Psychopathologie Hoorcolleges
HC 1: 28-10-2024
Ongeveer 10% van de kinderen heeft een psychische stoornis. Je kent dus al snel (meerdere) personen
die hiermee te maken hebben.
Hechting als factor voor stoornissen.
Jongens hebben vaker last van externaliserende problematiek, jongens zijn door hun XY chromosoom
extra kwetsbaar voor bepaalde ziektes en veel onderzoek is alleen op jongens gericht. Hierdoor wordt
er meer psychopathologie bij jongens geconstateerd.
Comorbiditeit is in de regel vaak heel hoog.
Bij het classificeren van psychopathologie is het belangrijk om de normale ontwikkeling in het
achterhoofd te houden. Bepaald gedrag kan op ene bepaalde leeftijd heel normaal zijn, maar op een
andere leeftijd kan dit problematisch zijn.
Stoornissen kunnen vanaf een bepaalde leeftijd pas tot uiting komen. Dit heeft ook met het
ontwikkelingsperspectief te maken.
Het ontwikkelingsperspectief is ook zeer belangrijk bij de expressie van stoornis. Met de jaren kan de
stoornis anders tot uiting komen en wordt dus aan de hand van andere kenmerken herkend.
Wanneer is er sprake van (ontwikkeling) psychopathologie?
a. Er moeten klachten aanwezig zijn
b. Wanneer deze klachten:
- Niet passen bij de leeftijd
- Niet/zeer moeilijk te corrigeren zijn
- Het algemeen functioneren ernstig nadelig beïnvloeden
- Het kind zelf en/of de omgeving doen lijden
- Uiteindelijk mogelijk de ontwikkeling doen stagneren
De sociaal-culturele context is van belang voor het al dan niet classificeren van gedrag als een
stoornis. Niet elke cultuur hangt dezelfde normen hiervoor aan.
Classificatiesystemen:
Je kunt door classificeren heel efficiënt communiceren wat er aan de hand is. Hierdoor spreekt
iedereen dezelfde taal en weten alle betrokkenen waar het over gaat.
2 veelgebruikte systemen:
- International classification of diseases
o ICD (nu: ICD-11)
o WHO= world health organization
- Diagnostic and statistical manual of the mental disorders
o DSM (nu: DSM-5-TR)
o APA = American Psychiatric Association
= consensus experts en kunnen worden ‘vertaald’ naar elkaar
,Voordelen:
- Duidelijke beschrijving van de problematiek
- Er is een internationale eenduidigheid
- De classificatiesystemen kunnen richting geven en ondersteunend zijn aan behandeling
Nadelen:
- Er is weinig informatie en erg gereduceerd
- Categoriale indeling
- Suboptimale basis voor behandeling
Er ligt een sterke nadruk op de kindfactoren, maar de omgeving speelt een grote rol in de ontwikkeling
van psychopathologie.
Denken in Assen bij het classificatiesysteem ICD. Wordt nog in werkveld gebruikt.
De DC 0-5 is een classificatiesysteem dat is gemaakt voor kinderen van de leeftijd 0-5. Beschikt in
tegenstelling tot ICD en DSM wel over verschillende assen. Dit systeem is nodig omdat er deze
leeftijdsgroep andere beschrijvingen nodig heeft om te kunnen classificeren.
Pervasieve ontwikkelingsstoornis een stoornis die al vanaf de geboorte/babytijd aanwezig is (ASS)
Er zijn veel verschillende factoren (kind, ouder, omgeving) die de behandeleffecten kunnen
voorspellen. Tabel in PowerPoint.
Coherentie en flexibiliteit in het functioneren van de familie/gezin zijn heel belangrijke voorspellers
voor de mate van het behandeleffect.
Rigiditeit wel samenhang (coherentie) maar geen flexibiliteit
Los zand gezin, weinig betrokkenheid, chaos gezin veel flexibiliteit maar weinig coherentie
Classificatie allen beschrijvend en niet verklarend
Diagnosticeren ‘nauwkeurig leren kennen’ :
- Hypothesen vormen o.b.v. informatie over:
o Symptomen
o Ontstaansgeschiedenis
o Relevante omstandigheden
o Observaties in verschillende contexten
o Reactie op bepaalde interventie
Bij classificeren worden semi-gestructureerde interviews afgenomen. Bij diagnosticeren wordt dit
uitgebreider gedaan en wordt de levensgeschiedenis meegenomen.
De betrouwbaarheid van classificeren is niet zo hoog. Veel mensen zullen anders classificeren.
De validiteit is ook moeilijk te waarborgen omdat elke psychopathologie op andere manier tot uiting
kan komen en er dus anders uit ziet. Het is moeilijk 1 duidelijke label hiervoor te onderschrijven.
