg nabijheid zoeken om
een band op te bouwen, maar ook genoeg afstand bewaren om moeilijke vragen te stellen of moeilijke
kwesties bespreekbaar te maken.
De COTAN is heel belangrijk. Hier kunnen instrumenten en hun theoretische uitgangspunten
gevonden worden.
,Afhankelijk van de antwoorden op de vragen in de praktijk ga je een proces in. Dit bepaald wat de
vervolgstappen gaan zijn. Daarom moet je goed weten wat er van je wordt gevraagd. Op basis van die
antwoorden pas je je beslissingen aan.
Begin aan diagnostisch proces belangrijk om te weten welke vragen er aan de orthopedagoog gesteld
worden, en waarbij het systeem geholpen gaat zijn.
Het type vraag bepaald het type diagnostiek.
Verhelderende diagnostiek:
- Het begin van de diagnostiek
- Hoe ervaren alle betrokkenen het gedrag van het kind?
o Wat zijn de klachten en zorgen, hoe zijn deze ontstaan, en wanneer voelt het cliënt en
zijn systeem zich geholpen?
- Dit is het ordenen van klachten en hulpvragen.
- Oppervlakkige informatie over een breed scala aan onderwerpen verzamelen
- Geen antwoord of beslissing
Preventieve diagnostiek: bijvoorbeeld screening van kinderen bij consultatiebureaus of
leerlingvolgsysteem op scholen. Deze gegevens helpen bij het vormen van een basisbeeld van het
kind.
Onderkennende diagnostiek:
- Beschrijvende of karakteriserende diagnostiek
o Objectieve beschrijving van het probleem
o Classificatie
o Niveaubepaling
- Inzoomen op bepaalde type problematiek waar je iets van wil weten
- Classificeren lijkt verklarende diagnostiek, maar dat is het niet!
- Classificeren is geen doel op zich, maar kan soms wel helpend zijn omdat het toegang verleent
voor het een en ander. Maar, doel is vaak gericht op verandering voor een kind binnen een
context, en daar is classificatie niet per se bij nodig.
Verklarende diagnostiek:
- Je wil weten hoe het komt dat bepaald probleemgedrag voorkomt. Dat helpt om de
problematiek te begrijpen en biedt aanknopingspunten voor behandeling
- Je onderzoekt factoren die problemen veroorzaken of in stand houden
- Wetenschappelijke en parate kennis is essentieel om te bepalen welke factoren relevant zijn
- ‘waarom reageert een kind hoe die reageert’: wat is de functie van het gedrag of wat zijn de
consequenties van dit gedrag
Indicerende diagnostiek (in enge zin):
- Je wil nagaan of een bepaald type behandeling of plaatsing geschikt is voor een kind, of die
voldoet aan de toelatingscriteria en er geen contra-indicaties aanwezig zijn
- Twee typen:
o Plaatsing: toewijzen aan de meest geschikte behandeling: kiezen uit alternatieven
o Selectie: bepalen van geschiktheid voor behandeling
,(Be)handelingsgerichte diagnostiek/ indicerende diagnostiek in ruime zin:
- Wat heeft een kind nodig?
- Hulpverlening moet ingericht worden en de kans van slagen van een bepaalde interventie
wordt geschat
o Behandelingsplannen
o Taxatie veranderbaarheid
Je vraagt je af: lukt het dit cliëntsysteem om mijn advies op te gaan volgen?
Evaluatieve diagnostiek:
- Heeft de geadviseerde behandeling het verwachte en gewenste effect opgeleverd? Zijn de
problemen verminderd of verdwenen?
- Vindt plaats een tijdje nadat de plaatsing of behandeling is geïndiceerd
- Omvat ook een monitoring tijdens of na de behandeling: worden de doelen wel behaald?
Het diagnostisch proces is zo kort als mogelijk, maar zo uitgebreid als nodig.
HC 2 (07-02-2025)
Diagnostiek binnen de (ortho)pedagogiek
Afhankelijk van de hulpvraag kun je verschillende typen diagnostiek doen. Onderkennend, verklarend,
indicerend (smal), behandelingsgericht, evaluatief.
Diagnostiek gaat vaan van algemeen en screenend naar meer verdiepend en richting de vraag wat er
daarom dus nodig is.