Bij de classificatiesystemen wordt er ‘ziek’ of ‘niet ziek’ toegekend. Is dit nog wel passend? Iemand
kan veel klachten hebben maar niet binnen het classificatiesysteem vallen. Het is te categoriaal.
,Hoge persoonskenmerken (zoals heel verlegen zijn) kunnen zorgen voor vastlopen in levens van
mensen. Maar ook de gradaties van psychopathologie kunnen verschillende complicaties opleveren.
Terwijl de een wel een stoornis is en de ander ‘gewoon’ een kenmerk.
De verdeling in internaliserende en externaliserende problematiek is wel valide, omdat ze zeer los van
elkaar bestaan.
Dimensionaal meten is daarom een alternatief van classificeren. (tabel 2.5 in boek Rigter)
In verschillende culturen zijn verschillende soorten angst. De DSM is hierin dus beperkt.
HC2 (1-11-2024)
Slaapstoornissen
Primaire, secundaire en comorbide slaapstoornissen
Functies van slaap zijn nog niet helemaal duidelijk. Maar we denken dat het handig is voor:
- Rust
- Herstel
- Groei
- Geheugenprocessen
Slaap en slaapproblemen zijn belangrijk voor kinderen en jogneren en het hele systeem doet mee.
Circadiaans ritme
Beïnvloedt door gedragsmatige en biologische factoren. De slaap heeft meerdere fases en functies.
Leeftijdsgroepen slapen verschillende hoeveelheden en verschillende ritmes.
Er is in de babytijd een hele uitgebreide variabiliteit in hoeveel uur een baby slaapt.
Baby’s beginnen met Remslaap en hebben ook beduidend meer Remslaap dan niet-baby’s.
Slaapcyclus is bij een jong kind 50-60 minuten, terwijl dit bij volwassenen ongeveer 90 minuten is.
Er gebeurt veel in de jonge kinderfase en er is enorm veel variabiliteit.
Rond 6 jaar is de slaap geconsolideerd.
Er kunne verschillende soorten parasomnia voorkomen die niet schadelijk zijn, zoals hoofdbonken.
Meten van slaap en slaapstoornissen is lastig. We kunnen meten hoelang iemand slaapt, maar weten
niet of dit ook is wat die persoon nodig heeft etc…
Sensitiviteit en specificiteit
Slaapstoornissen kunnen verschillende gevolgen hebben. Zoals
- Gedragsproblemen
- Leerproblemen
- Emotionele problemen
- Slechtere schoolprestaties
, - Somatische klachten
- Andere lange termijn problemen?
Narcolepsie. Bestaan geen genezingen maar wel gedragsaanwijzingen (of medicatie).
Symptoombestrijding.
Insomnia disorder & circadian rhythm sleep-wake disorders
Insomnia heeft iets meer te maken met gedrag en circadiane ritme waak-slaap stoornis is meer
biologisch bepaald.
Iets is een stoornis als het chronisch is en problemen in functioneren veroorzaakt.
Parasomnie en slaap apneu
Door slaap apneu kom je niet in diepe slaap. Ze fluctueren tussen lichte slaap en wakker, en missen
dus diepe slaap en remslaap.
Insomnia problemen met inslapen, doorslapen of slechte slaapkwaliteit, die niet door iets anders
worden veroorzaakt.
Bij jonge kinderen gaat het vaak over de wisselwerking met ouders en kind en hoe er op elkaar
gereageerd wordt.
Bij adolescenten is er vooral een probleem met inslapen.
Volwassenen hebben vaak problemen met doorslapen.
Circadiane ritme stoornis mismatch slaap-waakritme uit omgeving en eigen endogene circadiane
ritme. Een soort permanente jetlag.
Kinderen hebben vooral een uitgestelde slaapfase.
Adolescenten hebben vaker DSPS. Hoe weet je of het insomnia is of DSPS? : hoe gaat het op vrije
dagen en in de vakanties? Als het probleem dan verdwijnt, zal het een circadiane ritme stoornis
kunnen zijn.
Licht therapie of melatonine toedienen helpt bij een circadiane ritme stoornis.
DSPD en insomnia kunnen samen voorkomen:
- Onregelmatige bedtijden
- Overdag dutjes
- Uitslapen in het weekend
- Veel (beeldscherm) licht
Dit heeft allemaal te maken met slaaphygiëne
Omstandigheden en gedragingen die slaap kunnen verstoren en kunnen versterken.
Zindelijkheidsstoornissen
Er spelen veel processen een rol in de zindelijkheidsontwikkeling. Het is een complexe
ontwikkelingstaak.
Er is eerst een start van de zindelijkheidstraining waarna de start van de intensieve
zindelijkheidstraining plaatsvindt.
Rijpheidssignalen:
- Kenbaar maken en bewustzijn tonen voor plas en ontlasting
HC 1: 28-10-2024
Ongeveer 10% van de kinderen heeft een psychische stoornis. Je kent dus al snel (meerdere) personen
die hiermee te maken hebben.
Hechting als factor voor stoornissen.
Jongens hebben vaker last van externaliserende problematiek, jongens zijn door hun XY chromosoom
extra kwetsbaar voor bepaalde ziektes en veel onderzoek is alleen op jongens gericht. Hierdoor wordt
er meer psychopathologie bij jongens geconstateerd.
Comorbiditeit is in de regel vaak heel hoog.
Bij het classificeren van psychopathologie is het belangrijk om de normale ontwikkeling in het
achterhoofd te houden. Bepaald gedrag kan op ene bepaalde leeftijd heel normaal zijn, maar op een
andere leeftijd kan dit problematisch zijn.
Stoornissen kunnen vanaf een bepaalde leeftijd pas tot uiting komen. Dit heeft ook met het
ontwikkelingsperspectief te maken.
Het ontwikkelingsperspectief is ook zeer belangrijk bij de expressie van stoornis. Met de jaren kan de
stoornis anders tot uiting komen en wordt dus aan de hand van andere kenmerken herkend.
Wanneer is er sprake van (ontwikkeling) psychopathologie?
a. Er moeten klachten aanwezig zijn
b. Wanneer deze klachten:
- Niet passen bij de leeftijd
- Niet/zeer moeilijk te corrigeren zijn
- Het algemeen functioneren ernstig nadelig beïnvloeden
- Het kind zelf en/of de omgeving doen lijden
- Uiteindelijk mogelijk de ontwikkeling doen stagneren
De sociaal-culturele context is van belang voor het al dan niet classificeren van gedrag als een
stoornis. Niet elke cultuur hangt dezelfde normen hiervoor aan.
Classificatiesystemen:
Je kunt door classificeren heel efficiënt communiceren wat er aan de hand is. Hierdoor spreekt
iedereen dezelfde taal en weten alle betrokkenen waar het over gaat.
2 veelgebruikte systemen:
- International classification of diseases
o ICD (nu: ICD-11)
o WHO= world health organization
- Diagnostic and statistical manual of the mental disorders
o DSM (nu: DSM-5-TR)
o APA = American Psychiatric Association
= consensus experts en kunnen worden ‘vertaald’ naar elkaar
,Voordelen:
- Duidelijke beschrijving van de problematiek
- Er is een internationale eenduidigheid
- De classificatiesystemen kunnen richting geven en ondersteunend zijn aan behandeling
Nadelen:
- Er is weinig informatie en erg gereduceerd
- Categoriale indeling
- Suboptimale basis voor behandeling
Er ligt een sterke nadruk op de kindfactoren, maar de omgeving speelt een grote rol in de ontwikkeling
van psychopathologie.
Denken in Assen bij het classificatiesysteem ICD. Wordt nog in werkveld gebruikt.
De DC 0-5 is een classificatiesysteem dat is gemaakt voor kinderen van de leeftijd 0-5. Beschikt in
tegenstelling tot ICD en DSM wel over verschillende assen. Dit systeem is nodig omdat er deze
leeftijdsgroep andere beschrijvingen nodig heeft om te kunnen classificeren.
Pervasieve ontwikkelingsstoornis een stoornis die al vanaf de geboorte/babytijd aanwezig is (ASS)
Er zijn veel verschillende factoren (kind, ouder, omgeving) die de behandeleffecten kunnen
voorspellen. Tabel in PowerPoint.
Coherentie en flexibiliteit in het functioneren van de familie/gezin zijn heel belangrijke voorspellers
voor de mate van het behandeleffect.
Rigiditeit wel samenhang (coherentie) maar geen flexibiliteit
Los zand gezin, weinig betrokkenheid, chaos gezin veel flexibiliteit maar weinig coherentie
Classificatie allen beschrijvend en niet verklarend
Diagnosticeren ‘nauwkeurig leren kennen’ :
- Hypothesen vormen o.b.v. informatie over:
o Symptomen
o Ontstaansgeschiedenis
o Relevante omstandigheden
o Observaties in verschillende contexten
o Reactie op bepaalde interventie
Bij classificeren worden semi-gestructureerde interviews afgenomen. Bij diagnosticeren wordt dit
uitgebreider gedaan en wordt de levensgeschiedenis meegenomen.
De betrouwbaarheid van classificeren is niet zo hoog. Veel mensen zullen anders classificeren.
De validiteit is ook moeilijk te waarborgen omdat elke psychopathologie op andere manier tot uiting
kan komen en er dus anders uit ziet. Het is moeilijk 1 duidelijke label hiervoor te onderschrijven.