De opvolging en opbouwing van de diagnostiek met de verschillende chronologische volgorde zoals
hierboven besproken klinkt heel logisch en navolgbaar. Maar het werkt niet altijd zo stapsgewijs als
dat er in het boek beschreven wordt. De zeven stappen zijn de theorie en zoals in het tekstboekje
beschreven wordt, maar in het echt loopt dit vaker door elkaar heen.
Onthoud:
De vraagstelling of de combinatie van vraagstellingen stuurt het type diagnostiek en de procedure en
stappen die daarna genomen gaan worden zijn daarvan afhankelijk.
De empirische cyclus en de regulatieve cyclus zijn beiden heel belangrijk voor het diagnostisch
proces.
Alle diagnostische modellen hebben de empirische cyclus als basis en volgen eenzelfde logica. Deze
cyclus verwijst naar een wetenschappelijke werkwijze en wetenschappelijk denken, waarbij de
juistheid van hypothesen getoetst wordt. In elke fase van het diagnostisch proces ben je bezig met het
opstellen en toetsen van hypothesen.
Door de empirische cyclus te gebruiken, kan het proces in principe herhaald worden door andere
onderzoekers. Dit maakt het proces expliciet en transparant, controleerbaar en haalbaar.
Je laat je in het diagnostisch proces leiden door de theorie die je hebt en kent.
, Als praktijkwetenschapper zoek je de verbinding tussen de wetenschappelijke kennis die je hebt en de
observaties en waarnemingen die je in de praktijk ziet. Dit moet je verantwoord op papier kunnen
vastleggen. Belangrijk dat je je handelen en je denkproces kan verantwoorden en uitleggen.
Als diagnostiek loop je snel in een tunnelvisie. Daarom is kwalitatieve diagnostiek nodig, omdat de
valkuil verkleind wordt. Minder risico om de problematiek van de cliënt alleen maar te benaderen
vanuit je eigen bril. Valkuilen: oordeelsfouten en minder adequate interventies, en de beveiliging
vervalt dan.
Empirische cyclus:
1. Observatie
2. Inductie
3.
3a. Deductie
3b. Operationalisering
4. Toetsing
5. Evaluatie
De uitkomst van een diagnostisch onderzoek is geen keihard feit, het is een geconstrueerd gegeven. De
conclusie is wel te volgen en te controleren. Een andere gedragswetenschappen zou mogelijk tot
andere conclusies komen. De statistiek is belangrijk bij de interpretatie van een onderzoek.
Twee belangrijke modellen:
- Balansmodel (Draaglast wordt afgewogen tegen draagkracht en uit zich in risicofactoren en
beschermende factoren op zowel micro, meso- en macroniveau. Gezinsfactoren, kindfactoren
en ouderfactoren, sociale factoren, buurt factoren, SES, culturele factoren, maatschappelijke
factoren)
- Bio psychosociaal model (aandacht voor de interactie tussen: psychische mogelijkheden en
ontwikkeling, sociale mogelijkheden en ontwikkeling & lichamelijke mogelijkheden en
ontwikkeling)
In de praktijk zijn de orthopedagogische diagnostiek en de traditionele psychodiagnostiek niet zo goed
uit elkaar te halen, maar vanuit de leer is dit anders ingezet en anders beschreven.
Accentverschillen vanuit de leer:
- Doelstelling (wat moet de diagnostiek opleveren)
- Diagnose (waar zoeken we de oorzaak en hoe benoemen we dit)
- Object (waar richten we ons op?, wie maken we onderdeel van de diagnostiek?)
Traditionele psychodiagnostiek moet iets opleveren over wat er aan de hand is en of dit geclassificeerd
kan worden. Ook het advies en wat de plaatsing en selectie gaat zijn is hier belangrijk.
Als orthopedagoog zijn we veel meer geïnteresseerd in een goede behandeling of passende
begeleiding. Altijd al bezig met hoe het gevolg eruit komt te zien. Je kunt in de diagnostiek al een
veranderingsgerichte hypothese toevoegen. Preventie, interventie en evaluatie.
- Waar zit de verandering? En waar zit dus de aansluiting voor deze verandering?
De diagnose van orthopedagogische diagnostiek is de uitspraak over de meest gewenste vorm van
interventie. Behandelingsgerichte diagnostiek.
- Benodigde hulp