Bij de classificatiesystemen wordt er ‘ziek’ of ‘niet ziek’ toegekend. Is dit nog wel passend? Iemand
kan veel klachten hebben maar niet binnen het classificatiesysteem vallen. Het is te categoriaal.
,Hoge persoonskenmerken (zoals heel verlegen zijn) kunnen zorgen voor vastlopen in levens van
mensen. Maar ook de gradaties van psychopathologie kunnen verschillende complicaties opleveren.
Terwijl de een wel een stoornis is en de ander ‘gewoon’ een kenmerk.
De verdeling in internaliserende en externaliserende problematiek is wel valide, omdat ze zeer los van
elkaar bestaan.
Dimensionaal meten is daarom een alternatief van classificeren. (tabel 2.5 in boek Rigter)
In verschillende culturen zijn verschillende soorten angst. De DSM is hierin dus beperkt.
HC2 (1-11-2024)
Slaapstoornissen
Primaire, secundaire en comorbide slaapstoornissen
Functies van slaap zijn nog niet helemaal duidelijk. Maar we denken dat het handig is voor:
- Rust
- Herstel
- Groei
- Geheugenprocessen
Slaap en slaapproblemen zijn belangrijk voor kinderen en jogneren en het hele systeem doet mee.
Circadiaans ritme
Beïnvloedt door gedragsmatige en biologische factoren. De slaap heeft meerdere fases en functies.
Leeftijdsgroepen slapen verschillende hoeveelheden en verschillende ritmes.
Er is in de babytijd een hele uitgebreide variabiliteit in hoeveel uur een baby slaapt.
Baby’s beginnen met Remslaap en hebben ook beduidend meer Remslaap dan niet-baby’s.
Slaapcyclus is bij een jong kind 50-60 minuten, terwijl dit bij volwassenen ongeveer 90 minuten is.
Er gebeurt veel in de jonge kinderfase en er is enorm veel variabiliteit.
Rond 6 jaar is de slaap geconsolideerd.
Er kunne verschillende soorten parasomnia voorkomen die niet schadelijk zijn, zoals hoofdbonken.
Meten van slaap en slaapstoornissen is lastig. We kunnen meten hoelang iemand slaapt, maar weten
niet of dit ook is wat die persoon nodig heeft etc…
Sensitiviteit en specificiteit
Slaapstoornissen kunnen verschillende gevolgen hebben. Zoals
- Gedragsproblemen
- Leerproblemen
- Emotionele problemen
- Slechtere schoolprestaties
, - Somatische klachten
- Andere lange termijn problemen?
Narcolepsie. Bestaan geen genezingen maar wel gedragsaanwijzingen (of medicatie).
Symptoombestrijding.
Insomnia disorder & circadian rhythm sleep-wake disorders
Insomnia heeft iets meer te maken met gedrag en circadiane ritme waak-slaap stoornis is meer
biologisch bepaald.
Iets is een stoornis als het chronisch is en problemen in functioneren veroorzaakt.
Parasomnie en slaap apneu
Door slaap apneu kom je niet in diepe slaap. Ze fluctueren tussen lichte slaap en wakker, en missen
dus diepe slaap en remslaap.
Insomnia problemen met inslapen, doorslapen of slechte slaapkwaliteit, die niet door iets anders
worden veroorzaakt.
Bij jonge kinderen gaat het vaak over de wisselwerking met ouders en kind en hoe er op elkaar
gereageerd wordt.
Bij adolescenten is er vooral een probleem met inslapen.
Volwassenen hebben vaak problemen met doorslapen.
Circadiane ritme stoornis mismatch slaap-waakritme uit omgeving en eigen endogene circadiane
ritme. Een soort permanente jetlag.
Kinderen hebben vooral een uitgestelde slaapfase.
Adolescenten hebben vaker DSPS. Hoe weet je of het insomnia is of DSPS? : hoe gaat het op vrije
dagen en in de vakanties? Als het probleem dan verdwijnt, zal het een circadiane ritme stoornis
kunnen zijn.
Licht therapie of melatonine toedienen helpt bij een circadiane ritme stoornis.
DSPD en insomnia kunnen samen voorkomen:
- Onregelmatige bedtijden
- Overdag dutjes
- Uitslapen in het weekend
- Veel (beeldscherm) licht
Dit heeft allemaal te maken met slaaphygiëne
Omstandigheden en gedragingen die slaap kunnen verstoren en kunnen versterken.
Zindelijkheidsstoornissen
Er spelen veel processen een rol in de zindelijkheidsontwikkeling. Het is een complexe
ontwikkelingstaak.
Er is eerst een start van de zindelijkheidstraining waarna de start van de intensieve
zindelijkheidstraining plaatsvindt.
Rijpheidssignalen:
- Kenbaar maken en bewustzijn tonen voor plas en ontlasting